Op de Duitse Jacobsweg tussen Rothenburg en Rottenburg 7


Op de Jacobsweg
Bebenhausen-Rottenburg
Een end buiten het ommuurde klooster van Bebenhausen, klimmen we het natuurpark Schönbuch in. Van op deze hoogteweg hebben we een mooi uitzicht op de Zwabische Alp. En dan het dal weer in. Het Käsenbachtal, het geografische centrum van Baden-Würtemberg. De dichters van de Schwabische romantiek, met Ludwig Uhland op kop, beschouwden het Käsenbachtal als hun Elyseum en vergeleken het met 'de velden waar de geesten van de onsterfelijke helden uit de Griekse mythologie verblijven, waar het altijd lente is en er immer een koel windje waait'. En het is er inderdaad mooi lenteweer.
De oude binnenstad van Tübingen is mooi en kleurrijk. En het bezoek aan de Jacobskerk met de spitse kopergroene torentjes loont de moeite. Aan de noordzijde, in de nis, vind je het merkwaardigste beeld van de Sint-Jacobskerk: de zogenaamde 'Zonnegfiguur'. Het bestaat uit drie delen met telkens drie concentrische cirkels. Oorsprong en betekenis van dit beeld zijn onbekend en in heel Europa is geen gelijkaardig beeld te vinden.
Naar ons einddoel nu: Rottenburg am Neckar. Het is een gezellige Romeinse en bisschoppelijke stad. In de prachtig gerestaureerde Sint-Maartensdom sluiten we zingend en biddend onze pelgrimstocht af. Enkele nonnen in de kerk luisteren geïnteresseerd. Gesprekje aangeknoopt. Het zijn zusters uit een klooster in Ulm. Als ze horen dat we uit België komen, begint een der kloosterlingen geanimeerd te praten over de vroegere nuntius in België, mgr. Rauber, die nu in hun klooster verblijft.
In de vooravond keren we met de autocar nog terug naar Tübingen. In een restaurant aan de Neckar wordt er gegeten. En zijn er danktoespraakjes en geschenkjes. Vriendschap regeert.
En daarna 150 km naar het noorden, naar Heidelberg, waar we zullen overnachten.

