Winterochtend

De klok slaat zeven slagenDe wekker haalt haar in
Een frêle zon ze fluistert
en wakkert warm mijn ogen in
Het moeë oor dof luistert
naar veilig gekende vragen
De frisse ochtend wekt al trage
In slome sluier herkomen
vage hersencellen nog verward
Mijn aders lijken weer op bomen
doorbloed met langzaam levenssap
Dan flitsen me die oude dromen
vervlogen hoop op beterschap
De schil van zoete passievruchten
is grijs en roerloos lang verhard
Floreanne




















