Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 november 2011 tot 30 november 2011

boek

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

Meiboek II

Ik wist niet dat dit alles was zo mooi.
Zo staat ook wel een meisje vol in bloei,
De bruigom loopt om haar en streelt het haar,
Zijn spitse ving’ren door haar gouden haar:
En loopt nu onwetend heen en zoekt in spel
Matheid en slaap. Dan treedt op zijn drempel
Een bloot beeld: onder ’t witte bedgordijn
Glijden er blikken en een woordentrein.
Dat’s om te wenen, want de mijmering
Over een ding, is teerder dan het ding.

Mei boek II 1889

schrijver

Geschreven door Dora om 21:12 Reageer op dit bericht

gebed

Een gedicht van Karel van den Oever 1879-1926

Gebed

Heer, ga ver
want de aarde zweet haar wellust,
als een hallo rond de maan.
Heer, ga ver van ons
want de aarde tingelt als een zotskap
en haar mond aapt breed van 't lachen.
Heer, hoe lang laat Gij begaan?
Hoort Gij niet dat uw Huis dreunt
van de dans der aarde?
Dat uw venster trilt van de ‘one step’
en het rumoer van de ‘shimmy’?
Door de lucht-straat galmt het fijn geklep
van een onkuis sandaal
en tot in de Heilige Huis-zaal
de slag der hete castagnetten.
Heer, ga toch ver,
want de zonde puilt als een rook
over planeet en ster,
de radio spant haar muziek-draad
uitdagend langs uw hemel-plafond.
Heer, ga ver,
ga ver van uw zondig volk,
de aard-kluit ruikt ongezond
en overal bezwijkt de goede raad.
Heer, ga ver van ons
in uw duistere wolk ...

schrijver

Geschreven door Dora om 09:35 Reageer op dit bericht

bloem

Een gedicht van Emanuel Hiel 1834-1899

Ze bloeide als bloem

Ze bloeide als bloem in ‘t wereldruim;
Ze kon aan elk behagen.
Thans is zij, als een vlokje schuim,
Door winden weggedragen.

Ik heb haar menigmaal gekust,
Dat gloeide hare wangen!
Die zielengloed is uitgeblust,
Gelijk een doods verlangen.

Is ‘t vurig oog als in de nacht
Voor eeuwig uitgeblonken,
Toch ligt ze diep in mijn gedacht,
Als in een graf verzonken.


1882

Durmeliederen

schrijver

Geschreven door Dora om 09:00 Reageer op dit bericht

stoer

Een hartenkreet van An Terlouw

Stoere jongens, vuurwerk en pijn!

Zo stoer staat het, als je net
als alle anderen
met vuurwerk durft te spelen

Zo stoer staat het, als je net
als de anderen
de mensen uit hun schoenen
kunt laten schrikken

Zo stoer staat het,
dat iedereen gevlogen is
je was te traag, het lontje niet

Zo stoer als je was, zo nietig ben je nu
zonder vuurwerk in eerst een ambulance
nu in dat grote ziekenhuisbed

Van je stoerheid, is niks meer over:

Net als van je hand!


schrijver

Geschreven door Dora om 11:44 Reageer op dit bericht

handdruk

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

DE HANDDRUK

Er is zoveel waar 't wonderlijk begeren
Ongaarn naar reikt; want wij zijn zo gemaakt
Dat wij niet enkel wat ons scha doet weren,
Maar onze trots ook wat wil helpen wraakt.

Op andren niet alleen maar op ons eigen
Verhalen wij het leed dat de andre ons deed,
En voeden lust in pijn en wonden krijgen
En noemen de andre en weten zelf ons wreed.

Dan staan we op 't laatst in het heelal, verbijsterd
Dat zoveel schoons als toch moet zijn, niet blijkt:
Wij voelen ons gelijk een boom, geteisterd
Door wind, weer, bliksem, schoon hij niet bezwijkt.

Wij staan alleen: dan sluipt zich in ons voelen,
Dan dringt zich door naar 't aarzelend verstand,
Gemeenschap, zwijgend, vol verstaan bedoelen:
De warme druk van een bevriende hand.

schrijver

Geschreven door Dora om 17:10 Reageer op dit bericht

cactus

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965

De cactus

Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen,
Verschrompeld in wat kiezel en wat zand
En mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen
Der eeuwge zomers van zijn vaderland.

Maar aan het einde van zijn lijdzaam dulden,
Spruit op een lichte morgen, als een vlam
Van 't heet verlangen dat hem gans vervulde,
Een bloem van heimwee uit zijn dorre stam.

Hij bloeit; en in die onverwachte droom
Laat hij een stond zijn heimlijk wezen blinken
In 't graf van 't broze bloemblad en aroom,

Zoals de dichter die, na harde strijd,
Zijn innigst voelen in een lied doet klinken
En weerkeert tot zijn oude eenzelvigheid.

De Beweging jaargang 13

schrijver

Geschreven door Dora om 11:42 Reageer op dit bericht

winterdag

Een gedicht van Helene Swart 1859-1941

Winterdag

De wolken dreven wondersnel,
De bomen bogen naar elkaar.
O mannenliefde! o wolkenspel!
Luid sloeg mijn hart, van weemoed zwaar.

Fel blies de kille winterwind
De loverloze lanen door.
'k Had willen wenen als een kind,
't Was of die wind mijn hart bevroor.

Toog ooit zo bleek, zo stil een paar,
De wegen langs met droever zin?
Wij gingen zwijgend naast elkaar,
Een troosteloze toekomst in.

schrijver

Geschreven door Dora om 13:44 Reageer op dit bericht

mannetje

Een gedicht van Edgar du Perron 1899-1940

Een mannetje alleen

'k Sta aan mijn venster. Het is laat.
Ik kijk neer op de stille straat.
In duisternis. Waar niemand gaat.

Van nergens komt meer één geluid.
'k Sta met mijn hoofd tegen een ruit.
Wanneer gaat die lantaren uit?

Eén lichtkring op wat vunzigheid.
Dat goor is met die gloor in strijd.
Daar gaat zelfs geen verloren meid.

In mij is net zo'n stille straat.
Waar niet één lamp te branden staat.
Waar sedert lang geen mens meer gaat.


1922.

De Gids jaargang 1930

schrijver

Geschreven door Dora om 10:17 1 reactie Reageer op dit bericht

last

Een gedicht van W.J. van Zeggelen 1811-1879

Aan ene jonge moeder met haar lieveling op de arm.


Wil hij u te ontworstlen trachten -
't Springertje in zijn tweede jaar?
Vrouw, de jongen wordt te zwaar
Voor uw luttle lichaamskrachten.

Dansend op de moederarm,
Moet ge 'm torsen en bespieën;
Op en neer van moeders knieën....
Maakt hij u niet moe en warm?

Schoon ge uw antwoord niet verheelde,
Schoon ge ‘ja’ knikt op die vraag,
Draagt ge toch geen last zo graag,
Als die last vol moederweelde.

Ja, we weten 't wat gij torst,
Last!... Kunt ge ons dat woord vergeven?
Zie mij, zegt ge, als 't jeugdig leven
Ademt aan mijn dankbre borst!

Last! De lichaamskracht kan falen -
Moedersterkte wankelt niet,
Waar zij 't leidend steunpunt biedt -
Zou er andre kracht bij halen?

Zelfs als 't jongske u ontwast
Zal uw onvermoeidheid spreken,
Door Gods leiding af te smeken,
Moeder, voor uw liefste last.



1853.

De dichtwerken (1886)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:56 Reageer op dit bericht

koning

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

KONING ADELBOUD.

Daar zat de koning Adelboud
Op een armstoel van het duurste goud.

De koning had zo'n dikke kop,
En een wichtige gouden kroon d'r op.

Zijn mantel was van hermelijn,
Zoals alle koningsmantels zijn,

En naast zijn armstoel stonden twee
Pages, die keken weltevree,

En elk hield in zijn rechterhand
Een wijnglas, vol tot aan de rand,

Toen vroeg de koning rechts: wat 's dat?
Madera, sprak de knaap gevat.

Die 's lekker, sprak de koning toen :
En jij daar, links? Port, sprak die koen.

Drink jij die zelf, bromde Adelboud,
Jij weet, dat ik daar niet van houd.

't Maderaglas bracht hij aan zijn mond,
En dronk het leeg tot op de grond.

Toen dronk de ene page de portwijn op,
En de andre gooide de koning zijn lege glas naar
de kop.


Nieuwe Gedichten.

schrijver

Geschreven door Dora om 14:00 Reageer op dit bericht

lach

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Hun lach.

Zij lopen achter de hagen
In het licht van de glorie-dag
Zij kunnen het niet verdragen
Maar lachen een luide lach.

De landen liggen beneden
Hun zalige voeten gespreid,
En boven hun hoofd is het Eden
Der blauw-gouden oneindigheid.

De wolken beginnen te varen,
De bomen in wiegeling
Hebben gezang van blaren,
En alles - Herinnering,

Het Heden nú, en het Verwachten,
Het nóóit moede licht van de zon,
Het korengeel, het smaragd en
Het bloemenrood bij de bron,

Het geluid van een vogel jeugdig
Vol uitgelaten genot,
En hun eigen stemmen, vreugdig,
Als een levens-danklied tot God -

Het leeft alles tezamen in de
Glans van die glorie-dag,
In het hart van die twee beminden
In de blijde klank van hun lach.

schrijver

Geschreven door Dora om 20:35 Reageer op dit bericht

dage

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

Vaak bij dage

Vaak bij dage schuift een droom
nacht en woud vóor mijn gezicht.
Wij gaan saam, van boom tot boom,
door een troebel licht.

Droef zo droef breekt soms de maan
door het zilverig wolkenvlies,
dat ik u verloren waan,
eer ik u verlies.

Het boek der liefde (1921)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:36 Reageer op dit bericht

verjaren

Een gedicht van J. Antonides van der Goes


OP HET VERJAREN VAN Mejuffrouw SUZANNA BORMANS.

Het zonnelicht verrijst zo vrolijk als uw wezen.
Als lachte 't u op uw verjaardag toe,
Begaafde maagd, zo zacht van aard, zo uitgelezen,
Wier liefelijk gezicht ik nimmer moe
Lang wens te zien verrukt en opgetogen.
En mij nog lang te spieglen in uw ogen.

1675

VERJAERGEDICHTEN.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:15 1 reactie Reageer op dit bericht

verdorde blaadjes

Een gedicht van J.J.L.ten Kate 1819-1889

Het verdorde blaadje

Blaadje, door de noordse vlagen
Van de stengel afgeslagen,
Werwaards gaat gij?

" 'k Weet het niet!
Wind en Zefier doen mij dwalen
Naar een onbekend verschiet,
Van de bergen naar de dalen,
Van de vlakte naar het riet:
Nu eens in de zonnestralen,
Dan eens waar de regen giet.
'k Mag niet vragen
En niet klagen:
'k Ga waar àlles heen moet gaan,
't Lenteroosje
Met zijn bloosje,
En de groene lauwerblaân!"

De dichtwerken (1872)

schrijver

Geschreven door Dora om 08:52 1 reactie Reageer op dit bericht

Bazel

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Bazel

Groen is de slag
van de stroom
door het dal
van de dag

heuvlen van licht
zijn de wallen

de stad is een fort

door de poorten
der bruggen
ligt zon gestort
over de ruggen
der golven

de stad is bedolven
onder het haar
van de zon.

De Gids (1923)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:48 Reageer op dit bericht

kindermode

Een hartenkreet van Wilma de Bruïne
Wat een waar gedicht...dit is allemaal aagericht door de mensen
die het hadden moeten weten...het kind dat door de egoïsten vergeten...

Kindermode

Er
is
een
nieuwe
kindermode
in
opkomst

weglopen uit de jeugdinstellingen door kinderen
die daar vanuit hun thuissituatie zijn geplaatst

Jaarlijks worden 2000 kinderen uit huis
geplaatst door Jeugdzorg

Dit zijn bij elkaar genomen 10 scholen

In een provincie stijgt...het
aantal uithuisplaatsingen...met
meer dan 100% per jaar

Voor elke
indicatiestelling krijgt
de medewerker
van Jeugdzorg
een salarisbonus

Kinderen
worden
van
de
staat
en
dan
van
de
straat

schrijver

Geschreven door Dora om 11:40 Reageer op dit bericht

silhouetten

Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1868-1922

Silhouetten

In het toevend licht, dat later
Dan de zonne blijft
Wijlen bij het stille water,
Waar ons bootje drijft,

Schuiven zwart en zonder zwaarte,
Fijn gelijnd en strak,
Fietsertjes voorbij de klaarte
Van het hemelvlak

Hunne fijne silouetjes,
Schaduwen gelijk,
Zeer geleidelijk en netjes
Langs de Amsteldijk.

Met gestadig beenbewegen
Gaan ze fijn en stil,
Na elkaar, elkander tegen,
Ieder naar zijn wil.

Komen twee elkaar te ontmoeten,
Glijden ze meteen,
Zonder botsen, zonder groeten
Door elkander heen.

Wordt het donker, wordt het later,
Met gebogen rug,
Gaan ze haastig langs het water
Naar de stad terug.

En ze voegen bij de sterren,
Aan de lucht geplaatst,
Nog een lichtje, dat van verre
Over 't water kaatst.

schrijver

Geschreven door Dora om 16:15 Reageer op dit bericht

vóór

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Vóór de deur.

'k Had haar zo graag nog eens,
Voordat zij ons verliet,
Goênacht gekust. Zij zeiden:
‘Beter niet.’

Zwaar, door hun zacht vermaan,
Sloeg mij hun medelij;
Niet zien.... Nooit meer.... En toch
Zó dichtbij.

Toch: ‘Beter niet’. - Dat woord
Grijnst me overal nu aan.
..... O, had ik
Niet verstaan!

De Gids, jaargang 1893

schrijver

Geschreven door Dora om 10:06 Reageer op dit bericht

najaarslied

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903
Najaarslied

Ik ken geen schoner kleuren
Dan die van 't Hollands bos
In bruine najaarsdos;
Ik ken geen zoeter geuren,
Dan die uit droge mos,
Uit geelrode eikenbladeren
En varenkruid dat bloeit,
Mij op het koeltje naderen,
Dat met mijn lokken stoeit.

Ik ken geen schoner zangen
Dan vink en lijster slaakt,
Bij 't morgenlicht ontwaakt,
Eer hen de strikken vangen,
Door al wat zingt gewraakt:
De wildzang uit de twijgen
Met vochtig rag omstrikt,
Dat, als de dampen stijgen,
Met parels blijft bestikt.

Ik ken geen schoner luchten
Dan waar de herfst mee praalt,
Als 't zonlicht nederdaalt
En dorpen en gehuchten
In goud en kleuren maalt.
Dan rijzen blanke rotsen
En donkre bergen op,
Begroeid met ruige bossen,
Verguld aan rand en top.

Dan spelen alle verven
Dooreen met stille pracht,
Tot dat ze, schoon en zacht,
Versmelten en versterven,
En zeggen: ‘Het wordt nacht!
Weer is een dag vervlogen;
Welhaast een jaargetij:
Een jaar gaat voor uwe ogen,
Gelijk een damp voorbij.’

schrijver

Geschreven door Dora om 10:42 Reageer op dit bericht

herleving

Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

Herleving

Ik voel het, ja! zij is mij weergegeven
de zaligheid, die 'k nimmer had verwacht,
Ik voel haar heerlijk in mijn borst herleven,
haar oude, wonderzoete tovermacht.

Het was zo duister hier, van bange dromen
verviel mijn moede geest in doffe rust,
Goddank! de fee des lichts is weergekomen
en heeft mij uit die droeve slaap gekust.

Haar gloed vervult mijn hart, mijn ganse wezen,
en dubbel schoon lacht mij het leven aan.
Het is mij of ik uit de dood herrezen
een ander, beter leven in mag gaan.

Gelijk de lentezon na wintertijden
heel de aard vervult met warmte, licht en gloed,
zo wekt de liefde mij uit smart en lijden
en met haar keert weer de oude levens-moed.

0 wereld, lang en droef heb ik geweten
hoe doods en leeg gij zonder liefde zijt
maar de oude beelden zijn verbleekt, vergeten
en om mij heen is 't blijde werklijkheid.

1887.

Jeugdverzen (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 15:00 Reageer op dit bericht

de wereld

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

De Wereld

’t Is waar, de onwaardigste wordt vaak ten top verheven:
Verdienste is ongezien, verholen of veracht:
De wereld is een zee door stroom en wind gedreven,
Waarin de parelschelp in diepe grond blijft kleven,
Terwijl zij zich voor ’t oog met nietig wier bevracht.

schrijver

Geschreven door Dora om 09:36 Reageer op dit bericht

zee

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Winter op zee

De kim wordt wreed, de golven tuimlen wild,
Van mild en groen, spoorslags hardgrijs en grauw;
Eén nacht waarin de wind door 't luchtruim rilt,
Dan, als een plotselinge dood, de kou.

Om rotseilanden zonder boom en gras,
Liggend verlaten in het oeroud ruim,
Bloeit slechts 't onstuimig en verward gewas
Van 't snel opschietend, snel verwelkend schuim.

Op 't schip waarin geen vuren troostend branden,
Nestelt de kou zich voor een lange reis;
Tegen de 's nachts wakkergekraakte wanden
Kruit en verbrijzelt zich het drijvend ijs.

Een eerlijk zeemansgraf (1941)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:45 Reageer op dit bericht

beladen

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

Zijn wij dan beiden zó beladen

Zijn wij dan beiden zó beladen,
Dat iedre klacht om eigen leed
De ander schrijnend scherp moet schaden
Met àl te wrangen jammerkreet?

En is ons beider zielsvermoeien
Zó zwaar, dat ieder klagen dan
De ruime maat doet overvloeien
Van 't leed dat elk nog dragen kan?

Zo gaan wij zwijgend naast elkander
In huivrende armoe voort, al voort, -
En kunnen zelfs de droeve ander
Niet troosten met een wenend woord.

Want ieder troostwoord zonder klachten,
Dat wij nog vonden voor elkaar,
Ging, voor het éven kon verzachten,
Van eigen leed voor troost te zwaar.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:23 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Sonnet

Nu rijpt de herfst de rijkgebronsde peren;
De sappige applen glansen, rood en goud,
En prachtig prijkt, gelijk een toverwoud,
Het bos, dat groen in purper doet verkeren.

Krachtige balsemgeur uit kreupelhout
Van eiken stroomt mij tegen, zilvren veren
Doorstrepen 't reine luchtblauw en vermeren
Tot één wolk, die de zon gevangen houdt.

Nu vul die vaas met gele oktober-rozen,
Leg blauwe druiven op die blanke schaal,
Tussen de trossen laat de perzik blozen
Als avondrood, en loof als bloedkoraal
Van wilde wingerd blij mijn blik verpozen,
Die symfonieën zoekt in kleurentaal.

Blauwe druiven (1895)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:56 Reageer op dit bericht

mensen

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965
 Mensen begin en einde

Wij eindigen zoals wij zijn begonnen:
Kaal en onmondig en sentimenteel.
Alles wat leeft keert weer naar de oude bronnen
Van 't paradijs. En dan? Ach, weet ik veel.

schrijver
Geschreven door Dora om 09:33 Reageer op dit bericht

komieken

Twee komieken ze zijn niet meer...

Het pond

 

Het pond is een gewicht

Het heeft ook een gezicht

Het is geen zwaargewicht

Daarvoor is het te licht

Maar met een pond kan de

weegschaal al doorslaan

Naar een hoger gewicht

En dan weegt de mens zich nog een keer

Ja, elk pond doet soms zeer

Je wil er vanaf

Soms is het een hard gelach

Maar ineens weeg je niets meer

Niets is meer doorslaggevend

Je bent gestopt met ademhalen

En je vertelt nooit meer je verhalen

Zoals twee mensen die leut maakten

Alles is vergane glorie!

De herinnering zal wel blijven

Maar ook dat gaat in de toekomst verstijven

Alles verliest zo zijn glans

Wat dan is de volgende generatie die danst

Of wat het ook mag zijn op het toneel

Je hebt je leuk vermaakt

Maar als er niets meer was dat het hart

echt heeft geraakt

Dan ben je gestorven kaal en naakt

En behoor je bij de doden

Ja,  je kunt ook opgaan in het verafgoden

Het verafgoden van mensen

Die plezier maakte om dat het publiek dat wenste

En toch was er ook wel altijd humor in gelegd

Maar het is goed als je het verder naast je neer legt

Je moet er niet mee of van willen leven

Want clowns zijn er maar even!

En dat waren die twee mannen toch

Verder waren het net twee kleine kinderen

Die ook andere mensen konden hinderen

Met hun levensdoel

Ja, en nu is dit ook weer voorbij

Straks zien we weer de volgende rij

Het gewicht komt en het gewicht gaat

Maar het gaat er om heb ik me ook Jezus vermaakt

Want als het leven staakt

Dan is Hij de mantel die je naaktheid bedekt

Het was Zijn dood die je dan tot zegen strekt!

Jezus leven van mijn leven

Jezus dood van mijn dood

Dat is wat mij brengt in Vaders schoot!


Clowns

 

Geschreven door Dora om 10:23 Reageer op dit bericht

maar...

Een gedicht van Emile Verhaeren 1855-1916

Maar in Vlaanderen

Maar in Vlaanderen ben ik geboren, waar de nevelen domen,
In een klein dorp, waar achter de beteerde muren,
Onder stormende luchten, geladen met as van de rokende vuren,
Nog arme, maar koppige varenslui wonen.

Mijn jeugd heeft ze gekend, helaas maar al te goed:
De donkere moerassen, de sombere bossen en naakte velden,
Grijze november die slierten van regen komt melden,
Zwart-ebben dageraden en avonden van roet.

Aldoor woelde in mijn geest de geweldige Schelde!
Hoe was ik gelukkig en blij, en toch vol vrees die mij kwelde
Bij winter, wanneer de sterren glinsterden in de schollen,
Krakende bergen die naar onheilszeeën rollen.

De masten die des zomers van de verre einders naderen
En aan wier toppen kleurige wimpels waaien,
Zij trilden minder als het kloppen in mijn aderen,
Een brand, die voor de strijd of voor mijn lot weer op wil laaien.

De zwervende nevels en het wolkengeweld
Hielden mij sterk in hun grepen gekneld,
En mijn ganse wezen is zich zó gaan ontvouwen
Dat ik vurig mocht leven bij hun drukte en hun grauwen.

O gouden landen met uw stralende luister,
Mogen uw bossen, uw dalen, uw vlakten en stranden
Nog mijn dromen bekoren, mijn zinnen ontbranden…
Naar mijn liefde voor Vlaanderen heeft mijn hart steeds
Geluisterd.

Vertaling van: Les Plaines (1911)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:44 Reageer op dit bericht

tochten

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

En verre tochten gaan

En verre tochten gaan en zullen gaan...
En schepen varen heen en zullen varen...
En ogen staren na en zullen staren...
't Slaat wild, mijn harte, en wilder zal het slaan!...

Geen woud, doorkruist van wegel, baan en laan,
- een oerwoud!... Ach! een droom, die op kan klaren,
en is geen droom; vervulde wensen baren
steeds nieuwe wens, en 't kan niet stille staan,

mijn hart, en 't gaat en gaat van in der eeuwen,
en bouwt en bonst en breekt en bouwt, en tart
al wat gewoonte en wisheid tegenschreeuwen.

zoekt smart en vreugde en dan weer vreugde in smart,
- week kinderhart, ontembaar hart der leeuwen,
mijn mensenhart, - o mensdom in mijn hart!...


1892

Verzen (1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:29 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten