Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 oktober 2011 tot 31 oktober 2011

kerkhof

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Kerkhofblommen

Zo daar ooit een blomke groeide
over ‘t graf waarin gij ligt,
of het nog zo schone bloeide:
zuiver als het zonnelicht,
blank gelijk een lelie blank is,
vonklende als een rozenhert,
needrig als de needre ranke is
van de winde daar m' op terdt,
riekend, vol van honing, ende
geren van de bie bezocht,
nog en waar ‘t, voor die u kende,
geen dat u gelijken mocht!



------------------------------------------------
daar m' op terdt: waarop men trapt
geren: graag

Kerkhofblommen (1858)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:51 Reageer op dit bericht

pelgrim

Een gedicht van Jan Luyken 1649-1712

De Pelgrim

Al was het maar een koele Dronk
Van water, uit oprechter harten,
Waar gij eens pelgrims dorstig smarten,
Om Jezus' wille mee beschonk,
Gij zult uw loon dan niet verliezen,
O, vriendelijk en hemels woord,
Van zulk een ware mond gehoord,
Wij willen u tot Heer verkiezen.

Een kleine dienst en grote loon;
Voor water, wijnen, nooit volprezen,
En heilig Bloed, van hemels wezen,
Der klare Liefde. Och! hoe schoon!
Ach Jezus! Welbron aller vreugde,
Fontein van alle goed en zoet,
Ontsluit en open in 't gemoed
Den Bron der aangename deugden.

Dorst gij, naar onze broederplicht,
Van trouwe liefde te betonen,
En wilt een waterdronk belonen,
Met zegen van een groot gewicht,
Wy dorsten ook naar uw genade,
Als naar een levende fontein
Van heilig water, hemels rein ,
Waar 't zielenvuur zich wil verzaden.

Uw zoetheid werkt in ons een dorst
Door zoveel honingzoete woorden,
Die wij van uwe liefde hoorden,
Gelijk een kind aan 's moeders borst.
Wij denken aan die schone rede,
Die eens die vrouw van u vernam ,
Toen zij om Jacobs water kwam,
Zo ver van huis en stad getreden.

Zij wist niet wie den eiser was,
Tot uw genade haar kwam leren
Het levend water te begeren,
Dat hete zielendorst genas.
Dat water van het eeuwig leven,
Dat uit uw heilig hart ontspringt,
En 't bange levensvuur doordringt,
Wil uw gena ons eeuwig geven.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:13 Reageer op dit bericht

herfstliedje

Een gedicht van Adama van Scheltema 1877-1924

Herfstliedje

De takken zijn dun,
Ik ruik de run
Van de eiken, -
De berken zijn wit,
Op een bank zit
Ik te kijken.
Daar klautert het licht
- Wat mooi gezicht! -
Door de takken naar boven:

't Is allemaal louter
Goud, o! je zoudt er
Wel van willen roven!

De wind zit in de
Gele linde
Wat te vertellen, -

Kijk! die kastanje:
Daarvan kan je
De blâre' al tellen!

0! o! daar begint
Die woelige wind
Ze te vergaren - -

Goud! goud! is het ooft.
Over mijn hoofd
Rollen de blâren!


---------------------------------------------------
run: gemalen schors van eik gebruikt als o.a. strooisel

Eerste oogst (1912)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:54 Reageer op dit bericht

rustig

Een gedicht van Jacob Cats 1577-1660

Wilt gij een hups, een rustig wijf?

Wilt gij een hups, een rustig wijf?
Neem eerst uit Nederland het lijf,
Neem dan nog tot zo weerde pand
Het aangezicht uit Engeland,
En vorder nog, geloof je mij,
Een tong uit Brabant dient er bij,
En doe er toe een Hollands hert,
Dat niet te licht verslingerd wert;
Maar zo je wilt de hoogste prijs,
Zo haal de billen van Parijs,
Voeg dit bijeen, geminde vriend,
Zo heb je een wijf, gelijk u dient.

schrijver

Geschreven door Dora om 09:38 Reageer op dit bericht

gras

Een gedicht van Jan Engelman 1900-1972

Over het gras

Over het gras en over het water
dwaal ik achter de beminde
die ik vroeg en die ik later,
die ik nimmer, nimmer vinde.

Smalle schelpen zijn haar handen
om een eeuwge zee te horen,
in zijn wieg en broze wanden
zingt haar hart mijn wee verloren.

Handen die mijn hoofd niet koelen
met hun sneeuw, de lichte, zachte.
Hartklop die ik niet zal voelen
onder stergoud, al de nachten.

Over het gras en over het water
dwaal ik achter de beminde,
tot ik aanzie - later, later,
in een licht dat mij hervinde.

Tuin van Eros (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:45 Reageer op dit bericht

gras

Een gedicht van Jan Engelman 1900-1972

Over het gras

Over het gras en over het water
dwaal ik achter de beminde
die ik vroeg en die ik later,
die ik nimmer, nimmer vinde.

Smalle schelpen zijn haar handen
om een eeuwge zee te horen,
in zijn wieg en broze wanden
zingt haar hart mijn wee verloren.

Handen die mijn hoofd niet koelen
met hun sneeuw, de lichte, zachte.
Hartklop die ik niet zal voelen
onder stergoud, al de nachten.

Over het gras en over het water
dwaal ik achter de beminde,
tot ik aanzie - later, later,
in een licht dat mij hervinde.

Tuin van Eros (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:55 Reageer op dit bericht

ochtend

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

JUNI-OCHTEND

't Is vroeg. Ik sta voor de open deur,
Nauwelijks bewust, in stil verpozen,
en mijmerend drinkt mijn blik de kleur
Van anjers, leliën en rozen.

Dan, vredig, fluistert hart naar geest
(Zo leest een vrome zijn getijden):
'Alles is rein, en alles feest,-
Het wenkt ook ons nog tot verblijden.'

OPWAARTS(1920-1945)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:46 Reageer op dit bericht

gij

Een gedicht van Dop Bles 1883-1940

Gij hebt gezegd

Gij hebt gezegd: „de vrouw
Wier ogen in Uw ogen lezen,
wier lippen bloeien op Uw mond
en door Uw wezen schijnt verwezen
en slechts Uw taal en zin verkondt,
heeft dag noch uur gekend de trouw
en was U nimmer tot Uw heil;
haar voze hart is vuig en veil;
zij heeft Uw geld en goed verdaan
en alle glans Uw naam ontnomen.
Dus droomt gij schoonheid van een waan,
laat mij U wekken uit dit dromen
wijl 'k mij Uw vriend beschouw"

— „Is dit het weten, dat gij biedt ? ...
Ik heb haar lief, dit schone kind
en nimmer smart daarin gevonden
al is 't mijn min, die 'k bij haar vind,
waarmee 'k haar hart heb teer omwonden,
Haar stem is zacht en zoet haar lied,
het leven wend mij schoon en licht
door d' onschuld van haar aangezicht
en 'k dacht mijn eenzaam hart verstaan.
Gij zegt: „dit al is niets dan dromen
en rukt mij of de schoonste waan ... .
maar wat heeft zij me dan ontnomen ?
Vriend, ik dank U niet."

Parijsche Verzen (1923)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:57 Reageer op dit bericht

zon

Zomaar een gedicht

Stralen

 

Als de zon aan de hemel staat te stralen

Op de dag waarop de zon volop mag schijnen

En we zien alle mooie herfstlijnen

Wat gebogen of krom

De bladeren zijn het die alles versieren

Ja, de zon is gezond voor hart en nieren

Zonder zon is het somber in het leven

Dat er nog zulke mooie dagen worden gegeven

Waar we allemaal nog van mogen opleven

Voordat de winter in gaat treden

Dan is lente, zomer herfst een waar verleden

Er komen nieuwe tijden aangetreden

Zo zien we steeds uit naar een volgend seizoen

Maar als de zon zijn stralen

Over ons heen laat gaan

Dan kunnen we weer doorgaan

Zonder licht hebben we geen bestaan


zonnen

 

Geschreven door Dora om 12:32 Reageer op dit bericht

bloesems

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

STERREN EN BLOESEMS...

Sterren en bloesems, en het zoele suizen
Van lentewind; en, uit de wijde nacht,
Langs kleine tuinen tussen stille huizen,
Geur van belofte voor een hart dat wacht.

Rijk hart, in 't eeuwig keren der getijden
Eenzaam wellicht, maar wonderlijk gerijpt,
Dat, lijdend al wat Leven géeft te lijden,
Nochtans zijn grootheid, in geluk, begrijpt.

OPWAAARTS(1920- 1945)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:38 Reageer op dit bericht

Si-Chy

Een gedicht van Jules Schürmann

Si-Chy

Si-Chy, uw handen zijn als lotusbloemen,
Uw ogen zijn twee maanbeschenen meren,
Wanneer gij lacht is het of blanke peerlen
Wonderlijk glanzen in de maneschijn...

Uw leden zijn uit bleek ivoor gesneden,
Uw voetjes zijn nog vlugger dan der hinde,
Uw rode lippen zijn als arabesken,
Die een fijn kunstenaar kleurde op witte zij...

Uw haren zijn elastisch en zij blinken
Gelijk in sterrelicht het loof der wilgen,
En uw borstjes: twee satijnen appels,
Die blozen in het vers bedauwde gras...

Waarheen gij gaat volgen u zoete geuren,
Die dromen doen van hartstocht en van strelen,
En wie het wuiven uwer vingeren ziet,
Voelt in zijn hart de windzucht van een waaier.

Chinesche verzen (1916)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:06 Reageer op dit bericht

uitstel

Een gedicht van Toon Tellegen

Van uitstel komt

Wat doe ik met mijn leven?
Uitstellen.

Ik denk lang en diepzinnig na,
stel dezelfde vraag,
krijg hetzelfde antwoord
en denk weer na.

De zon komt op, een merel zingt.
En als ik het nu eens niet meer uitstel... denk ik.
Die gedachte is onverdraaglijk.

Er schuift een wolk voor de zon
en in de verte slaat een klok -
ik stel mijn vraag,

zoals altijd voor het laatst.

---------------------------
uit: 'Wie A zegt', 2003.

schrijver

Geschreven door Dora om 09:59 Reageer op dit bericht

sterfbed

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Het sterfbed

Met zorg hield ons bedroefde kring
De adem in, om acht te geven
Hoe in haar borst de stroom van 't leven
Nog flauwtjes op en neder ging.

Elk onzer fluisterde zo zacht,
En stond zo machtloos op zijn benen,
Als hadden we elk zijn eigen kracht
Haar tot de doodstrijd moeten lenen.

Door vrees en hoop werd evenzeer
Ons hart misleid, bij 't pijnlijkst wachten.
Zij sliep. Wij zeiden: "Ze is niet meer."
Zij stierf. Toen sliep zij, naar wij dachten.

Want, toen de morgen koud en nat
Te voorschijn kwam met regenvlagen
Hield zij haar oogjes toe. Zij had
Een schoner dag zien dagen.

Madelieven (1870)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:19 Reageer op dit bericht

God

Voor u gelezen en hier geplaatst

God zal mij geleiden

Ik kijk achterom
Achterom naar de jaren terug
Er waren vragen van ‘waarom’
Soms waren de jaren stug

Ik kijk terug naar mijn verleden
Wat er allemaal is gebeurd
Mensen overleden…
De tijden waren een poosje verkleurd

Ik kijk naar voren
Naar jaren voor mij heen
Ik heb het niet verloren
Want ik ben niet alleen

Ik kijk naar de toekomst en wil verder
Tijden van onzekerheid zullen misschien nog komen
Maar God is mijn Herder
Die zal mij geleiden naar zeeg’nende waat’ren der stromen

Geschreven door Dora om 10:15 Reageer op dit bericht

spreken

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899
 spreke en

Zo spreke en
zo denke en
zo dichte en
zo doe'k!





1879-80

Gedichten, gezangen en gebeden (1879)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:43 Reageer op dit bericht

zielenleven

Een gedicht van Prudens van Duyse 1804-1859

Het zielenleven.

Nadat de zonne slapen ging,
Zien wij uit hare sluimering
Des morgens haar ontwaken:
Legt ons ook de Engel van de dood
Te slapen in des aardrijks schoot,
God zal ons wakker maken.

Dan staan wij voor des Heeren troon
Tot onze straf of tot ons loon,
Voor al ons goede of kwade.
De braven zien hun vrienden weer,
De braven zien ons lieve Heer,
En danken zijn genade.

De boze kindren zien hem niet,
Hoe menig traan hun oog vergiet,
Maar blijven 't kwaad herdenken,
Door hen bedreven. Kind, welaan,
Doe andren wat ge u wilt gedaan,
En God zal ginds u wenken.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:53 Reageer op dit bericht

laatste

Een gedicht van Jaco Slauerhoff 1898-1936

DE LAATSTE HERFST

Ver stond de strakke lucht
Als een grijszijden scherm
Gespannen voor de dood.
Aan deze zijde een vlucht
Vogelen met gekerm,
Onze hoofden over, vlood.

De grond bekroop wat groen.
Schril staken stengels riet.
De wereld stond ontbladerd
Uitstervend in seizoen,
Dat zon voorgoed verliet,
Weer tot de maan genaderd.
Wij vonden nog een zoen.
Ergens zijn wij ons toen
Ontweken of genaderd?

schrijver

Geschreven door Dora om 15:32 Reageer op dit bericht

zomerdood

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Zomerdood

O herfstvertedering in het stille woud,
Waar bruine blaadjes rusten op de poel,
Of langzaam drijven zonder lust of doel
En bomen prijken met het som'bre goud

Waarmede 't bos om zomerscheiden rouwt,—
0 bruin-bestrooide lanen, leeg en koel,
En vale bermen, kalme mijmerstoel,
En blaad'renweb, waardoor de hemel blauwt!

Sterf rustig, zomer, prijk uw leven uit
Met droeve dos van bruin en glans van rood,
Bekrans met vallend geel uw eigen dood,

Geef willig de aarde uw bladertooi ten buit,
Der voedster, uit wier schoot in 't jonge jaar
Gij schoon zult rijzen van uw stervensbaar.

Tonen en tinten (1900)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:07 Reageer op dit bericht

voorzang

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Voor­zang

Het huis mijns vaders, waar de dagen trager waren,
was stil, daar 't in de schaduwing der tuinen lag
en in de stilte van de rust­-gewelfde blâren.
­- Ik was een kind, en mat het leven aan de lach
van mijne moeder, die niet blij was, en aan 't waren
der schemeringen om de bomen, en der jaren
om 't vredig leven van de roereloze dag.

En 'k was gelukkig in de schaduw van dit leven
dat naast mijn dromen als een goede vader ging...
­- De dagen hadden mij de vreemde vreugd gegeven
te weten, hoe een vlucht van grote vooglen hing,
iedere avond, in de teedre zomer­luchten
die zeegnend om de ziel der needre mensen gaan,
als de avond daalt, en maalt in avond­-kleur de vruchten
die rustig­-zwaar in 't loof der stille bomen staan.

...Tóen kwaamt gij zacht in mij te leven, en we waren
als schaemle bloemen in de avond, o mijn kind.
En 'k minde u. -­ En zo 'k véle vrouwen heb bemind
sinds dien, met moede geest of smekende gebaren:
ú minde ik; want ik zag uw kinder-­ogen klaren
om schuine bloemen in de tuine', en uw aanschijn
om mijn eenzelvig doen en denken tróostend zijn,
in 't huis mijns vaders, waar de dagen tràge waren...


1900

schrijver

Geschreven door Dora om 11:13 Reageer op dit bericht

kindje

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Slaapliedje

Slaap, kindje mijn,
Sluit je lipjes fijn,
En doe je ogen dicht, mijn ogenlicht;
Nu je zo warmpjes nederligt,
Moet je rustig zijn.

Nù ben-je klein:
Ik hou je hoofd en je lijfje zoet,
En je wilde voetjes stil en goed
In twee handen mijn.

Eens zul-je groter zijn:
Dan lig je niet meer in mijn armen neer,
Dan stap je door 't land als een hele meneer;
Eens zul-je groter zijn....

Lipjes van karmijn,
Kon je voelen mijn kussen je leven lang...
- Als wereld boos is en 't leven bang,
Zal ik niet meer zijn.

Oud in lang wil 'k niet zijn!
Moedertjes hart is sterk en warm...
Zwak is en arm, wie geen kindje warm
Kijkt in de ogelijn.

't Hart zal zangster zijn...
Mijn leven lang... elk woord een zang,
Een beê tot God, dat Hij zacht je omvang',
Moogt Gods eigen zijn...
Slaap... kindje... mijn..

Serena (1898)

Illustratie: Moeder en kind door Gustav Klimt (Wenen 1862-1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:28 Reageer op dit bericht

tijd

Een gedicht van M. Vasalis

Tijd

Ik droomde, dat ik langzaam leefde ....
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen .....
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
- De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd ....
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

-------------------------------------
uit: 'Parken en woestijnen', 1940.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:32 Reageer op dit bericht

goed

Een gedicht over de gewone dingen van het leven
Je komt mensen hier en daar tegen
Veel dingen kunnen zwaar wegen

Goed

 

Gaat het goed?

Ja, het gaat goed!

Wanneer zeg je dat het niet goed gaat!

Soms kunnen heel veel mensen klagen

Of ze luisteren niet naar klagen

Ja, zo zit het in onze dagen

Er zijn nog maar weinig oprechte vragen

Mensen kijken naar elkaar

De één doet raar

De ander is afstandelijk

Weer een ander is koud

Och ja, we leven toch in een dor woud

Niemand die het nog begrijpt

Hoe en het waarom in onze tijd

Je ziet toch dat alles afglijdt

Maar wat maakt het uit

Eén ding is zeker, de tijd!

De tijd die vooruit gaat

Zonder dat je er wat aan kan doen

Ieder wandelt door het leven

Met zijn eigen gedoe

Veel mensen zijn misschien wel geestelijk moe

Moe van alle veelheden

Die het leven heeft gegeven

Toen het simpel was

Wilde men graag meer

Maar alles neemt een keer

Of het is een keerzijde

Van teveel

Ja, zo staan we in dit veelvoudige geheel

Ieder mens ontvangt vroeg of laat z’n deel

 

Geschreven door Dora om 13:28 1 reactie Reageer op dit bericht

najaarsblad

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Een najaarsblad

Ik zing tot prijs en eer...
In roodgoud najaarsweer
Werd zó mijn geest bevrijd
Van een krankzinnigheid:

Ik raapte een donkre steen,
En dacht, ook ik ga heen
En lig zo zwaar en zwart
Der aarde aan 't ijskoud hart.

Toen daalde een purper blad,
Dat Hij beschreven had,
Mij ritslend in de hand
En stak mijn hart in brand.

Ik voelde zwéven weer
Mijn hoop op brede veer,
Ik wierp de dode steen
In 't meer, waar zon op scheen.

schrijver

Geschreven door Dora om 12:32 Reageer op dit bericht

handen

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

Onze handen

Eenvoudig als onze handen zijn
bij vaal verdriet en gulden feest,
zo zijn wij, lieve, met elkaar
zelden geweest.

Tussen der woorden hovaardig spel,
ons handen, zij alleen,
die wisten van elkander wel
’t geheim van ons getweên.

Die hebben ’t schoonste deel gekend
van ’t heimwee waar een mens in mint;
die wisten niet waar waken endt
of waar de droom begint.

En wijd van alle valse schijn,
zo zonder teken, zonder woord,
hebben ze, zuiver als ze zijn,
elkander toebehoord.

Mijn jongen, toen uw leste kus
vaarwel zong door mijn blonde haar,
deden ons beider handen nog
van komen 't schoon gebaar.

En toen de leste trein vertrok,
wuifden zij nog elkander toe,
die zwijgend hebben liefgehad,
die minnen elkaar voorgoê.

Och, mochten, moe van dool en pijn,
wij eens, aan avondraam,
eenvoudig als ons handen zijn
zwijgend tesaam.

schrijver

Geschreven door Dora om 15:00 Reageer op dit bericht

stilte

Een hartenkreet van An Terlouw

In stilte loop ik naast je!

Een hart onder de riem wil ik je steken,
een arm om je schouder wil ik leggen,
een schouder wil ik je lenen om te huilen,
een zakdoek om je tranen te drogen.

Een bemoedigende glimlach wil ik je geven,
mijn oren om naar je te luisteren,
mijn hart om met je mee te voelen,
maar de weg, die voor de je uitgestippeld is,
moet je alleen gaan, alleen:

in stilte loop ik naast je!

schrijver

Geschreven door Dora om 09:51 Reageer op dit bericht

klokken

Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

De klokken luien.

O Klokken in de najaarsavend,
wat luidt uw luien lief en lavend!
O Klokken in de winternacht,
wat luidt gij als een jammerklacht!

* * *

O Klokken in de najaarsavend!
Met liturgieën, klagend teder,
als priesters, 't dode loof begravend,
dat langzaam zwijmlend dwarrelt neder;

op goud en purperen avondluchten
stort gij uw ziel uit, najaarsklokken:
die zweeft tot mij, met stenend zuchten,
een bleke maagd, met waaiende lokken,

met waaiende lokken en doodse wangen
en ogen, waarin tranen beven....
Die zingt heel droef, en - in haar zangen
herleeft, één stonde, 't ganse leven,

het leven van de zoete maanden
der bloemen - en der minneweelden,
toen geur en kleur zoo machtig streelden
dat wij ons weer in Eden waanden.

* * *

O Klokken in de najaarsavend,
wat luidt uw luien lief en lavend:
O Klokken in de winternacht,
wat luidt uw luien als een klacht!

Uw luien luidt als 't bange klagen
van kindren, in het bos verloren....
Uw luien luidt als 't smachtend vragen
naar 't zijn, ons na dit zijn beschoren....

Uw luien luidt als 't hooploos snakken
van stervenden, die willen leven....
Uw luien luidt als 't ‘ach’ der zwakken,
die willen maar niet kunnen sneven....

O Klokken in de winteravend,
terwijl de vlokken vallen, vallen,
heel de aarde in hunne wâ begravend,
laat gij uw de profundis schallen....

In hagelbui en windorkanen
stort gij uw ziel uit, winterklokken;
die waart dan, wild, langs veld en banen,
Erinnys, zij, met slangenlokken.

Haar jammeren beheerst de stormen:
wie 't hoorde, heeft de slaap verloren.
In 't bos verdort het braam en doren,
in 't graf versteent het zelfs de wormen;

haar ogen gloeien, roodbekreten,
door mist en damp; het bloed golpt rood
uit haren boezem; opgereten
met drakenklauwen is haar schoot....

* * *

O Klokken in de najaarsavend,
wat luidt uw luien zacht en lavend....
O Klokken in de winternacht,
wat luidt gij als een lange klacht....

------------------------------------------
wâ - wade - kleed
Erin(n)ys - één van de Wraakgodinnen (Furiën): ze zagen er afschrikwekkend uit. Hun haar bestond uit slangen, uit hun ogen droop bloed.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:27 Reageer op dit bericht

dichten

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

't Liefste wat ik weet is dichten

't Liefste wat ik weet is dichten,
Dat is: van de innerlijke gezichten
Woorden maken.
Die doen ontwaken
In andren wat ik zie; —

Zodat van vreemd en menig
Wij worden vriend en enig:
Zielen raken
Elkaar en slaken
Een zucht, een melodie.

Het blank heelal (1908)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:44 Reageer op dit bericht

herfstwind

Een gedicht van Jacob Slauerhoff 1898-1936

Herfstwind

Herfstwind verdrijft de witte wolken,
Ganzen trekken langs het lege zwerk,
Nog geuren chrysanten en bloeien orchideeën,
Kon ik mijn vroeger lief nu vergeten,
Bijna was ik gelukkig,
Met mijn bloemenboot op de Fen-rivier,
Wit schuimt de stroom langs de boeg,
Fluit en trom houden maat met de riemslag,
Onder 't rumoer broeden sombre gedachten,
Jeugd jaagt voorbij, dood staat onwrikbaar.

Yoeng Poe Tsjoeng (1930)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:36 Reageer op dit bericht

najaar

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Najaar III

III

'k Geniet met dankbaarheid de zachte dagen
En de geleidelijke gang der weken,
Waarin geen stoot de teed're rust komt breken,
Geen winterleed de najaarsstilte plagen.

'k Hoor nòg in 't hout der woudduif innig klagen,
En dool gelukkig langs de bocht'ge beken,
En in mijzelve loop ik zacht te spreken
Bij schoon herdenkens weeld'rig welbehagen.

'k Doorleef het alles weer, de stille weg,
Omgroeid met wazig-blauwe slee, de heg,
Waardoor zich 't rood gestip van vruchtjes wond;

Ik treed weer in gedachten langs de grond,
Waar stapklank zich in 't fulpig gras verloor,
Doorgroefd van 't diepe, zwarte wagenspoor.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:05 Reageer op dit bericht

najaar

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Najaar II

II

De meeuwen scheren langs 't verlaten strand,
Hun witte buikjes glimmen even op,
En nederwaarts gestrekt met spitse kop,
Zo laten zij zich vallen op het zand.

De najaarsstilte ligt al over 't land,
Het bos vergoot zijn loof, als drop na drop
Van bloedend blad vervloot, wijl groene knop
Zich zwellend zette aan ronde takkenrand.

De zee is eenzaam, slechts een vage schim
Van zeilend schip staat tegen lichte kim,
En gaat, nauw-merkbaar glijdend, zacht vooruit.

De zee lacht zilvergrijs getint,
Met zoet bekoren van een spelend kind,
Zacht boezemdeinend als een blanke bruid.

Tonen en tinten

schrijver

Geschreven door Dora om 11:17 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten