Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

rustig

Een gedicht van Jacob Cats 1577-1660

Wilt gij een hups, een rustig wijf?

Wilt gij een hups, een rustig wijf?
Neem eerst uit Nederland het lijf,
Neem dan nog tot zo weerde pand
Het aangezicht uit Engeland,
En vorder nog, geloof je mij,
Een tong uit Brabant dient er bij,
En doe er toe een Hollands hert,
Dat niet te licht verslingerd wert;
Maar zo je wilt de hoogste prijs,
Zo haal de billen van Parijs,
Voeg dit bijeen, geminde vriend,
Zo heb je een wijf, gelijk u dient.

schrijver

Geschreven door Dora om 09:38 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

gras

Een gedicht van Jan Engelman 1900-1972

Over het gras

Over het gras en over het water
dwaal ik achter de beminde
die ik vroeg en die ik later,
die ik nimmer, nimmer vinde.

Smalle schelpen zijn haar handen
om een eeuwge zee te horen,
in zijn wieg en broze wanden
zingt haar hart mijn wee verloren.

Handen die mijn hoofd niet koelen
met hun sneeuw, de lichte, zachte.
Hartklop die ik niet zal voelen
onder stergoud, al de nachten.

Over het gras en over het water
dwaal ik achter de beminde,
tot ik aanzie - later, later,
in een licht dat mij hervinde.

Tuin van Eros (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:45 Reageer op dit bericht

gras

Een gedicht van Jan Engelman 1900-1972

Over het gras

Over het gras en over het water
dwaal ik achter de beminde
die ik vroeg en die ik later,
die ik nimmer, nimmer vinde.

Smalle schelpen zijn haar handen
om een eeuwge zee te horen,
in zijn wieg en broze wanden
zingt haar hart mijn wee verloren.

Handen die mijn hoofd niet koelen
met hun sneeuw, de lichte, zachte.
Hartklop die ik niet zal voelen
onder stergoud, al de nachten.

Over het gras en over het water
dwaal ik achter de beminde,
tot ik aanzie - later, later,
in een licht dat mij hervinde.

Tuin van Eros (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:55 Reageer op dit bericht

ochtend

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

JUNI-OCHTEND

't Is vroeg. Ik sta voor de open deur,
Nauwelijks bewust, in stil verpozen,
en mijmerend drinkt mijn blik de kleur
Van anjers, leliën en rozen.

Dan, vredig, fluistert hart naar geest
(Zo leest een vrome zijn getijden):
'Alles is rein, en alles feest,-
Het wenkt ook ons nog tot verblijden.'

OPWAARTS(1920-1945)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:46 Reageer op dit bericht

gij

Een gedicht van Dop Bles 1883-1940

Gij hebt gezegd

Gij hebt gezegd: „de vrouw
Wier ogen in Uw ogen lezen,
wier lippen bloeien op Uw mond
en door Uw wezen schijnt verwezen
en slechts Uw taal en zin verkondt,
heeft dag noch uur gekend de trouw
en was U nimmer tot Uw heil;
haar voze hart is vuig en veil;
zij heeft Uw geld en goed verdaan
en alle glans Uw naam ontnomen.
Dus droomt gij schoonheid van een waan,
laat mij U wekken uit dit dromen
wijl 'k mij Uw vriend beschouw"

— „Is dit het weten, dat gij biedt ? ...
Ik heb haar lief, dit schone kind
en nimmer smart daarin gevonden
al is 't mijn min, die 'k bij haar vind,
waarmee 'k haar hart heb teer omwonden,
Haar stem is zacht en zoet haar lied,
het leven wend mij schoon en licht
door d' onschuld van haar aangezicht
en 'k dacht mijn eenzaam hart verstaan.
Gij zegt: „dit al is niets dan dromen
en rukt mij of de schoonste waan ... .
maar wat heeft zij me dan ontnomen ?
Vriend, ik dank U niet."

Parijsche Verzen (1923)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:57 Reageer op dit bericht

zon

Zomaar een gedicht

Stralen

 

Als de zon aan de hemel staat te stralen

Op de dag waarop de zon volop mag schijnen

En we zien alle mooie herfstlijnen

Wat gebogen of krom

De bladeren zijn het die alles versieren

Ja, de zon is gezond voor hart en nieren

Zonder zon is het somber in het leven

Dat er nog zulke mooie dagen worden gegeven

Waar we allemaal nog van mogen opleven

Voordat de winter in gaat treden

Dan is lente, zomer herfst een waar verleden

Er komen nieuwe tijden aangetreden

Zo zien we steeds uit naar een volgend seizoen

Maar als de zon zijn stralen

Over ons heen laat gaan

Dan kunnen we weer doorgaan

Zonder licht hebben we geen bestaan


zonnen

 

Geschreven door Dora om 12:32 Reageer op dit bericht

bloesems

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

STERREN EN BLOESEMS...

Sterren en bloesems, en het zoele suizen
Van lentewind; en, uit de wijde nacht,
Langs kleine tuinen tussen stille huizen,
Geur van belofte voor een hart dat wacht.

Rijk hart, in 't eeuwig keren der getijden
Eenzaam wellicht, maar wonderlijk gerijpt,
Dat, lijdend al wat Leven géeft te lijden,
Nochtans zijn grootheid, in geluk, begrijpt.

OPWAAARTS(1920- 1945)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:38 Reageer op dit bericht

Si-Chy

Een gedicht van Jules Schürmann

Si-Chy

Si-Chy, uw handen zijn als lotusbloemen,
Uw ogen zijn twee maanbeschenen meren,
Wanneer gij lacht is het of blanke peerlen
Wonderlijk glanzen in de maneschijn...

Uw leden zijn uit bleek ivoor gesneden,
Uw voetjes zijn nog vlugger dan der hinde,
Uw rode lippen zijn als arabesken,
Die een fijn kunstenaar kleurde op witte zij...

Uw haren zijn elastisch en zij blinken
Gelijk in sterrelicht het loof der wilgen,
En uw borstjes: twee satijnen appels,
Die blozen in het vers bedauwde gras...

Waarheen gij gaat volgen u zoete geuren,
Die dromen doen van hartstocht en van strelen,
En wie het wuiven uwer vingeren ziet,
Voelt in zijn hart de windzucht van een waaier.

Chinesche verzen (1916)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:06 Reageer op dit bericht

uitstel

Een gedicht van Toon Tellegen

Van uitstel komt

Wat doe ik met mijn leven?
Uitstellen.

Ik denk lang en diepzinnig na,
stel dezelfde vraag,
krijg hetzelfde antwoord
en denk weer na.

De zon komt op, een merel zingt.
En als ik het nu eens niet meer uitstel... denk ik.
Die gedachte is onverdraaglijk.

Er schuift een wolk voor de zon
en in de verte slaat een klok -
ik stel mijn vraag,

zoals altijd voor het laatst.

---------------------------
uit: 'Wie A zegt', 2003.

schrijver

Geschreven door Dora om 09:59 Reageer op dit bericht

sterfbed

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Het sterfbed

Met zorg hield ons bedroefde kring
De adem in, om acht te geven
Hoe in haar borst de stroom van 't leven
Nog flauwtjes op en neder ging.

Elk onzer fluisterde zo zacht,
En stond zo machtloos op zijn benen,
Als hadden we elk zijn eigen kracht
Haar tot de doodstrijd moeten lenen.

Door vrees en hoop werd evenzeer
Ons hart misleid, bij 't pijnlijkst wachten.
Zij sliep. Wij zeiden: "Ze is niet meer."
Zij stierf. Toen sliep zij, naar wij dachten.

Want, toen de morgen koud en nat
Te voorschijn kwam met regenvlagen
Hield zij haar oogjes toe. Zij had
Een schoner dag zien dagen.

Madelieven (1870)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:19 Reageer op dit bericht

God

Voor u gelezen en hier geplaatst

God zal mij geleiden

Ik kijk achterom
Achterom naar de jaren terug
Er waren vragen van ‘waarom’
Soms waren de jaren stug

Ik kijk terug naar mijn verleden
Wat er allemaal is gebeurd
Mensen overleden…
De tijden waren een poosje verkleurd

Ik kijk naar voren
Naar jaren voor mij heen
Ik heb het niet verloren
Want ik ben niet alleen

Ik kijk naar de toekomst en wil verder
Tijden van onzekerheid zullen misschien nog komen
Maar God is mijn Herder
Die zal mij geleiden naar zeeg’nende waat’ren der stromen

Geschreven door Dora om 10:15 Reageer op dit bericht

spreken

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899
 spreke en

Zo spreke en
zo denke en
zo dichte en
zo doe'k!





1879-80

Gedichten, gezangen en gebeden (1879)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:43 Reageer op dit bericht

zielenleven

Een gedicht van Prudens van Duyse 1804-1859

Het zielenleven.

Nadat de zonne slapen ging,
Zien wij uit hare sluimering
Des morgens haar ontwaken:
Legt ons ook de Engel van de dood
Te slapen in des aardrijks schoot,
God zal ons wakker maken.

Dan staan wij voor des Heeren troon
Tot onze straf of tot ons loon,
Voor al ons goede of kwade.
De braven zien hun vrienden weer,
De braven zien ons lieve Heer,
En danken zijn genade.

De boze kindren zien hem niet,
Hoe menig traan hun oog vergiet,
Maar blijven 't kwaad herdenken,
Door hen bedreven. Kind, welaan,
Doe andren wat ge u wilt gedaan,
En God zal ginds u wenken.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:53 Reageer op dit bericht

laatste

Een gedicht van Jaco Slauerhoff 1898-1936

DE LAATSTE HERFST

Ver stond de strakke lucht
Als een grijszijden scherm
Gespannen voor de dood.
Aan deze zijde een vlucht
Vogelen met gekerm,
Onze hoofden over, vlood.

De grond bekroop wat groen.
Schril staken stengels riet.
De wereld stond ontbladerd
Uitstervend in seizoen,
Dat zon voorgoed verliet,
Weer tot de maan genaderd.
Wij vonden nog een zoen.
Ergens zijn wij ons toen
Ontweken of genaderd?

schrijver

Geschreven door Dora om 15:32 Reageer op dit bericht

zomerdood

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Zomerdood

O herfstvertedering in het stille woud,
Waar bruine blaadjes rusten op de poel,
Of langzaam drijven zonder lust of doel
En bomen prijken met het som'bre goud

Waarmede 't bos om zomerscheiden rouwt,—
0 bruin-bestrooide lanen, leeg en koel,
En vale bermen, kalme mijmerstoel,
En blaad'renweb, waardoor de hemel blauwt!

Sterf rustig, zomer, prijk uw leven uit
Met droeve dos van bruin en glans van rood,
Bekrans met vallend geel uw eigen dood,

Geef willig de aarde uw bladertooi ten buit,
Der voedster, uit wier schoot in 't jonge jaar
Gij schoon zult rijzen van uw stervensbaar.

Tonen en tinten (1900)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:07 Reageer op dit bericht

voorzang

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Voor­zang

Het huis mijns vaders, waar de dagen trager waren,
was stil, daar 't in de schaduwing der tuinen lag
en in de stilte van de rust­-gewelfde blâren.
­- Ik was een kind, en mat het leven aan de lach
van mijne moeder, die niet blij was, en aan 't waren
der schemeringen om de bomen, en der jaren
om 't vredig leven van de roereloze dag.

En 'k was gelukkig in de schaduw van dit leven
dat naast mijn dromen als een goede vader ging...
­- De dagen hadden mij de vreemde vreugd gegeven
te weten, hoe een vlucht van grote vooglen hing,
iedere avond, in de teedre zomer­luchten
die zeegnend om de ziel der needre mensen gaan,
als de avond daalt, en maalt in avond­-kleur de vruchten
die rustig­-zwaar in 't loof der stille bomen staan.

...Tóen kwaamt gij zacht in mij te leven, en we waren
als schaemle bloemen in de avond, o mijn kind.
En 'k minde u. -­ En zo 'k véle vrouwen heb bemind
sinds dien, met moede geest of smekende gebaren:
ú minde ik; want ik zag uw kinder-­ogen klaren
om schuine bloemen in de tuine', en uw aanschijn
om mijn eenzelvig doen en denken tróostend zijn,
in 't huis mijns vaders, waar de dagen tràge waren...


1900

schrijver

Geschreven door Dora om 11:13 Reageer op dit bericht

kindje

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Slaapliedje

Slaap, kindje mijn,
Sluit je lipjes fijn,
En doe je ogen dicht, mijn ogenlicht;
Nu je zo warmpjes nederligt,
Moet je rustig zijn.

Nù ben-je klein:
Ik hou je hoofd en je lijfje zoet,
En je wilde voetjes stil en goed
In twee handen mijn.

Eens zul-je groter zijn:
Dan lig je niet meer in mijn armen neer,
Dan stap je door 't land als een hele meneer;
Eens zul-je groter zijn....

Lipjes van karmijn,
Kon je voelen mijn kussen je leven lang...
- Als wereld boos is en 't leven bang,
Zal ik niet meer zijn.

Oud in lang wil 'k niet zijn!
Moedertjes hart is sterk en warm...
Zwak is en arm, wie geen kindje warm
Kijkt in de ogelijn.

't Hart zal zangster zijn...
Mijn leven lang... elk woord een zang,
Een beê tot God, dat Hij zacht je omvang',
Moogt Gods eigen zijn...
Slaap... kindje... mijn..

Serena (1898)

Illustratie: Moeder en kind door Gustav Klimt (Wenen 1862-1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:28 Reageer op dit bericht

tijd

Een gedicht van M. Vasalis

Tijd

Ik droomde, dat ik langzaam leefde ....
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen .....
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
- De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd ....
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

-------------------------------------
uit: 'Parken en woestijnen', 1940.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:32 Reageer op dit bericht

goed

Een gedicht over de gewone dingen van het leven
Je komt mensen hier en daar tegen
Veel dingen kunnen zwaar wegen

Goed

 

Gaat het goed?

Ja, het gaat goed!

Wanneer zeg je dat het niet goed gaat!

Soms kunnen heel veel mensen klagen

Of ze luisteren niet naar klagen

Ja, zo zit het in onze dagen

Er zijn nog maar weinig oprechte vragen

Mensen kijken naar elkaar

De één doet raar

De ander is afstandelijk

Weer een ander is koud

Och ja, we leven toch in een dor woud

Niemand die het nog begrijpt

Hoe en het waarom in onze tijd

Je ziet toch dat alles afglijdt

Maar wat maakt het uit

Eén ding is zeker, de tijd!

De tijd die vooruit gaat

Zonder dat je er wat aan kan doen

Ieder wandelt door het leven

Met zijn eigen gedoe

Veel mensen zijn misschien wel geestelijk moe

Moe van alle veelheden

Die het leven heeft gegeven

Toen het simpel was

Wilde men graag meer

Maar alles neemt een keer

Of het is een keerzijde

Van teveel

Ja, zo staan we in dit veelvoudige geheel

Ieder mens ontvangt vroeg of laat z’n deel

 

Geschreven door Dora om 13:28 1 reactie Reageer op dit bericht

najaarsblad

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Een najaarsblad

Ik zing tot prijs en eer...
In roodgoud najaarsweer
Werd zó mijn geest bevrijd
Van een krankzinnigheid:

Ik raapte een donkre steen,
En dacht, ook ik ga heen
En lig zo zwaar en zwart
Der aarde aan 't ijskoud hart.

Toen daalde een purper blad,
Dat Hij beschreven had,
Mij ritslend in de hand
En stak mijn hart in brand.

Ik voelde zwéven weer
Mijn hoop op brede veer,
Ik wierp de dode steen
In 't meer, waar zon op scheen.

schrijver

Geschreven door Dora om 12:32 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten