Een balhoofdplaatje is een logo van de fabrikant of het merk dat is aangebracht op de balhoofdbuis van een fietsframe. Balhoofdplaatjes werden al eind 19e eeuw toegepast en waren vaak gemaakt van metaal. Ter bevestiging aan de balhoofdbuis kunnen daarin nagels of schroeven zijn gebruikt. Bij moderne(re) fietsen kunnen tevens, al dan niet met lijm, balhoofdplaatjes van kunststof zijn aangebracht. Ook kan een balhoofdbuis voorzien zijn van een transfer/sticker.
Op het balhoofdplaatje zien we de afbeelding van Jeanne d'Arc:
Jeanne d'Arc (Domrémy, Lotharingen, ca. 1412 – Rouen, Normandië, 30 mei 1431), bijgenaamd de Maagd van Orléans, is een nationale heldin van Frankrijk. Ze werd geboren tijdens de Franse Burgeroorlog (1410-1435) en speelde een cruciale rol tijdens de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk (1337-1453).
Ze vertelde visioenen te hebben van onder andere de heilige Catharina, Margaretha en de aartsengel Michaël, die haar vertelden dat ze de Dauphin Karel VII moest helpen en Frankrijk van de Engelsen moest bevrijden. Tijdens haar eerste jaren in het leger had ze successen, maar in de latere jaren leed ze verliezen en werd ze gevangen genomen door de vijand.
Op ongeveer negentienjarige leeftijd werd ze door een partijdige kerkelijke rechtbank tot de doodstraf veroordeeld en stierf ze op de brandstapel in Rouen. Vijfentwintig jaar na haar dood liet paus Calixtus III het proces herzien. Ze werd onschuldig bevonden en kreeg op 7 juli 1456 de titel van martelares. In 1909 werd ze door de Rooms-Katholieke Kerk zalig verklaard en in 1920 volgde de heiligverklaring.
De dood van Jeanne d'Arc is al sinds haar dood in 1431 omgeven door mysterie en speculatie. De 19-jarige heldin werd gevangengenomen tijdens een militaire belegering en veroordeeld als heks en ketter. Ze werd verbrand op de brandstapel op de Oude Markt van Rouen. Maar veel historici discussiëren erover of ze daadwerkelijk stierf door rookvergiftiging of levend verbrandde. Velen geloven dat Jeanne, in plaats van vernedering, marteling en verbranding op de brandstapel te ondergaan, vroeg om een zwaard om haar hoofd af te hakken voordat het vuur haar lichaam bereikte. Dit zou haar lijden sneller hebben beëindigd en haar hebben bespaard van de pijnlijke momenten van haar verbranding. Deze legende over Jeanne d'Arcs ware dood wordt regelmatig in de wetenschappelijke pers vermeld. Hoewel haar ware dood onbekend blijft, worden we, vele eeuwen later, nog steeds herinnerd aan Jeannes moed en heldendom, dankzij plaatsen zoals haar geboorteplaats Domrémy-la-Pucelle.
La Roulante -- cycles Emile Coudrin / Comptoir des Industries Réunies ( anciens ets. Briand Fils) marque déposée en 1903 (..1925..) à Saint Sauveur de Nuaillé - Charente Inférieure, usines à St Etienne - Loire et à Lyon. La Roulante (de rollende) was een fietsmerk dat geregistreerd werd door Cycles Emile Coudrin in Saint Saveur de Nuaillé, een klein dorpje, dicht bij La Rochelle, Frankrijk. De fietsen werden toen geproduceerd in St. Etiennes, het hart van de Franse fietsproductie.
La Roulante -- cycles Emile Coudrin / Comptoir des Industries Réunies ( voormalige ets. Briand Fils) handelsmerk geregistreerd in 1903 (.. 1925..) in Saint Sauveur de Nuaillé - Charente Inférieure, fabrieken in St Etienne - Loire en Lyon.
Op het massaproductie plaatje staat Bergey gegraveerd, maar op een Franse lijst van fietsconstructeurs en fiets handelaars lezen we “Bergé cycles à La Teste – Gironde”.
La Teste-de-Buch is een kustgemeente in het departement Gironde in de regio Nouvelle-Aquitaine in het zuidwesten van Frankrijk . Tot 13 juni 1994 heette het officieel simpelweg La Teste.
Panneton Frères (1884-1935...) -- fabrikanten van fietsen, motorfietsen en naaimachines. Fabriek in Morteau – Doubs. Ook hier staat het belang van de fabrieken en daarmee van de geproduceerde fietsen in contrast met het vrijwel verdwijnen van dit merk in het geheugen van de mensen.
Aan het begin van de 20e eeuw was het een prestigieuze naam, met belangrijke dealers, een regelmatige aanwezigheid op grote beurzen en zelfs topprestaties in de eerste edities van de Tour de France, of bijvoorbeeld meer dan 600 overwinningen in 1913 (volgens de reclame). De fabriek was gevestigd in Morteau en produceerde een breed scala aan machines, waaronder naaimachines ." Later kregen de naaimachines, hoewel nog steeds eigendom van het moederbedrijf, hun eigen merknaam: Mine d'Or.
Het bedrijf blijkt in 1884 te zijn opgericht door de broers Joseph (fabrikant en distributeur van meubels, naaimachines, breimachines, fornuizen, vélocipèdes, enz.) en Georges Alphonse Pannetton (of Panneton; beide schrijfwijzen komen in verschillende documenten en media op verschillende momenten in de geschiedenis van het bedrijf voor). Ze waren de zonen van een timmerman die zich na hun huwelijk in Morteau vestigde, maar die – door een speling van het lot – afkomstig was uit Saint-Ferréol-des-Côtes (Puy-de-Dôme). De eerste broer overleed in 1905, waardoor Georges de leiding kreeg over een fabriek die aanvankelijk tien arbeiders in dienst had die fietsen monteerden met onderdelen afkomstig uit Saint-Étienne (het epicentrum van de baanbrekende Franse fietsenindustrie) en naaimachines van Duitse (Neurenberg) en Zwitserse onderdelen, en ook meubels produceerden. Georges Panneton zette een landelijk netwerk van wederverkopers op voor naaimachines (waarvoor hij het eerder genoemde merk "Mine d'Or" creëerde) en fietsen. Hij bouwde een prestigieuze reputatie op, zowel in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog als tijdens het interbellum. Vanaf dat moment liep zijn fietsenbedrijf geleidelijk terug, deels door de afhankelijkheid van externe leveranciers voor componenten en onderdelen. Zijn zoon, Georges Gilbert (1912-1998), volgde hem in 1936 op, maar werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangengenomen in Duitsland en vijf jaar lang vastgehouden. Na zijn terugkeer probeerde hij het bedrijf nieuw leven in te blazen door motorfietsen te produceren (uitgerust met 49,9cc-motoren van de firma Le Poulain). Deze onderneming was niet erg succesvol en hij sloot het bedrijf uiteindelijk tussen 1952 en 1953.
De geschiedenis van deze fabrikant, met name wat betreft fietsen, kan dus eenvoudig als volgt worden samengevat: de fabrikant was voornamelijk actief vanaf het begin van de 20e eeuw tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de geografische ligging nabij de Zwitserse grens (ongeveer 50 km van Bern), vertrouwde de fabrikant op buizen en onderdelen die in Saint-Étienne werden geproduceerd. De rol bestond er dus in wezen uit om de modellen te ontwerpen, de frames te lassen en de onderdelen van de Franse fietsenindustrie te assembleren. Het bedrijf ontwikkelde ongetwijfeld ook een robuust distributienetwerk en een effectieve reclamestrategie, waarmee het zich succesvol vestigde als een prestigieus merk. Dit werd bereikt door een sterk netwerk van verkooppunten in heel Frankrijk op te bouwen en deel te nemen aan belangrijke vakbeurzen.
Een andere reden voor het prestige dat het merk destijds verwierf, was de aanwezigheid in wielerwedstrijden. Het merk schepte in zijn reclames op over zijn aantal overwinningen. Wat niet wordt gespecificeerd, is het belang van deze wedstrijden, noch wordt er een beroemde renner genoemd. Dit komt doordat in de eerste twee decennia van de 20e eeuw de meeste deelnemers (waaronder veel van de besten) onafhankelijk deelnamen, gemengd in het peloton met anderen die reden voor teams die gesponsord werden door fietsfabrikanten. De meeste overwinningen van het merk waren te danken aan de prestaties van onafhankelijke wielrenners, ook al had de fabriek een eigen team. Dat deed het merk drie jaar op rij. In 1909 bestond de ploeg, onder de naam Pannettoni, in 1910 als Pannetton-Leman en als het Pannetton-Dunlop-team van 1911.
ETABLISSEMENTS G. PANNETTON / CYCLES PANNETTON
Panneton Frères (1884- 1935…) -- constructeurs cycles, motocyclettes & machines à coudre. Usine à Morteau – Doubs. Là encore, l’importance des usines et donc des vélos produits, contraste avec la quasi disparition de cette marque dans les mémoires.
Atlantide cycles ---- Louis Lucas & Fils--------- Rue Lamennais--- Dinan-----France/Frankrijk
Atlantide-fietsen, samen met Solidor-, Zebra-, Moon- en Kiroul -fietsen, werden geproduceerd door Louis Lucas in Dinan.
De twee aantrekkelijke naamplaatjes laten zien dat Atlantis wordt vertegenwoordigd door een prachtige zeemeermin of door een schitterende maar raadselachtige afbeelding.
Volgens de Bottins du cycle (wielerkroniek) uit de jaren vijftig produceerden de ondernemingen Virlat de Nancia-fietsen uit Nancy, het was een regionaal merk zoals Messina uit Metz.
NANCIA was geïnspireerd op NANCY, de naam die het Parijse bedrijf LA FRANCE koos om zich in Lotharingen te vestigen. Nancy is een stad in Frankrijk. Het is de hoofdstad van het departement Meurthe-et-Moselle in de regio Grand Est (Lorraine/Lotharingen). De stad ligt aan de rivier de Meurthe.
Nancia had in de jaren 1950 ook een wielerploeg (misschien al eerder). Nancia sponsorde aanvankelijk de amateurrenners van L’ équipe de la PÉDALE NANCÉIENNE et des CYCLES NANCIA, later was er ook de profploeg NANCIA. Een van haar beste renners was profrenner GILBERT BAUVIN. Hij reed in 1949 als amateur bij de ploeg van la Pédale Nancéienne. In 1950 werd hij beroepsrenner. Van 1950 tot 1954 reed hij voor Nancia. De rest van zijn carrière van 1955 tot 1960 reed hij voor Saint-Raphaël- R. Géminiani-Dunlop. Gilbert Bauvin, werd geboren op 4 augustus 1927 in Lunéville in Meurthe-et-Moselle. Hij werd tweede in de Tour de France van 1956. Hij won onder meer 4 tour etappes en was ook enkele malen geletruidrager.
Guiller SA (..1939..) - Cycles et motocycles Guiller Frères ------Usine & bureaux ( fabriek en burelen) -1 Place Puy la Vau - in Fontenay le Comte – Vendée.
Het bedrijf Guiller Frères werd in 1911 opgericht. Het bracht fietsen op de markt onder de merken Aquitania en Origan . Al snel werd "40% van de omzet in het buitenland behaald" (de Maghreb en Argentinië). Na juni 1954 werd het merk in tweeën gesplitst en omgedoopt tot René Guiller en Guiller SA. Het bedrijf sloot in 1963.
TENDIL / TENDIL CYCLES - cycles Origine -- Standart of Sport -----Nîmes --- Frankrijk
In 1919 besloot mijnwerker Elie Tendil in Alès in de Gard een fietsenwinkel te openen en werd zo distributeur van Automoto-fietsen. (Gard is een Frans departement, gelegen in de regio Occitanie. De prefectuur is Nîmes.)
Gebruikmakend van de aanbiedingen van de vele grossiers van fietsonderdelen, die gevestigd waren in de regio Saint-Etienne, begon hij al snel zelf met assembleren. Het handelsmerk Tendil werd onmiddellijk geregistreerd. Heel snel werden er ongeveer 20.000 fietsen geproduceerd en gedistribueerd in heel Zuid-Frankrijk.
Eind jaren twintig assembleerde het merk ook enkele 250 en 350 cc motorfietsen. Door de geografische ligging van Alès werd de ontwikkeling van de kleine werkplaats, door transportproblemen, belemmerd. Elie Tendil besloot om zich in Nîmes te gaan vestigen en werd er fabrikant, hij ging er ter plaatse frames vervaardigen, wielen monteren, spuiten en chromeren.
In 1951 bracht het merk zijn eerste bromfiets uit, een 50 aangedreven door de VAP 4-motor, de Tendilet. Deze rijwielen kregen dan respectievelijk de namen Ventoux en Types Aigoual. Van 1955 tot 1960 werden er ongeveer 5.000 machines per jaar gebouwd, waarbij er ongeveer 50.000 fietsen moeten worden opgeteld. Het merk vormde zelfs een regionaal wielerteam (in 1951, eerst onder de naam Tendil, daarna Tendil/Hutchinson) dat deelnam aan de Tour de France, in 1955 werd zelfs een showtruck voor de karavaan besteld. Les Cycles TENDIL was een kleine constructeur die van 1935 tot 1953 wielrenners uitrustte.
Het materiaal van de racefietsen die de werkplaats verlieten (met uitzondering van speciale bestellingen) bestond standaard uit: de derailleurs en hun bedieningselementen, het dubbele kettingblad en de snelspanners waren van het merk Simplex, de handvatten, kappen en remmen van het merk CLB, het zadel was van het mek Perjohn. De emailverf was in Italiaanse stijl.
En voor de toerfietsen was er Simplex voor de versnellingen, Cyclo voor de kettingbladen, Mafac voor de remmen en Pearl voor de zadels.
Begin jaren zestig hadden kleine fabrikanten het ten opzichte van Motobecane, Peugeot en Velosolex moeilijk. In 1962 besloot Elie Tendil, die nog steeds aan het hoofd van de fabriek stond, samen met zijn zoon André om de productieactiviteiten stop te zetten (inmiddels waren ze toegetreden tot de VAP SA-groep). De fabriek waar ongeveer honderd mensen werkten werd gesloten, alleen de winkel die eind jaren veertig werd geopend bleef behouden en werd een Motoconfort-dealerschap. Deze winkel bestaat nog steeds en wordt nu gerund door Elie's kleinzoon, Patrick Tendil.
Een haan illustreert het merk Tendil.
Ik sluit deze korte samenvatting af met de mededeling dat het geen zin heeft om contact op te nemen met de huidige winkel. Er zijn geen documenten of onderdelen meer beschikbaar die betrekking hebben op dit merk.
Op het einde van de 19e eeuw installeerde de mecanicien Michon uit Clermont-Ferrand zich in de rue Blatin n° 55, te Clermont-Ferrand. Naast zijn werk, het herstellen en het verhuren van fietsen, bood hij zijn cliënteel ook grote fietsmerken aan, zij hadden o.a. de keuze tussen Peugeot- en Clévelandfietsen maar ze konden ook kiezen voor een speciaal fietsmerk waarvan hij zelf alle stukken monteerde en ze een significante naam gaf : “ La Gergovia”. Dit merk van M.A. Michon zou een glorieuze ontwikkeling kennen. Op het plaatje zien we een beeltenis van Vercingetorix.
Gergovia was een Gallische stad gelegen in de huidige regio Auvergne-Rhône-Alpes, in het bovenste deel van het stroomgebied van de Allier en in de buurt van het huidige Clermont-Ferrand. Het was de hoofdstad van de Averni. De Arverni ( Gallisch : Aruernoi ) waren een Gallisch volk dat tijdens de IJzertijd en de Romeinse periode in de huidige Auvergne woonde. Ze behoorden tot de machtigste stammen van het oude Gallië en betwistten de heerschappij over de regio met de naburige Aedui.
De stad Gergovia had sterke muren en lag op een fameus verhoogd plateau omringd door heuvels. Het was de belangrijkste stad (oppidum) van de Arverni en ook de locatie van de Slag bij Gergovia in 52 v.Chr. De strijd werd er uitgevochten tussen een leger van de Romeinse Republiek, onder leiding van proconsul Julius Caesar, en Gallische troepen onder leiding van Vercingetorix. Caesar trok met zes legioenen naar het zuiden om de heuvelstad Gergovia in te nemen maar de Galliërs wonnen de slag. Door deze zege kreeg Vercingetorix meer cavaleriesteun voor zijn campagne en de toekomstige veldslagen. Dit was voor Caesar en het Romeinse leger in Gallië een belangrijke fiasco.
VERCINGETORIX (ca. 80 – 46 v.Chr.) was een Gallische koning en leider van de Arverni-stam. Vercingetorix was de zoon van Celtillus de Arverniër, leider van de Gallische stammen. Vercingetorix kwam in 52 v.Chr. aan de macht, dat na zijn officiële benoeming tot leider van de Arverni in het oppidum Gergovia.
Hij wou de Galliërs verenigen in een revolte tegen de Romeinse bezetter. Hij sloot onmiddellijk een alliantie met andere Gallische stammen, nam het bevel over, bundelde alle strijdkrachten en leidde hen in de belangrijkste Keltische opstand tegen de Romeinse overheersing. Hij won de Slag bij Gergovia tegen Julius Caesar! In die slag sneuvelden er enkele duizenden Romeinen en medestanders van de Romeinen, de Romeinse trokken legioenen zich terug. Maar uiteindelijk zou Vercingetorix toch het onderspit delven, Caesar slaagde erin om de interne verdeeldheid van de Galliërs uit te buiten om het land te onderwerpen. Uiteindelijk kwam Vercingetorix' poging om alle Galliërs te verenigen tegen een Romeinse invasie te laat kwam.
In de Slag bij Alesia , ook in 52 v.Chr., belegerden en versloegen de Romeinen zijn strijdkrachten. Om zoveel mogelijk van zijn mannen te sparen, gaf hij zichzelf over aan de Romeinen. Hij werd vijf jaar gevangen gehouden. In 46 v.Chr. werd hij, als onderdeel van Caesars triomftocht, door de straten van Rome gestuurd en vervolgens geëxecuteerd door wurging. Vercingetorix is vooral bekend door Caesars Commentarii de Bello Gallico (Commentaren op de Gallische Oorlog). In Frankrijk is hij nog steeds een volksheld, en dat vooral in de Auvergne , zijn geboortestreek.
Femina (...1901/1937…) cycles -- Manufacture Cartallier & Cie .- Usine de l'Allée à Augerolles - ----Puy de Dome ---- France/Frankrijk.
Er is niet veel informatie beschikbaar over Femina-fietsen; het lijkt erop dat de fabriek van Louis Cartallier. in Augerolles (Puy-de-Dôme) in 1931 werd gesloten. De fabriek brandde helaas af in 1935 of begin 1936, en de eigenaar overleed een jaar of twee later. Femina-fietsen hebben meerdere keren deelgenomen aan de Tour de France.
PETIT BRETON -----Vélos Petit -Breton ---- Mr. Lodenos-- 21 rue de Bitche à Nantes, Loire Atlantique France
Het was in een advertentie dat de naam van de in Nantes gevestigde fabrikant Pierre Lodenos, fabrikant van Petit-Breton fietsen, verscheen. De bijnaam Petit -Breton van wielrenner Lucien Mazan werd na zijn dood gebruikt voor een fietsmerk, dit zowel om zijn nagedachtenis te eren evenals voor reclamedoeleinden, weerstand en loyaliteit waren het motto van het merk. Meer dan de fabrikant, waarvan ons alleen nog de naam overblijft, is het de wielrenner die genoemd moet worden.
Lucien Petit-Breton (pseudoniem van Lucien Georges Mazan) (Plessé, 18 oktober 1882 – Troyes, 20 december 1917) was een Franse wielrenner. Bekendheid verwierf hij vooral doordat hij als eerste renner de Ronde van Frankrijk tweemaal op zijn naam wist te schrijven, namelijk in 1907 en in 1908.
Mazan werd geboren als zoon van een horlogemaker. Op 8-jarige leeftijd vertrok hij met zijn ouders van Bretagne naar Buenos Aires, de hoofdstad van Argentinië. Dit gegeven zou hem later tijdens zijn wielercarrière de bijnaam de Argentijn opleveren. Zijn wielercarrière begon toen Mazan op 16-jarige leeftijd een fiets won in de loterij. Hiermee ging hij fietsen op de wielerbaan en al spoedig besloot hij om baanrenner te worden. Dit was zeer tegen de zin van zijn vader, die graag had gezien dat zijn zoon een 'fatsoenlijk' beroep had gekozen. Om die reden besloot Lucien Mazan om op zijn wielerlicentie de achternaam Breton (= inwoner van Bretagne) te laten vermelden in plaats van zijn echte achternaam. Later werd hier het 'Petit' nog aan toegevoegd om verwarring met een andere coureur, die ook de naam Breton droeg, te voorkomen. Lucien Petit-Breton bleek aanleg te hebben voor het wielrennen en al snel werd hij kampioen van Argentinië op de baan. In 1902 keerde Petit-Breton terug naar Frankrijk, omdat hij zijn dienstplicht moest vervullen.
Ondertussen was Lucien Petit-Breton ook gaan deelnemen aan wedstrijden op de weg. In 1905 reed hij voor de eerste maal de Ronde van Frankrijk, waarin hij als vijfde eindigde. Zijn eerste grote overwinning op de weg boekte Petit-Breton in 1906, toen hij zegevierde in Parijs-Tours. De meest succesvolle jaren uit de wielercarrière van Petit-Breton waren 1907 en 1908. In beide jaren wist hij de Ronde van Frankrijk te winnen en daarnaast werd hij winnaar van klassiekers als Milaan-San Remo en Parijs-Brussel. Hoewel Petit-Breton na 1908 niet echt aansprekende overwinningen wist te boeken, wist hij in die jaren nog wel diverse ereplaatsen te behalen. Tijdens de Ronde van Frankrijk van 1912 gold hij als een van de favorieten, maar tijdens de tweede etappe kreeg hij een aanrijding met een rund en moest hij de strijd staken. Lucien Petit-Breton trouwde op 24 november 1908 met Marie-Madeleine Macheteau, dat was na zijn tweede overwinning in de Tour de France. Ze kregen drie kinderen, Lucie, Yvonne en Yves.
Het begin van de Eerste Wereldoorlog betekende het einde van de wielercarrière van Petit-Breton. Hij nam dienst in het elfde legerkorps en vocht mee aan het front, waar hij meerdere keren gewond raakte. Op 20 december 1917 kwam Petit-Breton op 35-jarige leeftijd om het leven bij een auto-ongeluk: in zijn functie als ordonnans reed hij aan het front bij Troyes frontaal op een tegenligger. De twee broers van Lucien Petit-Breton, Paul en Anselme, waren ook renners. Deze laatste, die deelnam aan de Tour de France van 1907, stierf ook tijdens de Eerste Wereldoorlog, terwijl Paul Mazan de titel van amateurkampioen van Frankrijk won.
VELOS PETIT BRETON
Zijn weduwe registreerde het merk Petit-Breton in 1920 om fietsen te gaan produceren in de rue des Olivettes 2. Een andere werkplaats werd geopend in de rue Sévigné 7. Pierre Lodénos, een rijwielhandelaar in Cholet, nam het merk in 1924 over en verhuisde de ateliers naar 2 en 3 rue de Bitche Nantes en 13 rue de Fleurus in 1927 naar de jamateliers "La Chareuse". Het bedrijf heeft tot 150 werknemers in dienst en produceert meer dan 20.000 fietsen per jaar.
Zijn zoon Pierre nam in 1964 de teugels van het bedrijf over tot het in 1971 werd gesloten. De wielerbaan van Nantes-Durantière werd in 1924 tot velodroom Petit-Breton omgedoopt, dat als eerbetoon aan een van de eerste legendes in de geschiedenis van het wielrennen.
De wedergeboorte van de fietsindustrie in Nantes
Sinds enkele jaren heeft de terugkeer van het fietsen geleid tot de oprichting van verschillende bedrijven die gemeen hebben dat ze innovatief zijn terwijl ze verschillende wegen inslaan. Zo heeft Robin Cojean in 2020 het merk "Petit-Breton" nieuw leven ingeblazen door de krachten te bundelen met de familie van de voormalige managers van het bedrijf. Met behulp van knowhow uit de luchtvaart vervaardigt hij op maat gemaakte frames van koolstofvezel.
Lucien Petit-Breton trouwde op 24 november 1908 met Marie-Madeleine Macheteau, dat was na zijn tweede overwinning in de Tour de France. Ze kregen drie kinderen, Lucie, Yvonne en Yves. De twee broers van Lucien Petit-Breton, Paul en Anselme, waren ook renners. Deze laatste, die deelnam aan de Tour de France van 1907, stierf ook tijdens de Eerste Wereldoorlog, terwijl Paul Mazan de titel van amateurkampioen van Frankrijk won.
Stella ----Ets. Fonteneau fabricant de cycles & machines à coudre- 21 Chaussée de la Madeleine te Nantes - Loire Atlantique----- France/Frankrijk
Het verhaal begon in 1919 wanneer Pierre Fonteneau zijn fabriek oprichtte in Nantes, aan de Chaussée de la Madeleine
Stella was een merk die zich vooral in de wielrennerij onderscheidde, in 1948 werd Louison Bobet in het team aangenomen. Louison Bobet won onder andere zijn eerste twee Tours de France (1953 en 1954) op Stella-fietsen en zijn wereldkampioenschapstitel in 1954.Gekroond met deze glorie werden ze ingewijd als de fietsen van de kampioenen. Het professionele wielerteam werd in 1948 opgericht door Pierre Fonteneau. Hij was een perfectionistische ingenieur met een sterk karakter, een vakman verliefd op mooi vakmanschap, een autoritaire en visionaire baas wiens bedrijf de eeuwwisseling van de jaren 1970 niet overleefde. Ze werden het kleine team die de grootte wielerploegen van fietsfabrikanten zoals Gitane of Alcyon bang maakten. Stella had 12 renners, terwijl grote ploegen als Mercier er wel 30 konden hebben. De renners waren goed voorbereid, hadden een echte teamspirit en werkten echt voor elkaar. De goede uitslagen volgden zich op. Zonder de renners Guénard, Barbotin en Bobet zou Pierre Fonteneau een kleine fietsenfabrikant gebleven zijn.
Maar nu was Pierre Fonteneau niet langer tevreden zijn met de verkoop van Stella-fietsen in het Westen. Hij richtte zijn pijlen op Indochina en Algerije. Later zouden het de Verenigde Staten zijn. Hij zou de eerste zijn die in supermarkten verkocht, daarna in catalogi. Het was ook om zijn bedrijf te promoten dat Pierre Fonteneau besloot om in 1952 met zijn ploeg deel te nemen aan de Ronde van Algerije. Pierrot Barbotin was niet enthousiast om deel te nemen. Na twee koersen in Algiers en Oran, en voor de start van de ronde , nam de Stella agent hen mee naar een kleine haven waar ze oesters aten. De volgende dag kon Barbotin de eerste etappe, Algiers-Medea, niet uitrijden! Hij had een darmontsteking. Hij keerde terug naar Frankrijk, maar Fonteneau was woedend. Hij was ervan overtuigd dat Barbotin zonder reden had opgegeven... Hij wilde hem laten betalen voor het vliegticket voor de terugreis... Pierre Fonteneau was zeker niet de gemakkelijkste.
Het avontuur van het Stella-team eindigde in 1954. Bobet vertrok naar Mercier. Barbotin, naar Saint-Raphaël. Het was de tijd dat merken die niets met wielrennen te maken hadden begonnen investeren in wielerploegen. Martini contacteerde Fonteneau, maar hij weigerde. Samenwerken met iemand die niet uit de wielerwereld kwam was voor hem ondenkbaar. De "fietscouturier" Pierre Fonteneau bleef een ambachtsman in de nobele zin van het woord. Elke werknemer had zijn werkbank, de fietskaders werden gemaakt in de rue Laennec, en ze werden gemonteerd in de chaussée de la Madeleine. Deze productiemethode was niet aangepast aan de Amerikaanse markt, naar waar Stella in zijn hoogtijdagen 300 fietsen per jaar naar exporteerde. Het was een cruciale tijd, ze hadden naar een industriezone moeten verhuizen, geld moeten lenen om een fabriek te bouwen. Maar mijn Pierre sprak geen Engels, en is nooit naar de Verenigde Staten gegaan, hij had geen juridische en boekhoudkundige opleiding... Pierre Fonteneau was voor de techniek en de innovatie.
In de jaren 1950 rustte hij de fietsen van zijn renners uit met een versterkte achterbuis, dat was om prestatieverlies te voorkomen bij het trappen als een danser. Twee decennia later, in het ouderlijk appartement waar de eettafel als tekentafel gebruikt werd, stond hij om vijf uur 's ochtends op en maakte zijn echtgenote wakker met de woorden: “Ik heb het gevonden”.”Wat gevonden?” “De vouwfiets”. De plooifiets waarvan het stuur naar beneden werd geklapt en die in een koffer paste. De pocket-bi. Het was niet genoeg om het Stella-bedrijf te redden. Een Amerikaanse importeur deelde eind de jaren zeventig de genadeklap uit.
Fabrique de cycles Maxime Aumon, 113 Rue du General Buat, Nantes, France
Téléphone 121.36
Seul propriétaire des brévets des pédaliers Tilhet à deux vitesses et bicyclettes spéciale unijambiste.
Spécialisé dans la fabrication de cycles, Aumon possédait un esprit d’innovation qui le démarquait de ses concurrents. Inventeur du pneu ballon, il a également conçu de nombreux appareils pour faciliter le quotidien des personnes en situation de handicap.
Enige eigenaar van de brévetten van het Tilhet-crankstel met twee versnellingen en speciale eenbenige fietsen. Aumon was gespecialiseerd in de vervaardiging van fietsen en had een geest van innovatie die zijn fietsen onderscheidde van zijn concurrenten. Als uitvinder van de ballonband heeft hij ook veel apparaten ontworpen om het dagelijks leven van mensen met een handicap gemakkelijker te maken.
Phébus -- maison Lucas & Underberg 7 rue de Coulmiers in Nantes. Vervolgens Suresnes in Parijs.
"Phoebus" is de Grieks/Latijnse naam voor de god van de zon (Apollo), een symbool van licht / vooruitgang, wat goed paste bij een merk dat werd benadrukt door de reclame van die tijd. Phébus is de naam die Apollo kreeg nadat hij de zonnewagen had verslagen en door Zeus was veroordeeld om ermee te rijden, waardoor hij de zonnegod werd.
Geschiedenis en algemene context
Het merk Phébus werd in 1889 in Nantes opgericht als fabrikant van velocipedes. Al snel bleef het merk niet beperkt tot eenvoudige fietsen: het ontwikkelde gemotoriseerde driewielers (en later vierwielige modellen) onder de naam Phébus, met het bedrijf Noé Boyer & Cie in Parijs / Suresnes. Deze motoren gebruikten in sommige modellen Aster- of De Dion-motoren.
Phébus exposeerde zijn driewielers en quadris op de Salon des Tuileries (Parijs) in 1899.
Het merk heeft in de loop van de tijd samengewerkt met industriële fusies met Gladiator (en anderen). Wat lichte auto's onder de naam Phébus betreft, de activiteit stopte rond 1906, na 4-cilinder of 6-cilinder modellen.
"Klassieke" fietsen: Oorspronkelijk produceerde Phébus alle soorten fietsen: herenfietsen, damesfietsen, kinderfietsen, stads- en "landfietsen", zelfs "ceremoniële" modellen. Hun catalogus getuigde van deze diversiteit.
Er zijn echter maar heel weinig "gewone" Phoebus-fietsen bewaard gebleven. De overige exemplaren zijn zeldzaam.
De eerste fabriek stond in Nantes. Na fusies (met Gladiator in het bijzonder) werd de productie verplaatst naar Suresnes / Parijs, met een showroom aan de Avenue de la Grande-Armée in Parijs.
