De Red Star Line: miserie en hoop
De Red Star Line
start tocht in de Scheldebocht:
een spoor van tranen.
Een bezoek aan het Red Starmuseum in de vroegere gebouwen van de Red Star Line op het Eilandje in Antwerpen loont zeker de moeite. De bezoeker volgt de verschillende stadia van de landverhuizers gedurende de eerste decennia van de 20ste eeuw op hun tocht van hun geboorteplek naar Amerika of Canada.
Prettig voel je je daarbij niet. De overheersende indruk is verontwaardiging en medeleven. Want het overgrote deel van de mensen die met een der schepen van de Red Star Line de Atlantische Oceaan overstaken, verhuisde omwille van extreme armoede en harde vervolging.
Zij stroomden samen in Antwerpen, vanuit Oost-Europa en ja, ook vanuit het verpauperde Vlaanderen, werden gedesinfecteerd en gekeurd als vee, bedrogen en uitgebuit door (Antwerpse) huisjesmelkers en ticketmarchands. Families werden gescheiden of teruggestuurd: een onverbiddelijke, onmenselijke wereld.
De klassentegenstellingen van de maatschappij werden op de veel kleinere oppervlakte van het schip in stand gehouden en waren daardoor veel scherper en schrijnender.
Alleen de hoop op een beter leven in de Nieuwe Wereld hield deze mensen overeind. Maar voor velen bleek Amerika niet het paradijs te zijn. Zij kwamen in een realiteit terecht die vaak al bijna even hard was als degene die ze ontvlucht waren.
De Antwerpse dichter Karel van den Oever (1879-1926) heeft in zijn gedicht 'Dinska Bronska', de onzekerheid, kwetsbaarheid, weemoed, hoop van een jonge migrante uit Oost-Europa, mooi uitgedrukt.
DINSKA BRONSKA
Uit een oud dorp,
- kameelbruin als de steppe -
uit Plocka,
kwam Dinska Bronska.
Haar hoofddoek was pruisisch-blauw
en haar haar vlas-geel;
ook waren haar ogen blauw
als fjord-water.
Zij rook naar knoflook en spar,
zij droeg laarzen
en ging zeer zwaar en gauw.
In het "Hotel Lapland" zat zij
bij een tafel aan het straat-raam
zij schreef 'n brief.
Een haarlok viel laag op haar rode kaak
en zij stak haar tong uit,
want ze schreef moeilijk die brief
en daaronder "Dinska Bronska", haar naam.
Ze stak ook de penstok in haar mond
en zocht met haar ogen langs het plafond.
Op het papier waren 'n inktvlek
en groot gestompel van letters:
zij kocht het voor tien centiem
in de kruidenierszaak
over het hotel.
Er was 'n beetje inkt aan heur kaak.
O, Dinska Bronska;
gij vertrekt naar Canada:
de verroeste stoomboot wacht langs de kaai.
Gij laast op een almanak
der "Red Star Line"
dat Canada grotere appels,
o, hoger en geler koren heeft dan Plocka.
Het moet in Canada veel beter zijn!
O, Dinska Bronska,
met je zeer dikke vingers:
je schrijft zo moeilijk die brief.
Je ogen zoeken vliegen op het plafond.
"Moj Boze!"
Er zit 'n tranen-veeg,
o zo verdrietig,
van je blauwe ogen naar je mond.
O, Dinska Bronska!




