Torfs, Shaffy, Nooteboom
Een heerlijke column. En mooi geschreven. Zo mooi dat ik de Hineininterpretierungen er graag bij neem. Want die zijn er. Torfs herinnert zich dat hij als 9-jarige, in 1966, bij een bezoek aan het Tongerlose Torenhof een muurschildering van een 'matig begaafde artiest' zag. Het enorme fresco in het Torenhof was inderdaad van een bedenkelijke kwaliteit maar heeft een negenjarige daar zicht op? Pater Kallist Fimmers was de schilder en deze Tongerlose norbertijn kon op de artiestenzolder in de abdij alleszins bezielend en boeiend spreken over kunst en esthetica in het algemeen.
Een ander voorbeeld. Het kind Rik Torfs kijkt in de speeltuin van het Torenhof bewonderend naar twee schommelende meisjes. 'En nu komt het', schrijft Torfs, 'het zachte geluid der op en neer gaande schommels werd continu overstemd door een nagelnieuw nummer van Ramses Shaffy. Uitdagend tartte het elke vorm van vergankelijkheid.' En hij wijdt nog enkele hooggestemde zinnen aan de verpletterende indruk die Shaffy toen op hem maakte. Met permissie. Ook al was kleine Rik een wonderkind, deze indrukken en beschouwingen zijn toch wel te hoog gegrepen voor een kwajongen van negen. Nee, het zijn de indrukken van en mooi verpakt door een 52-jarige .
Maar scherpzinnig en naar mijn aanvoelen accuraat, is de vergelijking tussen Ramses en Cees. Shaffy: de lef, de openheid, de overmoed, de zelfvergetelheid. Nooteboom: de zich superieur wanende intellectueel, de zelfportrettist, de voorzichtige beschouwer, de zelfaanbidder, de navelstaarder.
En dan drong de vraag zich onweerstaanbaar op: met wie van de twee heeft de geëerde en beroemde columnist de meeste affiniteit? Ik dacht, na met veel genoegen de column herhaaldelijk gelezen te hebben: van in zijn kindertijd is Torfs, zo blijkt, gepakt, beroerd door Ramses. Maar als BV, laat hij zich vooral kennen als Cees.












