De neutraliteit van de overheid
In de discussie over de zgn. 'neutraliteit van de overheid', is het opvallend dat 'neutraliteit van de overheid 'verengd wordt tot het al of niet dragen van religieuze symbolen.
De argumenten die aangevoerd worden om 'religieuze symbolen' te verbieden, kunnen in hoofde van de burger evenzeer gebruikt worden met betrekking tot andere 'symbolen'. Een aantal voorbeelden. Kan een burger zich niet geïntimideerd of geïrriteerd voelen door de kledij of opsmuk van de (top)ambtenaar: uniform; chique, sjofel, slordig; duur horloge, opzichtige juwelen...? Hoe zit het met de taal van de ambtenaar: dialect, algemeen Nederlands, gebrekkig...? Schrikken de overheidsgebouwen de burger niet af? Zijn zij niet de materiële uitdrukking van een maatschappijvisie, een ideologie, die niet gedeeld wordt door een groot deel van de bevolking?
Kortom, wat verstaan degenen die (de kans krijgen om) artikels over neutraliteit (te) schrijven in kranten en tijdschriften, precies onder dat woord?
Waarom hebben zij de onbedwingbare neiging 'neutraliteit' te reduceren tot hoofddoek, kruis en (heel soms) keppeltje?

