Stijgende ongelijkheid in het (hoger) onderwijs
Uit een onderzoek van de VUB blijkt dat de ongelijkheid in het (hoger) onderwijs opnieuw even groot is als in 1950.
“De doorslaggevende factor in je onderwijsloopbaan blijft de wieg waarin je geboren wordt. Mensen uit de arbeidersklasse hadden vroeger veel minder kans om hun middelbaar af te ronden. Nu hebben ze veel minder kans om een hoger diploma te halen. Wie tussen 1970 en 1994 geboren werd in de hoge middenklasse, heeft vijf keer zoveel kans om een masterdiploma te halen dan iemand uit een arbeidersgezin. Iemand uit de hoge middenklasse had voor 1950 ongeveer 18 procent kans om een masterdiploma te halen. Dat is daarna gestegen tot 39 procent. Bij iemand uit de arbeidersklasse is dat percentage gestegen van 4 naar 8.”