De firma Noé Boyer & Cie was actief van ongeveer 1898 tot 1906.
Phébus is tegenwoordig vaak beter bekend om zijn zeer esthetische reclameposters dan om zijn machines zelf. Op deze posters, vaak Art Nouveau / Belle Époque, zijn gevleugelde vrouwen, engelen, zonnestralen etc. te zien.
Zo maakte de kunstenaar H. Gray (alias Henri Boulanger) rond 1896 beroemde affiches "Cycles Phébus"
Onder de adelaar op het merkplaatje zien we de woorden NEC PLUS ULTRA. “NEC PLUS ULTRA” is een Latijnse uitdrukking die letterlijk betekent: “Niets verder voorbij” of “Niets meer daarboven.” Betekenis in context: Letterlijk: Het verwijst naar iets dat de uiterste grens aanduidt — er is niets beters of verder dan dit. Figuurlijk: Het wordt gebruikt om het hoogtepunt, het beste of het ultieme van iets aan te duiden. Oorsprong: De uitdrukking komt van de legendarische inscriptie “Non plus ultra” (“niet verder”) die volgens de mythe op de Zuilen van Hercules stond — het einde van de bekende wereld in de Oudheid. “Nec plus ultra” is een variatie daarop en wordt vaak ironisch of als lof gebruikt.
Genoemd als fabrikant in de Bottin du cycle 1959. Syphax produceerde fietsen en bromfietsen. In 1957 werd het merk Syphax gekocht door het merk Mimo.
Syphax was een Algerijnse koning twee eeuwen voor onze jaartelling. Het embleem van het merk is geïnspireerd op deze antieke esthetiek. Syphax geboren rond 250 en gestorven rond202 v.Chr. was een Berberse koning van westelijk Numidië (van ongeveer 225 tot 203 v.Chr. ), wiens hoofdstad Siga (het huidige Oulhaça El Gheraba ) en Cirta (het huidige Constantine ) in Algerije was . Zijn verhaal wordt verteld door Titus Livius , in Ab Urbe condita libri .
Cité comme constructeur dans le Bottin du cycle 1959. Syphax a produit des vélos et des mobylettes. En 1957, la marque Syphax a été rachetée par la marque Micmo. Syphax était un roi algérien il y a deux siècles avant notre ère. L’écusson de la marque s’inspire de cette esthétique antique.
La Fileuse is een historisch merk van fietsen gemaakt in Cholet. La Fileuse onstond in de jaren 1920 en kende toch wat glorierijke dagen, ze kenden ook hoogtijdagen met hun professioneel wielerteam.
La Fileuse betekend spinster. Cholet is een gemeente in het Franse departement Maine-et-Loire in de regio Pays de la Loire.
KOEHLER-ESCOFFIER ---- MÂCON (SÂON-&-LOIRE) ligt 65 kilometer ten noorden van Lyon --- Frankrijk.
Koehler-Escoffier is een Frans merk van motocyclettes dat in 1912 werd opgericht door Marcel Koehler en Jules Escoffier, een voormalig monteur bij Magnat-Debon. De fietsactiviteit van deze prestigieuze fabrikant Koehler & Escoffier is vergeleken met de beroemde Koehler-Escoffier motorfietsen en motoren verwaarloosbaar.
Het werd in 1929 gekocht door Monet-Goyon (in de beginjaren was dit merk een fietsenproducent)en het merk verdween in 1957.
OMEGA was een merk dat in Parijs werd opgericht maar later van eigenaar wisselde. Op 18 februari 1899 diende de heer Martial Bergeron het laatste grafische ontwerp van het Parijse merk in . OMEGA werd op 12 januari 1904 gekocht door Marius Lecomte fils (MLF) uit Lyon.
- Omega --- cycles sans chaîne. Lauvergniat & Ferrand , constructeurs . Bureaux & ateliers de construction 22 Avenue d' Italie à Paris et maison de ventes 27 Boulevard Poissonniére à Paris
- Omega- Maison Leconte fondée en 1863 , cycles & machine à coudre
Het Huis van Lecomte, gesticht door I. Lecomte in 1863, werd sinds 1897 geleid door een van zijn zonen, Marius Lecomte. De naai- en breimachines werden door het huis gebouwd onder hun eigen handelsmerk. Later werd er uitgebreid met fietsen. Aanvankelijk verkochten ze Peugeot fietsen. Maar na de aankoop van het Parijse merk OMEGA registreerde Marius Lecomte junior het fietsmerk op 12 januari 1904 opnieuw op zijn naam in Lyon. Na de installatie van de productieapparatuur hoefde hij geen Peugeots meer te verdelen.
De firma Lecomte bezat aan de quai de Retz 15 (nu quai Jean-Moulin) en op de Place de Lyon twee grote winkels voor de detailhandel in naaimachines, rijwielen en reserveonderdelen, evenals twee aangrenzende reparatiewerkplaatsen. Daarnaast was Maison Lecomte ook een tussenpersoon tussen de fabrikant en de detailhandelaar. De groothandel in naaimachines en fietsen werd samengebracht in een zeer groot pand, in 30 rue Pierre-Corneille, het hoofdkantoor van het Maison Lecomte,. De burelen bonden zich op 15, Rue Bugeaud.
Reinor ( ..1954..) Handy , Origine , Standard of D.S.A , cycles .
Mechanische productie met hoge precisie, Chimère-Reinor, Avenue Felix Faure 20 & 22, en ( .. in 1920..) Etablissements "Reinor" H. Petitjean, 4 & 6 Avenue Jean Jaurés in Lyon (1930) - Frankrijk
Production mécanique de haute précision Chimère-Reinor 20 & 22 Avenue Felix Faure et ( ..en 1920..) Etablissements "Reinor " H. Petitjean ; 4 & 6 Avenue Jean Jaurés à Lyon ( 1930) - France
Op 31 december 1907 registreerde Louis MOUTERDE, Avenue de Saxe 260, het handelsmerk GÉNIAL voor fietsen, inclusief remmen, freewheels en sturen. Op de merkplaatje staat het schild van Lyon afgebeeld.
In heel kleine letters staat er op het merkplaatje, naast Rugby Sport, ook A Augis Lyon. A. Augis is (was) een bedrijf gevestigd aan de 32 Rue de la République, 69002 Lyon in Frankrijk. Het bedrijf bestaat sinds 1830 . Zij maakten naast medaillons die met een persmal gevormd werden ook balhoofdplaatjes dat was zo rond 1960 / 70, maar ze maakten geen fietsen .
Barré Cycles van 1888 tot 1933 in Niort - Deux Sèvres en daarna Ets. GUILLER, Rue du Port in Fontenay le Comte Vendée – Frankrijk
In 1888 opende Barré zijn winkel in Parijs. Hij was toen een fietsverhuur- en productiebedrijf, vermeld in de gids als "Velocipede Factory and Special Nickel Plating and Enameling Workshop". Het merk produceerde ook gemotoriseerde driewielers en vierwielers en werd later overgenomen door de Guiller-fabrieken.
Gaston Barré opende in 1888 een winkel en werkplaats in Niort, aanvankelijk met verhuur en reparatie van fietsen.
In 1894 begon hij met de productie van zijn eigen fietsen.
In 1899 waagde hij zich met de productie van auto's, met een kleine auto.
In 1900 heette het bedrijf Ets BARRE & Cie - Cycles and Automobiles , gevestigd aan de Avenue de la République 11 en de Rue Ricard in Niort.
In 1906 werd het " Société des Automobiles G. Barré ".
De autoproductie breidde zich uit met een breder scala aan modellen; Barré produceerde ook vrachtwagens en personenauto's.
In 1920 ging Gaston Barré een partnerschap aan met zijn zoon Maxime en richtte " Maxime Barré - opvolger van het voormalige Ets
BARRE & Cie " op, met fabrieken aan de Rue Tartifume en kantoren aan de Rue Langlois.
In 1923 sloot Lamberthon zich aan bij Barré: " Barré & Lamberthon - opvolgers ."
In 1926 bereikte de jaarlijkse productie 400 auto's (met 250 werknemers), terwijl de fietsenafdeling nog steeds 50 werknemers in dienst had.
In 1927, na het vertrek van de heer Lamberthon, werd het bedrijf omgedoopt tot " SA des Automobiles Barré ".
De autoproductie stopte in 1928. De fietsenproductie ging door.
In 1931 bereikte de jaarlijkse productie 4.000 tot 5.000 fietsen.
Arrow (...1998), cycles - fabriek rue Pierre Brossolette, later in de rue Nobel ---- Quimper -- France/Frankrijk
ARROW / CYCLI ARROW: Het merk Arrow verscheen in het wielerjaarboek van 1967. Het merk werd na de oorlog opgericht (volgens verschillende bronnen in 1946 of 1949..?). De fabriek van het rijwielmerk Arrow was gevestigd in de rue Brossolette ( later in de rue Nobel) te Quimper.
Wielerploeg:
De beroemdste renner die de kleuren (wit en rood) van de wielerploeg Arrow droeg was Joseph Morvan, bekend als “Job”, hij nam zes keer deel aan de Tour de France. Deze merken uit Quimper waren broedplaatsen voor kampioenen. Maar het was voor hen moeilijk om financieel te concurreren met de grote nationale fietsmerken. De meest getalenteerde jonge renners zetten hun carrière vaak voort bij die andere grotere fabrikanten. Dus Job Morvan begon bij Arrow, maar stapte vervolgens over naar het team Saint-Raphaël-Geminiani, in west Frankrijk. Op de wielertrui werd de merknaam Arrow doorboord door een pijl.
♦ Pandore , cycles Dourlens, constructeur , rue Grande Rue in St. Just nabij Marais & Beauvais – Oise
Totaal onbekende fietsenconstructeur die in de buurt van Beauvais werkte.
Constructeur totalement inconnu qui travaillait près de Beauvais
Saint-Just-des-Marais is een voormalige Franse gemeente in het departement Oise , in de regio Hauts-de-France . Het maakt sinds 1943 deel uit van de gemeente Beauvais .
Terrot was een motorfietsfabrikant in Dijon , Frankrijk .
Charles Terrot en Wilhelm Stücklen hadden in 1862 een machinefabriek opgericht in Cannstatt, Duitsland, Terrot voegde er in 1887 een filiaalfabriek aan toe in Dijon, drie jaar later in 1890 voegde de fabriek in Dijon fietsen toe aan zijn producten.
In 1902 maakte de fabriek in Dijon zijn eerste motorfiets. Hij werd aangedreven door een motor van 2 pk , geleverd door Zédel uit Zwitserland .
Terrot produceerde zijn eerste tweecilindermodel in 1905. Vanaf 1915 leverde het 500cc-machines aan het Franse leger. In 1929 produceerde het bedrijf zijn 100.000ste motorfiets.
Na de Grote Depressie werd een nieuwe klasse voertuigen, gemotoriseerde fietsen , geïntroduceerd.
In de Tweede Wereldoorlog leverde Terrot het Franse leger zijspannen. In 1951 produceerde Terrot zijn eerste motorscooter , genaamd VMS. In de jaren vijftig richtte het bedrijf zich op de markt voor bromfietsen en lichtgewicht motorfietsen.
In 1958 nam Peugeot het bedrijf over. In 1961 eindigde de productie in de voormalige Terrot-fabriek.
♦ Terrot , (..1901.1938...)Manufacture de cycles & automobiles (out) Magasin & Exposition 81 Rue de la Liberté et usine 2 Rue André-Colomban 21000 Dijon - Côte d’or
Magnat-Debon - Etablissement Magnat-Debon werd opgericht in 1900, geboren uit de samenwerking van de heren Joseph Magnat en Louis Debon, fietsen- en motorfietsbouwers, 69 Cours Jean Jaurés in Grenoble. Filiaal : Maurer- 160 Rue de la Pompe in Parijs. Na de overname door Terrot; Magnat-Debon, 51 Bis Boulevard Thiers in Dijon.
Magnat-Debon - Etablissement Magnat-Debon nait en 1900 de l'association de MM Joseph Magnat et Louis Debon, constructeurs de cycles & motos , 69 Cours Jean Jaurés à Grenoble et Agence : Maurer 160 Rue de la Pompe à Paris. Aprés le reprise par Terrot ;Magnat-Debon 51 Bis Boulevard Thiers à Dijon.
Historiek
Magnat-Debon was een prachtig Frans merk van fietsen en motorfietsen. Magnat-Debon werd in 1893 in Grenoble opgericht door Joseph Magnat, een autodidactische horlogemaker, en Louis Debon, een werktuigbouwkundig ingenieur, wat door de nationale pers die gespecialiseerd was in het fiets- gebeuren de stad Grenoble de titel van « Capitale de la pédale » (Hoofdstad van de Pedaal) opleverde.
Het bedrijf heeft verschillende slogans gehad, « La marque du connaisseur », « La marque de qualité », « La première marque du tourisme », « La motocyclette de qualité », ou « La première marque de tourisme ». (“Het merk van de kenner”- "Het keurmerk"-“Het eerste merk van toerisme”- "De kwaliteitsmotorfiets"- "Het eerste toerismemerk").
Het balhoofdplaatje stelt de wereldbol voor, met de contouren van de continenten, geplaatst op een wolk doorkruist door drie banden waarop we kunnen lezen: Cycles Magnat & Debon Constructor".
Magnat Debon was een van de van de grote fietsfabrikanten. Het merk innoveerde op het gebied van fietsversnellingen. Het nam aan het begin van de 20e eeuw deel aan het beroemde "Concours de Bicyclettes de Tourisme", georganiseerd door de Touring Club de France. In 1902 nam Magnat Debon deel met een Retro-Direct model. In 1905 won Magnat Debon op dezelfde wedstrijd een gouden medaille met een fiets met drie versnellingen in een versnellingsbak. Deze fiets met een trapas met versnellingen was succesvol en bleef lange tijd in de catalogus van het merk, hoewel dit systeem een op maat gemaakt frame vereiste.
Pas in 1902 hoorden we voor het eerst over een Magnat-Debon motorfiets. Het bedrijf groeide echter vooral rond de productie van fietsen en daarnaast was er ook een autoreparatie activiteit.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam het bedrijf deel aan de oorlogsinspanning, dat deden ze door munitie en een motorfiets voor koeriers, genaamd Aviation, te produceren. Na de Eerste Wereldoorlog ondermijnde de economische terugval van het land, en dat in combinatie met de dood van de belangrijkste leidinggevenden, het bedrijf.
In 1924 werd Magnat-Debon gekocht door Terrot, ze werden samengevoegd en werkten samen in een commercieel partnerschap met Peugeot. In de jaren 1950 was het hoofdkantoor van Magnat Debon, gefuseerd met Terrot, gevestigd op 51 bis Boulevard Thiers in Dijon, met een verkoop- en tentoonstellingswinkel op 30 avenue de la Grande-Armée in Parijs.
We vonden het merkterug in de koers, in 1955 bewees de Luxemburger Charly Gaul de beste klimmer van de Tour de France te zijn en behaalde hij de derde plaats in het algemeen klassement,dat in de kleuren van Magnat Debon (geassocieerd met het merk Terrot).
Het merk Magna-Debon verdween in 1962, dat na de aankoop van het Etablissement Terrot-Magna-Debon door Peugeot.
MAGNAT-DEBON FUT UNE BELLE MARQUE FRANÇAISE DE VÉLOS, ET DE MOTOS.
Magnat-Debon a été créée à Grenoble en 1893 par Joseph Magnat, horloger autodidacte, et Louis Debon, ingénieur mécanicien, ce qui vaudra à la ville de Grenoble le titre de « Capitale de la pédale » par la presse nationale spécialisée dans le cycle.
Pendant la Première Guerre mondiale, l’entreprise participe à l’effort de guerre en produisant des munitions.
La marque Magna-Debon disparaît en 1962 après le rachat des Etablissement Terrot-Magna-Debon par Peugeot.
L’entreprise a eu plusieurs slogans, « La marque du connaisseur », « La marque de qualité », « La première marque du tourisme », « La motocyclette de qualité », ou « La première marque de tourisme ».
