Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 december 2016 tot 31 december 2016

vreemde

Een gedicht vn Nicolaas Beets 1814-1903

IN DEN VREEMDE.

Zo klonk ze nimmer nog me in 't oor, —
Zo rein, zo roerend nooit, als hier
1k laat er Grisi's zangen voor,
Manzoni's gulden lier.

't Is of dat vriendlijk spraakgeruis
Me in toverdraden wart;
'k Zie beelden zweven, teer en kuis,
Voel oude vreugden, zoete smart ....
Ik denk aan zoveel liefs te huis ,
En 't wordt me week aan 't hart.

Wat gloort Vezuvoos wolkenkrans
Bij 't scheiden van de dag!
De Golf is enkel goud en glans;
Natuur gaat sluimren met een lach:
't Is schoon — toch zag ik liever thans,
Naast Rottes grijze torentrans,
Mijn Maas en Hollands vlag!

Gedichten (1859)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:51 Reageer op dit bericht

zichtbaar

Een gedicht van Willem Kloos 1859-1938

Nauw zichtbaar wiegen op een lichte zucht

Nauw zichtbaar wiegen op een lichte zucht
De witte bloesems in de scheemring -- ziet,
Hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
Een enkele, al te late vogel vliedt.

En ver, daar ginds, die zacht-gekleurde lucht
Als perlemoer, waar ied're tint vervliet
In teerheid... Rust -- o, wonder-vreemd genucht!
Want alles is bij dag zó innig niet.

Alle geluid, dat nog van verre sprak,
Verstierf - de wind, de wolken, alles gaat
Al zacht en zachter - alles wordt zo stil.

En ik weet niet, hoe thans dit hart, zo zwak,
Dat al zó moe is, altijd luider slaat,
Altijd maar luider, en niet rusten wil.

Verzen(verscheen in 1894. )

schrijver

Geschreven door Dora om 22:23 Reageer op dit bericht

Holland

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Holland.

Zie 'k Holland weer met zijn bestraalde vaarten,
Rivieren blankend tussen 't spichtig groen,
Waar, in de glorierijke zomernoen
Goude' iris, tussen riet en paardestaarten,

En 't brede bloemscherm 't daglicht zingen doen,
Dan doet er in mijn ziel een zaal'ge klaarte
— Zoals de zon stijgt trots uit wolkgevaarten —
Der Schoonheid blijde wederkeer vermoên.

Ik ben de zoon van Holland! O, niet de eerste,
Want ik weet wel: met ogen die beminden,
U eeuwen lang der mensen ziel bezag,

Maar toch gevoel ik me onder de allerteerste
Van al Uw Liefde' en, sinds 'k U zó mocht vinden,
Denk ik: heil hem, die daarvan zingen mag.

Gedichten (1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:31 Reageer op dit bericht

moe

Een gedicht van Richard Minne 1891-1965

Moe

De zonne zinkt.
Een sterre zoekt.
Een zon die hinkt
wordt opgedoekt.
't Moet wel, 't is wet.
Maar vóór te gaan,
heeft ze in een raam,
de zon, haar ziel
te koop gezet.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:04 Reageer op dit bericht

sonet

Een gedicht van Jan van der Noot 1539-1595

Sonet

En is 't de liefde niet, wat is 't dan dat mij kwelt?
En is 't de liefde ook, wat mag de liefde wezen?
Is zij zoet ende goed, hoe valt zij hard in deze?
Is zij kwaad, hoe is dan zo zoete haar geweld?
Brande ik met mijne dank, hoe ben ik dan ontsteld?
Is 't tegen mijne dank, zal 't zuchten mij genezen?
O vreugd van pijnen vol, pijne vol vreugd gerezen,
O droefheid vol jolijt! O blijdschappe verfelt!
Levende dood, hoe moogt gij tegen mijne dank
Dus vele over mij? Maar ben ik willens krank,
Mij klagende t'onrecht, de liefde ik t'onrecht blame.
Liefde goed ende kwaad, mij leed en aangename,
Geluk en ongeluk, zuur en zoet ik gevoele;
Ik zoeke vrijigheid, en om slaven ick woele.

------------------------------------------------

verfelt - wreed (geworden)
dus vele - zoveel
leed - onaangenaam
om slaven ik woele - om slaaf te worden span ik mij in.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:04 Reageer op dit bericht

doker

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Het was donker

Het was donker,
hij lag op zijn bed.
hij had het raam op de haak gezet,
opdat het getij van de nacht
door de baai van zijn kamer kon gaan
en zijn dromen stijgen en dalen
op de golven der maan,
en hij dacht:
'hoe vaster ik slaap,
des te zwaarder slaapt het heelal,
hoe dieper ik ademhaal
hoe hoger de nacht
en het lied van de nachtegaal.
kan het zijn,
dat van Genesis af
het parabolisch Verhaal,
de Ellips der Geschiedenis -
tot het vuur van de Apocalyps
de laatste beelden verbrandt,
de luchter, het boek en het lam -
niets anders is
dan het vluchtige spiegelbeeld
van mijn slaap, tussen dromen verdeeld?'

Verzamelde gedichten (1951)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:43 Reageer op dit bericht

laudate

Een gedicht van Joodst van den Vondel 1587-1679

Laudate Dominum in Sanctis.

Loof de Heer in ’s Hemels kerk,
Boven ’t zwerk.
Loof Hem in Zijn hofgewelf.
Loof Hem zelf
Met een schel bazuingeklank.
Loof met zang,
Onder harp en cythersnaar
Openbaar.
Loof met koorgezang en trom,
Hem alom.
Loof de Heer met blij geluid,
Snaar en fluit.
Loof met klinkende cimbaal
Van metaal;
Loof met vrolijke cimbaal
Van metaal.
Loof, met al het geestendom,
Hem alom!

HARPZANG (1656)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:04 Reageer op dit bericht

vader

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1936

Gelijk een vader zijn onwillig kind

Gelijk een vader zijn onwillig kind
Bestraft met schijnb're toorn, maar smart in 't hart,
En, schoon kastijdend, zelf wel voelt hoe hard
De straf moet zijn voor 't kind dat hij bemint, -

En onder 't straffen in zichzelve zint
En hoopt óf het berouwvol wordt, - en mart,
O zo verlangend, na die dubb'le smart
Héél lief te wezen voor zijn lieve kind: -

Zó toornde ik ook op u, mijn ziel! die zwaar
Gezondigd hebt door uw zo kleine leed
Te laten smetten uw zo grote vreugd,

En, o, zo lang, zo teer begeerde ik naar
't Berouw, dat meer vergoedt dan ge ooit misdeed,
Daar wel 't berouw, maar niet de zonde heugt.

schrijver

Geschreven door Dora om 18:52 Reageer op dit bericht

droom

Een gedicht van J.W.F. Werumeus Buning 1891-1959

Droom van de witte akelei

Zij kwam en wandelde met mij
En knielde aan een beek en zei
Dit is de witte akelei.

Zij streelde het licht sidder-gras,
En zeide dit is Gods gewas
Dat boven mijn hoofd zingend was.

Zij zei, onder dit gras-geruis
Ligt nog haar vergeten huis
Het wit geraamte van een muis.

Zij zei, hoe hoog hier bomen staan
Eens is het daarmee ook gedaan,
Dan kunnen wij weer samengaan.

Ik vroeg: gij zijt toch dood, en dan,
Waar krijgt gij dit nieuwe leven van?
Zij zei, ’t is maar voor kort, mijn man.

Alleen voor u, en maar voor even,
Dat er in verzen staat geschreven
hoe stil de doden verder leven.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:35 Reageer op dit bericht

december

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

DECEMBER.

Nu mist het woud zijn purpren najaarspracht.
Een ritslend kleed van rosse blaadren dekt
De weke wegen, waar 't geplet fluweel
Van plekken mos, smaragdgroen, zichtbaar bleef.
De hoge bomen, zwart en bladerloos,
Wie grijsgroen mos de ruige stammen dekt,
Herdenken, droef, de zoete zomertijd,
En schudden zacht de wijze kale kruin.
In de oude toppen klaagt de winterwind.
Door 't huivrend schaarhout vaart een lange zucht
En trillend klapwiekt, als een bruine vlinder,
't Verdorde blad, dat trouw bleef aan zijn twijg.

Beelden en stemmen (1887)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:26 Reageer op dit bericht

stervende

Een gedicht van Heiman Dullaert 1636-1684

Christus stervende.

Die alles troost en laaft, verzucht, bezwijmt, ontverft!
Die alles ondersteunt, geraakt, o mij! aan 't wijken.
Een doodse donkerheid komt voor zijne ogen strijken
Die kwijnen als een roos die dauw en warmte derft.

Ach wereld, die nu al van zijne volheid erft:
Gestarnten, Engelen, met uwe Hemelrijken,
Bewoonderen der aarde, ey! toeft gij te bezwijken,
Nu Jezus vast bezwijkt, nu uwe Koning sterft?

Daar hij het leven derft, wil ik het ook gaan derven:
Maar hoe hij meerder sterft, en ik meer wil gaan sterven,
Hoe mij een voller stroom van leven overvloeit.

O hoge wonderen, wat geest is zo bedreven,
Die vat hoe zo veel sterkte uit zo veel zwakte groeit,
En hoe het leven sterft om doden te doen leven?

schrijver

Geschreven door Dora om 21:59 Reageer op dit bericht

Wiking Harald

Een gedicht van Emanuel Hiel 1834-1899

Wiking Harald

Stout strandt de Wiking Harald
Op Vlaandrens grijze kust,
Met zijn ontembre Noren,
Op goud en wijn belust.
Doch Vlaandrens Grave, Baldwin,
Nog jong, reeds wijd vermaard,
Toont ras zijn heldendaden,
Zijn kloeke Vlaamse aard.

Hij rent door Vlaandrens wouden,
Springt over stronk en gracht...
Hij houdt op Vlaandrens duinen,
Met ijzren arm de wacht.
De Noren naken snorkend,
Als everzwijnen wild;
De Vlamings zwaaien zwaarden,
En rammlen op hun schild.

En schreeuwen schor de Noren,
Als ruwe ravenzwerm...
Ze tuimlen dra en deinzen,
Met vloekend doodsgekerm.
Hun bloed bespat de duinen,
Rood danst het schuim der zee...
Ze rukken, in de vluchtdrift
Hun Wiking Harald mee.

Hij, hij beschermt de Draken,
Verdedigt iedre man,
Die aan de wraak der Vlamings
Bij tijds ontsnappen kan.
Hij zingt zijn laatsten strijdzang:
‘Op, helden houd u goed,
Zwaai zwaluwsnel uw slagzwaard!
Schenk mild de haaien bloed!’

Hij zingt zijn laatste strijdzang:
‘Eerst, eerst mijn volk gered!
Niet eerder wijk of val ik,
De storm is Wikings bed!’
Hij zingt... Plots ploft hem Baldwin,
Zijn blauwert in de borst!..
In golven stort de Wiking
En sterft als Norenvorst.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:19 Reageer op dit bericht

onvergeten

Een gedicht van P.A.M Boele van Hoensbroek 

ONVERGETEN

Soms is het of ik het vergeten ben;
Of er niets is geweest, dat niet meer is.
Mij zelve is het een geheimenis,
Zo diep, dat ik mij zelve niet meer ken.
Dan lach ik, doe ik, of er niets ontbreekt,
Of alles voort leeft, zoals het moest zijn,
Of nooit de dood iets van wat ik eens mijn
Noemde wegnam. - Maar de ure komt, die wreekt.

Als ik een knaapje zie, dat hem gelijkt,
Dan zie ik hem weer lachend voor mij staan,
In al zijn kinderlijke minlijkheid;
Dan welt vol weemoed in mijn oog een traan
En als het beeld, het droeve, van mij wijkt
voel 'k toch des doods onoverwinlijkheid.

Ts. De Nederlandsche Spectator(1896)

Geschreven door Dora om 22:34 Reageer op dit bericht

dood

Een gedicht van Remco Campert 1902-1943

Zo straks de dood door deze deur mocht treden

Zo straks de dood door deze deur mocht treden,
neerdalen langs de trap of kloppen aan het raam,
mij wenken zou en daarna noemen zou mijn naam
en zei: Volg mij, uw leven is verleden -

hij zou geen lang en moeizaam overreden
van node hebben voordat ik het drukkend haam
van een vrijwel mislukt bestaan, besmeurd met blaam,
afleggen wou en heen zou gaan in vrede.

Maar op de drempel van de deur gekomen,
terwijl de kille wind een slip van zijn gewaad
opwaaien doet en strijkt langs mijn gelaat
zou nog een laatste aarz'len mij doorstromen,
niet om 't verlies van veel vergeefse dromen,
maar om het lachen van een kind op straat.

Verzamelde gedichten (1947)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:34 Reageer op dit bericht

de stilte

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

De stilte

Min de stilte in uw wezen,
Zoek de stilte die bezielt,
Zij die alle stilte vrezen
Hebben nooit hun hart gelezen,
Hebben nooit geknield.

Draag uw kleine levenszegen
Naar het dromenloze land,
Lijk de golve' haar oogst bewegen -
Tot zij zachtjes breken tegen
Het doodstille strand.

Zie de boom de paden tooien
Rondom zijne stille voet,
Laat uw ziel zich zo ontplooien
En haar bloemen om zich strooien
Uit een vroom gemoed.

Leer u aan de stilte laven:
Waar het leven u geleidt -
Zij is uwe veil'ge haven,
Want zij is de grote gave
Van de Eeuwigheid.

Sluit de stilte in uw gaarde,
Wees in haar gelukkig kind:
Al wie ze aan haar schoot vergaarde -
Alle zaligen op aarde
Hebben haar bemind.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:42 Reageer op dit bericht

zeven

Een gedicht van Willem Kloos 1859-1938

Alle Zeven

Met zeven nagelen lag Ik geklonken
Op dit zwart rad van marteling, mijn Leven, -
Want zeven Hárten zijn mij ópgeblonken,
In pracht van Jeugd en Vreugde's innigst beven.

In zeven dromen was ik zwaar verdronken,
Dromen van deemoed en van liefde-geven,
Die alle zeven weer in 't Niet-zijn zonken:
Daarom gegroet, mystiek getal van Zeven!

Hártstochten gaan en komen op de maat
Van mijner diepre Ziel geheimvol deinen,
En heel mijn liefde was een morgendroom.

Maar, boven al de Schijn des Tijds uit, staat
Gij in uw koelte, al-enig-vaste-en-reine,
O, Cijfer, waar 'k op tuur, in vreemde schroom.

Verzen (1931)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 21:49 Reageer op dit bericht

te Delft

Een gedicht van Hieronymus van Alphen 1746-1803

Te Delft

- fragment -

o Delft, o Hofpaleis! gij deed mijn boezem gloeien,
Toen ik die trappen zag,
Waarlangs mijn Vaderland een tranenstroom deed vloeien,
Toen Willem daar op lag.
Mijn ziel werd gans gevoel; ik moest mijn vingers steken
In dien doorschoten wand.
Ik zag, ik hoorde hem die laatste woorden spreken:
Mijn God, Mijn Vaderland!
Zo ge ooit, mijn landgenoot! zijn heilige as moocht nadren,
Kniel dankend bij zijn graf!
Er droomt geen Hollands bloed in uw verbasterde aadren,
Gaat gij er koel van af.

Nederlandsche gezangen (1779)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:41 Reageer op dit bericht

las

Een gedicht van P.A.M. Boele van Hoensbroek

 

LAS  HUELGAS

In het klooster van las Huelgas
In de biechtstoel zit de priester,
Fluistrend spreekt zijn biechtelinge
Van de wereld, van haar zonde.

Nimmer zien des priesters ogen
Wie hem toespreekt. Nimmer blikken
In de wereld meer de vrouwen,
Die het klooster heeft begraven.

Aarzlend spreekt de mond der nonne
Van haar liefde voor een koorknaap,
Die het wierookvat eens zwaaide
In de kathedraal van Burgos.

Aan hem denk ik altijd, _ snikt zij, _
Aan zijn schittrend schone ogen.
Juan was zijn naam. Zijn vader
Was een arme schapenhoeder.

Daaglijks keert de priester weder
In het klooster van Las Huelgas;
Hoort de biecht der jonkvrouw, altijd,
Altijd zuchtend naar de liefde.

Daaglijks wordt hij bleker, minder
Schitterend zijn donkre ogen.
Staamlend geeft hij absolutie
Voor haar zondig, werelds denken.

Eindlijk vond men in de biechtstoel
Dood de jonge priester zitten. _
Juan was zijn naam. Zijn vader
Was een arme schapenhoeder.

Liefde ne leed, Amsterdam(1903)

Geschreven door Dora om 19:53 Reageer op dit bericht

jan stavast

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

Jan Stavast. 

1.

Al valt de hemel naar omlaag
Ik zet er kloek mijn schouders onder,
En 'k wed, al lijkt het nog zo'n wonder,
Dat ik hem steun, dat ik hem draag: -
Sta maar vast in pret en pijn,
En het leven
Kan niets geven
Wat u àl te zwaar zou zijn!


2.

Maar - doet gij 't in uw eigen kracht,
Al staat ge ook stevig op uw benen,
Een strohalm... een paar kittelstenen...
Daar leg-je, Man: - en goede nacht!
Staat ge vast in pret en pijn,
Vroom geloven,
Kracht van Boven,
Moet uw innig steunsel zijn!


3.

Maar dàn ook: als gij d i e gevoelt,
Dan staat ge in stormen en bezwaren
Gelijk een Rots in 's levens baren
Onwrikbaar, hoe het bruist en woelt:
Sta dus vast in pret en pijn,
Neêrlands Mannen! -
Z u l k e Jannen....
Och! mocht ge dàt altoos zijn!

Al de volksdichten (1865)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:32 Reageer op dit bericht

leven

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

Mijn leven

Mijn kindsheid, jeugd en bloei, was éne reeks van plagen;
mijn verdre levenstijd, één ijdle handvol wind;
mijn ouderdom bezweek, bij hoop van beter dagen,
in pijniging van ’t hart die geest en merg verslindt.
Wat nu? De dood verbeid na levenslang verlangen!
Schenk’ hij me een stille koets bij ’t ingaan van de nacht!
Bevrijder, kom! Ruk los de ketens die mij prangen:
Ach! Koel is ’t in uw arm, en op uw peluw, zacht.
‘k Heb lang de felle brand van ’t middaguur gedragen
dat bloed en brein ontstak, en hijg naar ’t eenzaam graf.

Ach, zij ’t gekromde lijf van ’t harde juk ontslagen,
en neem me uw dorre hand het pak des levens af!
Wat ’s leven? – Lijden. – Wat ’s genoegen! Wakend dromen. –
Wat ’s vreugde? – Zelfbedrog, en blinde razernij. –
‘k Beproefde ‘t: ‘k heb die bron voorbij en af zien stromen;
van in haar wel verslijkt, vloot ze in moeras voorbij.
Thans rust ze en vloeit niet meer. Haar ader, leeggelopen,
is dor, verdroogd, en ’t bloed blijft in zijn kreitsloop staan.
Zie neder, God van heil, op wie wij schepslen hopen;
zie neder in genade, en neem mijn zielzucht aan!


Haarlem, 1829

schrijver

Geschreven door Dora om 19:21 Reageer op dit bericht

weduwe

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

AAN ENE WEDUWE.

De vertroostingen Gods zijn nooit te klein,
Hoe groot het leed moog wezen.
De God, die ze schenkt,
en ons lijden gedenkt,
Zij eeuwig gedankt en geprezen!
Houd dan moed onder 't kruis! Hoe zwaar het drukk',
Het zal u nooit verpletten.
Rijze 't leed voor uw oog
als gebergten omhoog:
Het geloof kan ook bergen verzetten.

Madelieven (1869)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:27 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten