Gaza: de grond van de zaak
Het is moeilijk om niet te reageren op de nieuwe opflakkeringen van oorlogsgeweld, vooral in Oekraïne en in de Gaza-strook. Anderzijds heeft het zo goed als geen zin om in te gaan op de details van die conflicten: niet alleen weten we er niet genoeg over om een min of meer objectief oordeel te vellen en zal elk oordeel altijd wel subjectief zijn, bovendien doet ons oordeel er niet toe, omdat het geen enkele invloed heeft op de gebeurtenissen. Waarom er dan toch op ingaan?
Omdat die machteloosheid aanzet tot dieper nadenken over dergelijke conflicten en tot zoeken naar meer algemene oorzaken, wat ons misschien kan leiden naar mogelijke oplossingen.
Dat mensen van mening verschillen, is op zichzelf geen probleem. Mensen zijn verschillend en als ze gaan samenleven, leidt dat onvermijdelijk tot meningsverschillen. Niemand is het helemaal en op alle punten eens met iemand anders, we zijn uniek. Dat wil echter niet zeggen dat we het nergens over eens zijn, met niemand: wij lijken ook op elkaar, en in gelijksoortige omstandigheden zijn we geneigd op dezelfde manier te reageren. Er is dus niet één absolute waarheid over alles, maar anderzijds zijn er wel heel wat zaken waarover we het eens kunnen zijn. Het gaat er dus om ons te verzoenen met de verschillen, en zoveel mogelijk de punten te vinden waarover we het eens zijn. Als we daarbij ook nog uitgaan van het feit dat iedereen vrij is en gelijk, en dat we niets kunnen zonder de anderen, maar integendeel veel meer kunnen met anderen samen dan alleen, zou dat idealiter moeten leiden tot een leefbare samenleving.
En dat is ook zo in grote delen van de wereld. Niet dat het overal rozengeur en maneschijn is, of dat die gelijkheid, vrijheid en solidariteit overal optimaal of zelfs maar in gelijke mate onvolmaakt gerealiseerd is, verre vandaar, de verschillen zijn zelfs tergend groot. Maar het is in de meeste gevallen leefbaar voor de meeste van de zeven miljard bewoners van onze aarde.
Maar niet overal. De conflicten doen zich echter blijkbaar niet speciaal voor op plaatsen waar de levensomstandigheden het moeilijkst zijn: Rwanda ziet eruit als het aards paradijs, maar het was het toneel van een verschrikkelijke genocide. Gaza ziet eruit als de rest van de kuststreek daar, maar het is er nog nooit helemaal rustig geweest. In de nasleep van de val van de Sovjet-Unie zijn er enkele conflicten geweest en zijn er enkele staatsgrenzen gewijzigd, gewelddadig of vredelievend, zonder dat we kunnen vaststellen waarom.
Als we naar de oorzaken zoeken van al dergelijke conflicten, zien we dat godsdienstige, etnische, sociale, historische en wellicht nog andere elementen een rol spelen, maar het wordt niet duidelijk waarom op een bepaald ogenblik de mensen naar de wapens grijpen en elkaar te lijf gaan en naar het leven staan. We zien ook dat de beschikbaarheid van wapens een rol speelt, maar de genocide in Rwanda toont aan dat het ook met keukenmessen en machetes kan. Grootschalige verwoestingen van de infrastructuur lijken dan weer een kenmerk te zijn van modern wapentuig, maar misschien was er in Rwanda niet genoeg infrastructuur die als doelwit kon dienen voor moderne wapens. Het gaat vandaag ook niet meer zozeer om veroveringsoorlogen.
Overal ter wereld is er geweld aanwezig, onder talloze vormen: zelfdoding, moord, foltering, verkeersdoden en arbeidsongevallen enzovoort. Oorlogsvoering is er ook altijd al geweest, maar stilaan minder, en minder grootschalig. Zeshonderd doden in Gaza is er zeshonderd teveel, maar het zijn geen aantallen die men kan vergelijken met de beide wereldoorlogen van de twintigste eeuw, bijvoorbeeld. Maar waarom escaleert een conflict zoals in Syrië tot een gewapende strijd, een oorlog? Waarom nu in Gaza? Afghanistan? Oekraïne?
Voor een oorlog heb je slechts één agressor nodig, om vrede te sluiten moet je met zijn tweeën zijn. Het is voldoende dat in een conflict één partij naar de wapens grijpt; de andere partij kan dan niet anders dan zich eveneens met de wapens verdedigen, je kan je toch niet laten afslachten of onder de voet lopen, is dan de redenering. Om een oorlog te beëindigen, moeten de betrokken partijen het eens zijn.
Wie het conflict, of de nieuwe opflakkering ervan, tussen Israël en Hamas begonnen is, valt moeilijk te zeggen. Israël houdt de Gaza-strook in een constante wurggreep. Anderzijds is het wel bewezen dat Hamas na een beperkte onderbreking zijn beschieting van Israël herbegonnen is, en ook andere ‘terroristische’ daden heeft gesteld. Allicht was dat, samen met de moord op drie Israëlische jongeren, de aanleiding voor een nieuwe Israëlische aanval op Gaza.
In feite zien we een herhaling van het scenario waarmee alle oorlogen beginnen: een daad van gewapende agressie, hoe beperkt ook, van een staat tegen een andere staat. De reactie daarop is niet in de eerste plaats het beveiligen van de eigen grenzen, dus de verdediging van het eigen grondgebied, maar het behalen van de overwinning op de vijand, door die in zijn eigen land aan te vallen en tot overgave te dwingen. Dat is wat we meemaken in Gaza, en het is een verhaal dat zo oud is als de mensheid.
In elk gewapend conflict heb je mensen nodig die elkaar naar het leven staan. Als het gaat om staten die over een leger beschikken, zijn dat soldaten. Die hoeven niet allemaal zelf erg oorlogszuchtig te zijn: ze worden gedwongen om bevelen uit te voeren. En een moderne oorlog lijkt overigens steeds meer op een war game: iemand drukt op een knop en ziet een ontploffing op een scherm. Lijf-aan-lijfgevechten zijn veeleer zeldzaam: je treft de vijand van op grote afstand Je hebt ook mensen nodig die beslissen om een oorlog te beginnen, politici dus, die zelf niet deelnemen aan de strijd, en bevelhebbers die de concrete bevelen geven.
Men neemt aan dat, achteraf gezien, gewapende conflicten zelden de problemen oplossen die zich stellen, en dat die problemen ten minste even goed op vredelievende wijze hadden kunnen opgelost worden. Maar dat zijn overwegingen die geen rol spelen op het ogenblik dat mensen zich in hun bestaan bedreigd voelen of ook werkelijk aangevallen worden. Oorlog behoort tot de concrete mogelijkheden.
Als men gewapende conflicten wil vermijden, moet men niet in de eerste plaats de wapenproductie beperken, want wapens zal men altijd vinden. Men kan zoeken naar situaties die aanleiding kunnen geven tot gewapende conflicten, maar die zullen er ook altijd zijn. Het komt er dus vooral op aan dat men mensen, alle mensen, politici, militairen en alle burgers ervan overtuigt dat geen enkele reden goed genoeg is om een gewapend conflict te beginnen.
Dat is echter geen geringe opdracht. Er zijn immers altijd mensen die meer geneigd en sneller bereid zijn om geweld te gebruiken, en die elke gelegenheid daartoe aangrijpen. Dat kunnen heel eenvoudige mensen zijn, die men gemakkelijk kan manipuleren met propaganda. Maar ook mensen die de hoogste functies bekleden in de maatschappij blijken niet immuun voor de verleiding van het geweld. Wanneer de president van de Verenigde Staten op een bepaald moment besliste om Irak aan te vallen, was daaraan ongetwijfeld een uiterst complex proces voorafgegaan, en was hij ongetwijfeld evenzeer gemanipuleerd, maar uiteindelijk wist iedereen dat George W. Bush een gewelddadig en oorlogszuchtig man was, en dat hij, als de gelegenheid zich zou voordoen (of door hem zelf of zijn omgeving zou gecreëerd worden), niet zou aarzelen om een oorlog te beginnen. Een andere president, Kennedy, besliste onder vergelijkbare omstandigheden na lang nadenken zelf om geen uitgebreid gewapend conflict te beginnen met de Sovjet-Unie over Cuba.
Als men oorlogen wil vermijden, moet men de mensen ertoe brengen af te zien van het gebruik van geweld, zelfs als ze daartoe geneigd zijn, zelfs als ze onrechtvaardig behandeld worden, zelfs als ze uitgedaagd worden, zelfs als ze aangevallen worden. Wij moeten ervan overtuigd raken, niet dat oorlogsgeweld niets oplost, maar dat het onmenselijk is om oorlogsgeweld te gebruiken, onder alle omstandigheden. Pas wanneer de wapens zwijgen, kunnen we op een ernstige manier problemen beginnen aanpakken. Zolang de mogelijkheid bestaat om uiteindelijk toch tot geweld over te gaan, geldt alleen het recht van de sterkste.
Het gaat dus in de eerste plaats om een mentaliteitswijziging, veeleer dan om ontwapening, alhoewel die ook noodzakelijk is, natuurlijk. Maar ontwapenen is ondenkbaar zonder die mentaliteitswijziging, terwijl die mentaliteitswijziging voldoende zou zijn, zelfs in een tot de tanden gewapende wereld. We moeten ertoe komen dat we geen wapens meer willen gebruiken, dan zullen we vanzelf ophouden om ze te maken en te verkopen. Ontwapening is een doel, geen middel.
Hoe we zoveel mogelijk, ja alle mensen zover kunnen krijgen, is natuurlijk de vraag. Wij hebben op dat punt nog geen blijvende successen behaald: er is altijd wel ergens oorlog. Opvoeding en bewustmaking zijn primordiaal: in meer ontwikkelde landen wordt minder oorlog gevoerd dan in andere. Een billijke verdeling van de rijkdom en de macht helpt ook, en een democratisch staatsbestel is minder oorlogszuchtig dan een dictatuur. Maar dat is het probleem enkel verplaatsen: hoe kom je tot een goede opvoeding, hoe verdeel je de rijkdom en de macht rechtvaardig, hoe breng je een democratie tot stand?
Het is vooral in het hart van de mensen dat het moet gebeuren. Dat kan door te luisteren naar mensen van goede wil, door te leren uit onze vergissingen, maar vooral door zelf na te denken over wat we doen en laten, en daartoe is iedereen in staat.





