Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

ach

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1921-1947

Ach waar ik ga

Ach waar ik ga en wat ik leve,
En wat ik schrei en wat ik lijd —
ik ben datzelfde kind gebleven
Van vroeger tijd!

Ach ik ken ál diezelfde zonden,
Ach ik lijd ál diezelfde smart —
Diezelfde 'andre kindren' wonden
Mijn kinderhart!

Ach 'k kom die tijd niet meer te boven,
Hoe ik ook doe en wat ik wens —
Ik moet toch altijd weer geloven
In een 'groot mens'!

Ach 'k ben niet voor 'groot mens' geboren,
Ik leef en lijd als in die jeugd —
Ik heb maar één lief ding verloren —
Die kindervreugd!

O! laat mij dan nog 't leven wanen
Zo mooi als 'k toen het leven zag —
En laat mij met die kindertranen
Die kinderlach!

Eenzame liedjes (1906)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:47 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

vleeshouwer

Een gedicht van Jan luyken 1649-1712

De Vleeshouwer.

Onbedacht, Slaat geen acht.

Het Beest treedt in zijn makkers bloed
En weet van schrikken noch van mijden,
Gelijk het onbedacht gemoed;
Al sterft zijn naasten aan zijn zijde,
En dat hij ziet een kwade vrucht,
Noch geeft hij zich niet op de vlucht.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:27 Reageer op dit bericht

baden

Een gedicht van P.L. van Kasteele 1748-1810

Het baden in zee

Avondzang aan de rede van Texel

Op! Texelbewoner!
Geen avond ooit schoner;
't Loopt alles ons mee.
Op! jeugdige knapen!
De zon wil gaan slapen;
Kom! baadt u in zee!

Het westelijk luchtje
Doorgolft met een zuchtje
Mijn flodderend haar.
Twee zeeën begroeten
Mijn kletsende voeten;
Ze omarmen elkaar.

Zie 't Noorderzout blinken!
De zon gaat er zinken,
Zie ginds in het Oost
De Zuiderzee dartlen,
De Maan haar ontspartlen;
Zij beeft, en zij bloost.

Rondom zich die glansen
Op zee te zien dansen,
Hoe lacht dit ons aan!
Wat vreugd! onbeladen
In zee zich te baden
Met zon en met Maan!

schrijver

Geschreven door Dora om 16:44 Reageer op dit bericht

de dood

Een gedicht van Jacobus  Bellamy 1757-1786

De dood

Gelijk een man, die van verlangen gloeit,
om bij zijn vriend te zijn,
Die op het land, aan de andre zij des meirs,
zijn stille woonplaats heeft;
op ‘t zien der zee, die hevig bruist en woedt,
Een koude sidd’ring voelt;
zijn angstig oog ziet starend op het schip,
dat sling’rend rijst en daalt;
De stormwind giert en snort door ‘t hoge tuig
en beukt het dond’rend zeil;
De stuurman wenkt – de man verwint zijn schrik,
Hij denkt aan zijne vriend,
en stapt gerust in ‘t worstelende schip,
En steekt naar de and’re zij!

Zo zal ik ook, wanneer de koude hand
des doods, mijn boezem drukt,
een lichte schrik gevoelen in mijn ziel
doch, die verdwijnen zal,
In Jezus onze vriend.

Werken van J. Bellamy (1917)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:32 Reageer op dit bericht

O

Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

0 ! Ik denk zo innig aan je

0 ! Ik denk zo innig aan je,
ik verlang zo innig naar je !...
Zeg, voel je 't niet komen,
van verre niet komen
als geuren van bloemen naar je?

Mijn ziel staat open voor je,
mijn armen gaan open voor je...
Zeg, voel je 't niet branden,
niet tintelend branden,
zengezacht op je handen,
op je schouder, je lippen, je tanden,
op je boezem, op alles van je ?

Zeg, hoor je 't niet gaan door de nacht,
aanbruisen tot je door de nacht,
niet gaan door de slapende landen
als 'n warlwind, die opjaagt de tanden,
nu als een juichlied en straks als een klacht?

0! De nacht is zo vol van je...,
heel de wereld is vol van je !...
0 ! Kon nu mijn hart tot je gaan
of ophouden van te slaan...

Zomervlammen (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:00 1 reactie Reageer op dit bericht

sauce

Een gedicht van P.A. de Génesét 1829-1861

Sauce piquante

De dwaas bemint de lof alleen,
De zoetste zoetigheden
En strooit ge er wat kritiek doorhêen
Hij ’s boos en ontevreden.

Wel, ’k min de- lof zo goed als hij,
Doch meng me vrij
Wat kritisch kruid er onder
Uw lof wordt door die specerij
Slechts eedler en gezonder!

Laatste der eersten (1861)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:59 Reageer op dit bericht

grootvader

Een gedicht van Frederik Hemkes 1854-1887

GROOTVADER

Grotevader zat te gapen
In zijn ouden leuningstoel;
"Kindren" sprak hij, "ik gevoel
Sterke lust om in te slapen,
En mijn pijpje trekt niet aan;
"k Moest een uurtje dutten gaan."

"k Weet niet hoe het is gekomen,
Maar ik ben weer met mijn geest
Deze nacht op zee geweest;
Al dat malen en dat dromen
Heeft me wis geen goed gedaan;
"k Moest een uurtje slapen gaan."

"Heel de droom kan ik bezinnen:
'k Lootste door de branding heen,
Net als zeven jaar geleên,
Weer die kof de haven binnen;
Westerstorm en holle zee _
Lichten blonken op de ree.

Grootvaârs stem klinkt vreemd, en allen
Hielden 't oog op hem gericht
Maar zijn kijkers vielen dicht,
En zijn mond was ingevallen;
De oude is onder zeil geraakt,
Uit zijn slaapje nooit ontwaakt.

De Banier, 5.(1879)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:07 Reageer op dit bericht

regen

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Regen

De regen valt in de nacht
in het dal, tussen donkere bergen;
uw haar en uw handen zijn zacht,
maar waar, waar moet ik mij bergen
in die laatste verwilderde nacht
als de hitte de overmacht
zal verkrijgen op al het zijnde
en de dood in de vlammen ons wacht.
nu kan ik nog wel bij u schuilen
maar hoe zal het zijn in die nacht
als de winden als wolven huilen
en de eeuwige vierschaar ons wacht.

o God! sta ons bij in het einde —
wij zelf zijn zonder kracht.

Porta Nigra (1934)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:59 Reageer op dit bericht

waaheen

Een gedicht van Daniel Jonctys 1600-1654

Waarheen, ontaard gemoed, waarheen?

X.

Dus blind en bloot van alle rêen,
Dat gij uzelf, wel eer zo vrij,
Steekt in dees malle slavernij?
Wat gaat mijn domme ogen aan,
Haar eigen Meester te verraen;
Een weg te banen, ten verderf;
Te maken dat ik levend sterf?
Door u, helaas! werd ik gewaar,
Wat holle golven van gevaar,
Wat baren van verdriet en wee
Daar bruisen in de Minne-zee.
Ik zweer 't, gij zult hiervoor met mij
In eeuwig-droeve tranen zijn.
't Is reden dat gij vreugde derft,
Die maakt dat mijne jeugd versterft.

Roseliins oochies, ontleedt, Dordrecht 1639

Geschreven door Dora om 09:42 Reageer op dit bericht

zomerregen

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

ZOMERREGEN

Regen, regen, gij kleine regen,
Daar straks, van even terzijde, schuin
Door de uchtendstilte neergezegen
Op klim- en struikroos van de tuin.

En nu, de vochtige naglans tegen
Uit mij, dit donker perk, gebeurd,
Regen, regen, gij kleine regen,
Eén witte bloem, die trilt en geurt.

HERWAARTS(1920-1945)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:47 Reageer op dit bericht

lichamelijk

Waarom en waartoe een persoons gebonden budget!

Lichamelijk

 

De mens met een lichamelijk kruis

Die moet toch steeds thuis

Moeizaam opstaan

En in de dag verder gaan

Wie het niet van nabij heeft meegemaakt

Weet niet waar het over gaat

Was er dan geen pgb geweest

Dan was het voor een invalide mens een ramp geweest

Alleen gaf men ook wel op de verkeerde manier het geld

Men heeft of had zich niet genoeg

van noodsituaties op de hoogte gesteld

Goed gezonde mensen

Weten weinig af van mensen

Die soms kruipend door het leven gaan

En wat dan als er niet iemand naast je komt staan

Zoals een verzorgster of huishoudelijk hulp

Alleen had men het beter moeten regelen

Zodat het budget niet al te groot was

Uitbuiten kunnen ook heel veel mensen

Maar het is en blijft wel te wensen

Dat mensen in een noodsituatie

blijvend worden geholpen

Minder geld voor feesttenten en prenten

Dat is meer te wensen

Zo kunnen bezuinigingen elkaar overlappen

Maar de grote beurs in Den Haag is en blijft moeilijk te behappen

Ze kunnen het niet met z’n allen opknappen

En als je ze dan ergens over hoort praten

Dan zijn het allemaal gaten

Omdat men alles ingewikkeld heeft gemaakt

Eenvoud is er niet meer in deze Staat!

 

 

 

Geschreven door Dora om 10:44 Reageer op dit bericht

spelen

Een gedicht van W.F. Oostveen 1849-1890

Verstoppertje spelen.

Klein Jan was weggekropen
In een hoek.
Waar hij deftig zat te lezen
In een boek.
Niemand zag hem zitten daar,
En de schalk riep: zoek mij maar!

Waar zou toch die jongen wezen?
Vroeg mama.
'k Heb al overal gekeken,
Zei papa.
Maar de kleine kleuter riep
Onophoudelijk: piep, piep!

Maatje zocht in alle hoeken
Naar de guit.
Pa zei: wat doet nu zo'n kleuter
Er toch uit?
Jan riep lachend: ha, ha, ha!
Kijk eens hier, papa, mama!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:23 Reageer op dit bericht

avond

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Avond

Nu blinkt de straat van zilver en van goud,
Waar 't zwartgelakt plaveisel hel beschijnen
De winkellichten. Ver alrêe verkwijnen
De speelse knapenkreten. Star en koud
Nu staan de huizen. Achter de gordijnen,
Spreken de mensen, warm en welvertrouwd,
Hun liefdewoorden - Sterloos donker rouwt
De regenhemel boven huizenlijnen.

Zo vol die huizen - en zo leeg de straat,
Waar, hol en vreemd, nog enkle stappen klinken,
Maar nooit de stap, die tot haar woning gaat!

Zij laat haar hoofd in de open handen zinken.
Haar hart moet eenzaam de eigen tranen drinken.
Nooit komt hij weer en kust haar blij gelaat.

" De jonge weduwe" De Gids (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:40 1 reactie Reageer op dit bericht

slaap en dood

Een hartenkreet van Frederik Hemkes

SLAAP EN DOOD

Twee broeders heersen over 't wereldrond;
't Zijn Slaap en Dood, de zonen van de nacht;
De een droomrig schoon, met trekken vriendlijk zacht
En de ander somber; nooit verried zijn mond
't Geheim, dat zelfs de broeder niet doorgrondt,
Hem 't meest gelijk in wezen en in macht.
En de een spreekt 's morgens: "Frisse lust en kracht
Schonk ik wat leeft. Maar broeder, doe mij kond,
Wat gij, gevreesd door heel de schepping doet?
'k Heb in de schemering uw vlucht bespied,
Tot ik u zag verdwijnen bij de vloed
Aan 's werelds eind, de zoom van mijn gebied;
Welk land voert gij uw kindren te gemoet?" -
Maar de ander luistert stil en antwoordt niet.


... De Banier, 6. ...

schrijver

Geschreven door Dora om 10:27 Reageer op dit bericht

verzen

Een gedicht van Willem Kloos 1859-1938

Verzen

Verzen zijn de beweging van 't leven,
klaarluidende, al naar het menshart gaat,
of droeviglijk schreiende zacht, of kwaad
als een donderslag door des levens kalm beven.

schrijver

Geschreven door Dora om 12:16 Reageer op dit bericht

de zon

Een gedicht van Salomon Bonn 1881-1930

VLOEK NIET DE ZON!

Vloek niet, o vloek niet de zon,

m'n broer, die zo zwaar draagt uw last,
touwen en lijnen zijn om u getast,
hoog glijdt de boot in de zon.

Rafel van kleed hangt naar neer van uw borst,
uw ogen en slapen zijn wild omvloten,
maar de haat, de haat uw oog ontschoten

0

vloekt de zon, vloekt de zon op uw borst.

Bittere man die nu bukkend gaat,
Aarde en Hemel zingen een lied,
gij bukt en gij hijgt ende ziet het niet,
de zonhaat snijdt door uw gelaat.

De Hel die de aard is, is door u betreden;
een arme schoot was het die u droeg,
'n arme vrouwe die 't eerst tot u loech,
daarom buk en hijg en heb vrede.

Daarom buk en hijg tot uw adem glijdt mee met -de adem -des Hemels, het aadmen der zee:
dan zal uw kind weer de trekker zijn.
en vloeken der zonne doorlaaiende schijn.

Zonne die heerlijk en licht maakt de Heemlen,
zonne die 't bloed door ons aren doet weemlen,
zonne behoedster, beschermster, bewaakster,
zonne al-lichtende levenmaakster,
zonne die baart wat de wereld al ziet,
genadig zij hem ende belg u niet

om de smaad om de smaad van zijn mond,
gezegend heerlijke zon.

Zangen van hoop

schrijver

Geschreven door Dora om 09:33 Reageer op dit bericht

de zon

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

De zon

De zon speelt door het loof der vorstelijke dreven,
die kruisen, heinde en verre, om 't vorstelijk kanteel;
de zon valt blinkend neer op toren en kanteel;
de zon doet levend goud op de oude kruinen beven.

De zon is overal. - Om 't wislend veldtafreel
verbreidt ze een waaiend waas, uit zijde en licht geweven:
zij trilt in elk gezang; zij leeft in alle leven
en leeft in ieder deeltje en leeft er toch geheel.

0 zon, laat mij nog eens in al uw luister baden ;
doordring mij gans, dring door in 't diepste mijner ziel,
die brandend naar u haakte en toch in nacht verviel.

0 laat me, u volgend langs de nooit-betreden paden,
waarheen zo menig streefde en geen u volgen kon,
verteren in de gloed der goddelijke zon.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:14 Reageer op dit bericht

sterven

Een hartenkreet van Hans Uding

Een afscheid voor altijd! Zo gaat het met ieder mens in de tijd!
Vroeg of laat moeten we scheiden...als het goed mag komen is
er niet meer dat vreselijke lijden! Dan werd het bittere zoet!


STERVEN

Lachend in de kille stille ruimte
door zijn intense snikken heen
weet hij toch nog te vertellen,
dat zijn vragen niet meer kwellen
de laatste adem, een kwestie van seconden
hij was blij, dat wij er allen stonden


Geschreven door Dora om 11:25 Reageer op dit bericht

wezenkind

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Het wezenkind van Sina

'k Ben een Sinese weze, een wezen vol ellende,
die moeders borsten nooit noch heure zoen genoot!
en vader, die mij voor zijn kindje niet en kende,
liet mij van wieg, en huis, en leven schier ontbloot!

o Goede Vlaamse klenen,
zoudt gij mij laten wenen
zo ik om hulpe vroeg?
één stuiver waar' genoeg.

Zij laten me al allene, allene en zonder hope!
al is 't dat ik verga van honger en van vrees:
'k heb schaars een korstje dat 'k in mijn tranen dope
en toch ben ik een kindje, en toch ben ik een wees!

o Engelandse klenen,
wilt ook entwat verlenen
om mijne nood te voên!
één stuiver zal gedoen.

Ha! 'k zou zo geerne van dees droeve wereld scheden,
waar 't dat ik na mijn dood de deur des Hemels vond!
maar 'k vrees hiernamaals nog veel schrikkelijker leden:
mijn zielke is nog niet vrij van de erfelijke zond!

o Lieve Franse klenen,
kon God het mij verlenen
dat gij mijn zielke koopt!
één stuiver! 't is gedoopt.

1850


-------------------------------------------
Sina: China
weze: wees
klenen: kleinen
gedoen: voldoen
scheden: scheiden
leden: lijden

schrijver

Geschreven door Dora om 10:42 Reageer op dit bericht

sleeping

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

SLEEPING FAWN

Op 't oud, geel boek, zie hoe, deze effen morgen,
Teer glanzend groen de bronzen vorm zich sloot:
't Reekalfje ligt in de eigen slaap geborgen,
Als vroeger in de donkere moederschoot. -

Mijn ziel, nu zó lang stom, kan ik nog hopen,
Dat iets, uit u geboren, in mij rust,
Maar straks ontwaakt, en dan, hoe rank mag lopen,
Op lichte voeten, langs bezonde kust?

Herwaarts(1920-1945)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:32 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten