Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

kind

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936
Bij de dood van een kind

Zij kwam een poos en zag met open oog
De wereld aan.
Toen is zij heengegaan.
Wij wisten nooit wat haar het meest bewoog.

Soms is het of een kind
Verdwaald is naar het leven.
Het gaat alsof het zich bezint,
En denkt: waar is mijn vroegre huis gebleven?
Wie weet of ik het straks niet vind.

Soms schijnt het bij zijn komst alreeds volgroeid.
Gelijk een zoete vrucht.
Beweegt het schomlend door de voorjaarslucht.
De huid is warm, die een rijp bloed doorvloeit.
Het sterft, zo weinig nog vermoeid?
Maar 't raadsel dat het in zich sloot
Was de nabije dood.

Gevallen in de chaos als een vonk,
Heeft haar gestalte ons kort bekoord.
Een vonk - die weer verslonk.
Nu tasten wij naar verf en woord
En voeden onze herinnering
Met een gedicht of tekening.

De Getilde Last (1929)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:57 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

roosje

Een gedicht van J.J.L. ten Kate 1819-1889

Het roosje en het graf

Het Graf sprak eens het Roosje aan:
- Wat moet er met de dauw gedaan,
Waarvan uw blaadjes blinken? -
- En gij, hernam het Roosje toen,
Wat wilt gij met de doden doen,
Die in uw diepte zinken? -

Het Roosje zei: - Ik zal te nacht
De dauw, die mij de morgen bracht,
Tot honigdruppels menglen! -
- En ik, lief Roosje! zei het Graf,
De doden, die de Heer mij gaf,
Verander ik in Englen. —

De dichtwerken (1872)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:24 Reageer op dit bericht

online shoppen

Naar aanleiding van een krantenartikel over online shoppen
Ook zo iets zeg gewoon digitaal winkelen op internet
Ja, het is wel iets langer... maar eigen taal blijkt tegenwoordig ook niet
meer geschikt voor het internetverhaal
Dus ik hanteer gewoon mijn eigen taal!

Online shoppen

 

De mens heeft geen tijd!

Of wordt gemakzuchtig

en gaat online shoppen

Maar ze vergeten dat de buren

De pakjes aan moeten pakken

Een vrachtvervoerder komt aan de deur

En zo’n man stel je dan niet teleur

Je neemt het pakje aan

Maar jij moet steeds naar de deur gaan

Want er wordt een briefje afgegeven

En zo komen de buren hun pakje bij je afhalen

In het andere geval moet je het brengen

Is dat erg?

Voor een keertje niet

Maar tenslotte ben je geen leverancier van pakjes

En laten al deze mensen voor hun eigen zaken zorgen

Wil je online shoppen

Dan moet je wel met werken stoppen

Zodat je overdag thuis bent

Ja, ik haat al deze zogenaamde naastenliefde

Want je wordt zo tot slaaf gemaakt van je buren

Ja, dat gaat wel wat de ver

U bent heus mijn slaaf niet

Maar indirect word je dit dus wel

De mens vermaakt zich op internet wel

Alle technologie

Zorgt voor allerlei waandenkbeelden

Het normale leven is geheel in de war

En bij menige internetgebruiker vliegt alles naar z’n knar

Want je ziet zoveel

En je denkt dat is makkelijk

Dat wat ik heb gezien wordt mijn deel

Maar de buren zien scheel van de man achter de te bezorgen pakjes

Omdat de mensen houden van hun internet gemakjes!

De bezorger sprak van de week

Zo zijn gedachten erover uit

Hij moest soms wel tien keer ergens bellen

Om de pakjes af te kunnen geven

Want er was een hele straat niet thuis

Ik zou ze allemaal terugsturen

En menigeen moet dan maar zien

Maar dat ging natuurlijk niet lukken

Want hij is het depot

En de pakjes komen uit heel Nederland

Meneer vroeg of ik het vrachtbriefje wilde ondetekenen

Ja zei ik,  maar wat heeft dat voor mij te betekenen

Nou, dat u het van mij hebt aangepakt

Anders als het zoek raakt wordt ik gepakt

Ja, dan doe je het maar voor een keer

Maar dit was nu echt de laatste keer

Ook al is het een aardige buur

En je kunt per ongeluk wel eens op pad zijn

Maar voor de rest ophouden met die rotgein!

 

 

 

Geschreven door Dora om 09:59 Reageer op dit bericht

avondwandeling

Een gedicht van P.C. Boutens 1870-1943

Avondwandeling

Wij hebben ons vandaag verlaat!
Pas bij de laatste brug
Waar 't voetpad tussen 't gras vergaat,
Daar keerden wij terug.

Achter ons dekt de witte damp
De schemerende landen.
Zó zijn wij thuis. Wij zien de lamp
In loveren warande ...

Wat gingen wij vanavond ver,
Het werd alleen tè laat:
Nog verder dan de gouden ster
Aan blauwe hemelstraat!

Zo saam doen twee een korte poos
Over een wijd gebied! ...
Nog liggen wegen eindeloos
Voor morgen in 't verschiet! ...

O konden we eens zo samen staan
Aan de allerlaatste brug,
En saam en blij er overgaan -
Wij kwamen nooit terug!

Vergeten liedjes (1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:07 2 reacties Reageer op dit bericht

volkren

Een gedicht van W.L. Penning 1841-1924
Volkren-broederbond bevrij 't Mensdom van zijn schande.

Volkren-broederbond bevrij
't Mensdom van zijn schande.

Volkren wensen de' oorlog niet
Laat uw Wil beslechten!
Wraak- en roemzucht dreige of vlei' -
Voert de duivel Heerschappij
Als 't hem faalt aan Knechten?


Herfstmaand 1914.

TIJDVERZEN TEGEN DEN OORLOG

schrijver

Geschreven door Dora om 10:32 Reageer op dit bericht

ach

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1921-1947

Ach waar ik ga

Ach waar ik ga en wat ik leve,
En wat ik schrei en wat ik lijd —
ik ben datzelfde kind gebleven
Van vroeger tijd!

Ach ik ken ál diezelfde zonden,
Ach ik lijd ál diezelfde smart —
Diezelfde 'andre kindren' wonden
Mijn kinderhart!

Ach 'k kom die tijd niet meer te boven,
Hoe ik ook doe en wat ik wens —
Ik moet toch altijd weer geloven
In een 'groot mens'!

Ach 'k ben niet voor 'groot mens' geboren,
Ik leef en lijd als in die jeugd —
Ik heb maar één lief ding verloren —
Die kindervreugd!

O! laat mij dan nog 't leven wanen
Zo mooi als 'k toen het leven zag —
En laat mij met die kindertranen
Die kinderlach!

Eenzame liedjes (1906)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:47 Reageer op dit bericht

vleeshouwer

Een gedicht van Jan luyken 1649-1712

De Vleeshouwer.

Onbedacht, Slaat geen acht.

Het Beest treedt in zijn makkers bloed
En weet van schrikken noch van mijden,
Gelijk het onbedacht gemoed;
Al sterft zijn naasten aan zijn zijde,
En dat hij ziet een kwade vrucht,
Noch geeft hij zich niet op de vlucht.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:27 Reageer op dit bericht

baden

Een gedicht van P.L. van Kasteele 1748-1810

Het baden in zee

Avondzang aan de rede van Texel

Op! Texelbewoner!
Geen avond ooit schoner;
't Loopt alles ons mee.
Op! jeugdige knapen!
De zon wil gaan slapen;
Kom! baadt u in zee!

Het westelijk luchtje
Doorgolft met een zuchtje
Mijn flodderend haar.
Twee zeeën begroeten
Mijn kletsende voeten;
Ze omarmen elkaar.

Zie 't Noorderzout blinken!
De zon gaat er zinken,
Zie ginds in het Oost
De Zuiderzee dartlen,
De Maan haar ontspartlen;
Zij beeft, en zij bloost.

Rondom zich die glansen
Op zee te zien dansen,
Hoe lacht dit ons aan!
Wat vreugd! onbeladen
In zee zich te baden
Met zon en met Maan!

schrijver

Geschreven door Dora om 16:44 Reageer op dit bericht

de dood

Een gedicht van Jacobus  Bellamy 1757-1786

De dood

Gelijk een man, die van verlangen gloeit,
om bij zijn vriend te zijn,
Die op het land, aan de andre zij des meirs,
zijn stille woonplaats heeft;
op ‘t zien der zee, die hevig bruist en woedt,
Een koude sidd’ring voelt;
zijn angstig oog ziet starend op het schip,
dat sling’rend rijst en daalt;
De stormwind giert en snort door ‘t hoge tuig
en beukt het dond’rend zeil;
De stuurman wenkt – de man verwint zijn schrik,
Hij denkt aan zijne vriend,
en stapt gerust in ‘t worstelende schip,
En steekt naar de and’re zij!

Zo zal ik ook, wanneer de koude hand
des doods, mijn boezem drukt,
een lichte schrik gevoelen in mijn ziel
doch, die verdwijnen zal,
In Jezus onze vriend.

Werken van J. Bellamy (1917)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:32 Reageer op dit bericht

O

Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

0 ! Ik denk zo innig aan je

0 ! Ik denk zo innig aan je,
ik verlang zo innig naar je !...
Zeg, voel je 't niet komen,
van verre niet komen
als geuren van bloemen naar je?

Mijn ziel staat open voor je,
mijn armen gaan open voor je...
Zeg, voel je 't niet branden,
niet tintelend branden,
zengezacht op je handen,
op je schouder, je lippen, je tanden,
op je boezem, op alles van je ?

Zeg, hoor je 't niet gaan door de nacht,
aanbruisen tot je door de nacht,
niet gaan door de slapende landen
als 'n warlwind, die opjaagt de tanden,
nu als een juichlied en straks als een klacht?

0! De nacht is zo vol van je...,
heel de wereld is vol van je !...
0 ! Kon nu mijn hart tot je gaan
of ophouden van te slaan...

Zomervlammen (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:00 1 reactie Reageer op dit bericht

sauce

Een gedicht van P.A. de Génesét 1829-1861

Sauce piquante

De dwaas bemint de lof alleen,
De zoetste zoetigheden
En strooit ge er wat kritiek doorhêen
Hij ’s boos en ontevreden.

Wel, ’k min de- lof zo goed als hij,
Doch meng me vrij
Wat kritisch kruid er onder
Uw lof wordt door die specerij
Slechts eedler en gezonder!

Laatste der eersten (1861)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:59 Reageer op dit bericht

grootvader

Een gedicht van Frederik Hemkes 1854-1887

GROOTVADER

Grotevader zat te gapen
In zijn ouden leuningstoel;
"Kindren" sprak hij, "ik gevoel
Sterke lust om in te slapen,
En mijn pijpje trekt niet aan;
"k Moest een uurtje dutten gaan."

"k Weet niet hoe het is gekomen,
Maar ik ben weer met mijn geest
Deze nacht op zee geweest;
Al dat malen en dat dromen
Heeft me wis geen goed gedaan;
"k Moest een uurtje slapen gaan."

"Heel de droom kan ik bezinnen:
'k Lootste door de branding heen,
Net als zeven jaar geleên,
Weer die kof de haven binnen;
Westerstorm en holle zee _
Lichten blonken op de ree.

Grootvaârs stem klinkt vreemd, en allen
Hielden 't oog op hem gericht
Maar zijn kijkers vielen dicht,
En zijn mond was ingevallen;
De oude is onder zeil geraakt,
Uit zijn slaapje nooit ontwaakt.

De Banier, 5.(1879)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:07 Reageer op dit bericht

regen

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Regen

De regen valt in de nacht
in het dal, tussen donkere bergen;
uw haar en uw handen zijn zacht,
maar waar, waar moet ik mij bergen
in die laatste verwilderde nacht
als de hitte de overmacht
zal verkrijgen op al het zijnde
en de dood in de vlammen ons wacht.
nu kan ik nog wel bij u schuilen
maar hoe zal het zijn in die nacht
als de winden als wolven huilen
en de eeuwige vierschaar ons wacht.

o God! sta ons bij in het einde —
wij zelf zijn zonder kracht.

Porta Nigra (1934)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:59 Reageer op dit bericht

waaheen

Een gedicht van Daniel Jonctys 1600-1654

Waarheen, ontaard gemoed, waarheen?

X.

Dus blind en bloot van alle rêen,
Dat gij uzelf, wel eer zo vrij,
Steekt in dees malle slavernij?
Wat gaat mijn domme ogen aan,
Haar eigen Meester te verraen;
Een weg te banen, ten verderf;
Te maken dat ik levend sterf?
Door u, helaas! werd ik gewaar,
Wat holle golven van gevaar,
Wat baren van verdriet en wee
Daar bruisen in de Minne-zee.
Ik zweer 't, gij zult hiervoor met mij
In eeuwig-droeve tranen zijn.
't Is reden dat gij vreugde derft,
Die maakt dat mijne jeugd versterft.

Roseliins oochies, ontleedt, Dordrecht 1639

Geschreven door Dora om 09:42 Reageer op dit bericht

zomerregen

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

ZOMERREGEN

Regen, regen, gij kleine regen,
Daar straks, van even terzijde, schuin
Door de uchtendstilte neergezegen
Op klim- en struikroos van de tuin.

En nu, de vochtige naglans tegen
Uit mij, dit donker perk, gebeurd,
Regen, regen, gij kleine regen,
Eén witte bloem, die trilt en geurt.

HERWAARTS(1920-1945)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:47 Reageer op dit bericht

lichamelijk

Waarom en waartoe een persoons gebonden budget!

Lichamelijk

 

De mens met een lichamelijk kruis

Die moet toch steeds thuis

Moeizaam opstaan

En in de dag verder gaan

Wie het niet van nabij heeft meegemaakt

Weet niet waar het over gaat

Was er dan geen pgb geweest

Dan was het voor een invalide mens een ramp geweest

Alleen gaf men ook wel op de verkeerde manier het geld

Men heeft of had zich niet genoeg

van noodsituaties op de hoogte gesteld

Goed gezonde mensen

Weten weinig af van mensen

Die soms kruipend door het leven gaan

En wat dan als er niet iemand naast je komt staan

Zoals een verzorgster of huishoudelijk hulp

Alleen had men het beter moeten regelen

Zodat het budget niet al te groot was

Uitbuiten kunnen ook heel veel mensen

Maar het is en blijft wel te wensen

Dat mensen in een noodsituatie

blijvend worden geholpen

Minder geld voor feesttenten en prenten

Dat is meer te wensen

Zo kunnen bezuinigingen elkaar overlappen

Maar de grote beurs in Den Haag is en blijft moeilijk te behappen

Ze kunnen het niet met z’n allen opknappen

En als je ze dan ergens over hoort praten

Dan zijn het allemaal gaten

Omdat men alles ingewikkeld heeft gemaakt

Eenvoud is er niet meer in deze Staat!

 

 

 

Geschreven door Dora om 10:44 Reageer op dit bericht

spelen

Een gedicht van W.F. Oostveen 1849-1890

Verstoppertje spelen.

Klein Jan was weggekropen
In een hoek.
Waar hij deftig zat te lezen
In een boek.
Niemand zag hem zitten daar,
En de schalk riep: zoek mij maar!

Waar zou toch die jongen wezen?
Vroeg mama.
'k Heb al overal gekeken,
Zei papa.
Maar de kleine kleuter riep
Onophoudelijk: piep, piep!

Maatje zocht in alle hoeken
Naar de guit.
Pa zei: wat doet nu zo'n kleuter
Er toch uit?
Jan riep lachend: ha, ha, ha!
Kijk eens hier, papa, mama!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:23 Reageer op dit bericht

avond

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Avond

Nu blinkt de straat van zilver en van goud,
Waar 't zwartgelakt plaveisel hel beschijnen
De winkellichten. Ver alrêe verkwijnen
De speelse knapenkreten. Star en koud
Nu staan de huizen. Achter de gordijnen,
Spreken de mensen, warm en welvertrouwd,
Hun liefdewoorden - Sterloos donker rouwt
De regenhemel boven huizenlijnen.

Zo vol die huizen - en zo leeg de straat,
Waar, hol en vreemd, nog enkle stappen klinken,
Maar nooit de stap, die tot haar woning gaat!

Zij laat haar hoofd in de open handen zinken.
Haar hart moet eenzaam de eigen tranen drinken.
Nooit komt hij weer en kust haar blij gelaat.

" De jonge weduwe" De Gids (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:40 1 reactie Reageer op dit bericht

slaap en dood

Een hartenkreet van Frederik Hemkes

SLAAP EN DOOD

Twee broeders heersen over 't wereldrond;
't Zijn Slaap en Dood, de zonen van de nacht;
De een droomrig schoon, met trekken vriendlijk zacht
En de ander somber; nooit verried zijn mond
't Geheim, dat zelfs de broeder niet doorgrondt,
Hem 't meest gelijk in wezen en in macht.
En de een spreekt 's morgens: "Frisse lust en kracht
Schonk ik wat leeft. Maar broeder, doe mij kond,
Wat gij, gevreesd door heel de schepping doet?
'k Heb in de schemering uw vlucht bespied,
Tot ik u zag verdwijnen bij de vloed
Aan 's werelds eind, de zoom van mijn gebied;
Welk land voert gij uw kindren te gemoet?" -
Maar de ander luistert stil en antwoordt niet.


... De Banier, 6. ...

schrijver

Geschreven door Dora om 10:27 Reageer op dit bericht

verzen

Een gedicht van Willem Kloos 1859-1938

Verzen

Verzen zijn de beweging van 't leven,
klaarluidende, al naar het menshart gaat,
of droeviglijk schreiende zacht, of kwaad
als een donderslag door des levens kalm beven.

schrijver

Geschreven door Dora om 12:16 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten