Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

dage

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

Vaak bij dage

Vaak bij dage schuift een droom
nacht en woud vóor mijn gezicht.
Wij gaan saam, van boom tot boom,
door een troebel licht.

Droef zo droef breekt soms de maan
door het zilverig wolkenvlies,
dat ik u verloren waan,
eer ik u verlies.

Het boek der liefde (1921)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:36 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

verjaren

Een gedicht van J. Antonides van der Goes


OP HET VERJAREN VAN Mejuffrouw SUZANNA BORMANS.

Het zonnelicht verrijst zo vrolijk als uw wezen.
Als lachte 't u op uw verjaardag toe,
Begaafde maagd, zo zacht van aard, zo uitgelezen,
Wier liefelijk gezicht ik nimmer moe
Lang wens te zien verrukt en opgetogen.
En mij nog lang te spieglen in uw ogen.

1675

VERJAERGEDICHTEN.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:15 1 reactie Reageer op dit bericht

verdorde blaadjes

Een gedicht van J.J.L.ten Kate 1819-1889

Het verdorde blaadje

Blaadje, door de noordse vlagen
Van de stengel afgeslagen,
Werwaards gaat gij?

" 'k Weet het niet!
Wind en Zefier doen mij dwalen
Naar een onbekend verschiet,
Van de bergen naar de dalen,
Van de vlakte naar het riet:
Nu eens in de zonnestralen,
Dan eens waar de regen giet.
'k Mag niet vragen
En niet klagen:
'k Ga waar àlles heen moet gaan,
't Lenteroosje
Met zijn bloosje,
En de groene lauwerblaân!"

De dichtwerken (1872)

schrijver

Geschreven door Dora om 08:52 1 reactie Reageer op dit bericht

Bazel

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Bazel

Groen is de slag
van de stroom
door het dal
van de dag

heuvlen van licht
zijn de wallen

de stad is een fort

door de poorten
der bruggen
ligt zon gestort
over de ruggen
der golven

de stad is bedolven
onder het haar
van de zon.

De Gids (1923)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:48 Reageer op dit bericht

kindermode

Een hartenkreet van Wilma de Bruïne
Wat een waar gedicht...dit is allemaal aagericht door de mensen
die het hadden moeten weten...het kind dat door de egoïsten vergeten...

Kindermode

Er
is
een
nieuwe
kindermode
in
opkomst

weglopen uit de jeugdinstellingen door kinderen
die daar vanuit hun thuissituatie zijn geplaatst

Jaarlijks worden 2000 kinderen uit huis
geplaatst door Jeugdzorg

Dit zijn bij elkaar genomen 10 scholen

In een provincie stijgt...het
aantal uithuisplaatsingen...met
meer dan 100% per jaar

Voor elke
indicatiestelling krijgt
de medewerker
van Jeugdzorg
een salarisbonus

Kinderen
worden
van
de
staat
en
dan
van
de
straat

schrijver

Geschreven door Dora om 11:40 Reageer op dit bericht

silhouetten

Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1868-1922

Silhouetten

In het toevend licht, dat later
Dan de zonne blijft
Wijlen bij het stille water,
Waar ons bootje drijft,

Schuiven zwart en zonder zwaarte,
Fijn gelijnd en strak,
Fietsertjes voorbij de klaarte
Van het hemelvlak

Hunne fijne silouetjes,
Schaduwen gelijk,
Zeer geleidelijk en netjes
Langs de Amsteldijk.

Met gestadig beenbewegen
Gaan ze fijn en stil,
Na elkaar, elkander tegen,
Ieder naar zijn wil.

Komen twee elkaar te ontmoeten,
Glijden ze meteen,
Zonder botsen, zonder groeten
Door elkander heen.

Wordt het donker, wordt het later,
Met gebogen rug,
Gaan ze haastig langs het water
Naar de stad terug.

En ze voegen bij de sterren,
Aan de lucht geplaatst,
Nog een lichtje, dat van verre
Over 't water kaatst.

schrijver

Geschreven door Dora om 16:15 Reageer op dit bericht

vóór

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Vóór de deur.

'k Had haar zo graag nog eens,
Voordat zij ons verliet,
Goênacht gekust. Zij zeiden:
‘Beter niet.’

Zwaar, door hun zacht vermaan,
Sloeg mij hun medelij;
Niet zien.... Nooit meer.... En toch
Zó dichtbij.

Toch: ‘Beter niet’. - Dat woord
Grijnst me overal nu aan.
..... O, had ik
Niet verstaan!

De Gids, jaargang 1893

schrijver

Geschreven door Dora om 10:06 Reageer op dit bericht

najaarslied

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903
Najaarslied

Ik ken geen schoner kleuren
Dan die van 't Hollands bos
In bruine najaarsdos;
Ik ken geen zoeter geuren,
Dan die uit droge mos,
Uit geelrode eikenbladeren
En varenkruid dat bloeit,
Mij op het koeltje naderen,
Dat met mijn lokken stoeit.

Ik ken geen schoner zangen
Dan vink en lijster slaakt,
Bij 't morgenlicht ontwaakt,
Eer hen de strikken vangen,
Door al wat zingt gewraakt:
De wildzang uit de twijgen
Met vochtig rag omstrikt,
Dat, als de dampen stijgen,
Met parels blijft bestikt.

Ik ken geen schoner luchten
Dan waar de herfst mee praalt,
Als 't zonlicht nederdaalt
En dorpen en gehuchten
In goud en kleuren maalt.
Dan rijzen blanke rotsen
En donkre bergen op,
Begroeid met ruige bossen,
Verguld aan rand en top.

Dan spelen alle verven
Dooreen met stille pracht,
Tot dat ze, schoon en zacht,
Versmelten en versterven,
En zeggen: ‘Het wordt nacht!
Weer is een dag vervlogen;
Welhaast een jaargetij:
Een jaar gaat voor uwe ogen,
Gelijk een damp voorbij.’

schrijver

Geschreven door Dora om 10:42 Reageer op dit bericht

herleving

Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

Herleving

Ik voel het, ja! zij is mij weergegeven
de zaligheid, die 'k nimmer had verwacht,
Ik voel haar heerlijk in mijn borst herleven,
haar oude, wonderzoete tovermacht.

Het was zo duister hier, van bange dromen
verviel mijn moede geest in doffe rust,
Goddank! de fee des lichts is weergekomen
en heeft mij uit die droeve slaap gekust.

Haar gloed vervult mijn hart, mijn ganse wezen,
en dubbel schoon lacht mij het leven aan.
Het is mij of ik uit de dood herrezen
een ander, beter leven in mag gaan.

Gelijk de lentezon na wintertijden
heel de aard vervult met warmte, licht en gloed,
zo wekt de liefde mij uit smart en lijden
en met haar keert weer de oude levens-moed.

0 wereld, lang en droef heb ik geweten
hoe doods en leeg gij zonder liefde zijt
maar de oude beelden zijn verbleekt, vergeten
en om mij heen is 't blijde werklijkheid.

1887.

Jeugdverzen (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 15:00 Reageer op dit bericht

de wereld

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

De Wereld

’t Is waar, de onwaardigste wordt vaak ten top verheven:
Verdienste is ongezien, verholen of veracht:
De wereld is een zee door stroom en wind gedreven,
Waarin de parelschelp in diepe grond blijft kleven,
Terwijl zij zich voor ’t oog met nietig wier bevracht.

schrijver

Geschreven door Dora om 09:36 Reageer op dit bericht

zee

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Winter op zee

De kim wordt wreed, de golven tuimlen wild,
Van mild en groen, spoorslags hardgrijs en grauw;
Eén nacht waarin de wind door 't luchtruim rilt,
Dan, als een plotselinge dood, de kou.

Om rotseilanden zonder boom en gras,
Liggend verlaten in het oeroud ruim,
Bloeit slechts 't onstuimig en verward gewas
Van 't snel opschietend, snel verwelkend schuim.

Op 't schip waarin geen vuren troostend branden,
Nestelt de kou zich voor een lange reis;
Tegen de 's nachts wakkergekraakte wanden
Kruit en verbrijzelt zich het drijvend ijs.

Een eerlijk zeemansgraf (1941)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:45 Reageer op dit bericht

beladen

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

Zijn wij dan beiden zó beladen

Zijn wij dan beiden zó beladen,
Dat iedre klacht om eigen leed
De ander schrijnend scherp moet schaden
Met àl te wrangen jammerkreet?

En is ons beider zielsvermoeien
Zó zwaar, dat ieder klagen dan
De ruime maat doet overvloeien
Van 't leed dat elk nog dragen kan?

Zo gaan wij zwijgend naast elkander
In huivrende armoe voort, al voort, -
En kunnen zelfs de droeve ander
Niet troosten met een wenend woord.

Want ieder troostwoord zonder klachten,
Dat wij nog vonden voor elkaar,
Ging, voor het éven kon verzachten,
Van eigen leed voor troost te zwaar.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:23 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Sonnet

Nu rijpt de herfst de rijkgebronsde peren;
De sappige applen glansen, rood en goud,
En prachtig prijkt, gelijk een toverwoud,
Het bos, dat groen in purper doet verkeren.

Krachtige balsemgeur uit kreupelhout
Van eiken stroomt mij tegen, zilvren veren
Doorstrepen 't reine luchtblauw en vermeren
Tot één wolk, die de zon gevangen houdt.

Nu vul die vaas met gele oktober-rozen,
Leg blauwe druiven op die blanke schaal,
Tussen de trossen laat de perzik blozen
Als avondrood, en loof als bloedkoraal
Van wilde wingerd blij mijn blik verpozen,
Die symfonieën zoekt in kleurentaal.

Blauwe druiven (1895)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:56 Reageer op dit bericht

mensen

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965
 Mensen begin en einde

Wij eindigen zoals wij zijn begonnen:
Kaal en onmondig en sentimenteel.
Alles wat leeft keert weer naar de oude bronnen
Van 't paradijs. En dan? Ach, weet ik veel.

schrijver
Geschreven door Dora om 09:33 Reageer op dit bericht

komieken

Twee komieken ze zijn niet meer...

Het pond

 

Het pond is een gewicht

Het heeft ook een gezicht

Het is geen zwaargewicht

Daarvoor is het te licht

Maar met een pond kan de

weegschaal al doorslaan

Naar een hoger gewicht

En dan weegt de mens zich nog een keer

Ja, elk pond doet soms zeer

Je wil er vanaf

Soms is het een hard gelach

Maar ineens weeg je niets meer

Niets is meer doorslaggevend

Je bent gestopt met ademhalen

En je vertelt nooit meer je verhalen

Zoals twee mensen die leut maakten

Alles is vergane glorie!

De herinnering zal wel blijven

Maar ook dat gaat in de toekomst verstijven

Alles verliest zo zijn glans

Wat dan is de volgende generatie die danst

Of wat het ook mag zijn op het toneel

Je hebt je leuk vermaakt

Maar als er niets meer was dat het hart

echt heeft geraakt

Dan ben je gestorven kaal en naakt

En behoor je bij de doden

Ja,  je kunt ook opgaan in het verafgoden

Het verafgoden van mensen

Die plezier maakte om dat het publiek dat wenste

En toch was er ook wel altijd humor in gelegd

Maar het is goed als je het verder naast je neer legt

Je moet er niet mee of van willen leven

Want clowns zijn er maar even!

En dat waren die twee mannen toch

Verder waren het net twee kleine kinderen

Die ook andere mensen konden hinderen

Met hun levensdoel

Ja, en nu is dit ook weer voorbij

Straks zien we weer de volgende rij

Het gewicht komt en het gewicht gaat

Maar het gaat er om heb ik me ook Jezus vermaakt

Want als het leven staakt

Dan is Hij de mantel die je naaktheid bedekt

Het was Zijn dood die je dan tot zegen strekt!

Jezus leven van mijn leven

Jezus dood van mijn dood

Dat is wat mij brengt in Vaders schoot!


Clowns

 

Geschreven door Dora om 10:23 Reageer op dit bericht

maar...

Een gedicht van Emile Verhaeren 1855-1916

Maar in Vlaanderen

Maar in Vlaanderen ben ik geboren, waar de nevelen domen,
In een klein dorp, waar achter de beteerde muren,
Onder stormende luchten, geladen met as van de rokende vuren,
Nog arme, maar koppige varenslui wonen.

Mijn jeugd heeft ze gekend, helaas maar al te goed:
De donkere moerassen, de sombere bossen en naakte velden,
Grijze november die slierten van regen komt melden,
Zwart-ebben dageraden en avonden van roet.

Aldoor woelde in mijn geest de geweldige Schelde!
Hoe was ik gelukkig en blij, en toch vol vrees die mij kwelde
Bij winter, wanneer de sterren glinsterden in de schollen,
Krakende bergen die naar onheilszeeën rollen.

De masten die des zomers van de verre einders naderen
En aan wier toppen kleurige wimpels waaien,
Zij trilden minder als het kloppen in mijn aderen,
Een brand, die voor de strijd of voor mijn lot weer op wil laaien.

De zwervende nevels en het wolkengeweld
Hielden mij sterk in hun grepen gekneld,
En mijn ganse wezen is zich zó gaan ontvouwen
Dat ik vurig mocht leven bij hun drukte en hun grauwen.

O gouden landen met uw stralende luister,
Mogen uw bossen, uw dalen, uw vlakten en stranden
Nog mijn dromen bekoren, mijn zinnen ontbranden…
Naar mijn liefde voor Vlaanderen heeft mijn hart steeds
Geluisterd.

Vertaling van: Les Plaines (1911)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:44 Reageer op dit bericht

tochten

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

En verre tochten gaan

En verre tochten gaan en zullen gaan...
En schepen varen heen en zullen varen...
En ogen staren na en zullen staren...
't Slaat wild, mijn harte, en wilder zal het slaan!...

Geen woud, doorkruist van wegel, baan en laan,
- een oerwoud!... Ach! een droom, die op kan klaren,
en is geen droom; vervulde wensen baren
steeds nieuwe wens, en 't kan niet stille staan,

mijn hart, en 't gaat en gaat van in der eeuwen,
en bouwt en bonst en breekt en bouwt, en tart
al wat gewoonte en wisheid tegenschreeuwen.

zoekt smart en vreugde en dan weer vreugde in smart,
- week kinderhart, ontembaar hart der leeuwen,
mijn mensenhart, - o mensdom in mijn hart!...


1892

Verzen (1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:29 Reageer op dit bericht

kerkhof

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Kerkhofblommen

Zo daar ooit een blomke groeide
over ‘t graf waarin gij ligt,
of het nog zo schone bloeide:
zuiver als het zonnelicht,
blank gelijk een lelie blank is,
vonklende als een rozenhert,
needrig als de needre ranke is
van de winde daar m' op terdt,
riekend, vol van honing, ende
geren van de bie bezocht,
nog en waar ‘t, voor die u kende,
geen dat u gelijken mocht!



------------------------------------------------
daar m' op terdt: waarop men trapt
geren: graag

Kerkhofblommen (1858)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:51 Reageer op dit bericht

pelgrim

Een gedicht van Jan Luyken 1649-1712

De Pelgrim

Al was het maar een koele Dronk
Van water, uit oprechter harten,
Waar gij eens pelgrims dorstig smarten,
Om Jezus' wille mee beschonk,
Gij zult uw loon dan niet verliezen,
O, vriendelijk en hemels woord,
Van zulk een ware mond gehoord,
Wij willen u tot Heer verkiezen.

Een kleine dienst en grote loon;
Voor water, wijnen, nooit volprezen,
En heilig Bloed, van hemels wezen,
Der klare Liefde. Och! hoe schoon!
Ach Jezus! Welbron aller vreugde,
Fontein van alle goed en zoet,
Ontsluit en open in 't gemoed
Den Bron der aangename deugden.

Dorst gij, naar onze broederplicht,
Van trouwe liefde te betonen,
En wilt een waterdronk belonen,
Met zegen van een groot gewicht,
Wy dorsten ook naar uw genade,
Als naar een levende fontein
Van heilig water, hemels rein ,
Waar 't zielenvuur zich wil verzaden.

Uw zoetheid werkt in ons een dorst
Door zoveel honingzoete woorden,
Die wij van uwe liefde hoorden,
Gelijk een kind aan 's moeders borst.
Wij denken aan die schone rede,
Die eens die vrouw van u vernam ,
Toen zij om Jacobs water kwam,
Zo ver van huis en stad getreden.

Zij wist niet wie den eiser was,
Tot uw genade haar kwam leren
Het levend water te begeren,
Dat hete zielendorst genas.
Dat water van het eeuwig leven,
Dat uit uw heilig hart ontspringt,
En 't bange levensvuur doordringt,
Wil uw gena ons eeuwig geven.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:13 Reageer op dit bericht

herfstliedje

Een gedicht van Adama van Scheltema 1877-1924

Herfstliedje

De takken zijn dun,
Ik ruik de run
Van de eiken, -
De berken zijn wit,
Op een bank zit
Ik te kijken.
Daar klautert het licht
- Wat mooi gezicht! -
Door de takken naar boven:

't Is allemaal louter
Goud, o! je zoudt er
Wel van willen roven!

De wind zit in de
Gele linde
Wat te vertellen, -

Kijk! die kastanje:
Daarvan kan je
De blâre' al tellen!

0! o! daar begint
Die woelige wind
Ze te vergaren - -

Goud! goud! is het ooft.
Over mijn hoofd
Rollen de blâren!


---------------------------------------------------
run: gemalen schors van eik gebruikt als o.a. strooisel

Eerste oogst (1912)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:54 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten