Zaterdag 6 augustus 2011
Gelovig? Kerkelijk?
Is het je ook al opgevallen hoeveel mensen, vooral vijftigers en zestigers, er klaarblijkelijk een diepe behoefte aan hebben sterk te poneren dat ze niet (langer) gelovig en/of kerkelijk zijn? Ook al is dergelijk getuigenis vaak totaal irrelevant voor de situatie waarin de 'belijder' verkeert.Het fenomeen doet zich voor zowel in persoonlijke contacten als in het openbaar, en zeker wanneer het gaat om personen die denken de status van BV bereikt te hebben.
Wat me intrigeert is de vraag waarom die uitspraken gedaan worden. Bijna allen zijn ze in een katholiek milieu opgegroeid. Vanaf de jaren zestig hebben ze bijna geruisloos de kerk de rug toegekeerd. Wijst het poneren van hun ongeloof en/of non-kerkelijkheid erop dat ze toch nog altijd worstelen met het opzijschuiven van waarden en gebruiken die ze van hun ouders en voorouders meegekregen hadden? Voelen ze zich spiritueel toch wel eenzaam en zoeken ze steun en bevestiging bij anderen? Zijn ze gegrepen door een vorm van bekeringsijver: de medemens ertoe brengen hun ongeloof en antikerkelijkheid aan te hangen?
Het verschil met degenen die nog wel gelovig en/of kerkelijk zijn, is groot. In onze contreien lopen er niet zoveel mensen rond die duidelijk uitkomen voor hun geloof en kerkgemeenschap. Waarom niet? Menselijk opzicht? Onzekerheid? De druk van een areligieuze omgeving of een anti-kerkelijk cultureel klimaat?
Is het niet de hoogste tijd dat degenen die gelovig en kerkelijk (willen) zijn, zelfbewuster daarvoor uitkomen? Hun kerkgemeenschap zichtbaarder maken? In de eerste plaats vanuit een positieve ingesteldheid en vanuit het besef van de spirituele en sociale waarde van het religieuze en kerkelijke. Maar ook vanuit democratische en culturele overwegingen. Het is niet goed dat de indruk wordt gewekt dat nog alleen maar ongelovige en anti-kerkelijke stemmen weerklinken.
Wat me intrigeert is de vraag waarom die uitspraken gedaan worden. Bijna allen zijn ze in een katholiek milieu opgegroeid. Vanaf de jaren zestig hebben ze bijna geruisloos de kerk de rug toegekeerd. Wijst het poneren van hun ongeloof en/of non-kerkelijkheid erop dat ze toch nog altijd worstelen met het opzijschuiven van waarden en gebruiken die ze van hun ouders en voorouders meegekregen hadden? Voelen ze zich spiritueel toch wel eenzaam en zoeken ze steun en bevestiging bij anderen? Zijn ze gegrepen door een vorm van bekeringsijver: de medemens ertoe brengen hun ongeloof en antikerkelijkheid aan te hangen?
Het verschil met degenen die nog wel gelovig en/of kerkelijk zijn, is groot. In onze contreien lopen er niet zoveel mensen rond die duidelijk uitkomen voor hun geloof en kerkgemeenschap. Waarom niet? Menselijk opzicht? Onzekerheid? De druk van een areligieuze omgeving of een anti-kerkelijk cultureel klimaat?
Is het niet de hoogste tijd dat degenen die gelovig en kerkelijk (willen) zijn, zelfbewuster daarvoor uitkomen? Hun kerkgemeenschap zichtbaarder maken? In de eerste plaats vanuit een positieve ingesteldheid en vanuit het besef van de spirituele en sociale waarde van het religieuze en kerkelijke. Maar ook vanuit democratische en culturele overwegingen. Het is niet goed dat de indruk wordt gewekt dat nog alleen maar ongelovige en anti-kerkelijke stemmen weerklinken.
Geschreven door Gust Adriaensen om 09:41

