In De Standaard van 13 september schreef Othman El Hammouchi , naar aanleiding van de commotie omtrent Nederlandse Koranscholen, dat het geen goed idee is om de overheid te laten beslissen welke opvattingen te extreem zijn.
Professor-emeritus Leo Neels reageerde op dat artikel in DS van 16 september. Daarbij deze kanttekeningen.
De extreme en inhumane opvattingen van het salafisme, verdienen extreme afkeuring. Maar het verwarrende én zwakke aan Neels' betoog is, dat hij terecht het extreme salafisme aanvalt, maar dat doet op basis van een opiniestuk waarin die barbaarse opvattingen en regels of de oproep om ze toe te passen, helemaal niet te vinden zijn. Het is gemakkelijker gezegd dan bewezen dat wat OHE in zijn opiniestuk schrijft , 'een vrijbrief' is voor het salafisme, en de 'radicaalste lezing van de islam witwast en vergoelijkt'.
Zo vergoelijkend is het artikel van OHE niet. Hij schrijft dat veel moskeescholen in Nederland er een 'verwerpelijk gedachtegoed op nahouden, gebaseerd op het wahabisme van Saudi-Arabië '. 1/3 van zijn stuk bevat voorts kritiek op het salafisme: de wrede straffen, het overbeklemtonen van het identitaire wat leidt tot polarisering, en de geldstromen (vanuit Saudi-Arabië). Durft de overheid daartegen optreden? '
OEH staat buiten de rechtsstaat', concludeert Neels. De ervaren jurist die hij is, weet dat dit juridische nonsens zijn.
Welke effecten kan overigens die bewering hebben? Als een auteur een opiniestuk schrijft, waardoor hij 'buiten de rechtsstaat' staat, moet hem dat dan niet onmogelijk worden gemaakt? Moet hij niet vervolgd worden? Draagt de krant die een artikel publiceert van iemand die 'buiten de rechtsstaat staat', ook geen verantwoordelijkheid? Moet ook niet tegen de krant opgetreden worden? Zijn er niet geregeld op allerlei krantenforums reacties te lezen, waarvan de inhoud van dien aard is, dat, vergeleken met de inhoud van het opiniestuk van OEH, ,ook geconcludeerd zou kunnen worden, dat de auteurs 'buiten de rechtsstaat staan'?
Wie waagt zich aan deze ongetwijfeld boeiende oefening?
Vergelijk de elementen uit het regeerakkoord, die betrekking hebben op vreemdelingen, migratie, veiligheid, met het 70-puntenprogram van het Vl. B.
Ga na welke punten 1.helemaal, 2.gedeeltelijk, 3.miniem, 4.helemaal niet, overeenkomen.
Concludeer op basis van de vergelijking, of 'die vierde partij' op een 1. erg prominente plaats mee in de kamer zat, 2.meer dan één vinger in de pap had, 3. na de lange verhouding met De Wever, als een politieke geest tussen de vier muren bleef rondwaren, 4. van buiten de kamer nu en dan inspirerend brulde , 5. ondanks de intense maandenlange relatie met De Wever , helemaal geen rol speelde.
Schakel terug naar de titel 'Die vierde partij zat mee aan tafel', van het commentaarstuk in DS van 1 oktober.
Heeft de hoofdredacteur van deze, volgens nogal wat forumdeelnemers, linkse gazet 1. 100% gelijk, 2. meer dan 50% gelijk, 3. minder dan 50% gelijk 4. kletst hij maar wat uit zijn (linkse?) nek?
Succes!