mijn blik op de wereld vanaf 60 Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin. Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geïnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1400! De lijst van de categorieën bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating. Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
07-05-2025
Spectaculair
Spectaculair
Sinds mijn allerprilste kindertijd heb ik naar muziek geluisterd op apparaten. Mijn eerste ontdekking was een afgedankte koffergrammofoon en enkele heel breekbare schellakplaten met vrolijke deuntjes, op onze speelzolder. Het probleem was dat de veer die voor de aandrijving moest zorgen het natuurlijk begeven had onder de ‘opwinding’ van ons, de kinderen. Daarna was het een nieuwe radio die mijn Vader had gekocht en trots aan zijn kinderen toonde. Die hebben we gehad tot ik de puberteit al voorbij was. Een bandopnemer kwam er toen ik tien was, denk ik, en ik was toen al met klassieke muziek bezig, leende platen bij vrienden en kennissen en nam die dan op. Samen met mijn broer Raf luisterden we in bed naar Radio Luxembourg, The Station of the Stars op een mini-radiootje dat we van buren gekregen hadden in ruil voor onze hulp bij hun verhuizing. De vrijer van mijn zus was muzikant, en hij had een platenspeler die ik soms mocht gebruiken. Mijn tante Mie, de jongste zus van mijn Vader was ook muziekliefhebber, ze had een enorme radio met ingebouwde platenspeler en een aanzienlijke collectie klassieke langspeelplaten. Mijn jeugdvriend André hield van jazz en had een platenspeler met luidsprekers. Ik erfde zelf een oude platenspeler, die mijn peter Aimé, de broer van mijn Vader, inbouwde in een fraai houten kistje, hij was schrijnwerker. Toen ik naar Leuven ging, kocht ik met wat ik verdiend had als jobstudent een mooie Grundig draagbare radio. Toen ik pas getrouwd was, kochten we een Lenco platendraaier, en enkele jaren later kwam mijn eerste stereo-set er, een Leak versterker en tuner. Toen mijn laatste tante stierf, Alma, erfden we een leuke som, en toen kocht ik een betere stereo-installatie, een krachtige Phase Linear voorversterker, eindversterker en tuner, en twee B&W 802 luidsprekers die ik nog steeds heb en gebruik. Op aanraden van mijn jongste zoon Luk ben ik enkele jaren geleden overgeschakeld naar streaming, op Zen Mini Mk3, en dan kwam er ook een nieuwe versterker, een mooie Gato Dia 250.
Mijn gehoor was ongemerkt slechter geworden, en toen dat uiteindelijk toch pijnlijk duidelijk werd, ben ik op zoek gegaan naar middelen om daaraan te verhelpen. Na wat gesukkel met equalizers ben ik overgeschakeld naar hoorapparaten, en dat was een grote verbetering: ik kon weer hoge tonen horen!
Ik breng het grootste gedeelte van de dag door aan de PC, en ik heb altijd wel kleine monitors op mijn werktafel gehad. Enkele jaren geleden kocht ik een beter stel, Edifier R1700BTs, en daaraan beleef ik alle dagen veel plezier. Toen ik ze kocht, kon ik kiezen voor een model waarop je een sub-woofer kan aansluiten (s), en dat deed ik dan maar, zonder meteen aan die aanvulling te denken. Gisteren heb ik daar nu een sub-woofer van hetzelfde merk op aangesloten, de T5, en mensenlief, wat een verschil! Ik hoor nu lage klanken die ik voorheen helemaal niet hoorde. Allicht moet ik nog verder afstellen, om een natuurlijk geluid te krijgen, zonder dat de bassen de andere klanken overstemmen. Maar het resultaat is nu al spectaculair. Ik zocht eigenlijk een ander woord, want spectaculair slaat etymologisch op iets dat je kan zien, maar ik vind geen geschikte term uit de wereld van het horen om hetzelfde uit te drukken. De muziek klinkt anders, veel rijker, veel ruimtelijker, veel meer aanwezig.
Nu besef ik dat ik al die jaren toch wel aspecten (weer zo’n slecht gekozen term) van de muziek heb gemist. Hoe dan ook heb je zelfs met heel goede apparatuur niet hetzelfde geluid als live, maar daar heb ik me altijd al bij neergelegd: ik luister uitsluitend op die manier naar muziek, omzeggens nooit live. Maar een relatief kleine toevoeging zoals die sub-woofer van amper € 129, gratis thuis geleverd, zorgt voor een verbluffend effect.
Dat is ook een groot verschil met vroeger: muziekinstallaties zijn niet goedkoop, sommige zijn peperduur, onbetaalbaar voor gewone stervelingen. Ik ben daarin nooit heel ver gegaan, relatief gesproken. Maar de set die ik nu heb aan mijn werktafel is werkelijk spotgoedkoop: € 135 voor de twee luidsprekers, € 129 voor de sub-woofer, en het zijn actieve luidsprekers, ze hebben ingebouwde versterking, je hebt niets anders nodig. Ik stuur ze via bluetooth draadloos aan met mijn streamingdienst op de PC, en geniet de hele dag met volle teugen, de muziek heeft in mijn studeer- en werkkamer nog nooit zo goed geklonken. En dat voor een belachelijke prijs, minder dan 1/20 van die van mijn ‘grote’ set in de woonkamer.
Zo zie je maar. Men kan perfect gelukkig zijn zonder sub-woofer, maar als je voor € 129 je muzikaal genot zo ‘spectaculair’ kan opvoeren, dan is er althans in mijn ogen, of liever: oren, geen enkele reden dat niet te doen.
Edifier is een Chinees bedrijf. Vandaag is dat niet verwonderlijk, alles komt uit China. Hoe ze zo’n materiaal kunnen maken en het verkopen voor die prijs, dat gaat mijn begrip te boven. Maar dat zijn bedenkingen die niet van aard zijn om mijn muzikaal genot te bederven.
Categorie:muziek
20-04-2025
Verrijzenis
Verrijzenis
Voor de eerste christenen, tweeduizend jaar geleden, was de verrijzenis geen mythe. Zij verkondigden dat Jezus van Nazareth, Christus, of ‘de Gezalfde’, waarlijk was opgestaan nadat hij recentelijk was gestorven. Er waren nog levende ooggetuigen van zijn dood, van zijn verschijningen nadien, en van zijn hemelvaart. Hij was als eerste verrezen, en allen die in hem geloofden zouden eveneens verrijzen. Meer nog: zij die in leven waren bij zijn imminente terugkeer zouden helemaal niet sterven, maar eeuwig leven. En ook de doden zouden verrijzen, en allen zouden geoordeeld worden, en samen voor eeuwig leven in een paradijselijke heilsstaat, maar wie niet in Christus geloofde, en de doden die zich schuldig gemaakt hadden aan misdaden, zouden voor altijd vernietigd worden.
In het vurig begeerde vooruitzicht van die nakende wederkomst van de Verlosser leefden de christenen in de overtuiging dat het einde der tijden nabij was, dat zij het zelf nog zouden meemaken. Zij zouden de laatste generatie zijn, en dus was het zinloos om nog met voortplanting bezig te zijn. Aangezien volgens hen seks enkel daarvoor mocht dienen, en enkel binnen het monogame huwelijk, was onthouding van alle seksuele activiteit het ideaal dat aan allen voorgehouden werd.
Toen dat einde der tijden uitbleef, werd het laatste oordeel en de algemene verrijzenis verschoven naar een heel verre en vage utopische toekomst. De realiteit van het dagelijkse leven drong weer tot iedereen door, en dus vanzelfsprekend ook alles wat met seksualiteit en voortplanting te maken heeft. Het bleek evident onmogelijk om iedereen algehele seksuele onthouding op te leggen, maar het christendom bleef volhouden dat het seksuele leven geordend moest verlopen, dat wil zeggen binnen het monogame huwelijk tussen man en vrouw, en enkel met het oog op de voortplanting. Dat sluit alle buitenechtelijke seks uit, ook homoseksualiteit en seks met kinderen. Maar ook binnen het huwelijk mocht seks niet altijd: niet als de vrouw al zwanger was, niet tijdens de menstruatie, niet tijdens de periode van de borstvoeding, niet op zon- en feestdagen, niet tijdens de vasten. Huwelijken tussen bloedverwanten mogen helemaal niet, en ook niet met aangetrouwde verwanten, die eveneens als incestueus beschouwd werden. Weduwen mochten niet hertrouwen.
Om al die regels af te dwingen werden, naast de bestraffing van de ‘daders’, de meest buitenissige vreselijke gevolgen voorspeld voor kinderen geboren uit ongeoorloofde seksuele handelingen: miskramen, misvormingen, doofheid en stomheid, achterlijkheid, ziekelijkheid, melaatsheid, epilepsie, waanzin, bezetenheid van de duivel en boze geesten, en een vroege dood.
Om te vermijden dat ongeoorloofde huwelijke zouden plaatsvinden, werd de ‘ondertrouw’ ingesteld: de namen van de toekomstige echtelingen moesten gedurende drie opeenvolgende weken afgeroepen worden tijdens de zondagsmis, en iedereen werd aangespoord om eventuele bezwaren meteen te melden, op straf van doodzonde. Zo wou men bijvoorbeeld incest vermijden tussen vondelingen onderling of met hun ouders.
Een van de meest merkwaardige opvattingen ter zake was dat wanneer tweelingen geboren werden, de vrouw ipso facto beschuldigd werd van overspel, alsof een tweede man nodig was om een tweede kind tegelijk te verwekken.
Het ongehuwde leven, of celibaat, meer bepaald een leven zonder seksuele activiteit, werd en wordt nog altijd als een na te streven ideaal voorgesteld, en tot het midden van de twintigste eeuw waren er vele religieuze organisaties met talrijke leden die dat als regel hadden, en de celibaatsverplichting geldt nog altijd voor alle katholieke priesters.
In onze geseculariseerde westerse wereld lijken bemoeienissen van een kerkelijke overheid met de persoonlijke verhoudingen tussen mensen en met hun seksualiteit bijna hilarisch, als ze niet zo tragisch waren. Maar gedurende bijna tweeduizend jaar was dat wat de godsdienst deed, en dat is wat godsdiensten nog altijd doen. In de praktijk ging en gaat het er echter meestal anders aan toe: mensen blijven mensen.
In een democratische samenleving wordt in overleg bepaald wat verboden is, en wat niet verboden is, is toegelaten. De bedoeling van de staat is immers de vrijheid van de burgers (Spinoza). Of men daarnaast wenst te geloven in een of andere vorm van onsterfelijkheid of verrijzenis, is een persoonlijke geloofsaangelegenheid, waarvoor echter zelfs volgens de godsdiensten redelijke argumenten volkomen ontbreken.
Categorie:God of geen god?
18-04-2025
Goede Vrijdag 2025
attende Domine et miserere
ik heb gebeden
zoals me werd geheten
ze wisten zelf niet beter
of wouden het niet weten
holle frasen lege woorden
gepreveld zonder zin
die niemand verhoorde
als was mijn woord te min
ik heb gebeden en gezocht
als kind en ook later
toen bloed en rede in mij vocht
met het verlangen naar een Vader
het mocht niet baten
hoe ik ook smeekte en vroeg
om een woord een teken te laten
een wenk was me genoeg
maar zelfs dat was mij niet vergund
ik wend me af in arren moede
van wie me geen blik waardig gunt
geen oren heeft naar mijn vrees of woede
ik heb gebeden en bitter geweend
me geweigerd geweten en verlaten
om niet geen genade verleend
aan mijn armzalige zelf overgelaten
tot ik mijn rug heb gerecht
opgestaan
het gevecht
ben aangegaan
er was geen Vader en geen zonde
wat men ook beweerde of beval
er was alleen de diepe wonde
de laffe leugen van de zondeval
bevrijd van last van eeuwen
kon ik koppig mijn eigen weg gaan
mijn diepe onschuld uitschreeuwen
geen mens kon me in de weg nog staan
de hemel was leeg
de aarde vervuld van belofte en pracht
was wat ik zomaar kreeg
de stralende zon in ruil voor de nacht
Karel D’huyvetters
Goede Vrijdag 2012
Categorie:God of geen god?
14-04-2025
Palmzondag
MATTHEÜS ALS COLLAGEKUNSTENAAR
Paul Claes
Op Palmzondag lezen de christenen alom het verhaal van Jezus’ blijde intocht als een historisch relaas. Eigenlijk is het een collage van citaten uit de Joodse Bijbel.
Ik citeer de versie van Mattheüs (21:6-9) in de Nieuwe Bijbelvertaling: De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen. Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’
Lees het vervolg hier: https://vrijdenkers.weebly.com/paul-claes-mattheuumls-als-collagekunstenaar.html
Categorie:God of geen god?
08-04-2025
Gij zult niet doden
Gij zult niet doden.
De Tien geboden, of de Decaloog, gelden sinds mensenheugenis als de grondslag van de moraal. Dat was al zo voor het Joodse volk in de oudheid, en het christendom heeft met de Hebreeuwse Bijbel, als het Oude Testament, ook de tien geboden overgenomen.
In hoofdstuk 20 van Exodus neemt Jahweh zelf het woord, bij monde van Mozes. In vers 13 zegt hij kort en bondig: ‘Gij doodt niet’. Dat gebod maakt deel uit van de regels die Mozes namens God aan zijn volk oplegt. Eerder al, in het verbond dat God met Noah sloot na de zondvloed, zegt God dat de mens weliswaar ‘al wat leeft en beweegt’ mag doden om zich te voeden, zoals met planten, maar het bloed van de geslachte dieren mag men niet tot zich nemen; het bloed wordt aanzien als het levensprincipe, de ‘ziel’. Vervolgens wordt een evidente uitzondering gemaakt op de toelating om alle dierlijke levende wezens te doden: mensen mogen niet gedood worden als voedsel, niet door andere dieren, en niet door andere mensen. God ‘eist het bloed op van elk levend wezen dat het bloed van een mens vergiet. Wie het bloed van een mens vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want de mens is geschapen naar Gods beeld.’ Een mens doden is een bijzonder schepsel Gods doden, namelijk het levend wezen dat God maakte naar zijn eigen beeld. Meteen is de toon gezet. God is de schepper, geboden worden uitgevaardigd door God. In Genesis doet hij dat nog zelf, in Exodus is het Mozes die de geboden aan het volk bekendmaakt, omdat het volk bevangen is door de vreze Gods.
Als we die antieke literaire bronnen in nuchtere taal omzetten, zien we hoe mensen zich in een primitieve samenleving organiseren, en afspraken maken over de manier waarop ze met elkaar en met hun omgeving omgaan. De mens is een sterk geëvolueerde diersoort, en een aanzienlijk aantal van dergelijke dieren zijn carnivoren, hoewel ze een minderheid zijn in de dierenwereld, omdat plantaardig voedsel nu eenmaal uitbundiger en gemakkelijker beschikbaar is. Sommige dieren hebben door ervaring ontdekt dat dierlijk voedsel heel voedzaam is, en dus maken ze er jacht op, en doden andere dieren. Het is normaal dat mensen een uitzondering maken op de algemene regel dat dieren andere dieren doden om zich ermee te voeden: dieren mogen geen mensen doden om zich te voeden, dat is een menselijke maatregel om zichzelf te beschermen; die dieren zal men afmaken. Meteen zegt men om dezelfde reden ook dat mensen geen andere mensen mogen doden. Dat is niet zozeer een verbod op het doden van mensen, maar een verdediging van het eigen menselijke leven. Men wil verhinderen dat men door anderen gedood wordt, en dat wordt uitgedrukt in een uitzondering op de algemene regel dat dieren om zich te voeden andere dieren doden, en die geldt voor dieren en mensen: mensen mag men niet doden. Om die regel af te dwingen geldt als afschrikking tegen overtreding de hoogst mogelijke, de zwaarste straf: de dood, zowel voor mensen als voor dieren. Op die manier verhindert men recidive: mensen of dieren die een mens gedood hebben, zijn een gevaar waartegen men zich definitief moet beschermen.
Om een leemte in het Nederlandstalige medialandschap op te vullen, start ik een online tijdschrift en website op onder de titel Vrijdenkers.
Vrijdenkers wil als ongebonden online tijdschrift en website belangeloos aandacht besteden aan vrijdenken, atheïsme, vrijzinnigheid, ongeloof, antiklerikalisme, materialisme en verwante thema’s, onder de vorm van artikels, opiniestukken, recensies, links naar andere websites en een bibliografie.