Dagelijks waan ik mij terug in de middeleeuwen. 's Morgens, voor dag en dauw, zadel ik mijn paard L' Avenir met 2 zadeltassen, gevuld met benodigdheden en proviand. Proviand welke door mijn geliefde gemalin met veel liefde en toewijding is klaargemaakt. Als m'n stalen ros is opgetuigd, bestijg ik het en geef het de sporen richting Antwerpen, alwaar ik een afspraak heb in de Grimaldi vesting; het bastion van mijn Italiaanse broodheer. Eens de landerijen van het kasteel met hoeve 'Schoonselhof' voorbij, wordt het een saaie rit langs de steenweg; een lange kasseiweg die de St. Bernardusabdij verbindt met de stad. Pas als ik op 't Kyle aankom, daar waar de citadel van Antwerpen staat, op het grondgebied van de St. Michielsabdij, word ik als vanzelf alert door de vroege drukte. Vele reizigers, vooral van vreemde origine, zijn al onderweg en bewegen zich kriskras over de steenweg. Aan de moskee ziet het gezellig zwart van 't volk. Maar bij de kerk is het stil en duister ... het openbaar toilet (alleen voor heren) stinkt. Grote meer-persoons-koetsen passeren mij op de voor hen speciaal aangelegde bermen. De vooruitgang staat niet stil. Dit is een futuristisch initiatief van de vooruitstrevende burgervader van Antwerpen, om mensen te vervoeren, die zich geen koets, kar noch lastdier kunnen veroorloven. Gratis is het natuurlijk niet, en betrapte zwartrijders, zullen voor de vierschaar moeten verschijnen, alwaar ze tot lijfelijke straffen veroordeeld worden. Even later, als ik de grote baan oversteek, volgt een lange, lichtjes steile, beklimming. Boven aan de heuvel zie ik beneden al de stroom kronkelen - de Schelde - welke op dit uur van de dag donker en dreigend lijkt. Aan deze bocht liggen geen schepen, maar rechts van mij, in de verte, zie ik ze aangemeerd liggen; de twee- en driemasters... majestueus langs de kade, aan de rede van Antwerpen, aan 't Steen. Van havenarbeiders is nog geen spoor... of toch ééntje, die nog wat, lichtjes dronken, loopt te lanterfanten. Ik spoor L' Avenir, mijn stalen ros, aan in de richting van de stadswallen. De kathedraal komt reeds in 't zicht ... groots ... wel 123 meter hoog ... een echt belfort als het ware ... de trots van deze stad! Vermits ik hier bijna dagelijks passeer, ondervind ik geen problemen met de stadswachters en mag ik ongehinderd en zelfs vriendelijk nagewuifd, verder rijden. Op een drafje gaat het naar het Steen, met aan de overzijde de Suikerrui, die een fabelachtig uitzicht geeft op de kathedraal. Verder passeer ik het vleeshuis, waar de beenhouwers al ferm in de weer zijn. Daar, aan de overkant van de Schelde, liggen de veerboten klaar, om de boeren en veehandelaars van linker- naar rechteroever over te zetten. Deze buitenlui, van over 't water, komen hun goederen hier slijten aan de poorters en burgers op de veemarkt, de graanmarkt, de paardenmarkt, de ossenmarkt, de melkmarkt enzovoort ... zelfs op de handschoenmarkt. Mijn reis gaat verder, voorbij het tolhuis tot aan het loodswezen. Twee oorlogsboten liggen op het droge. Waarschijnlijk te zwaar beschadigd tijdens de gevechten om de stad onlangs. De sporen van die slag, zijn nog steeds zichtbaar. Hier en daar liggen nog ruïnes van kapot geschoten huizen, terwijl her en der reeds wordt heropgebouwd. Vooral herenhuizen dan ... groter en kolossaler dan tevoren ... met nog meer verdiepingen en 'echt' glas in de talrijke ramen. De nieuwe stallingen komen overal ondergronds. Het worden waarlijk moderne tijden. Even verderop stuur ik L' Avenir de richting Brouwersvliet op. Al van aan de oversteek zie ik de vesting liggen. Volledig verlicht door de vele fakkels, terwijl het brouwershuis ernaast nog donker en verlaten is ... "de brouwersgilde zal haar roes nog aan 't uitslapen zijn" lach ik bij mezelf.
Mijn stalen ros leid ik voorzichtig de ondergrondse stallingen in en ontdoe het van de zadeltassen. Zelf doe ik mijn reiskleding en maliënkolder uit en begeef me dan, in aangepaste kledij, terug naar de 21ste eeuw op de eerste verdieping ... om te werken ... Ach, wij mannen blijven gelukkig toch maar kinderen en kunnen dus onbekommerd dagelijks opnieuw fantaseren.
|