Einde maart zou er een nieuwe regering moeten zijn, ter vervanging van de huidige interimregering. Dat werd in allerlei toonaarden door part…
Einde maart zou er een nieuwe regering moeten zijn, ter vervanging van de huidige interimregering. Dat werd in allerlei toonaarden door partijen en politici gezegd. Met een akkoord over een staatshervorming en een sociaal-economisch program.
Een maand is er ondertussen verlopen en er is nog zo goed als niets bereikt. Velen betwijfelen terecht of er van een akkoord en (zelfs) van een nieuwe regering iets in huis zal komen.
Het staat nu al vast dat een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde (in de verkiezingscampagne vergde die splitsing maar vijf minuten politieke moed) er niet komt, tenzij de Vlamingen grote toegevingen doen, bv. de uitbreiding van Brussel. De grote staatshervorming, die de kiezers door het kartel CD&V-NVA werd voorgespiegeld, de vette vis die De Wever in zijn pan wil, zal weinig voorstellen, een spierinkje. Kortom, de beloften waarmee de verkiezingen werden gewonnen, zullen niet ingelost worden.
De politicus die wel helemaal verdwenen, verdampt lijkt te zijn, is Tony Van Parijs. De man, die steevast als de justitiespecialist van CD&V werd opgevoerd en te pas maar vooral te onpas justitieminister Onkelinx de mantel uitveegde, geeft geen kik meer. Zou het kunnen dat Van Parijs zich uitermate verongelijkt en miskend voelt, nu Jo Van Deurzen de door hem zo vurig geambieerde job heeft gekregen? Onze gewezen justitiespecialist likt nu in een oorverdovende stilte zijn wonden.
Wie helemaal niet van stilte houdt, is Pieter de Grote van Aalter en nu ook van Defensie. De Crems verschijning alleen al, moet in staat zijn vijandige legerhorden te stoppen. Tot voor kort de ronde en sluwe bonhomie van Flahaut, een godsgeschenk voor cartoonisten, stukjesschrijvers én voor De Crem, die hem jarenlang ongenadig en theatraal op de huid zat. Nu dus de martiale , nog altijd van ministeriële trots glimmende en kemels schietende Pieter, een godsgeschenk voor cartoonisten, stukjesschrijvers én voor, zo is te verwachten, Flahaut.
Het kan verkeren.
Jij zei: "Dit is mijn innigste wens: de tijd vasthouden zoals ik jou in mijn armen druk. Maar helaas, hij glijdt weg als het mulle zand tuss…
Jij zei:
"Dit is mijn innigste wens:
de tijd vasthouden
zoals ik jou in mijn armen druk.
Maar helaas, hij glijdt weg
als het mulle zand
tussen mijn vingers."
Zei ik daarop:
"Ik ben de tijd, het mulle zand,
de zoele wind, een kringel rook."
Jij zei:
"Onze kinderen,
hun diep verdriet,
hun blije lach,
zijn in mijn hart
gevangen tijd."
Ik zei:
"Vergis je niet.
Ze groeien van ons weg.
Ze scheuren je hart
en laten een spoor achter zich,
dat voor onze oude ogen
al spoedig vervaagt.
Verdwaald in de tijd
strompelen we voort."
(1972)
Naar aanleiding van joods protest tegen de aanwezigheid van een boek in de etalage van een antiquariaat, stelt een Antwerpse moslim en polit…
Naar aanleiding van joods protest tegen de aanwezigheid van een boek in de etalage van een antiquariaat, stelt een Antwerpse moslim en politicus de vraag hoe het zit met de integratie van de joodse gemeenschap in Antwerpen.
Die vraag is terecht en ook het antwoord: van integratie van de Antwerpse joodse gemeenschap is nauwelijks sprake. De conclusie van de Open VLD-politicus is dan ook juist: de regering en de publieke opinie hanteren vaak twee maten en gewichten. Wanneer een minderheidsgroep geen last verkoopt, kan 'integratie' de overheid en de goegemeente gestolen worden.
Overigens kan dit Antwerpse incident ons ertoe uitnodigen eens na te denken over de inhoud van het begrip 'integratie'. Als de overheid bv. bepaalde zgn. 'integratie-eisen' stelt aan migranten, moet zij zich dan eerlijkheidshalve ook niet de vraag stellen hoe het zit met de linguïstische, sociale, economische, culturele, enz., integratie van de 'eigen inboorlingen'? Of is die overheid van mening dat er zich helemaal geen integratieprobleem stelt tussen bv. de inwoners van Gentse of Antwerpse achterstandswijken en de 'residenten' van Brasschaatse of Lanakense villagetto's? Is het fair dat van straatarme, nauwelijks geschoolde, ontwortelde en getraumatiseerde vluchtelingen geëist wordt dat ze al vlug een behoorlijk mondje Nederlands spreken terwijl er hier al jaren duizenden hooggeschoolde Euroambtenaren en kaderleden rondlopen die helemaal niet of nauwelijks in staat (willen) zijn om onze taal te spreken, om nog maar te zwijgen over de spreekvaardigheid van vele Vlamingen?
Kortom, zolang 'integratie' niet precies gedefinieerd is, en eenzijdig voor bepaalde bevolkingsgroepen gebruikt wordt als een antimigratiewapen, is de integratie-eis een uiting van overheidswillekeur en -hypocrisie.