La plaque de cadre représente le globe terrestre, avec les contours des continents, posé sur un nuage barré de trois bandeaux sur lesquels on peut lire : Cycles Magnat & Debon Constructeur ».
Cottereau is herkenbaar aan het acroniem CID, Constructions Industrielles Dijonnaises (Dijon Industriële Constructies).
In 1891 richtte Louis Cottereau een fietsen- en motorfietsenfabriek op in Dijon. In 1891 kwam de eerste Cottereau-fiets op de markt en in 1898 had het bedrijf zich uitgebreid naar de opkomende automarkt. In 1898 begon het merk met de bouw van auto's.
Maar doordat Cottereau zich terugtrok uit de concurrentiestrijd, raakte Cottereau gemarginaliseerd en ging het bedrijf in 1912 failliet. Het bedrijf Cottereau werd overgenomen door concurrent Terrot. De onderneming werd CID Constructions Industrielles Dijonnaises (Anciens Établissements Cottereau). Louis Cottereau stierf in 1917 in een psychiatrische inrichting.
Louis Cottereau
Louis Cottereau (geboren op 11 februari 1869 in Angers – gestorven op 21 september 1917 in Dijon.
Met zijn kleine gestalte van 1,68 meter was Louis Cottereau een groot kampioen van de late 19e eeuw, met 162 overwinningen in 240 wedstrijden tussen 1888 en 1890. Als wielrenner, die uitblonk in wegwedstrijden, lange afstanden en baanwielrennen, won Cottereau alles.
In 1888 werd hij Frans juniorenkampioen wielrennen over 5 kilometer in Pau , Frans kampioen over 2500 meter in Bordeaux -Saint-Augustin en Frans vicekampioen over 100 kilometer. In 1888, 1889 en 1890 werd hij driemaal achtereenvolgens Frans kampioen driewielers.
Hij werd tweede op het Franse kampioenschap middellange afstand in 1888 en werd Frans kampioen sprint in 1890 . Hij won de race Bordeaux-Parijs in 1893 .
Hij richtte dus het bedrijf Cottereau op en won als autocoureur het tweede Critérium des Voiturettes met een voertuig van zijn eigen merk (met een gewicht van 400 kg ), georganiseerd op 17 mei 1900 door Le Vélo op de route Étampes - Ablis - Étampes, tweemaal afgelegd om een afstand van 100 kilometer af te leggen (tweede keer Léon Théry ).
Als automobielconstructeur werd hij rijk en hij spendeerde zijn vermogen aan een kunstverzameling. Door speculatie verloor hij zijn volledig vermogen en werd hij krankzinnig. Louis Cottereau overleed op 21 september 1917 te Dijon in een krankzinnigengesticht.
COTTEREAU
Cottereau est reconnaissable par son sigle CID, Constructions Industrielles Dijonnaises.
Petit gabarit, 1m68, Louis Cottereau fut un très grand champion de la fin du 19ème siècle, 162 victoires sur 240 courses entre 1888 et 1890.
Coureur complet, course en ligne, longue distance ou piste sur vélodrome, Cottereau remporte tout.
En 1891, il crée à Dijon une entreprise de production de bicyclettes et de motocyclettes. En 1898, la marque se met à construire aussi des automobiles, des petits phaétons (sorte de cabriolets) et voitures de course.
Puis ses affaires périclitent, il meurt dans un asile de fous en 1917. En 1912, les établissements Cottereau sont rachetés par leur concurrent Terrot.
Cycles Urago – 17, Rue de la République- Nice- France/Frankrijk
Het fietsmerk werd in 1935 opgericht door Dominique Urago en was tot ergens in de jaren 80 actief als leverancier van fietsen. Urago was een familiebedrijf en fabrikant van handgemaakte fietsen. De Italiaanse familie Urago was oorspronkelijk afkomstig uit Piemonte, ze emigreerden aan het einde van de 19e eeuw.
Samen met zijn broers Joseph en Francois stond Urago bekend om de kwaliteit van hun handgemaakte frames. François Urago was een pistewielrenner die kampioenschappen won van het begin de jaren 1920 tot 1930, het is zijn beeltenis dat op het merkplaatje staat.
Het merk leverde van 1935 tot en met 1964 wielrennersfietsen. Topmodellen werden vaak gemaakt door de ambachtelijke framebouwer Anicet Cattanéo (eveneens gevestigd in Nice), die tot eind jaren 70 of begin jaren 80 doorging met bouwen. De Urago-fietsen waren prestigieuze baan-, race- en toerfietsen.
Het lijkt er op dat vanaf de jaren 1970 het balhoofdplaatje met de beeltenis van de "lachende stayer" (Francois Urago) werd vervangen door een "sticker"-versie, en halverwege de jaren 70 werden deze vervangen door een versie van het adelaarsembleem dat vaker op de zitbuis te zien was.
Vanwege de concurrentie en globalisering sloot de winkel van de familie Urago in Nice haar deuren en stopte zo in de jaren 80 met haar activiteiten.
Riva- Sport cycles -" Le monde dans sa roue ". -- Société centrale de constructions mécanique (Comptoir bourbonnais du cycles), 14 à 18 Rue de Madrid, Vichy – Allier, France /Frankrijk.
Riva-Sport cycles------------ Cusset – Allier
SOCIETE CENTRALE DE CONSTRUCTIONS MECANIQUES / RIVA-SPORT / CYCLES RIVA-SPORT
Het was Louis Rivière uit Saint-Étienne die in 1944 ( andere bron vermeld 1941), in Vichy Riva Sport Industries oprichtte. Riva Sport produceerde onder andere Thomann-fietsen, gebruikt door Jean Robic, winnaar van de Tour de France van 1947, bromfietsen (Motobloc) en scooters (merken Sulky en Sporting). Het merk Riva Sport sponsorde van 1946 tot 1949 professionele wielrenners. Het shirt was marineblauw met oranje biezen.
In 1949 werden de RIVA-SPORT-fietsen geproduceerd door SCCM, NV, dat in 1949 een kapitaal van 40 miljoen frank had. In de moderne fabriek in Vichy werden niet alleen Riva-Sport-fietsen geproduceerd, maar ook Alphonse Thomann-fietsen... In 1949 bedroeg de maandelijkse productie ongeveer 3.000 exemplaren! Wat betreft de fietsen van Alphonse Thomann: Thomann bestond al vóór RIVA-SPORT, sinds de oprichting ervan in 1900. In 1950 bouwde Louis-Rivière een nieuwe fabriek (later overgenomen door Alzay en in 2007 vervangen door een gebouw) in Vichy, route d'Abrest. De directeuren waren de heren Peltier (algemeen directeur), Maisonneuve (fabrieksdirecteur) en Thomas (schoonzoon van L.E. Rivière). Het bedrijf had meer dan tweehonderdvijftig werknemers in dienst. Louis-Émile Rivière, goed geïntegreerd in de Vichy-kringen (voorzitter van Rotary), woonde in de beroemde "Venetiaanse villa" van architect Décoret aan de Rue de Belgique. Hij overleed in 1961 na de sluiting van de fabriek in 1958.
Pas begin jaren 2000 werd de voormalige Riva Sport-fabriek, die een industriële woestenij was geworden, gesloopt en vervangen door een woongebouw.
Het Riva-Sport-balhoofdplaatje stelt de wereldbol voor die in het voorwiel van een fiets is geplaatst. Balhoofdplaatje Riva-Milan identiek.
Cycles Galibier -- B-merk van Alcyon------ Frankrijk
Cycles Galibier is een Frans fietsmerk waarvan de merknaam verwijst naar de Col du Galibier een bergpas in de Franse Alpen die bekend is door de Ronde van Frankrijk.
De Col du Galibier is een bergpas in de Franse Alpen. Hij verbindt Saint-Michel-de-Maurienne en Briançon via de Col du Télégraphe in het noorden en de Col du Lautaret in het zuiden. De pas is in de winter gesloten. De bergrug waar de Col du Galibier deel van uitmaakt vormt een verbinding tussen het Massif des Arves en Massif des Cerces.
De bergpas is vooral bekend vanwege wielrenetappes in de Ronde van Frankrijk. Op de Galibier is ook een monument geplaatst ter nagedachtenis aan Henri Desgrange, de eerste directeur van de Ronde van Frankrijk. Omdat de Galibier alleen te bereiken is als de Col du Télégraphe of de Col du Lautaret is bedwongen, maakt dit deze bergpas tot een van de zwaarste Alpencols in de wielergeschiedenis. De allereerste beklimming van de Galibier in de Ronde dateert al van de Ronde van Frankrijk 1911. Van dat jaar af, tot en met de editie van 1939, werd de Galibier elk jaar opgenomen in het rondeboek.
Maar... Een dapper lid van de Véloce Club Batignollais droeg die naam in 1905 en 1906.... Hij nam deel aan het "kampioenschap snelheid" georganiseerd door de krant L'Auto (presentatie op 3 mei 1905)... Hij nam in die jaren ook deel aan diverse wielerwedstrijden voor coöperatieven en in Parijse wedstrijden. Hij nam het in die jaren vaak op tegen de inmiddels legendarische A. THOMANN.... Heeft hij geprobeerd zijn voorbeeld te volgen en zijn naam op fietsen te laten zetten?!?
Als we dit merk dan toch niet aan een fietser te danken hebben dan komt het van het Latijnse woord populus, dit is een interessant en veelzijdig woord — het kan verschillende betekenissen hebben afhankelijk van de context:
1 Betekenis: volk, natie, gemeenschap, burgerij. Vb.: Populus Romanus — het Romeinse volk
2 Betekenis: populier (de boom).
Misschien was Populus gewoon een "populair" model dat bijvoorbeeld door enkele grote Parijse winkels werd verkocht.
In het Spaans is “riquita” een verkleinwoord van “rica”, wat letterlijk betekent: “rijk” of “rijk meisje/vrouw”, maar in spreektaal wordt het vaak gebruikt als een liefkozende of flirterige term, afhankelijk van de context.
Betekenissen kunnen zijn:
Letterlijk: “rijk meisje” of “rijk vrouwtje”.
Informeel / liefkozende betekenis: “mooie”, “lieve”, “sexy”, of “lekker ding” (in informele context).
Soms ook gewoon “schattig meisje” als het lief bedoeld is.
De term 'Boréal' (boreaal in het Nederlands) is ontleend aan de god van de noordenwind Boreas uit de Griekse oudheid. Het gerelateerde begrip "Hyperborea" betekende het gebied "voorbij de noordenwind". Aangezien Boreas in Thracië (Noord-Griekenland) zou resideren, dachten de Grieken hierbij aan een ongedefinieerde natie in de noordelijke gebieden van Europa en Azië. Hieraan is ook het zelfstandig naamwoord 'Boreaal' ontleend, dat gebruikt wordt voor een geologisch tijdvak, voor een ecologische zone (gelegen tussen de toendra's en de gematigde zone) en daarmee samenhangende boreale vegetatie.
De Dikke Van Dale (ed. 2019) geeft als betekenis van het bijvoeglijk naamwoord boreaal:
1 'noordelijk', dat is 'gelegen in, behorend tot het noorden'
2 (niet-algemeen) 'noords', dat is 'tot het noorden, m.n. van Europa, behorend, aldaar voorkomend'
Volgens de INPI-database werd het handelsmerk in 1977 geregistreerd door COMPTOIR DU CYCLE BOB FRERES, (SARL) - Impasse Chevandier - VALENCE (Drôme). In hetzelfde jaar registreerden ze ook het handelsmerk HOWEL.
Tussen een lot Franse balhoofdplaatjes vond ik deze medaille die werd uitgereikt aan Franse militaire wielrenners.
Voorzijde: Burger (vermoedelijke Antoine Wolber) drukt de hand van een Franse infanterie soldaat, op de achtergrond rechts leidt Marianne een Franse infanterieaanval. Marianne is sinds de Franse Revolutie de nationale personificatie van de Franse Republiek, als personificatie van vrijheid, gelijkheid, broederschap en rede , en tevens een uitbeelding van de Godin van de Vrijheid. In de afsnede staat: 'Cyclisme Militaire 1913'.
Keerzijde: Het Vrijheidsbeeld in New York ( ontworpen door de Franse beeldhouwer F. Bartholdi en tevens het logo van de firma Wolber) met rechts op de achtergrond twee wielrenners. Opschrift: 'Offert par A. Wolber', onderaan het monogram van Wolber.
Vervaardigers monogram 'E.F.'. Brons. De medaille heeft een diameter van 46 mm en weegt 45,2 gram.
Deze penningen werden uitgereikt als eremetaal aan militaire wielrenners. Soms werd de wedstrijdafstand er in gegraveerd, evenals de naam van de renner en de behaald plaats.
WOLBER
Antoine Wolber werd geboren op 2 mei 1863 in Saint-Étienne ( Loire ) en stierf op 29 maart 1927. Hij was een Franse industrieel en oprichter van de Franse firma en bandenmerk: La Manufacture générale de caoutchouc et de pneumatiques A. Wolber. Wolber produceerde fietsbanden voor de merken "Military", "Liberty" en "Le Bon Courrier" , loopvlakken, binnenbanden, holle en massieve rubbers, gegomd canvas, oplosbaar rubber, maar ook diverse benodigdheden voor de fiets: pedalen, handvatten, remblokken, claxons, pompen, ventielen, etc.
Uit de verschillende geraadpleegde documenten is niet met zekerheid vast te stellen op welke datum het bedrijf A. Wolber is opgericht. Een eerste spoor van de heer Wolber vinden we echter in de "Véloce Sport" van 17 november 1892, waarin het volgende wordt vermeld: "...De heer Wolber, 25 rue d'Enghein in Parijs, vertegenwoordiger van het bedrijf Torrilhon and Co, zal naar Londen gaan voor de Stanley Show, waar het bedrijf zijn zelfherstellende banden tentoonstelt. De heer Wolber zal verblijven in het Manchester Hotel, Aldergate Street, Londen, waar hij ter beschikking zal staan van fabrikanten die met hem zaken willen doen..."
In 1898 werd in Levallois-Perret een eerste fabriek geopend op een terrein van 1.110 m2. Er werkten 80 mensen. Een tweede fabriek opende in 1904 in Vailly-sur-Aisne. In 1910 besloeg deze 10 hectare en had 400 werknemers in dienst. De fabriek specialiseerde zich in de productie van fietsbanden en bereikte toen 500.000 banden per jaar. Tenslotte werd er een derde fabriek geopend in Soissons.
In 1911 werd het bedrijf A. Wolber, op de Internationale Expositie van de Industrieën en de Arbeid in Turijn, beloond met een gouden medaille voor haar luchtbanden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de fabrieken van Vailly-sur-Aisne en Soissons grotendeels verwoest.
In 1972 werd Wolber overgenomen door Michelin. De onderneming bleef nog 27 jaar bestaan, voordat de vestiging in Soissons in 1999 definitief werd gesloten. Het bedrijf werd op 23 september 2011 in gerechtelijke vereffening gesteld en op 9 juli 2012 uitgeschreven.
WOLBER EN HET WIELRENNEN
Samen met Peugeot creëerde Wolber de Tour de France voor onafhankelijken van 1910, ook bekend als de Peugeot-Wolber Tour de France. Dat was een wielerwedstrijd over een afstand van meer dan 3.000 km die plaats vond tussen 7 augustus en 4 september 1910 en waaraan er meer dan 500 deelnemers participeerden. Wolber lanceerde ook de Grand Prix Wolber, beter bekend als de Wolber GP. Deze wielerwedstrijd , die vanaf 1922 in Frankrijk werd gehouden , gold tot de oprichting van het Wereldkampioenschap voor Professionals in 1927 als een onofficieel wereldkampioenschap. De Wolber GP zou uiteindelijk in 1934 verdwijnen .
Wolber sponsorde in de loop der decennia ook een aantal wielerploegen:
Ik ben Delameilleure Philippe
Ik ben een man en woon in Preshoekstraat 145 - 8510 Marke - België (België) en mijn beroep is Gepensioneerd.
Ik ben geboren op 27/09/1960 en ben nu dus 65 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Wielrennen - Verzamelen van fietsmerkenplaatjes (balhoofdplaatjes) .