|
Leonard Cohen (1934-2016)

Er is altijd Leonard Cohen geweest in mijn oor. Zijn eerste songs zijn van 1967, ik was toen 21 en in 1968 ben ik getrouwd en is mijn oudste zoon geboren. Zijn laatste album is van 2016 en ik was 70. Er zijn jaren geweest dat we nog nauwelijks iets van hem hoorden, maar hij kwam steeds terug. De laatste vijftien jaar van zijn leven waren wellicht de meest publiek actieve, met verscheidene nieuwe albums en talrijke optredens voor massaal publiek over heel de wereld, waar hij oude successen afwisselde met nieuw materiaal. Leonard Cohen was herkenbaar en bleef altijd zichzelf subtiel herhalen, zowel in zijn teksten als zijn muziek. Het was die bezwerende, vrij eentonige en eenvoudige muziek en de doordringende declamatie van de gewijde woorden van zijn poëzie die zijn succesformule werden.
Zo zag het er echter aanvankelijk niet uit. Cohen wou dichter en romanschrijver worden. Hij had een bandje aan de universiteit, maar veel betekende dat niet. Zijn eerste poëziebundels waren geen groot succes en Cohen bleef onbekend en onbemind. Tot hij in 1966 besliste dat hij een singer-songwriter wou worden. Een van zijn songs, het beroemde Suzanne werd een hit in de versie van Judy Collins, die hem overtuigde om ook zelf te zingen voor een groot publiek, al viel hem dat aanvankelijk heel lastig. Judy Collins en andere artiesten vertolkten nog meer van zijn songs, en bereidden zo de weg voor zijn eigen optredens in de zaal en voor de televisie. In 1971 gebruikte de cineast Robert Altman drie van zijn songs in zijn film McCabe & Mrs. Miller (met het heerlijke koppel Julie Christie en Warren Beatty). Daarna ging Cohen op tournee in de jaren ‘70, in de Verenigde Staten en Canada, maar ook in Europa. Het was de tijd van de grote festivals, en hij maakte furore. In de jaren 80 werd het wat stiller rond Cohen, met een uitschieter in 1985: de LP Dance me to the end of love. In 1984 verscheen de song die hem wereldberoemd zou maken: Hallelujah, maar dat gebeurde niet door zijn eigen versie, maar door die van John Cale in 1991 en later vooral die van Jeff Buckley. Sindsdien hebben meer dan 200 artiesten de song gecoverd. Zijn carrière kende heel wat ups en downs, maar Cohen kwam steeds terug, vaak met het beste uit vroegere albums, maar af en toe ook met volledig nieuw werk, zoals Ten New Songs (2001).
Cohen had zijn financiële belangen in handen gegeven van een vertrouwelinge, Kelley Lynch, zijn manager. In 2004 bleek dat die aan de haal was gegaan met het grootste gedeelte van zijn spaarcenten en van zijn pensioenfonds. Hij deed haar een proces aan, maar heeft waarschijnlijk nooit een dollar teruggezien van zijn geld. Dat debacle was er mede de oorzaak van dat hij weer op tournee ging in 2008, vijftien jaar na zijn laatste tournee. Sindsdien heeft hij, mede dank zij het enorme succes dat hij overal behaalde, niet meer opgehouden. Zijn laatste album kwam uit drie weken voor zijn dood. Cohen was een levende legende geworden.
Toch blijft zijn succes verbazen. Zijn muziek is zoals gezegd vrij eentonig en voorspelbaar, zijn stembereik beperkt, zijn dramatisch vermogen en zijn présence soms weinig overtuigend. Hij heeft zijn back-up vocals en zijn orkest hard nodig als steun, maar muzikaal stelt die begeleiding weinig voor, zeker als men dat vergelijkt met de spetterende muzikaliteit van bijvoorbeeld Paul Simon. Maar Leonard Cohen trok het grote publiek en wist het ook in vervoering te brengen met zijn shows.
Cohen heeft al vrij vroeg ingezien dat hij met zijn gedichten nooit het grote publiek zou aanspreken. Dat doen zelfs de grootste dichters niet, en Cohens gedichten en songteksten behoren niet tot de absolute top. Als we de tekst lezen van zijn Hallelujah, van Suzanne of van I know who I am, dan valt het op hoe weinig die om het lijf hebben. Dit is de laatste strofe van Hallelujah: ‘Ik deed mijn best, dat was niet veel; ik kon niet voelen, dus probeerde ik aan te raken; ik sprak de waarheid, ik kwam je niet belazeren, en zelfs al ging het helemaal verkeerd, ik zal voor de Heer van het Lied staan, met niets anders op mijn tong dan Halleluja.’ En de middelste strofe van Suzanne: ‘En Jezus was een zeeman toen hij over het water wandelde, en hij stond lange tijd uit te kijken op zijn eenzame houten toren; en toen hij er zeker van was dat enkel mensen die aan het verdrinken waren hem konden zien, zei hij: ‘Alle mensen zullen zeelieden zijn totdat de zee hen zal bevrijden.’ Maar hijzelf werd gebroken, lang vooraleer de hemel zou opengaan. Verlaten, bijna menselijk, verzonk hij onder jouw wijsheid als een steen, en je wil met hem op reis gaan en je wil blind op reis gaan en je denkt dat je hem misschien zal vertrouwen, want hij heeft jouw perfecte lichaam aangeraakt met zijn gemoed.’
De teksten van Cohen bevatten vaak vrij vage religieuze thema’s. Cohen was van Joodse afkomst en is altijd het Jodendom als zijn godsdienst blijven beschouwen. Hij heeft talrijke andere godsdienstige wegen bewandeld, zelfs even dat van de Scientology. Hij is tot boeddhistische monnik gewijd. Hij bewonderde de figuur van Jezus. Beelden en woorden uit verschillende godsdienstige tradities hebben hun weg gevonden in zijn bezwerende poëtische taal, die met haar vele vrije allusies de mensen indringend aanspreekt op de mythische memen die verscholen liggen in het collectief geheugen. Zonder goed te weten wat men hoort, voelt men zich aangesproken; zonder de betekenis van de woorden te vatten, herkent men wat er gezegd wordt, vooral wanneer die profane gewijde teksten gedragen worden door melodieën en ritmes die op hun beurt herinneren aan eenvoudige strofische hymnen en godsdienstige gezangen uit onze jeugd.
Cohen is Hebreeuws voor ‘priester’, en Leonard Cohen is voor de generaties na mei 1968 de hiëratische bard geweest van de nieuwe, vrije wereld en van de vrije liefde; van de democratie en van de opstand tegen onderdrukking; van het individu dat zich afzet tegen de maatschappelijke druk en een eigen weg wil gaan; van het alternatieve leven, seks, drugs en rock & roll. Hij is een zoekende zanger gebleven tot op het laatst, een door en door melancholische romanticus, steeds de zware, zwarte depressie nabij. Hij heeft ons van zijn wilde, woelige leven een ontstellend getuigenis nagelaten in zijn talloze optredens en zijn vele albums. Hij was een kind van zijn tijd, de verscheurde tweede helft van de twintigste eeuw, getekend door oorlogen en revoluties. De laatste vijftien jaren waren een onvermoede bonus, voor hem en voor ons. We zullen zijn zonderlinge, zeurderige zingen zeker missen.
If you should ever track me down
I will surrender there
And I will leave with you one broken man
Whom I will teach you to repair
You know who I am.
Categorie:muziek
Tags:muziek
|