Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

goed

Een gedicht over de gewone dingen van het leven
Je komt mensen hier en daar tegen
Veel dingen kunnen zwaar wegen

Goed

 

Gaat het goed?

Ja, het gaat goed!

Wanneer zeg je dat het niet goed gaat!

Soms kunnen heel veel mensen klagen

Of ze luisteren niet naar klagen

Ja, zo zit het in onze dagen

Er zijn nog maar weinig oprechte vragen

Mensen kijken naar elkaar

De één doet raar

De ander is afstandelijk

Weer een ander is koud

Och ja, we leven toch in een dor woud

Niemand die het nog begrijpt

Hoe en het waarom in onze tijd

Je ziet toch dat alles afglijdt

Maar wat maakt het uit

Eén ding is zeker, de tijd!

De tijd die vooruit gaat

Zonder dat je er wat aan kan doen

Ieder wandelt door het leven

Met zijn eigen gedoe

Veel mensen zijn misschien wel geestelijk moe

Moe van alle veelheden

Die het leven heeft gegeven

Toen het simpel was

Wilde men graag meer

Maar alles neemt een keer

Of het is een keerzijde

Van teveel

Ja, zo staan we in dit veelvoudige geheel

Ieder mens ontvangt vroeg of laat z’n deel

 

Geschreven door Dora om 13:28 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

nikki10 oktober 2011 om 22:40

Lieve groetjes Nikki

Zeer prachtig geschreven Dora
Image and video hosting by TinyPic
In het veld van gisteren
onder een mooie haag
pluk ik de herinneringen
van vandaag
Nikki
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

najaarsblad

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Een najaarsblad

Ik zing tot prijs en eer...
In roodgoud najaarsweer
Werd zó mijn geest bevrijd
Van een krankzinnigheid:

Ik raapte een donkre steen,
En dacht, ook ik ga heen
En lig zo zwaar en zwart
Der aarde aan 't ijskoud hart.

Toen daalde een purper blad,
Dat Hij beschreven had,
Mij ritslend in de hand
En stak mijn hart in brand.

Ik voelde zwéven weer
Mijn hoop op brede veer,
Ik wierp de dode steen
In 't meer, waar zon op scheen.

schrijver

Geschreven door Dora om 12:32 Reageer op dit bericht

handen

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

Onze handen

Eenvoudig als onze handen zijn
bij vaal verdriet en gulden feest,
zo zijn wij, lieve, met elkaar
zelden geweest.

Tussen der woorden hovaardig spel,
ons handen, zij alleen,
die wisten van elkander wel
’t geheim van ons getweên.

Die hebben ’t schoonste deel gekend
van ’t heimwee waar een mens in mint;
die wisten niet waar waken endt
of waar de droom begint.

En wijd van alle valse schijn,
zo zonder teken, zonder woord,
hebben ze, zuiver als ze zijn,
elkander toebehoord.

Mijn jongen, toen uw leste kus
vaarwel zong door mijn blonde haar,
deden ons beider handen nog
van komen 't schoon gebaar.

En toen de leste trein vertrok,
wuifden zij nog elkander toe,
die zwijgend hebben liefgehad,
die minnen elkaar voorgoê.

Och, mochten, moe van dool en pijn,
wij eens, aan avondraam,
eenvoudig als ons handen zijn
zwijgend tesaam.

schrijver

Geschreven door Dora om 15:00 Reageer op dit bericht

stilte

Een hartenkreet van An Terlouw

In stilte loop ik naast je!

Een hart onder de riem wil ik je steken,
een arm om je schouder wil ik leggen,
een schouder wil ik je lenen om te huilen,
een zakdoek om je tranen te drogen.

Een bemoedigende glimlach wil ik je geven,
mijn oren om naar je te luisteren,
mijn hart om met je mee te voelen,
maar de weg, die voor de je uitgestippeld is,
moet je alleen gaan, alleen:

in stilte loop ik naast je!

schrijver

Geschreven door Dora om 09:51 Reageer op dit bericht

klokken

Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

De klokken luien.

O Klokken in de najaarsavend,
wat luidt uw luien lief en lavend!
O Klokken in de winternacht,
wat luidt gij als een jammerklacht!

* * *

O Klokken in de najaarsavend!
Met liturgieën, klagend teder,
als priesters, 't dode loof begravend,
dat langzaam zwijmlend dwarrelt neder;

op goud en purperen avondluchten
stort gij uw ziel uit, najaarsklokken:
die zweeft tot mij, met stenend zuchten,
een bleke maagd, met waaiende lokken,

met waaiende lokken en doodse wangen
en ogen, waarin tranen beven....
Die zingt heel droef, en - in haar zangen
herleeft, één stonde, 't ganse leven,

het leven van de zoete maanden
der bloemen - en der minneweelden,
toen geur en kleur zoo machtig streelden
dat wij ons weer in Eden waanden.

