ik snuif de vochtige damp opstijgend uit het natte gras het vult mijn longen en aders zoals nieuw leven ruikt zoals aldoor het prille was he…
ik snuif de vochtige damp
opstijgend uit het natte gras
het vult mijn longen en aders
zoals nieuw leven ruikt
zoals aldoor het prille was
het geurt mijn dromen vol
van ruimte en lucht
het geeft mij vleugels
laat het zware gaan
het schept een nieuwe vrucht
zo voel ik even
aan de schepping
word gewaar
van het onbestemde
dat zeker wel bestaat
het kent geen taal
der letteren
maar komt en gaat
iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiik ga jouuuuuuuuuuu verlaten verlaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaten mijn dooooooooooooooooooooolk tussen de riiiiiiiiii…
iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiik ga jouuuuuuuuuuu verlaten
verlaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaten
mijn dooooooooooooooooooooolk tussen
de riiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiibben
iiiiiiiiksterfff voooooooooooooor mijn maaaaaaaaaaaten
oooooooooom het geweeeeeeeeeeeeeten te suuuuuussen
ik steeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeerf
iksteeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeerf
ik steeeeeeeeeeeeerf
van de honger
intussssssssssssssssssssssssssen intusssssssssssssssssen
vlokkerig valt de zwarte sneeuw als een wijd gespreide bruidsjapon naar bene licht schittert er schaars doorheen zich laser splitsend in het…
vlokkerig valt
de zwarte sneeuw
als een wijd gespreide
bruidsjapon naar bene
licht schittert er
schaars doorheen
zich laser splitsend
in het al heen
de zwarte sneeuw;
vallende tranen
van de vergrijsde
hemelse godenleeuw
de aarde bedekkend,
moede van het brullen,
over de mensheid
uitstrekkend
klein is mijn gedicht in alle eenvoud zonder gewicht immers wat men schrijft of maakt slechts het uiterlijk van het wezen wordt aangeraakt
klein is
mijn gedicht
in alle eenvoud
zonder gewicht
immers wat
men schrijft
of maakt
slechts
het uiterlijk
van het wezen
wordt aangeraakt
een woord vermoord een zin vergaat het verhaal staakt er is geen regel die overleeft deze leegte is gemaakt voor dromen, visioenen hoe je he…
een woord vermoord
een zin vergaat
het verhaal staakt
er is geen regel
die overleeft
deze leegte is gemaakt
voor dromen, visioenen
hoe je het beleeft
en de illusie doorzeeft
een hoofdstuk zonder hoofd
onzichtbare punten
mijn pennenvuur uitgedoofd
de gevulde leegte
vol van niets
ruim van ruimte
vol van gedachten
over iets
ik ben de dichter
van iets over niets
dan wel niets over iets
het maakt mij lichter
zonder licht heb ik dit
in uw schaduw verricht
manco en blanco
uitgestrekt,
van zieltogend
naar zielloos onbeperkt
is iets in niets uitgerekt
op gelieke hogte sie icke um mie hinne is da wa icke sogte dun grotste ende diepste sinne skonner ende errug himmels gemaeckt nee, geschaepe…
op gelieke hogte
sie icke um mie hinne
is da wa icke sogte
dun grotste ende
diepste sinne
skonner ende
errug himmels
gemaeckt
nee, geschaepe
mien hande rieke
naer oe, maer
jie kiek allene naor
folmaeckte knaepe
och
icke kenne mieselfe
in toekomede maete
ende ontdeckte immer
mere kaese gaete
overgave mooi doch zwaar aan het ritme van het leven kent geen maar slechts beleven als ik daar op kan vertrouwen en niet door de waan word …
overgave
mooi
doch zwaar
aan het ritme
van het leven
kent geen maar
slechts beleven
als ik daar op
kan vertrouwen
en niet
door de waan
word bestoven
pas dan
ben ik in staat
te geloven
dit, nu nog klein van stuk, dit vers groeit woord voor woord tot iets moois totdat het aanzwelt tot een afdalend zinnentrapje een afgang van…
dit,
nu nog
klein van
stuk, dit vers
groeit woord voor
woord tot iets moois
totdat het aanzwelt tot
een afdalend zinnentrapje
een afgang van wel tien treden;
nu zijn we toch echt wel beneden
nog nimmer zag ik het onzienlijke nimmer de diepte van uw grootsheid het oneindige is uw deel wat is de mens min en slechts een schamel deel…
nog nimmer
zag ik het onzienlijke
nimmer de diepte
van uw grootsheid
het oneindige
is uw deel
wat is de mens
min en slechts een
schamel deel
en daarvan
slechts een stip
omdat nog kleiner
niet zichtbaar is
in de naaste
zou u zijn
in de bloem zou u zijn
in leed
in verdriet
in sterven
zou u zijn
geen woorden
voor uw aanwezigheid
geen beeld van u
raakt mij
ja slechts fantasie
is ons deel.
verstaan,
omvatten
zijn mensenwoorden
toch blijkt u
in alles en iets
zoekend naar
uw zelf en niets
niets is alles,
blijkt ook nog
alom en durend
te zijn
hoe kennen wij
dan uw zijnde,
vaak vertwijfeld
bij ons einde
liefde
zou u zijn,
dragend zou u zijn
bij onze pijn
ik , mens, die
erken,
zeggenschap heb ik niet:
de zogenaamde vrijheid?
die mij verleidt
zo zie ik de scheppende
zonder te zien,
hoor hem
zonder te horen,
voel hem
zonder te voelen
maar ervaar
zonder te kennen,
niet wetend hoe het heet,
dat moet ik erkennen,
dat het IS
al voel ik vaak het gemis
als ik fiets door de straat op mijn eigen houtje dan fluit ik op snaakse wijze naar elk zichtbaar vrouwtje intens geniet ik dan: aandacht ge…
als ik fiets door de straat
op mijn eigen houtje
dan fluit ik op snaakse wijze
naar elk zichtbaar vrouwtje
intens geniet ik dan:
aandacht geven is een lust
geen mens die dat onkent
voor mij een echte must
ik dwaal van hoek tot hoek
en aanschouw het lokaal toneel
niets ervan wil ik missen
noch het schoons in het bordeel
mijn fluit is dan op volle kracht
want een publieke vrouw leeft geïsoleerd
achter ramen van dubbel glas
soms roept er een: is je fluit gesmeerd?
zo tuf ik door mijn dagen
laan in, straat uit en rotonde rond
wie doet me wat denk ik vaak
met zo'n prachtig geluid in mijn mond