Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

knikkerles

Een gedicht van R.H. Arntzenius 1777-1823

KNIKKERLES

Jongens, als ge knikkren wilt.
Zie dan toe, en zorg toch wakker,
Dat uw knikker niet verschilt
Van de knikker van uw makker;
Waar' hij groter, 't spel waar laf,
Kleiner stuitte op groter af.

Altoos zij uw knikker rond,
Zonder putje en zonder builtje.
Anders dwaalt hij langs de grond,
Anders rolt hij nooit in 't kuiltje;
't Scheve en kromme duurt niet lang,
Rond houdt steeds de beste gang.

Word niet om de knikkers boos.
Stuiten ze ook al op een strootje:
De beste knikker uit de doos
Komt niet altijd 't eerste in 't ootje;
't Spel geeft niet altijd zijn gunst
Aan het meesterstuk der kunst.

Dat, bij winst noch bij verlies,
Niemand ooit een knikker smokkel!
Niemand kijke ook bang of vies,
Schoon al krijgt hij op zijn knokkel!
Wie, of hij verliest of wint,
Glimlacht, is mijn beste vrind.

't Zij gij speelt of met een hals,
Of met flinke en knappe mikkers,
Jongens, speel toch nimmer vals.
Speel nooit enkel om de knikkers!
Speel altijd — onthoud dat wel —
Eerlijk, naar het recht van 't spel!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:04 Reageer op dit bericht

lief

Een gedicht van J.H. Leopold  1865-1925

Hoe duizendvoudig lief

HOE duizendvoudig lief en zacht
in zorg en eerbied zou ik wezen
en zeer omzichtig. Wist gij deze
vriendelijkheid u toegedacht!

Gedenk, wat wij misdeden, niet;
niet toen, maar nu was onze tijd,
wel was voor ons nog weggeleid
een hopen na een lang verdriet.

Een hopen als wij lief en zacht
zijn zullen en gerust voortaan
en mijne stem zal om u gaan:

‘zie mij, hoe ik u heb verwacht.’

In gedempten toon (Verzen 1895)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:23 Reageer op dit bericht

heden

Een gedicht van J.J.A. Gouverneur 18098-1899

HET HEDEN.

Zo lang mijn hemel helder lacht,
Vergeet ik, dat licht wolken dreigen;
Zo lang geen sneeuw mijn kruin bevracht,
Wil ik mijn bloeiend hoofd niet neigen.

Of denkt de bloem aan haar vergaan,
Wanneer zij uit de knop komt breken?
Of denkt bij ’t intreên van haar baan
De ster, dat zij dra zal verbleken?

schrijver

 

Geschreven door Dora om 17:50 Reageer op dit bericht

lekker

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

Lekker geslapen.

Ja! wèl-gelukkig is de man,
Die kalm aan Gistren denken kan,
En kalm de dag van Morgen wacht -
Hij slaapt op rozen; alle nacht!

Al de volksdichten, deel 2 (1865)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:45 Reageer op dit bericht

vergeten

Een gedicht van Renée de Clercq 1877-1932

Ik kan u niet vergeten

Ik kan u niet vergeten,
Mijn simpel landekijn,
Bij mensen die veel weten,
Veel hebben en veel zijn.

Ik heb u nooit verloren
Uit de ogen van mijn ziel,
Mijn dorpke en mijn toren
En vaders zingend wiel.

Dat zingend wiel van vader,
Het bracht, met staag geruis,
De rijke avond nader
En 't bruine brood in huis.

Draait door mijn zang bij tijden
Een harder ronken rond,
Het maakt in lust en lijden
Mijn arme trots gezond.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:31 Reageer op dit bericht

nacht-deun

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

Nacht-deun

Om m'n kluis
Windgesuis...
Onder 't open raam,
Bladgeril; -
Preev'lend stil
Als een beê..., uw naam.

Ginder hoog
Bloemenboog...
Op m'n peluw licht, -
Bleke lijn, -
Weemoed-schijn
Van het maangezicht.

'k Ture weer
Ied're keer
Naar die zilv'ren stoet;...
Want ik weet
Liefdeleed
Dat me bidden doet...

Wat doortrilt
Er de stilt'
Van m'n kamerkijn? -
't Is 't gerucht
Van een zucht
Om bij u te zijn...

Vondelingskens (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:47 Reageer op dit bericht

meisjes

Een gedicht van Koos Speenhoff 1869-1945

Meisjes van de H.B.S.

Jonge meisjes, korte rokken
Losse lange blonde lokken
Grote stappen zij aan zij
Lopen lachend op een rij

Meisjes van de H.B.S
Gaan als schapen naar de les
Denken over sommen na
In de mathematica

Wonderogen als violen
Achter wimpers weggescholen
Kijken naar de lucht misschien
Om er iets geheims te zien

Meisjes van de H.B.S
Gaan als schapen naar de les
Denken over sommen na
In de metafysica

Lippen rood als rozenblaadjes
Fluisteren geheime praatjes
Babbelen om niemendal
Van wat nooit gebeuren zal

Meisjes van de H.B.S
Gaan als schapen naar de les
Denken over sommen na
In de hoge algebra

Rose nagels, tere handen
Rode oren, blanke tanden
Bloesemwangen zacht as zij
Blozen om een vleierij

Meisjes van de H.B.S
Gaan als schapen na de les
Leren x en leren y
Doen aan goniometrie

Jonge meisjes, lievelingen
Horen gaarne zoete dingen
Stoeien liever in het gras
Dan studeren in de klas

Meisjes van de H.B.S.
Gaan als juffers naar de les
Lopen liever vlinders na
Zonder mathematica

6 juni 1909

schrijver

Geschreven door Dora om 21:23 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Emanuel Hiel 1834-1899

Een dichter.

Geen kroon bevlekt zijn machtig hoofd.
geen scepter houdt zijn hand;
hij wordt nochtans geliefd, geloofd,
in 't schone vaderland.

Wat geeft hem koningschap en macht,
naar goud heeft hij geen dorst;
wat is de ster, bij zonnepracht,
bij hem, wat is een vorst?

Hij heeft zijn lief, hij heeft zijn lied,
zijn volk, zijn vaderland;
hij mint, hij zingt, zijn hert geniet
een dubble liefdebrand.

Hij smaakt de min, wanneer zijn meid
hem zoete kussen schenkt,
de vreugd, wanneer, vol heerlijkheid,
het volk zijn zangen zingt.

O, dichter zijn is zalig zijn,
en warm als zonnegloed,
want drukt hem wrevel, zorg of pijn,
iets blijft in zijn gemoed:

het is zijn lied, zijn wonderlied,
dat altijd sproeit en juicht,
dat hooger klinkt dan 't aards verdriet
en elk zo wel verheugt;

Het is zijn min, die eeuwig is
voor alles wat is goed,
die gloeit voor 't land en 't volk, zo fris
als voor zijn liefken zoet.

Gedichten 1861-62 (1863)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:24 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Jacobus Revius 1586-1658

 

Beesten en mensen.

De aarde brenge voort wat kruipt ofte wandert,
In aarde zal het toch eens werden weer veranderd.
Het water geve uit het slibberige vee,
Het moet toch t’ zijner tijd vervuilen in de zee.
De lucht belaste ik met vogelen te krielen,
Want in de brede lucht verdwijnen hunne zielen.
Maar ‘t hoofdstuk schort er nog, de mense, die dit al
Als koning onder ons alleen beheersen zal.

Kom, laat ons (sprak de Heer) met onze handen bouwen
Een lichaam dat altijd de hemel kan aanschouwen,
En uit ons eigen mond,  die ‘t alles roeren doet,
Hem blazen in de borst een redelijk gemoed,
Bekwaam om ‘t hoogste goed te kennen, te aankleven,
Te dienen zonder dwang en eeuwiglijk te leven.

Over-Ysselsche sangen en dichten (1630)

schrijver

Geschreven door Dora om 17:55 Reageer op dit bericht

ontwaken

Een gedicht van J.J.A. Goeverneur 1809-1898

ADAMS ONTWAKEN.

Toen in des Heilands zwaarste lijdensstonde
De bergen spleten, de aard haar donkre schoot
En grafspelonken sidderende ontsloot,
Drong ’t licht ook door tot Adams diepe sponde.
Hij sloeg de blik verwonderd in het ronde,
Zag Hem aan ’t kruishout worstlen met de dood,
En wendde ontzet het oog, van tranen rood,
En vroeg: wie toch daar bloedde uit wond bij wonde?

Hij hoorde ’t, en, van kille schrik bevangen,
Rukt hij zich ’t haar, door de eeuwen wit gebleekt,
Uit hoofd en baard, ontvleest de volle wangen
En jammert luid, daar hij tot Eva spreekt:
„Ziet gij de Heer daar ginds aan ’t vloekhout hangen?
Ik heb door u Hem voor die dood gekweekt!”

Naar Manzoni

schrijver

Geschreven door Dora om 22:50 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten