Een balhoofdplaatje is een logo van de fabrikant of het merk dat is aangebracht op de balhoofdbuis van een fietsframe. Balhoofdplaatjes werden al eind 19e eeuw toegepast en waren vaak gemaakt van metaal. Ter bevestiging aan de balhoofdbuis kunnen daarin nagels of schroeven zijn gebruikt. Bij moderne(re) fietsen kunnen tevens, al dan niet met lijm, balhoofdplaatjes van kunststof zijn aangebracht. Ook kan een balhoofdbuis voorzien zijn van een transfer/sticker.
Barré Cycles van 1888 tot 1933 in Niort - Deux Sèvres en daarna Ets. GUILLER, Rue du Port in Fontenay le Comte Vendée – Frankrijk
In 1888 opende Barré zijn winkel in Parijs. Hij was toen een fietsverhuur- en productiebedrijf, vermeld in de gids als "Velocipede Factory and Special Nickel Plating and Enameling Workshop". Het merk produceerde ook gemotoriseerde driewielers en vierwielers en werd later overgenomen door de Guiller-fabrieken.
Gaston Barré opende in 1888 een winkel en werkplaats in Niort, aanvankelijk met verhuur en reparatie van fietsen.
In 1894 begon hij met de productie van zijn eigen fietsen.
In 1899 waagde hij zich met de productie van auto's, met een kleine auto.
In 1900 heette het bedrijf Ets BARRE & Cie - Cycles and Automobiles , gevestigd aan de Avenue de la République 11 en de Rue Ricard in Niort.
In 1906 werd het " Société des Automobiles G. Barré ".
De autoproductie breidde zich uit met een breder scala aan modellen; Barré produceerde ook vrachtwagens en personenauto's.
In 1920 ging Gaston Barré een partnerschap aan met zijn zoon Maxime en richtte " Maxime Barré - opvolger van het voormalige Ets
BARRE & Cie " op, met fabrieken aan de Rue Tartifume en kantoren aan de Rue Langlois.
In 1923 sloot Lamberthon zich aan bij Barré: " Barré & Lamberthon - opvolgers ."
In 1926 bereikte de jaarlijkse productie 400 auto's (met 250 werknemers), terwijl de fietsenafdeling nog steeds 50 werknemers in dienst had.
In 1927, na het vertrek van de heer Lamberthon, werd het bedrijf omgedoopt tot " SA des Automobiles Barré ".
De autoproductie stopte in 1928. De fietsenproductie ging door.
In 1931 bereikte de jaarlijkse productie 4.000 tot 5.000 fietsen.
Hoofdkantoor: 26 rue Phélypeaux in Villeurbanne , vervolgens 195 avenue Félix Faure in Lyon , Frankrijk
Hitoriek
Cycles Rhonson was een Frans merk van fietsen en bromfietsen, gevestigd in Villeurbanne en later in Lyon , opgericht tijdens de Tweede Wereldoorlog . Het bedrijf sponsorde en voorzag het Rhonson-Dunlop wielerteam van de nodige uitrusting , dat deelnam aan een groot aantal naoorlogse wielerwedstrijden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verkeerden de fabrieken van Georges Blettel in Villeurbanne, waar auto-accessoires werden geproduceerd, in grote problemen door een gebrek aan afzetmarkten . Na hun terugkeer uit de oorlog werden ze overgenomen door drie mannen, waaronder de twee kinderen van meneer Blettel. Zij besloten de fabriek om te vormen tot een fietsenfabriek . Administratieve beperkingen verhinderden hen echter een nieuw bedrijf op te richten, dus besloten ze een klein bestaand merk uit Lyon over te nemen en het om te dopen tot "Rhonson", een samentrekking van de namen Rhône en Saône , de twee emblematische rivieren van de regio Lyon.
Vanaf het begin huurden ze gekwalificeerde ingenieurs in om hun eerste modellen te ontwerpen. Hun ambitie was om lichtgewicht fietsen met gesoldeerde onderdelen te verkopen aan de luxe en zelfs ultraluxe fietsenmarkt. Het eerste assortiment omvatte ook een racefiets, ontworpen om hun toekomstige wielerteam uit te rusten, evenals hun eerste gemotoriseerde fiets. Deze modellen werden tentoongesteld op de beurs van Lyon in 1941.
Rhonson is in Frankrijk vooral bekend vanwege de productie van bromfietsen, waaronder het topmodel, de Rhonsonette.
In 1959 werd de besloten vennootschap VAP (een fusie van Alcyon-Lucer en Rhonson), beter bekend als VAP SA, opgericht. Deze vennootschap bestond tot 1967.
Het team nam vanaf het begin deel aan wielerwedstrijden in de onbezette zone. Het team bleef bestaan tot 1951 met René Buche als sportief directeur. Verschillende bekende renners hebben deelgenomen aan wedstrijden binnen de gelederen van het team, waaronder:
In heel kleine letters staat er op het merkplaatje, naast Rugby Sport, ook A Augis Lyon. A. Augis is (was) een bedrijf gevestigd aan de 32 Rue de la République, 69002 Lyon in Frankrijk. Het bedrijf bestaat sinds 1830 . Zij maakten naast medaillons die met een persmal gevormd werden ook balhoofdplaatjes dat was zo rond 1960 / 70, maar ze maakten geen fietsen .
Op 31 december 1907 registreerde Louis MOUTERDE, Avenue de Saxe 260, het handelsmerk GÉNIAL voor fietsen, inclusief remmen, freewheels en sturen. Op de merkplaatje staat het schild van Lyon afgebeeld.
Reinor ( ..1954..) Handy , Origine , Standard of D.S.A , cycles .
Mechanische productie met hoge precisie, Chimère-Reinor, Avenue Felix Faure 20 & 22, en ( .. in 1920..) Etablissements "Reinor" H. Petitjean, 4 & 6 Avenue Jean Jaurés in Lyon (1930) - Frankrijk
Production mécanique de haute précision Chimère-Reinor 20 & 22 Avenue Felix Faure et ( ..en 1920..) Etablissements "Reinor " H. Petitjean ; 4 & 6 Avenue Jean Jaurés à Lyon ( 1930) - France
OMEGA was een merk dat in Parijs werd opgericht maar later van eigenaar wisselde. Op 18 februari 1899 diende de heer Martial Bergeron het laatste grafische ontwerp van het Parijse merk in . OMEGA werd op 12 januari 1904 gekocht door Marius Lecomte fils (MLF) uit Lyon.
- Omega --- cycles sans chaîne. Lauvergniat & Ferrand , constructeurs . Bureaux & ateliers de construction 22 Avenue d' Italie à Paris et maison de ventes 27 Boulevard Poissonniére à Paris
- Omega- Maison Leconte fondée en 1863 , cycles & machine à coudre
Het Huis van Lecomte, gesticht door I. Lecomte in 1863, werd sinds 1897 geleid door een van zijn zonen, Marius Lecomte. De naai- en breimachines werden door het huis gebouwd onder hun eigen handelsmerk. Later werd er uitgebreid met fietsen. Aanvankelijk verkochten ze Peugeot fietsen. Maar na de aankoop van het Parijse merk OMEGA registreerde Marius Lecomte junior het fietsmerk op 12 januari 1904 opnieuw op zijn naam in Lyon. Na de installatie van de productieapparatuur hoefde hij geen Peugeots meer te verdelen.
De firma Lecomte bezat aan de quai de Retz 15 (nu quai Jean-Moulin) en op de Place de Lyon twee grote winkels voor de detailhandel in naaimachines, rijwielen en reserveonderdelen, evenals twee aangrenzende reparatiewerkplaatsen. Daarnaast was Maison Lecomte ook een tussenpersoon tussen de fabrikant en de detailhandelaar. De groothandel in naaimachines en fietsen werd samengebracht in een zeer groot pand, in 30 rue Pierre-Corneille, het hoofdkantoor van het Maison Lecomte,. De burelen bonden zich op 15, Rue Bugeaud.
KOEHLER-ESCOFFIER ---- MÂCON (SÂON-&-LOIRE) ligt 65 kilometer ten noorden van Lyon --- Frankrijk.
Koehler-Escoffier is een Frans merk van motocyclettes dat in 1912 werd opgericht door Marcel Koehler en Jules Escoffier, een voormalig monteur bij Magnat-Debon. De fietsactiviteit van deze prestigieuze fabrikant Koehler & Escoffier is vergeleken met de beroemde Koehler-Escoffier motorfietsen en motoren verwaarloosbaar.
Het werd in 1929 gekocht door Monet-Goyon (in de beginjaren was dit merk een fietsenproducent)en het merk verdween in 1957.
La Fileuse is een historisch merk van fietsen gemaakt in Cholet. La Fileuse onstond in de jaren 1920 en kende toch wat glorierijke dagen, ze kenden ook hoogtijdagen met hun professioneel wielerteam.
La Fileuse betekend spinster. Cholet is een gemeente in het Franse departement Maine-et-Loire in de regio Pays de la Loire.
Stella ----Ets. Fonteneau fabricant de cycles & machines à coudre- 21 Chaussée de la Madeleine te Nantes - Loire Atlantique----- France/Frankrijk
Het verhaal begon in 1919 wanneer Pierre Fonteneau zijn fabriek oprichtte in Nantes, aan de Chaussée de la Madeleine
Stella was een merk die zich vooral in de wielrennerij onderscheidde, in 1948 werd Louison Bobet in het team aangenomen. Louison Bobet won onder andere zijn eerste twee Tours de France (1953 en 1954) op Stella-fietsen en zijn wereldkampioenschapstitel in 1954.Gekroond met deze glorie werden ze ingewijd als de fietsen van de kampioenen. Het professionele wielerteam werd in 1948 opgericht door Pierre Fonteneau. Hij was een perfectionistische ingenieur met een sterk karakter, een vakman verliefd op mooi vakmanschap, een autoritaire en visionaire baas wiens bedrijf de eeuwwisseling van de jaren 1970 niet overleefde. Ze werden het kleine team die de grootte wielerploegen van fietsfabrikanten zoals Gitane of Alcyon bang maakten. Stella had 12 renners, terwijl grote ploegen als Mercier er wel 30 konden hebben. De renners waren goed voorbereid, hadden een echte teamspirit en werkten echt voor elkaar. De goede uitslagen volgden zich op. Zonder de renners Guénard, Barbotin en Bobet zou Pierre Fonteneau een kleine fietsenfabrikant gebleven zijn.
Maar nu was Pierre Fonteneau niet langer tevreden zijn met de verkoop van Stella-fietsen in het Westen. Hij richtte zijn pijlen op Indochina en Algerije. Later zouden het de Verenigde Staten zijn. Hij zou de eerste zijn die in supermarkten verkocht, daarna in catalogi. Het was ook om zijn bedrijf te promoten dat Pierre Fonteneau besloot om in 1952 met zijn ploeg deel te nemen aan de Ronde van Algerije. Pierrot Barbotin was niet enthousiast om deel te nemen. Na twee koersen in Algiers en Oran, en voor de start van de ronde , nam de Stella agent hen mee naar een kleine haven waar ze oesters aten. De volgende dag kon Barbotin de eerste etappe, Algiers-Medea, niet uitrijden! Hij had een darmontsteking. Hij keerde terug naar Frankrijk, maar Fonteneau was woedend. Hij was ervan overtuigd dat Barbotin zonder reden had opgegeven... Hij wilde hem laten betalen voor het vliegticket voor de terugreis... Pierre Fonteneau was zeker niet de gemakkelijkste.
Het avontuur van het Stella-team eindigde in 1954. Bobet vertrok naar Mercier. Barbotin, naar Saint-Raphaël. Het was de tijd dat merken die niets met wielrennen te maken hadden begonnen investeren in wielerploegen. Martini contacteerde Fonteneau, maar hij weigerde. Samenwerken met iemand die niet uit de wielerwereld kwam was voor hem ondenkbaar. De "fietscouturier" Pierre Fonteneau bleef een ambachtsman in de nobele zin van het woord. Elke werknemer had zijn werkbank, de fietskaders werden gemaakt in de rue Laennec, en ze werden gemonteerd in de chaussée de la Madeleine. Deze productiemethode was niet aangepast aan de Amerikaanse markt, naar waar Stella in zijn hoogtijdagen 300 fietsen per jaar naar exporteerde. Het was een cruciale tijd, ze hadden naar een industriezone moeten verhuizen, geld moeten lenen om een fabriek te bouwen. Maar mijn Pierre sprak geen Engels, en is nooit naar de Verenigde Staten gegaan, hij had geen juridische en boekhoudkundige opleiding... Pierre Fonteneau was voor de techniek en de innovatie.
In de jaren 1950 rustte hij de fietsen van zijn renners uit met een versterkte achterbuis, dat was om prestatieverlies te voorkomen bij het trappen als een danser. Twee decennia later, in het ouderlijk appartement waar de eettafel als tekentafel gebruikt werd, stond hij om vijf uur 's ochtends op en maakte zijn echtgenote wakker met de woorden: “Ik heb het gevonden”.”Wat gevonden?” “De vouwfiets”. De plooifiets waarvan het stuur naar beneden werd geklapt en die in een koffer paste. De pocket-bi. Het was niet genoeg om het Stella-bedrijf te redden. Een Amerikaanse importeur deelde eind de jaren zeventig de genadeklap uit.
Genoemd als fabrikant in de Bottin du cycle 1959. Syphax produceerde fietsen en bromfietsen. In 1957 werd het merk Syphax gekocht door het merk Mimo.
Syphax was een Algerijnse koning twee eeuwen voor onze jaartelling. Het embleem van het merk is geïnspireerd op deze antieke esthetiek. Syphax geboren rond 250 en gestorven rond202 v.Chr. was een Berberse koning van westelijk Numidië (van ongeveer 225 tot 203 v.Chr. ), wiens hoofdstad Siga (het huidige Oulhaça El Gheraba ) en Cirta (het huidige Constantine ) in Algerije was . Zijn verhaal wordt verteld door Titus Livius , in Ab Urbe condita libri .
Cité comme constructeur dans le Bottin du cycle 1959. Syphax a produit des vélos et des mobylettes. En 1957, la marque Syphax a été rachetée par la marque Micmo. Syphax était un roi algérien il y a deux siècles avant notre ère. L’écusson de la marque s’inspire de cette esthétique antique.
Phébus -- maison Lucas & Underberg 7 rue de Coulmiers in Nantes. Vervolgens Suresnes in Parijs.
"Phoebus" is de Grieks/Latijnse naam voor de god van de zon (Apollo), een symbool van licht / vooruitgang, wat goed paste bij een merk dat werd benadrukt door de reclame van die tijd. Phébus is de naam die Apollo kreeg nadat hij de zonnewagen had verslagen en door Zeus was veroordeeld om ermee te rijden, waardoor hij de zonnegod werd.
Geschiedenis en algemene context
Het merk Phébus werd in 1889 in Nantes opgericht als fabrikant van velocipedes. Al snel bleef het merk niet beperkt tot eenvoudige fietsen: het ontwikkelde gemotoriseerde driewielers (en later vierwielige modellen) onder de naam Phébus, met het bedrijf Noé Boyer & Cie in Parijs / Suresnes. Deze motoren gebruikten in sommige modellen Aster- of De Dion-motoren.
Phébus exposeerde zijn driewielers en quadris op de Salon des Tuileries (Parijs) in 1899.
Het merk heeft in de loop van de tijd samengewerkt met industriële fusies met Gladiator (en anderen). Wat lichte auto's onder de naam Phébus betreft, de activiteit stopte rond 1906, na 4-cilinder of 6-cilinder modellen.
"Klassieke" fietsen: Oorspronkelijk produceerde Phébus alle soorten fietsen: herenfietsen, damesfietsen, kinderfietsen, stads- en "landfietsen", zelfs "ceremoniële" modellen. Hun catalogus getuigde van deze diversiteit.
Er zijn echter maar heel weinig "gewone" Phoebus-fietsen bewaard gebleven. De overige exemplaren zijn zeldzaam.
De eerste fabriek stond in Nantes. Na fusies (met Gladiator in het bijzonder) werd de productie verplaatst naar Suresnes / Parijs, met een showroom aan de Avenue de la Grande-Armée in Parijs.
De firma Noé Boyer & Cie was actief van ongeveer 1898 tot 1906.
Phébus is tegenwoordig vaak beter bekend om zijn zeer esthetische reclameposters dan om zijn machines zelf. Op deze posters, vaak Art Nouveau / Belle Époque, zijn gevleugelde vrouwen, engelen, zonnestralen etc. te zien.
Zo maakte de kunstenaar H. Gray (alias Henri Boulanger) rond 1896 beroemde affiches "Cycles Phébus"
Onder de adelaar op het merkplaatje zien we de woorden NEC PLUS ULTRA. “NEC PLUS ULTRA” is een Latijnse uitdrukking die letterlijk betekent: “Niets verder voorbij” of “Niets meer daarboven.” Betekenis in context: Letterlijk: Het verwijst naar iets dat de uiterste grens aanduidt — er is niets beters of verder dan dit. Figuurlijk: Het wordt gebruikt om het hoogtepunt, het beste of het ultieme van iets aan te duiden. Oorsprong: De uitdrukking komt van de legendarische inscriptie “Non plus ultra” (“niet verder”) die volgens de mythe op de Zuilen van Hercules stond — het einde van de bekende wereld in de Oudheid. “Nec plus ultra” is een variatie daarop en wordt vaak ironisch of als lof gebruikt.
Ik ben Delameilleure Philippe
Ik ben een man en woon in Preshoekstraat 145 - 8510 Marke - België (België) en mijn beroep is Gepensioneerd.
Ik ben geboren op 27/09/1960 en ben nu dus 65 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Wielrennen - Verzamelen van fietsmerkenplaatjes (balhoofdplaatjes) .