* * *

O Klokken in de najaarsavend,
wat luidt uw luien lief en lavend:
O Klokken in de winternacht,
wat luidt uw luien als een klacht!

Uw luien luidt als 't bange klagen
van kindren, in het bos verloren....
Uw luien luidt als 't smachtend vragen
naar 't zijn, ons na dit zijn beschoren....

Uw luien luidt als 't hooploos snakken
van stervenden, die willen leven....
Uw luien luidt als 't ‘ach’ der zwakken,
die willen maar niet kunnen sneven....

O Klokken in de winteravend,
terwijl de vlokken vallen, vallen,
heel de aarde in hunne wâ begravend,
laat gij uw de profundis schallen....

In hagelbui en windorkanen
stort gij uw ziel uit, winterklokken;
die waart dan, wild, langs veld en banen,
Erinnys, zij, met slangenlokken.

Haar jammeren beheerst de stormen:
wie 't hoorde, heeft de slaap verloren.
In 't bos verdort het braam en doren,
in 't graf versteent het zelfs de wormen;

haar ogen gloeien, roodbekreten,
door mist en damp; het bloed golpt rood
uit haren boezem; opgereten
met drakenklauwen is haar schoot....

* * *

O Klokken in de najaarsavend,
wat luidt uw luien zacht en lavend....
O Klokken in de winternacht,
wat luidt gij als een lange klacht....

------------------------------------------
wâ - wade - kleed
Erin(n)ys - één van de Wraakgodinnen (Furiën): ze zagen er afschrikwekkend uit. Hun haar bestond uit slangen, uit hun ogen droop bloed.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:27 Reageer op dit bericht

dichten

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

't Liefste wat ik weet is dichten

't Liefste wat ik weet is dichten,
Dat is: van de innerlijke gezichten
Woorden maken.
Die doen ontwaken
In andren wat ik zie; —

Zodat van vreemd en menig
Wij worden vriend en enig:
Zielen raken
Elkaar en slaken
Een zucht, een melodie.

Het blank heelal (1908)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:44 Reageer op dit bericht

herfstwind

Een gedicht van Jacob Slauerhoff 1898-1936

Herfstwind

Herfstwind verdrijft de witte wolken,
Ganzen trekken langs het lege zwerk,
Nog geuren chrysanten en bloeien orchideeën,
Kon ik mijn vroeger lief nu vergeten,
Bijna was ik gelukkig,
Met mijn bloemenboot op de Fen-rivier,
Wit schuimt de stroom langs de boeg,
Fluit en trom houden maat met de riemslag,
Onder 't rumoer broeden sombre gedachten,
Jeugd jaagt voorbij, dood staat onwrikbaar.

Yoeng Poe Tsjoeng (1930)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:36 Reageer op dit bericht

najaar

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Najaar III

III

'k Geniet met dankbaarheid de zachte dagen
En de geleidelijke gang der weken,
Waarin geen stoot de teed're rust komt breken,
Geen winterleed de najaarsstilte plagen.

'k Hoor nòg in 't hout der woudduif innig klagen,
En dool gelukkig langs de bocht'ge beken,
En in mijzelve loop ik zacht te spreken
Bij schoon herdenkens weeld'rig welbehagen.

'k Doorleef het alles weer, de stille weg,
Omgroeid met wazig-blauwe slee, de heg,
Waardoor zich 't rood gestip van vruchtjes wond;

Ik treed weer in gedachten langs de grond,
Waar stapklank zich in 't fulpig gras verloor,
Doorgroefd van 't diepe, zwarte wagenspoor.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:05 Reageer op dit bericht

najaar

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Najaar II

II

De meeuwen scheren langs 't verlaten strand,
Hun witte buikjes glimmen even op,
En nederwaarts gestrekt met spitse kop,
Zo laten zij zich vallen op het zand.

De najaarsstilte ligt al over 't land,
Het bos vergoot zijn loof, als drop na drop
Van bloedend blad vervloot, wijl groene knop
Zich zwellend zette aan ronde takkenrand.

De zee is eenzaam, slechts een vage schim
Van zeilend schip staat tegen lichte kim,
En gaat, nauw-merkbaar glijdend, zacht vooruit.

De zee lacht zilvergrijs getint,
Met zoet bekoren van een spelend kind,
Zacht boezemdeinend als een blanke bruid.

Tonen en tinten

schrijver

Geschreven door Dora om 11:17 Reageer op dit bericht

uchtend

Een gedicht van Louis Couperus 1863-1923

Uchtend

De mist, uit zilverpeerlen als geweven,
laat in de rozige uchtendschemering,
de helling langs der grauwe heuvelkling,
zijn golvend waas naar 't Westen toe verzweven.

Ter kimme heeft, uit donzen wemeling,
een rozewolk heur gouden wiek geheven.
Door 't dorre hout, waarin de druplen beven,
schiet de eerste schicht zijn schelle schittering.

En sidrend beuren slanke populieren
zich op uit kille dauw, die langs de vliet
in flarden zijn sluier af laat slieren.

Geen leeuwrik orgelt er een morgenlied;
op loden vleuglen schijnt de stilt te hangen;
slechts in de verte ruist de zee haar zangen...

schrijver

Geschreven door Dora om 11:14 Reageer op dit bericht

najaar

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

NAJAAR I

I

De zon bestraalt het rosse beukengoud,
Dat in het water glanst met felle pracht,
En beukenstammen in licht-grijze dracht
Verheffen schitt'rende armen boven 't woud.

Zie hoe de wolkeloze hemel blauwt,
En door 't verwelkend takkenweefsel lacht,
En zomerdromen weer to brengen tracht,
Beloften, o hoe gaarne nog vertrouwd!

Maar 't vreemd geheimvol-stille van den tijd,
Der voog'len zwijgen en de diepe rust,
Die als een angst beklemmend alles sust,

Doen voelen dat een macht'ge wordt verbeid,
Die langzaam nadert, en de vlammendos
Verniet'gen zal van 't nu nog pralend bos.

Tonen en tinten

schrijver

Geschreven door Dora om 12:20 Reageer op dit bericht

eenheid

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Eenheid

Hoe helderder licht, hoe duisterder.
Hoe duisterder hoe meer sterren.
Hoe meer sterren hoe groter heelal.
Hoe groter heelal, hoe leger.
Hoe leger, hoe stiller.
Hoe stiller, hoe nader het midden.
Hoe nader het midden, hoe meer leven.
Hoe meer leven, hoe sterker hart.
Hoe sterker hart, hoe aardser.
Hoe aardser, hoe verder van het midden.
Hoe verder van het midden hoe duisterder.
Hoe duisterder, hoe dichter bij de zon.
Donker en licht, aarde en hemel is één.

Ruischende bamboe (1937)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:02 Reageer op dit bericht

morgenroep

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Morgenroep

Ik bid U, vriend, maak mij niet wakker,
Wanneer gij vroeg, in lentetijd,
Met snelle tred voorbij mijn akker,
en juublend langs mijn drempel schrijdt.

Mijn van de arbeid bloed'ge handen
Hebben dit hechte huis gebouwd,
Ook deze groene korenlanden
Zijn mijne tot waar de einder blauwt.

Ik ben ze moe die verre tochten,
Slechts met ons hart als reisgezel,
Waar waaiend stof bleek wat wij zochten,
En ieder welkom een vaarwel.

Ik bid U dus, mijn jonge makker,
Stap zacht en demp Uw vreugdgeschal,
Want róept Uw lokkend lied mij wakker,
Ik vrees, dat ik U volgen zal.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:06 1 reactie Reageer op dit bericht

rozen

Een gedicht van Jan Engelman 1900-1972

Bij de rozen

‘Zij zijn voor sterven en vergaan geboren,’
zo dacht ik vluchtig toen ik bij de rozen was.
Maar schrok, en hoorde dreunen in mijn oren:
wat is u zelve, ijdel mens, beschoren,
zo kort als gij hier wandelt bij de rozen op het gras?

Tuin van Eros (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:44 Reageer op dit bericht

hartenkreet

Zomaar een gedicht

Hartenkreet

Je leest ze van dag tot dag
En van week tot week
Soms zijn er mensen
Die in het leven
Zoeken naar een ander
Ja, men wil dat graag in de levenswandel
Het missen van een bekende
Dat lijkt soms het einde
Maar het leven is gegeven
Om te zoeken niet naar wat op aarde is gegeven
Maar wat dient tot het eeuwige leven

 

PinkRose.gif
Geschreven door Dora om 11:29 Reageer op dit bericht

de herfst

Een gedicht van Henriëtte Roland-Holst van der Schalk 1869-1952

De herfst

De herfst talmt nog tussen de blauwe lande' en
buigt over ze met zegenende groet,
als warmte hangt lang over avondstranden
of vreugde nazingt in een klaar gemoed.

Zijn heldre, toch gedempte zegeningen,
doordrenken het hart met zó zoete kracht,
dat het de last der allerzwaarste dingen
voelt slinken tot veerlichte vracht.

De ziel, bevrijd van angsten, rekt haar leden:
zij ademt lichter, immers zij vertrouwt:
zij buigt zich heen over haar eigen vrede
als naar een hemel, die inwendig blauwt.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:21 Reageer op dit bericht

kind

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936
Bij de dood van een kind

Zij kwam een poos en zag met open oog
De wereld aan.
Toen is zij heengegaan.
Wij wisten nooit wat haar het meest bewoog.

Soms is het of een kind
Verdwaald is naar het leven.
Het gaat alsof het zich bezint,
En denkt: waar is mijn vroegre huis gebleven?
Wie weet of ik het straks niet vind.

Soms schijnt het bij zijn komst alreeds volgroeid.
Gelijk een zoete vrucht.
Beweegt het schomlend door de voorjaarslucht.
De huid is warm, die een rijp bloed doorvloeit.
Het sterft, zo weinig nog vermoeid?
Maar 't raadsel dat het in zich sloot
Was de nabije dood.

Gevallen in de chaos als een vonk,
Heeft haar gestalte ons kort bekoord.
Een vonk - die weer verslonk.
Nu tasten wij naar verf en woord
En voeden onze herinnering
Met een gedicht of tekening.

De Getilde Last (1929)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:57 Reageer op dit bericht

roosje

Een gedicht van J.J.L. ten Kate 1819-1889

Het roosje en het graf

Het Graf sprak eens het Roosje aan:
- Wat moet er met de dauw gedaan,
Waarvan uw blaadjes blinken? -
- En gij, hernam het Roosje toen,
Wat wilt gij met de doden doen,
Die in uw diepte zinken? -

Het Roosje zei: - Ik zal te nacht
De dauw, die mij de morgen bracht,
Tot honigdruppels menglen! -
- En ik, lief Roosje! zei het Graf,
De doden, die de Heer mij gaf,
Verander ik in Englen. —

De dichtwerken (1872)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:24 Reageer op dit bericht

online shoppen

Naar aanleiding van een krantenartikel over online shoppen
Ook zo iets zeg gewoon digitaal winkelen op internet
Ja, het is wel iets langer... maar eigen taal blijkt tegenwoordig ook niet
meer geschikt voor het internetverhaal
Dus ik hanteer gewoon mijn eigen taal!

Online shoppen

 

De mens heeft geen tijd!

Of wordt gemakzuchtig

en gaat online shoppen

Maar ze vergeten dat de buren

De pakjes aan moeten pakken

Een vrachtvervoerder komt aan de deur

En zo’n man stel je dan niet teleur

Je neemt het pakje aan

Maar jij moet steeds naar de deur gaan

Want er wordt een briefje afgegeven

En zo komen de buren hun pakje bij je afhalen

In het andere geval moet je het brengen

Is dat erg?

Voor een keertje niet

Maar tenslotte ben je geen leverancier van pakjes

En laten al deze mensen voor hun eigen zaken zorgen

Wil je online shoppen

Dan moet je wel met werken stoppen

Zodat je overdag thuis bent

Ja, ik haat al deze zogenaamde naastenliefde

Want je wordt zo tot slaaf gemaakt van je buren

Ja, dat gaat wel wat de ver

U bent heus mijn slaaf niet

Maar indirect word je dit dus wel

De mens vermaakt zich op internet wel

Alle technologie

Zorgt voor allerlei waandenkbeelden

Het normale leven is geheel in de war

En bij menige internetgebruiker vliegt alles naar z’n knar

Want je ziet zoveel

En je denkt dat is makkelijk

Dat wat ik heb gezien wordt mijn deel

Maar de buren zien scheel van de man achter de te bezorgen pakjes

Omdat de mensen houden van hun internet gemakjes!

De bezorger sprak van de week

Zo zijn gedachten erover uit

Hij moest soms wel tien keer ergens bellen

Om de pakjes af te kunnen geven

Want er was een hele straat niet thuis

Ik zou ze allemaal terugsturen

En menigeen moet dan maar zien

Maar dat ging natuurlijk niet lukken

Want hij is het depot

En de pakjes komen uit heel Nederland

Meneer vroeg of ik het vrachtbriefje wilde ondetekenen

Ja zei ik,  maar wat heeft dat voor mij te betekenen

Nou, dat u het van mij hebt aangepakt

Anders als het zoek raakt wordt ik gepakt

Ja, dan doe je het maar voor een keer

Maar dit was nu echt de laatste keer

Ook al is het een aardige buur

En je kunt per ongeluk wel eens op pad zijn

Maar voor de rest ophouden met die rotgein!

 

 

 

Geschreven door Dora om 09:59 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten