Winter, droef, verbonden, op zoek


De dorre tak rilt
Het roodborstje pikt gretig
De dauw huilt ijzig
Floreanne
Winter, droef, verbonden, op zoek

De dorre tak rilt
Het roodborstje pikt gretig
De dauw huilt ijzig
Floreanne
Vinden
Wat zal ik doen als straks de lente toch komt? Als vragen blijven komen? Wat zal ik dan kiezen? Ik kijk naar de grijze hemel in mijn tuin en naar verdorde lege takken. Alles is stil. Ik tel zelfs geen mussen meer. En in mijn hals verstijft elke spier. Mijn buik en rug drukken onduidelijk pijnlijk tegen hun wand van huid. Ik wil eens gevonden worden en niet geschonden. Het kindje draaide zich om in de kribbe. Het handje viel af en de kaars flitste slechts even over het lachende gezichtje.
Licht
Kerstmis

Pfff, even een zuchtje. Ik zit. De files, de stroom van shoppers, de uitpuilende winkelrekken, de muzak, de prikkelbaarheid van mijn gehaaste medemens, de snelle groetjes en wensen aan bekenden, de kleine plichten van de voorbereidselen op een lang weekend... ze zijn achter de rug. Het wordt tijd om even rustig te worden en in de echte sfeer van Kerstmis te komen. Straks gaan we zingen: ...Kerstnacht die schone, laat liefde steeds wonen in ieders gemoed.... Een kerk van een cliché, maar ... Soms moet je clichés koesteren omdat ze het dichtst bij de waarheid staan. Samen met anderen heb ik dit jaar geen boom, geen bollen, geen slingers, geen rode puntmutsen... in huis gehaald. Omdat het niet klopt met mijn gevoel. Ik wil mijn aandacht niet afleiden van mijn driftige zoektocht naar de authentieke kern. Dit jaar zal ik het duister voelen, de nacht ervaren en het keren van het licht. De hoop op een nieuw leven moet nu eindelijk kansen krijgen. Het verlangen naar iets heel waarachtig en goed, dat aanwezig is en aankondigt wat zal komen, ga ik in stilte afwachten. Ik haal het voor de geest om het oude jaar met zijn verdriet en onmacht te verdringen. Ik laat het verleden een terminale ziekte krijgen en een ongecompliceerde dood sterven. Overblijfselen van slechte herinneringen zal ik ritueel verbranden. Er komt een open plek in mijn geest, een weidse ruimte voor beter, veel beter. Ik weet het, ik laat het toe en dat alleen al vervult me met deugddoende vreugde.
Knufs
Dit was
Honger

Te vaak heb ik het gevoel
dat ik aan het sterven ben,
terwijl ik eigenlijk wil leven
Te weinig weet ik dan
wat ik moet doen,
dus blijf ik maar
verlangend streven
naar hogere waarden
geestelijk voer
spirituele moed
Maar ondertussen
wordt het papje koud
en blijft de soep niet goed
Floreanne
Houvast? Laat los!
Rilke
Heel toevallig vond ik vandaag een pareltje. Ik kon het niet laten liggen en wil het ook jou niet onthouden......
Vraag en antwoord
Men moet geduld hebben
met het onopgeloste in het hart
en proberen de vragen zelf lief te hebben,
als ontoegankelijke ruimtes,
als boeken, geschreven in volkomen onbekende taal.
Wanneer men in die vragen leeft,
leeft men misschien geleidelijk,
zonder het te merken,
op een ongewone dag
binnen in het antwoord.
Rainer Maria Rilke
Me nep naas

Me nep pardoffesiek naas
Me nep pardoffesiek taas
Ze gen ver peer krapokkelijk
Ver pennekkens nebeperzijpt
Me basseneem ontigerlijpt
Me nep pardoffesiek naas
Floreanne
Hic et nunc

Had je wat trager gelopen
ik zou je ingehaald hebben
Had je je omgekeerd
ik zou blij gewuifd hebben
Had je op me gewacht
ik zou je begroet hebben
Had je gelachen
ik zou 't geluk niet aankunnen
Maar je liep snel verder
Je keerde nooit om
Je bleef altijd strikt met jezelf
Je lach was onzichtbaar
Je liet een kans op vriendschap
heel ver achter je
Floreanne
Muggen
Nooit was november
Epigram
We moeten van de meester huiswerk maken: "Schrijf eens een puntdicht, en grafschrift voor jezelf... " leuk oefeningetje! Het staat niet op punten hoor, just for fun. En voor wie mee wil lezen...
Geen Claus of Nolens vind je hier
Slechts Floke is de dode pier
Eenvoud’ge dichtkunst was haar leven
Ultiem succes is uitgebleven
Haar schrijverswerk schoot niet meer op
Slechts één loos woord vloog door haar kop
En vóór ze wist wat in haar kwam
Verging ze in een epigram
Ooit wilde ze de dichtkunst leren
Maar passie kon het tij niet keren
Gevlast op ’t dichten te ervaren
Ligt z’in de herfst nu onder blaren
Hier ligt ze plat en voeten hoog
De steen is nat haar hoofd is droog
Ooit waren eens haar voeten nat
Maar toen nog zat ze in haar bad
Floreanne
Vervloekte bruid

Soms moet ik even slikken
Er is weer iets dat pijnlijk proeft
Dan is geduld geboden
en vrees ik tranenvloed
Soms moet ik het verbijten
de pijn, een vloek en het verdriet
Dan is het stilte wat ik wil
en zoek ik geen muziek
Dan laaf ik me aan licht
want liefde doet verdorsten
Haar levenloze huid verbleekt
en blijft hetzelfde lied
De neergevelde bruid
Soms wil ik het doorprikken
floreanne
Soms

Soms lijkt de dood
een aangenaam verschiet
maar al bij al
bij nader toezien
slechts moe en leeg verdriet
Soms lijkt mijn hoop
een rustpunt in verval
maar al bij al
in nieuwer blikveld
een eeuwig tranendal
Floreanne
Ceci n' est pas une pipe

Dit is
geen gedicht
Het is
een zucht
een traan
een lach
een windje
Dit is
geen probleem
Het is
een vraag
een tip
een aai
een hintje
Floreanne
Fictie

Mijn leven speelt zich af op de wip tussen fictie en non-fictie. Ik lees. Vandaag zijn het de Chazaren die me bezig houden. Geschiedenis wordt, naarmate ze veroudert, meer fictie en zo ook ikzelf. De realiteit vervaagt. Fysieke houvast laat zich relativeren en hoe langer hoe meer moet je geloven in de wereld die je zelf geschapen hebt. De andere is ongeloofwaardig geworden. Dus troost ik me. Het is goed leven in mezelf en in gedachten heb ik lief. Al die goede dingen die genietbaar zijn in hun aureool van hoopvolle fantasie. Ik roep ze dagelijks tot leven. Tussen de strijk en de soep denk ik aan hen die me in deze levensroman zo dierbaar zijn. Vooral zij die zich terugtrekken in zichzelf, hun veilige cocon waar niets nog raakt. Vooral zij die in de eeuwige zaligheid zijn, kan ik meer en meer minzaam groeten.
Floreanne
ENIL
En dan komt zij binnen. "Tante Flo, ik kan mijn naam al schrijven". Met potige drukletters verschijnt er ENIL op het grote witte blad. Glunderend loenst ze naar mijn reacties. "Dat verdient een knuffel en ik heb ook nog iets lekkers voor jou bewaard". Ze springt met een gilletje van mijn schoot, richting proviantkast. De grijze wolken openbaren opnieuw strepen zon. De herfstlucht heeft weer blauwe gaten.
Bitter

Hoe cynisch en bitter moet ik worden om te overleven met de herhaaldelijke miskenning en afwijzing van mensen waarvan ik het tegenovergestelde verwacht. Hoe weerbaar moet ik me opstellen om niet te verdrinken in de zucht naar begrip, wederkerige vriendschap en liefde? Waarom is het nodig emotioneel te verharden om de voortdurende confrontaties met een agressieve realiteit zonder relativerende vergevingsgezindheid ongeschonden te doorstaan?
Is wijzer oud worden dan echt kiezen voor een goed doordachte aanvallende strategie en zakelijke ongevoeligheid? Is het gelaten aanvaarden dat de mensen nog altijd slechts egoïsten en pragmatici in het binnen halen van eigen voordeel zijn? Misschien is het beter te leren leven met mezelf in de eenzame terugtrekking van het kluizenaarsschap. Daar vind ik echter de hartelijke mens niet die, ook al heeft hij maar één hand toch, samen met mij de vuilbak wil buiten zetten. Hij die lacht en zijn ene hand open houdt als we ondanks alles struikelen.
Floreanne
Een tikkeltje
Ik kan niet
Wissewasjes
Verrassend gisteren