Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 augustus 2015 tot 31 augustus 2015

buddléia

Buddléia
 
Wat weten vlinders van augustus?
De buddléia bloeit, ze nemen het
ervan. Je dochter kan dat eigenlijk
niet aan, zo ijl, zo flinterdun
haar jurk. Je bent haar vader maar
kunt kijken als een man. Waar eindigen
haar poten? Hoge zomen vangen wind,
de zomer raakt nu op zijn bangst.
Ze fladdert weg, je kijkt haar na zoals
de vriend die laatst iets ongelukkigs
zei toen zij op haar fiets passeerde.
Later als het licht de middag heet
en scherp maakt bij de sloot aan gene
zijde jaagt een man bij de buddléia 's.

Victor Vroomkoning
uit: Oud zeer,
Manteau, Antwerpen/Amsterdam 1993

Geschreven door Dora om 22:34 Reageer op dit bericht

Tuin

Een gedicht van Ida Gerhardt

Tuin van Epicurus

(voor de vrienden)

Gij die in eenvoud wilt tezamenhoren,
de tiende jaarkring sloot om onze dis,-
waar vriendschap open als het zonlicht is
werd ons een ongepeild geluk beschoren.

In arbeid werd der uren goud ontgonnen;
de volle rijkdom van het eigen ik
vindt ieder terug, gespiegeld in de blik
van wie aan hèm zijn klaarte heeft gewonnen.

Zie naar het licht-hoe kleurt het mild en stil
ons samenzijn. Wat grenzen zijn gesteld
aan wie het nodige slechts nemen wil?

Nog ongeweten wegen zult gij gaan.
Vriendschap-gij hebt haar reinigend geweld
alreeds beseft. Zo weet: zij ving pas aan.

Geschreven door Dora om 22:02 Reageer op dit bericht

korenhalmen

Een gedicht van Ilse Steel

Korenhalmen

Roerloos bij zoveel schoonheid
een droom gelijk
staat de wereld even stil
De wuivende korenhalmen
ragfijn gepenseeld
lijken mij dichterbij te wenken
de vogels nog niet uitgespeeld
stijgen in de strakblauwe lucht
De roodgouden gloed
van de ondergaande zon
straalt een bekoring uit die
ik ademloos onderga
bodemloos is mijn geluk
 

 zomergraan.jpg

 

Geschreven door Dora om 20:02 Reageer op dit bericht

zonnebloemleed

Zonnebloemleed

 

Een zonnebloem in een klein prieel

Stond rillend in de regen,

En dacht bezorgd: 'Mijn stuifmeel

Kan er helemaal niet tegen.

Ach, achter de wolken zou ik stralen

In mijn  gele japon.

Want achter de wolken schijnt de zon'

 

Karel Scholten

zomer_sunflowerb.jpg

 

Geschreven door Dora om 22:01 Reageer op dit bericht

zomeravond

Een gedicht van Jacob Israël de Haan

Zomeravond


O zomeravond, smachtend neergevlijd
op 't gele veld, in 't Westen goudgetint...
Teerkreunend ruisen van de avondwind,
die langs de vlakte in zware weemoed glijdt...
O melodie uit lang verleden tijd,
waarvan ik zin noch woorden wedervind...

O rust, o stilte, blauwige avonddoom!
Doorzichtig ligt ge op verre velden neer...
Zo schouwt mijn geest de beelden van weleer
door 't wazig scheemren van een weke droom.
't Verleden rimpelt, onbepaald en loom,
- verzonken stad in 't stilgevallen meer.

Verheerlijkt glinstren! onbereikbre trans!
O vloeiend zilverlicht zo hoog verbreid...
De zwoele nacht doortrilt uw majesteit,
de aarde is een matte weerschijn van uw glans;
zacht om mijn slapen vloeit uw stralenkrans;
mijn zwellend harte vult de onmeetlijkheid.

Geschreven door Dora om 21:26 1 reactie Reageer op dit bericht

hitte

Een zomergedicht over de hitte

Hitte

 

't Staat in 't uutgestrekte Bloite,
's zomers, reuzeldikte, van
gers en groene, verder zelve, of
dat ne minsche kiken kan.

Diepe, in 't diepste van de ruumte,
hangt de julizonne en bit
ip de weideground, dat hi er,
zuuveruut van opensplit.

Noirderwaarts, in 't blouwe van den
hemel, is 't verhitte zand
van de dunen, bezig met te
weemlen lik entwa da' brandt.

Tusschen koeien, die daa' luuzig,
liggen op de nakte ground,
floddert er 'n grouwe bende,
dounkergrouwe spreeuwen round.

En ik zitte, lik versmoird, in
die geruste zee van groen,
bachten 'n geborsten wuulge
- voi de koelte - niets te doen.

Omer Karel de Laey, (1876-1909)
uit: Landelijk leven,
Heideland-Orbis, Hasselt 1997

Geschreven door Dora om 19:40 Reageer op dit bericht

zomer

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Zomer


Ik zat waar zon op 't warme water scheen
En gele bloemen bloeiden aan de kant;
Het grazend vee ging door de weiden heen,
De zomerlucht hing walmend over 't land.

De wilgen waren zilverbleek en stil
Voor 't stralend blauw, van wolk en nevel vrij;
Een glazenmaker vloog, met lichtgetril
Op 't parelmoerig vleugelgaas, voorbij.

De schuwe vissen, in 't koeldonker diep,
Verschoten snel, of stonden lang op wacht,
Waar d'aarde zich, in beeld, nog schoner schiep,
Dromend de zomerdroom van eigen pracht.

En over 't hooiland, waar een wagen stond
Met vers-groen gras te geuren in de zon,
En verder waar het drachtig korenblond
Met brede golving boog ten horizon,

Tot waar een scheem'rend bos zich flauw verhief,
De wereld wegsmolt in der hemelen gloed,
Dreef mijn gedacht, hoe schoon de dag was, lief
Uw schone ziel verlangend tegemoet.

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

gedicht

Een gedicht
De eerste regel is om te beginnen.
De tweede is de elfde van beneden,
De derde is om wat terrein te winnen.
De vierde moet weer rijmen op de tweede.

De vijfde draait u plotseling een loer.
De zesde heeft het twaalftal gehalveerd.
De zevende schijnt zwaar geouwehoer,
De achtste bloedserieus. Of omgekeerd.

De negende vertelt nog eens hetzelfde.
De tiende is misschien een desillusie.
De elfde is niets anders dan de elfde.
De twaalfde is van niets de eindconclusie.

-----------------------------------------
uit: Maagdenburgse halve bollen (1968).

schrijver

Geschreven door Dora om 21:54 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten