Gezag
Gezag
Het is wel vaker het geval dat we niet stilstaan bij de diepere betekenis van woorden. We gebruiken ze achteloos, als versleten clichés. Tot we door omstandigheden gedwongen worden om onze oppervlakkigheid en nonchalance achterwege te laten en ons afvragen waarover het eigenlijk gaat, ten gronde.
Zo ook met het begrip ‘gezag’. We gebruiken het voortdurend, het is nodig, onmisbaar zelfs om onze menselijke verhoudingen te verwoorden en te duiden. Maar wat is de oorsprong van gezag? Niet van het woord, maar van wat ermee bedoeld wordt. Waaraan ontleent iemand gezag? En waartoe dient het?
Op 9 december 2024 is het dan toch gebeurd. De Syrische dictator al-Assad is zijn land ontvlucht. De ene dag was hij nog de almachtige heerser over leven en dood, schatrijk, een cruciale figuur in de wereldpolitiek. Enkele uren later een vluchteling, verguisd door iedereen, gedoemd om de rest van zijn dagen te slijten, overgeleverd aan de willekeur van zijn beschermheer, een andere dictator. Waaraan ontleende al-Assad zijn gezag? Waarop was zijn macht gebaseerd? Wat bezielt iemand om zich persoonlijk het staatsgezag toe te eigenen en zich zo onvoorstelbaar persoonlijk te verrijken?
Onze geschiedenis is een lange, gruwelijke opsomming van dergelijk machtsmisbruik van individuen en groepen, tot op onze dagen, over de hele wereld. Overheersing is steeds de regel geweest, evenals onderdrukking, oorlogen, vervolging, opsluiting, foltering, verkrachting, moord en doodslag, diefstal en roof. Onze beschaving en haar meest prestigieuze en indrukwekkende verwezenlijkingen zijn gebouwd op onrecht en uitbuiting. Gezag, macht en rijkdom waren en zijn geconcentreerd in enkele personen.
Wij leven vandaag en hier en nu in een democratisch bestel, we kunnen ons moeilijk voorstellen hoe het is om onder een dictatuur te leven. Voor ons zijn alle mensen vrij, gelijk en op elkaar aangewezen. Als er al sprake is van gezag, dan is dat beperkt, tijdelijk, functioneel, niet persoonsgebonden, wettelijk vastgelegd, steeds onderhevig aan herziening, herroeping en intrekking, en enkel toegekend aan personen die daartoe geschikt bevonden worden. Persoonlijk bezit is in handen van velen, rijkdom wordt sterk herverdeeld onder de bevolking. Het idee zelf van een persoonlijke dictatuur is ondenkbaar in een democratie. Ons erfelijk Belgisch koningschap is in die zin een anomalie, een cynische scherts uit een slechte operette, die de staat evenwel handenvol geld kost, ter persoonlijke verrijking van een bedenkelijke adellijke familie, terwijl het koningshuis geen enkel politiek of moreel gezag heeft, omdat het over geen enkele reële macht beschikt.
Gezag heeft inderdaad alles te maken met macht. Waar de macht beperkt wordt, is het gezag beperkt. Waar de macht onbeperkt is, is ook het gezag onbeperkt. Wie zich dus gezag wil aanmeten, moet zich macht toe-eigenen. Zonder macht is er geen gezag.
Macht en gezag hebben te maken met menselijke verhoudingen. Ze grijpen in op de elementaire, fundamentele menselijke verhoudingen van vrijheid, gelijkheid en medemenselijkheid. Ze maken een onderscheid tussen mensen, waarbij sommigen over meer macht beschikken dan anderen, en van daaruit over hen hun gezag kunnen uitoefenen. Die macht kan van velerlei aard zijn, maar in haar meest primitieve vorm is ze fysiek. Door de bedreiging met en de toepassing van fysiek geweld oefent uiteindelijk elk gezag zijn macht uit.
Mensen hebben altijd al de neiging gevoeld om gezag uit te oefenen over anderen, op kleine en op grote schaal. Ze hebben zich daartoe op alle mogelijke manieren de nodige macht toegeëigend. Macht is verleidelijk, en macht corrumpeert. Men wil altijd meer macht, en uiteindelijk almacht, het doel van elke dictator, en misschien wel de droom van elke mens. Wie kennis maakt met macht, op welke manier ook, wordt erdoor getekend. Macht vraagt steeds om meer macht, nooit om minder. Macht streeft almacht na, de illusie God te zijn.
Dat is inderdaad wat met God bedoeld wordt: een almachtig wezen. En aan die goddelijke almacht hebben menselijke machthebbers hun macht ontleend, als vorsten, als priesters, als militaire en politieke leiders. Dat is het duidelijkst in de theocratie, de christelijke en de islamitische, waar één persoon als de plaatsvervanger van God op aarde beschikt over alle macht, over leven en dood van iedereen. Het is niet anders in elke grote en kleine dictatuur.
Onze menselijke geschiedenis is het schouwspel van die krachten: het streven van individuen en groepen om anderen aan zich te onderwerpen, en de reactie van anderen om zich daartegen te verzetten. De democratische beginselen van vrijheid, gelijkheid en medemenselijkheid zijn onze poging om dat noodlottige machtsstreven tegen te gaan. Samenleven is beter, en dat is uiteindelijk slechts mogelijk zonder absolute macht en gezag.
Laten we ons dus hoeden voor alle vormen van machtswellust en van onbeperkt gezag. De geschiedenis heeft ons geleerd wat de gevolgen daarvan zijn, en ook de tekenen om ze te herkennen. Een van de meest opvallende tekenen is de fascinatie voor charismatische figuren, voor sterke persoonlijkheden, zowel in beperkte kring als op grotere schaal. Als het kwaad althans in omvang, zo al niet in intensiteit nog enigszins beperkt blijft zolang het om een gering aantal slachtoffers van die machtswellust en het machtsmisbruik gaat, zijn de gevolgen onvoorstelbaar wanneer religieuze, politieke en militaire leiders de macht naar zich toetrekken, en het leven van talloze mensen opofferen aan het zogenaamde hogere belang, dat van de staat, of van de Kerk, maar meestal dat van de leiders zelf.
‘Alles van waarde is weerloos’ (Lucebert). Onze democratie is een precair en zeldzaam goed, en ze staat vrijwel machteloos tegenover haar interne en externe vijanden, omdat ze het aan zichzelf verplicht is zich niet met dezelfde middelen te verdedigen. Democratie laat zich niet afdwingen, ze is onverenigbaar met geweld. Tirannen gewelddadig uitschakelen betekent slechts dat anderen ervoor in de plaats komen. Onze enige hoop is dat meer mensen zullen inzien dat enkel de democratische beginselen van vrijheid, gelijkheid en medemenselijkheid ons kunnen redden. Het is een werk van lange adem, dat elke dag opnieuw moet ondernomen worden, door iedereen, in alle levensomstandigheden.

