Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 januari 2012 tot 31 januari 2012

duizendtallen

Een gedicht van Antony Winkler Prins 1817-1908

Duizendtallen oceanen

Duizendtallen oceanen
Zijn in ’t eindloos wereldmeer
Van mijn bittre weemoedstranen
Slechts een droppel en niets meer.

Honderdduizend eksterogen
Doen de zwerver minder smart,
Dan het branden van mijn ogen,
En het smachten van mijn hart.

Tachtig uitgevaste leeuwen
Om het leger der hijëen,
Kunnen samen nooit zo schreeuwen,
Als ik huil om u alleen!

Sentimentele Poëzij

Illustratie: het leger der hijëen

schrijver

Geschreven door Dora om 19:40 Reageer op dit bericht

voetbal- hymne

Een gedicht van Charivarius 1870-1946

Voetbal-hymne

O Spel, dat hoofd en hart der knapen vult,
Die dagelijks 't gedaas der krant verslinden,
In hartstocht, die geen smaak voor 't hogere duldt,
Dat mensen beesten maakt, en zienden blinden -

Hoort, hoe het plebs uit rauwe kelen brult,
Terwijl het aan 't afzichtlijk schouwspel smult,
Als daar een horde woestaards en ontzinden
In 't schunnig schop-werk vuile vreugde vinden ...

Ziet, hoe des lichaams schoonste lijn zich kronkelt,
De pees zich opbolt als een boos gezwel,
Wijl 't oog van een onheil'gen vuurgloed fonkelt ...

Ja, duizendwerf vervloekt zij 't voetbalspel,
Waarbij bedrogen wordt, gewed, gekonkeld ...
Voort! vuige voetbalbende - vaar ter hel!

Ruize-rijmen (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:47 Reageer op dit bericht

nachtlied

Een gedicht van Fernanr Toussaint van Boelaere

Nachtlied

Geen enkel ver gerucht
en komt tot mij gedreven;
De bomen van de dreven
en lozen zelfs geen zucht.

Geen late muggenvlucht
zie 'k vóór mijn ogen zweven;
De nacht heeft saamgeweven
zo innig, aarde en lucht.

Mijn hart dat 'k waande dood
Door 's werelds drukte omgeven
Voel 'k nu geweldig gaan!

Geneuchte wondergroot:
Zijn hart te horen slaan
Wen dood is alle leven.

De gouden oogst(1944)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:29 1 reactie Reageer op dit bericht

wereld-warsheid

Een gedicht van J.A. Alberdingk Tijm 1820-1889

WERELD-WARSHEID

Sterk, sterk mij, Heer, in 't hopen op de hemel:
Hier is de helste glans een nevlige avondschemel ;
De stoutste poëzie een zinloos, dwaas, geremel;
De reinste liefde een wufte gloed:
0, maak mij los van de aard; maar geef mij moed en krachten
't Verlangde scheidingsuur in ootmoed af te wachten
En Uwe wil te doen in voor- en tegenspoed!

1842.

Viooltjens en grover gebloemte in ouderlijken gaard gekweekt (1844)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:25 Reageer op dit bericht

de maan

Een gedicht van Elisabeth Maria Post 1755-1812

De maan

O! maan! gij die de schone schepping
Met zacht en kwijnend licht bestraalt,
En in dit stille heldre beekje,
Uw hemels beeld naar 't leven maalt.

Gij, die in 't loof verscholen hutten
Mij ginds in halve schaduw toont,
Als vreedzaame oorden, waar nog de onschuld
Bij stille vergenoeging woont.

Gij, die alom op berg en dalen,
Nu doodlijke eenzaamheid ontmoet,
Verlatene akkers, stille weiden
Met rustig slapend vee, begroet;

Die 't matte loof van bos en velden
Met koele dauw verkwikken ziet,
En door uw glans in ieder dropje,
Een schitrend diamantje biedt.

Die, na een dag vol moeite en zorgen,
Een schone zachte avond geeft,
En elk gevoelig mens, met vreugde,
Zijn God doet danken, dat hij leeft.

Die 't kwijnend oog, door lijdens tranen
Verdonkerd, heldrer glanzen doet;
In 't matte hart, vermoeid van klachten,
Een stille blijde hoope voedt.

Ook mij, mij geeft gij zachte kalmte,
Na onrust, woeling en verdriet;
Door u is 't dat mijn oog, zo smachtend,
Al hopend naar mijn vader ziet.

Mijn vader die, met wijze goedheid,
Mijn wislend lot op aarde schikt,
En, schoon mij dikwijls distels steken,
Door menig bloempje mij verkwikt.

Die, als Hij mij mijn liefste wensen
Ontzegt, toch mijn geluk bereidt,
En door de tranen van dit leven,
Mij rijp maakt voor de zaligheid.

Ach! laat dit troostgevoel ook vloeien
In mijner vrienden lijdend hart!
O! schone maan! waar ge ook moogt glanzen
Verzacht alom de wrede smart!

Verkwik de jongling mijner liefde,
Die thans u ziet, en zucht om mij!
Breng hem mijn tedere avondgroete,
Maar zeg niet wat ik om hem lij'.

Gezangen der liefde (1794)

schrijver


 
Geschreven door Dora om 16:04 Reageer op dit bericht

stoppel-veld

Een gedicht van Arnold Sauwen 1857-1938

Stoppel-veld

De velden liggen stoppelbloot,
geplunderd en geschoren;
geborgen in der schuren schoot
ligt dorsensklaar het koren.

En wat geen schuur, hoe breed en hoog,
kon bergen in haar wanden,
staat veilig daar, gebermd en droog,
in mijten op de landen.

Geen halm meer wiegt; 't ligt alles kaal.
En blank en blauw van veder,
strijkt, zwenkend in een zonnestraal,
een vlucht van duiven neder.

Op koorn- en tarweland ligt daar,
teloor gevallen, tussen
de stoppels, meenge graanvolle aar
tot voer voor duif en mussen.

Arm volk, dat van geen zaaien weet,
ga, oogst nu langs de voren.
Van wat Gods zonne rijpen deed
Geen korrel ga verloren!

schrijver

Geschreven door Dora om 12:00 1 reactie Reageer op dit bericht

zoeken

Zomaar een gedicht over vreugde en verdriet

Zoeken

 

Je zoekt een gedicht

Maar vandaag kan je niets passends vinden

Hierover moet je je natuurlijk niet opwinden

Want iedereen heeft z’n eigen gedachte

Soms kan je die niet gebruiken

En dan moet je even in je eigen dichtershoekje duiken

Alles moet leuk en makkelijk zijn

Maar zo kan het niet altijd zijn

Het leven wordt afgewisseld met vreugde en verdriet

Vreugde mag iedereen in meedelen

Maar heb je verdriet

Dan wil je dat niemand het ziet

Zo zijn er vele dichters ontstaan

Om toch zo over hun moeilijke levensweg te gaan

De stilte van een moment

Dat geeft even ruimte aan het end

Het end van vreugde of verdriet

Een ander moment komt er weer aan

En dan kun je gewoon weer verder gaan!

Vol van afwisselingen is het leven

Soms komen de golven heel even

Erg omhoog maar kijk altijd naar de regenboog

Eerst waren er tranen uit het heelal

Daarna mag je weer de schone kleuren aanschouwen

Om zo weer verder aan je levensweg te bouwen!



Plaatjes bloemen

 

Geschreven door Dora om 16:41 Reageer op dit bericht

kannetje

Een gedicht van M.A. de Wijs Mouton

Het gebarsten kannetje

't Was herrie in de huishoudkast
De borden ze rammelden razend;
Het glaswerk rinkelde van ergernis,
De boterpot klapte verbazend,
Wat dolle intriges, wat lijden en last
Was er in de huishoudkast!

De broodtrommel die wist 't wel,
Die had 't al aan zien komen,
Maar geen die van zijn ernstig woord
Notitie had genomen.
De honingpot preekte 't verstandigst van al
Berusting in 't ongeval.

De olie met de azijn getrouwd,
Stond preutsig en schuintjes te gluren
Naar het voorwerp van haar ergernis,
En kletste met haar buren.
En 't zuurstel werd beurtelings rood en bleek
Terwijl 't nog zuurder dan anders keek.

De oorzaak van de narigheid
Stond stil en nadenkend te staren
En dacht hoe die kwaadwilligheid
Het beste te bedaren.
Ze kende haar luitjes van A tot Z
En had een heimelijke pret.

't Was een gebarsten kannetje,
Hier pas op dit plekje verschenen
Toen d' oude en deftige melkkan
Van 't wereldtoneel was verdwenen.
Ze had, al deed ze haar arbeid nog puik,
Een barst en een scheur in haar kleine buik.

En bij dat lawaai en die kibbelpartij
Stond ze stil bij zich zelve te denken,
Hoe toch die hele huishoudkast
Zo'n aandacht haar kon schenken.
Ze wilde gebarsten en levensmoe
Het liefst naar haar graf en asbak toe.

De kaasstolp vond dat ze blijven moest,
Had meelij met de vreemdeling gekregen.
Maar 't broodmes, minister van oorlog hield vol
En stemde onherroepelijk tegen.
De vorken en lepels als leden der raad
Waren innerlijk woedend en dol obstinaat.

Toen kreeg je de strijd in de huishoudkast;
Een fles viel op glazen en borden,
De stukken sprongen links en rechts,
Een wilde vernielende horde.
't Azijnstel kapot en 't zuurstel in twee,
Hun scherven die slierden het zoutvat nog mee.

Het kannetje daar bleef ongedeerd,
Het kon wel een stootje verdragen;
Als je eenmaal een barst hebt, dan weet je van strijd,
En ben je gehard tegen slagen.
Ze trok zich van 't kibbelend zaakje niets an,
Ze was maar een kleine, gebarsten kan.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:08 Reageer op dit bericht

kind

Een gedicht van J.J.L. ten Kate 1819-1889

Het dromende kind

De vogels doen hun nachtgroet horen;
Op zilvren wolkjes slaapt de maan.
Ook moeders lust, de jongstgeboren,
Is in zijn wieg ter rust gegaan.

Al dromend vouwt het vriendlijk wichtje
De kleine, reine handjes saam;
Een glimlach speelt op 't aangezichtje,
Zijn lipjes fluistren Jezus naam.

Waar droomt hij van? Van 't zalig Eden
Der Onschuld, dat voor ons verdween.
Gods Englen dalen naar beneden
En blikken door het venster heen.

De dichtwerken (1872)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:26 Reageer op dit bericht

ziet niet om

Een gedicht van C.P. Tiele 1830-1902

Zie niet om

Zie niet om, maar zie vooruit!
Door geen enkle grens gestuit
Moet gij immer verder streven,
Vóór u in het blauw verschiet
Liggen vrijheid, heil en leven,
Maar in 't grauw verleden niet.

Zie vooruit, en zie niet om!
Vele mensen, dwaas en dom,
Ontevreden met het heden,
't Heden vol van last en druk,
Zoeken in het verst verleden
De eeuw van vrijheid en geluk.

Zie niet om, maar zie vooruit!
Slechts de toekomst is uw buit;
Al wat achter is vergeten!
Voorwaarts! nimmer strijdens moe;
Grijp slechts aan met stout vermeten!
Al wat vóór is hoort u toe.

Gedichten (1863)

Geschreven door Dora om 13:26 Reageer op dit bericht

lang of kort

Een gedicht van Johannes Immerzeel 1776-1841

LANG EN KORT LEVEN.

Wat zegt hier lang of kort,
wanneer men 't wel beschouwt?
De brave sterft te jong,
de slechten sterven te oud.

schrijver

Geschreven door Dora om 16:31 Reageer op dit bericht

lof

Een gedicht van Henriëtte Roland Holst-Van der Schalk 1869-1952

Lof der duisternis

Ik heb de dag van heden doorgebracht
zoals hij voor een oude vrouw kan wezen:
wat gewerkt, wat gewandeld, wat gelezen,
en over vele dingen nagedacht.

En verder heb ik met schaamte erkend
dat ik te snel naar de pen heb gegrepen:
had ik mijn oordeel wat fijner geslepen,
ik had mijn medemensen niet gekrenkt.

Nu is na de avond de nacht gekomen:
'k lig in het duister, in het warme bed;
als een plant, in een perk in d' aard gezet,
voel ik in de stilte mij opgenomen,

verwonderlijk bevredigd, zalig vrij. -
Het leven heb ik achter mij gelaten:
voorbij de dag, de dooltocht door zijn straten -
't leven der mensen trok aan mij voorbij.

