Parsifal en Pasen


Al meer dan veertig jaar luister ik in deze periode naar Parsifal van Richard Wagner, vroeger in de Koninklijke Vlaamse Opera te Antwerpen die eens faam genoot het Bayreuth van het Noorden te zijn, later op CD of DVD. Het waren lang niet altijd voorstellingen op internationaal niveau, zo herinner ik me een vernietigende recensie van Stefaan Moens uit de jaren '80 met de titel : "Parsifal in Antwerpen, Tarzan in de Opera".
De muziek van Wagner is niet simpel maar eens hij je beet heeft, de beroepszuurpruim, ga je definitief voor de bijl. De man is qua persoon zeer gecontesteerd wegens zijn anti-semitisme en zeker wegens de beruchtste bewonderaar die hij gehad heeft, Hitler. Ik heb me nooit in die discussies gemengd : Wagner was een muzikaal genie en een aartsmoeilijk mens. Hij schreef zijn eigen tekstboeken en componeerde tegelijk de muziek erbij. De meeste verhalen zijn holala ... Germaanse sagen, draken, kobolden, ridders, bizarre wezens, de Graal, zware symboliek, aber ich liebe dass ... Het gaat mij om de muziek, de man was vermoedelijk hysterisch, mythomanisch en biseksueel. De Joodse Nederlander Martin van Amerongen, hoofdredacteur van het superlinkse Vrij Nederland die dikwijls te zien was in het politieke programma Buitenhof op zondag, zegde het zo : "Jood zijnde moet ik die man haten, maar zijn muziek is grandioos en ook al voel ik me schuldig, ik beluister ze vaak..."

Als u de Matthäuspassion wat beu beluisterd bent, àls u van klassieke muziek houdt (onderafdeling opera), als u bovendien lichtjes romantisch ontvlambaar bent, tijdelijk kierewiet zijn niet schuwt, raad ik u een stukje Parsifal aan. Valt het mee ? Wagner heeft er nog ruim een tiental andere om u in te verdrinken. Valt het niet mee ? Dit is nog steeds een vrije wereld, ondanks de intolerantie van velen.
Ray
NASCHRIFT
Mijnheer Erik heeft een schitterend fragment op Youtube gevonden met Placido Domingo, de dirigent is de fenomenale Valéry Gergiev en het is een productie van het Mariinsky Theater. Op het laatst verschijnt een zwart-wit filmfragment, dat vermoedelijk geprojecteerd wordt op doek tijdens de voorstellingen. Het komt uit een Zweedse film (de acteurs praten Zweeds), ik herken op de achtergrond Max von Sydow en vermoed dat de film "Het Zevende Zegel" is. Indien er mensen zijn die meer weten, laat het ons aub weten.Dank.









4 reacties op dit bericht
Castaar !
Pasen
Heilige witte Jozef van het lotto-centrum is vanavond op tv geweest. In zijn oneindige goedheid heeft hij besloten om geen klacht in te dienen tegen Léonard. Er zijn geen wetten voor (nog niet !) om iemand die het woord “abnormaal” gebruikt voor de rechter te dagen, maar het komt wel dicht bij stigmatisering en discriminatie. De journalist van dienst op tv1, met gekend geaarde signatuur, mocht tevreden berichten dat de ontkenning van Léonard gelogen was en het bandje werd als bewijs afgedraaid. Voilà, hij heeft het toch gezegd. Gemakkelijkheidshalve werd geen commentaar gegeven over het feit dat de interviewende journalist van Télé Moustique zelf de voorzet had gegeven door bij zijn vraagstelling het woord “abnormaal” te gebruiken. En monseigneur liep in de val, terwijl hij, naar het voorbeeld van zijn grote baas, toch beter had moeten weten. Nu ben ik niet meer zo christelijk, maar ik weet nog wel dat, toen men aan Jezus vroeg of hij de zoon van God was, er werd geantwoord :”Gij zegt het !” Ware dit geen diplomatischer antwoord geweest van monseigneur ?
Aan iedereen een zalig of vrolijk pasen of lentefeest of wat dan ook gewenst !
Heren, u wekt mijn interesse
Nooit echt van opera gehouden: onbekend is onbemind.

Misschien doe ik wel een poging want heb met groeiene belangstelling genoten van het fragment dat u ons laat beluisteren.
Heer Ray, sta me toe u en de lezers van de blog een handje te helpen:
Uw vermoeden lijkt te kloppen dat het filmfragment uit "het zevende zegel" komt al snap ik dan wel niet het verband.
Dit haalde ik van Moviegids:
Leven, dood en de afwezigheid van God
Ingmar Bergman werd in 1918 geboren als zoon van een Lutheraanse dominee. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de jonge Bergman redelijk wat tijd doorbracht in de parochiekerk van zijn vader. Daar was hij onder de indruk van schilder- en beeldhouwwerken die verschillende facetten van het christelijk geloof uitbeeldden, zoals bijvoorbeeld de kruisiging van Christus en het Laatste Oordeel. Eén beeld zou hem echter lang bijblijven en zelfs de inspiratiebron van een film vormen: een schilderij waarop de Dood schaak speelt met een ridder.
Dit intrigeerde Bergman zodanig dat hij er eerst een toneelstuk over schreef (Trämålning) en het later verwerkte in een filmscenario. Het duurde echter een paar jaar vooraleer hij de studio, Svensk Filmindustri, kon warm krijgen voor zijn nieuwste project. In 1956 kreeg Bergmans laatste film, Sommarnattens Leende, echter een prijs op het festival van Cannes en zette Svensk Filmindustri het licht op groen. Tenminste als Bergman zich aan één belangrijke voorwaarde kon houden: zijn nieuwste film moest zo snel en zo goedkoop mogelijk gemaakt worden. Op 36 dagen tijd was Het Zevende Zegel een feit en in 1957 won de film op datzelfde festival van Cannes de speciale prijs van de jury.
Voor de titel zocht Bergman zijn inspiratie in de Bijbel. Het zevende zegel verwijst naar het boek Openbaring en staat symbool voor de ontsluiering van het geheim van God. Meteen komen we dan bij het belangrijkste thema van de film: God of Zijn afwezigheid. Bergman doorweeft namelijk 2 overtuigingen in Het Zevende Zegel, die recht tegenover elkaar staan. Er is ten eerste het naïeve, als het ware kinderlijke geloof in God en al Zijn manifestaties (Christus, heiligen, wonderen,...); dit is de manier waarop de jonge Bergman zijn geloof beleefde. Hier tegenover staat het rationele skepticisme, dat een bewijs van Gods bestaan vraagt en bij afwezigheid hiervan het geloof verwerpt; dit vertegenwoordigt het gedachtengoed van de al wat oudere Bergman.
Het beeld van de Dood die schaak speelt met een ridder opent de film en komt regelmatig terug. Een ander beeld dat Bergman al evenzeer intrigeerde en dat ook prominent aanwezig is in de film is het picareske van de Middeleeuwen, met name de trektochten waaraan verschillende bevolkingsgroepen deelnamen: ridders, monniken, boetedoeners, toneelspelers, troubadours, ... Zowat alle hoofdpersonages ondernemen zo'n tocht. Zo komen een ridder en zijn schildknaap terug van de kruistochten in een Zweden waarin iedereen op de vlucht is voor de pest. De Dood, die het tweetal al een tijdje gevolgd heeft, daagt de ridder uit tot een schaakspel; verliest deze laatste, dan moet hij sterven. De ridder kan echter uitstel verkrijgen: door al de gruwelijkheden van de kruistochten en de oorlogen is hij aan zijn geloof beginnen twijfelen en hij wil nog een ultieme poging ondernemen om de Waarheid omtrent God te weten te komen.
Het zal wel duidelijk zijn dat de ridder het rationele gedachtengoed van de regisseur weerspiegelt. De andere houding tegenover het geloof in God wordt verpersoonlijkt door een groepje spelers, Jof en Mia en hun zoontje Michael. Zij vertegenwoordigen het heilige in de mens en worden wel eens vergeleken met Jozef en Maria. Hun optimistische levenshouding staat in schril contrast met de zwaarmoedigheid van de ridder. Ondanks de verschillen in gedachtengoed raken de ridder en de schildknaap bevriend met het kleine toneelgezelschap en besluiten ze zelfs tezamen hun tocht voort te zetten. Lang zal dit echter niet duren, want de Dood zit hun op de hielen.
Voor de vertolking van de verschillende personages deed Bergman een beroep op acteurs die we wel vaker zien in zijn (vroegere) films, zoals Max von Sydow (de ridder), Bibi Andersson (Mia) en Nils Poppe (Jof). Ingmar Bergman zelf was niet alleen verantwoordelijk voor de regie en het verhaal, maar schreef ook de teksten van de verschillende liedjes die in de film te horen zijn. Voor de muziek deed hij een beroep op Erik Nordgren, wiens bijdrage overigens nog in andere films van Bergman te horen is.
Het Zevende Zegel werd lang aanzien als een meesterwerk, maar komt bij een hedendaags publiek ouderwets over. De afwezigheid van God is nu niet echt een populair onderwerp en de directheid waarmee Bergman zijn onderwerp behandelt komt raar over. Toch blijft het een belevenis om deze film te bekijken en dat is dan vooral te danken aan de krachtige beeldentaal en de meer dan degelijke acteerprestaties. Dit is misschien niet de beste film van Bergman, maar de kiem van zijn meesterschap is er toch al in terug te vinden.
En nu ga ik ook nog eens voor mezelf op zoek wat Parsifal van Wagner eigenlijk inhoudt.
Tussen haakjes: heb ik u al gezegd dat dit de enige blog is waar ik de moeite voor doe om te reageren? Tot volgende keer dan maar weer.
Kastaar de zeveraar.
Dank !