Buiten vieren miljoenen sterren feest,
daar straalt door heel de nacht hun groot geflonker;
maar binnen heerst het gezegende donker,
dat ook de wonden van het hart geneest. -

schrijver

Geschreven door Dora om 11:46 1 reactie Reageer op dit bericht

prikkeling

Een hartenkreet van Hans Uding

PRIKKELING

Herinneringen worden opgeslagen
oproepen kunnen we ze
om dit alles weer te beleven
boeken overrompelen
penselen schrijven boekdelen
het linnen krijgt kleur
achtergrondmuziek in variatie
uitingen verdeeld met contrasten
toegevoegd aan belevenissen
herhaaldelijk teruggekaatst
in het denken en ervaren
raak ik mijzelf kwijt

zijn mijn gedragingen overijld?
de kleuren remmen en versmelten
in een niet te stuiten tuimeling
de zon, de vrijheid, de liefde,
warm gevoel, de prikkeling, het avondrood
een smachtende hunkering
om niet te verliezen
wat vol gevoel werd opgebouwd

Geschreven door Dora om 11:55 Reageer op dit bericht

kinderliefde

Een gedicht van Hieronymus van Alphen 1746-1803

De kinderliefde

Mijn vader is mijn beste vrind.
Hij noemt mij steeds zijn lieve kind.
'k Ontzie hem, zonder bang te vrezen.
En ga ik hupplend aan zijn zij,
Ook dan vermaakt en leert hij mij;
Er kan geen beter vader wezen!

Ik ben ook somtijds wel eens stout,
Maar als mijn ondeugd mij berouwt,
Dan wordt zijn vaderhart bewogen,
Dan spreekt zijn liefde geen verwijt,
Ja zelfs, wanneer hij mij kastijdt,
Dan zie ik tranen in zijn ogen.

Zou ik door ongehoorzaamheid,
Dan maken, dat mijn vader schreit;
Zou ik hem zuchten doen en klagen;
Neen, als mijn jonkheid iets misdoet,
Dan val ik aanstonds hem te voet,
En zal aan God vergeving vragen.

Kleine gedigten voor kinderen (1778)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:09 Reageer op dit bericht

wiedsterkens

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

DE WIEDSTERKENS

Onz’ kerels hebben ‘t zaad gezaaid
In Vlaamse grond.
Maar voor dat d’oogst zal afgemaaid,
Zo goudig blond,
Behoeft een zorge zacht en sterk
Van vrouwenhand,
Die doet het edele wiedsterswerk
Op ‘t Vlaamse land.
Weet dat uw veld niet bloeiend wordt,
Wanneer ge tegen ‘t werken mort.
Een schone ziel, een grove schort,
Die wiedsters zijn er veel te kort
In Vlaanderen.

Word wakker, word wakker,
Voor Vlaandrens grote akker!
Vergeet toch niet wat uw naam bediedt,
O, wiedsterkens ! O, wiedsterkens !
Als ge wiedsterkens heet,
Is ‘t uw plicht dat ge wiedt.
O, wiedsterkens, o, wiedsterkens
Van het Vlaamse veld.

In ‘t stil gedoe van iedre dag
Wat niemand telt,
Zelfs in uw leed en in uw lach,
Daar vindt ge een veld.
Daar kunt ge wieden ‘t vreemde kruid
In spraak en lied,
Maar ruk het met de wortel uit
Of ‘t kruid herschiet.
En in uw vrouwelijk gemoed
Zal komen lijk een zeegning zoet
Het weten schoon, het weten goed,
Dat gij voor Vlaanderen ook iets doet,
Voor Vlaanderen.

Maart-April (1936)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:18 1 reactie Reageer op dit bericht

schoon

Een gedicht van Frans de Cort 1834-1878

Schoon Liesken.

Schoon Liesken, laat, o laat me zeggen,
Hoe onuitspreeklijk lief ge zijt!
Mijn hart, geheel u toegewijd,
Kom ik aan uwe voeten leggen.
Hoe ik me dus in éne keer
Zo door de liefde vast liet knijpen,
Dat kan ik waarlijk niet begrijpen,
Schoon Liesken, maar ik min u zeer!

Slechts éénmaal mocht ik u aanschouwen,
En fluks ontstond in mijn gemoed
Een vreemd gevoel zo wonderzoet,
Waaraan er binden is noch houen!
Zo gij nu onmeedogend waart,
Mij ledigen doet de lijdensbeker,
Zo teer ik uit, dat is wel zeker,
Schoon Liesken, eer dit uur verjaart!

Van u zo droom ik alle nachten
En wakend peins ik steeds aan u,
En staag bestormt me, net als nu,
Een drom van aardige gedachten...
De wil is evenals de daad!
Zo zegt mijnheer de Pastor bondig -
God weet wat ik al wensend zondig!
Schoon Liesken, weet ge genen raad?

Schoon Liesken, wil uw hart mij geven,
Daar zult ge toch niet slecht aan doen!
En schenk, op korting, mij 'nen zoen,
En zeg, dat ik mag blijven leven...
En moet ik over 't hellevuur
Hiernamaals uit te drogen hangen,
Dat ik dan niet alleen 't verlangen,
Schoon Liesken, maar de daad bezuur'!

Liederen (1868)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:44 Reageer op dit bericht

oud en jong

Een gedicht van Omer Karel de Laey

Oud en jong

Die woorden worden soms, me dunkt,
verminkt, geblutst, vernepen,
met dwaze moedwil uitgelegd
en zeer verkeerd begrepen.

'n Mens is jong wanneer zijn geest,
in weelde van gedachten,
kan 't onkruid der bekrompenheid
tot stikkens toe versmachten.

'n Mens is oud wanneer zijn geest
de vleugels van 't verlangen,
gespierd om hoger op te gaan,
verlamd in 't stof laat hangen.

Des ken ik zeventigers, die
met witbesneeuwde haren
en stram van lijf en leden, toch
hun gulle jeugd bewaren.

En gij, o lezer, kwaamt ge nooit
'n man van twintig tegen,
zo klam, alsof hij stokoud reeds
had in de wieg gelegen?

Dietsche Warande en Belfort (1907)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:54 Reageer op dit bericht

eenzaamheid

Een gedicht van Adriaan van der Hoop 1802-1841

De Eenzaamheid

Wie mij wenen hoort of klagen,
Vraag mij niet waarom.
Voog'len zingen in de hagen
Vinden alles wat zij vragen;
Maar mijn smart is stom.

Volg mij niet, als het hart, in duister
Sombre beelden kweekt;
Eng'len dalen dan vol luister,
Brengen mij met zoet gefluister,
Wat mijn ziel ontbreekt.

Laat mij eenzaam zijn in 't leven
Eenzaam met mijn smart;
En als vreugde u mag omzweven
Zij alleen de rust gegeven
Aan 't gebroken hart.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:00 Reageer op dit bericht

jongen

Een gedicht van Salomon Bonn 1881-1930

De jongen lacht

Moeder zal 'n hempje naaien,
laat het wieltje lustig draaien
draaien, draaien, draaien.

Van het geel katoen 'n lapje,
van 'n witte kant 'n hapje,
en de knoopjes van wit been
draaien 't hempje gauw ineen.

Jongen met zijn blote pootjes
blote beentjes, blote kootjes
stapt op 't witte beddewaad
als 'n wonderflank soldaat.

Kijkt de zonne uit de hemel
schaterlacht als brongewemel
stoeit en schatert springt en zingt
dat de kleine kamer klinkt.

Donker scheert vaak langs de ruiten,
honger komt er dikwijls muiten,
maar als 't kleine jongske lacht
vliedt die ganse duivelsmacht.

Moeder zal 'n hempje naaien,
laat het wieltje lustig draaien
draaien, draaien, draaien.

Zangen van hoop (1919)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:47 Reageer op dit bericht

liefde

Een hartenkreet van Vos Andrea

Onvoorwaardelijke liefde...

Bezongen in de mooiste liederen,
welke moeilijk tot hun recht komen.
Ieder schuift het aan de kant,
maar roept het in al z'n dromen.

Het geloof erin is voorwaardelijk,
eerst zien en voelen vanuit een ander.
Om je omver te blazen van je troon,
de mond snoeren, fragiele tegenstander.

Ooit wist onze ziel, wat ware liefde is,
we zijn allemaal al op die plaatst geweest.
Maar herinneren het ons vaag niet meer,
door troebele bezoedeling in onze geest.

Liefde is geen verdorven machtsstrijd,
welke je hard schreeuwt naar iemand.
Om in de duisternis achter te blijven,
gebroken, het hart tot geruisloze stilstand.

Onvoorwaardelijke liefde...,
laat zich niet bedwingen van onderhandel.
Het is puur, zuiver, eerlijk en magisch,
het 'zijn', veranderd je levenswandel...

schrijver

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

morgen

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

Morgen

O Dromen die de dag begint,
De dag bezint,
De dag bemint,
Hoe zal ik ooit u loven.
De landen liggen morgen-klaar,
Mijn oog ziet nog geen zorgen daar,
Geen troost hoef ik te borgen waar
Die wast in 's harten hoven.
De bergen blauwen in de vert,
De stromen blinken in de vlakt,
De bloesemboom is wit-gesterd,
Het dorp is rood- en blauw-gedakt.
En mensen werkende op het land,
En kinderen buitlende naar school,
Zijn overal en niemand bant
Van 't hart de droom waarin ik dool.
O Vogelstem die zingend trilt,
En stijgt, en schalt ons boven 't hoofd,
Hoe zijt gij mij gelijk, zo wild,
Zo gans uzelf, zo onverdoofd.

De Kristaltwijg

schrijver

Geschreven door Dora om 11:56 Reageer op dit bericht

gelukkig

Een hartenkreet van An Terlouw

Gelukkig, Januari!

Zijn we blij met Januari,
zijn we gelukkig met het feit,
dat December echt voorbij is,
zeg maar: verleden tijd?

Zijn we dankbaar dat we heel zijn,
volgevreten van de zooi,
zijn we langzaamaan aan ’t lijnen,
want die rollen, zijn niet mooi!

Maar ik moet je zeggen,
totaal niet ten spijt,
die vetrollen, hoef ik heel niet kwijt,
gegeten heb ik niet met Kerst.

Oud en Nieuw geveld door griep
op mijn nest ( bed)
maar God wat ben ik blij,
die overeten overdadige
Decembermaand is gelukkig voorbij!


schrijver




Geschreven door Dora om 19:15 Reageer op dit bericht

leeuwenstandaard

Een gedicht van Johan de Laet

Kom! ontrol de leeuwenstandaard!

Kom! ontrol de leeuwenstandaard!
Op! voor Vorst en Vaderland!
Kom! de vrijheid van de landaard
Is bedreigd met smaad en schand!
Op! sta op! bij krijgsgedommel;
Kom! broeders, naar het veld!
Luister! ginder slaat de trommel,
Die ons reeds de zege meldt!
O Vaderland! o Vaderland!
Aan U mijn hart, aan U mijn hand!
O Vaderland! o Vaderland!
O heilig Vaderland!

Broeders! op! Uw heldendegen
Steun' de fiere leeuwenvaan!
Broeders! op! de vijand tegen!
't Geldt het vrije volksbestaan;
't Geldt uw roem, uw naam, uw grootheid!
Wie laf is, vreze 't staal.
Mannen haten vreemde snoodheid!
Vreemden boei en vreemden praal.
Voor 't Vaderland! voor 't Vaderland!
Met mannenhart en mannenhand!
Voor 't Vaderland! voor 't Vaderland!
Voor 't vrije Vaderland!

Neen! men zal U nooit verdelgen,
Wat een vijand praalt en pocht;
Vrijheid! vrijheid! erf der Belgen,
Edel kleinood, duur gekocht!
Ja, beloven wij het heilig
En plechtig deze stond:
D'as der Vadren ruste veilig
In der Vadren vrije grond!
O Vaderland! o Vaderland!
Ik blijv' U trouw met hart en hand!
O Vaderland! o Vaderland!
O edel Vaderland!

Vrij en frank als d'oude Vadren
Leven wij en sterven wij;
Laat ons slavenzoekers nadren,
Ook onz' zonen leven vrij!
Nooit in Vlaanderens rijke beemden
Zwaai, vreemdling, gij de staf!
Vlaandrens bodem duldt geen' vreemden,
Duld geen' vreemden dan in 't graf!
Mijn Vaderland! mijn Vaderland!
Bemin mijn hart, beschut mijn hand!
Mijn Vaderland! mijn Vaderland!
Mijn dierbaar Vaderland!

Wie de volkren wil verslaven,
Koning of gemenebest,
Sneuvel' onder 't zwaard der braven!
Vrijheid heers' in elk gewest!
Op! staat op! bij krijgsgedommel,
Is 't God die 't pleit beslecht!
Op! voor vrijheid slaat de trommel,
En de zege blijft aan 't recht!
Voor 't Vaderland! voor 't Vaderland!
Ten strijd, ten strijd met hart en hand!
Voor 't Vaderland! voor 't Vaderland!
Hoog leve 't Vaderland!


28 febr. 1848.

schrijver

Geschreven door Dora om 14:53 Reageer op dit bericht

zondvloed

Een snelgedicht van Hendrik te Paske

Na ons de zondvloed

De lotenverkoop liep weer als een speer
De supermarkten deden gouden zaken
Het vuurwerk straalde hoog boven de daken
Je merkte niet bepaald een crisissfeer

Dus ‘brood en spelen’ blijkt van alle tijden
De weegschaal wil ik nog maar even mijden

---------------------------------------

Wat waar geschreven...het blijft de mens om het
even of ze sterven zonder God
Ze denken wat heb je aan dat geestelijk genot!
We gaan liever met het werelds genot verrot!




 

Geschreven door Dora om 11:06 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten