Naar de inhoud

Kroniek

mijn blik op de wereld /span>
akke.beakke.be
Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug? Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be

Berichten van 1 april 2025 tot 30 april 2025

Verrijzenis

Verrijzenis

Voor de eerste christenen, tweeduizend jaar geleden, was de verrijzenis geen mythe. Zij verkondigden dat Jezus van Nazareth, Christus, of ‘de Gezalfde’, waarlijk was opgestaan nadat hij recentelijk was gestorven. Er waren nog levende ooggetuigen van zijn dood, van zijn verschijningen nadien, en van zijn hemelvaart. Hij was als eerste verrezen, en allen die in hem geloofden zouden eveneens verrijzen. Meer nog: zij die in leven waren bij zijn imminente terugkeer zouden helemaal niet sterven, maar eeuwig leven. En ook de doden zouden verrijzen, en allen zouden geoordeeld worden, en samen voor eeuwig leven in een paradijselijke heilsstaat, maar wie niet in Christus geloofde, en de doden die zich schuldig gemaakt hadden aan misdaden, zouden voor altijd vernietigd worden.

In het vurig begeerde vooruitzicht van die nakende wederkomst van de Verlosser leefden de christenen in de overtuiging dat het einde der tijden nabij was, dat zij het zelf nog zouden meemaken. Zij zouden de laatste generatie zijn, en dus was het zinloos om nog met voortplanting bezig te zijn. Aangezien volgens hen seks enkel daarvoor mocht dienen, en enkel binnen het monogame huwelijk, was onthouding van alle seksuele activiteit het ideaal dat aan allen voorgehouden werd.

Toen dat einde der tijden uitbleef, werd het laatste oordeel en de algemene verrijzenis verschoven naar een heel verre en vage utopische toekomst. De realiteit van het dagelijkse leven drong weer tot iedereen door, en dus vanzelfsprekend ook alles wat met seksualiteit en voortplanting te maken heeft. Het bleek evident onmogelijk om iedereen algehele seksuele onthouding op te leggen, maar het christendom bleef volhouden dat het seksuele leven geordend moest verlopen, dat wil zeggen binnen het monogame huwelijk tussen man en vrouw, en enkel met het oog op de voortplanting. Dat sluit alle buitenechtelijke seks uit, ook homoseksualiteit en seks met kinderen. Maar ook binnen het huwelijk mocht seks niet altijd: niet als de vrouw al zwanger was, niet tijdens de menstruatie, niet tijdens de periode van de borstvoeding, niet op zon- en feestdagen, niet tijdens de vasten. Huwelijken tussen bloedverwanten mogen helemaal niet, en ook niet met aangetrouwde verwanten, die eveneens als incestueus beschouwd werden. Weduwen mochten niet hertrouwen.

Om al die regels af te dwingen werden, naast de bestraffing van de ‘daders’, de meest buitenissige vreselijke gevolgen voorspeld voor kinderen geboren uit ongeoorloofde seksuele handelingen: miskramen, misvormingen, doofheid en stomheid, achterlijkheid, ziekelijkheid, melaatsheid, epilepsie, waanzin, bezetenheid van de duivel en boze geesten, en een vroege dood.

Om te vermijden dat ongeoorloofde huwelijke zouden plaatsvinden, werd de ‘ondertrouw’ ingesteld: de namen van de toekomstige echtelingen moesten gedurende drie opeenvolgende weken afgeroepen worden tijdens de zondagsmis, en iedereen werd aangespoord om eventuele bezwaren meteen te melden, op straf van doodzonde. Zo wou men bijvoorbeeld incest vermijden tussen vondelingen onderling of met hun ouders.

Een van de meest merkwaardige opvattingen ter zake was dat wanneer tweelingen geboren werden, de vrouw ipso facto beschuldigd werd van overspel, alsof een tweede man nodig was om een tweede kind tegelijk te verwekken.

Het ongehuwde leven, of celibaat, meer bepaald een leven zonder seksuele activiteit, werd en wordt nog altijd als een na te streven ideaal voorgesteld, en tot het midden van de twintigste eeuw waren er vele religieuze organisaties met talrijke leden die dat als regel hadden, en de celibaatsverplichting geldt nog altijd voor alle katholieke priesters.

In onze geseculariseerde westerse wereld lijken bemoeienissen van een kerkelijke overheid met de persoonlijke verhoudingen tussen mensen en met hun seksualiteit bijna hilarisch, als ze niet zo tragisch waren. Maar gedurende bijna tweeduizend jaar was dat wat de godsdienst deed, en dat is wat godsdiensten nog altijd doen. In de praktijk ging en gaat het er echter meestal anders aan toe: mensen blijven mensen.

In een democratische samenleving wordt in overleg bepaald wat verboden is, en wat niet verboden is, is toegelaten. De bedoeling van de staat is immers de vrijheid van de burgers (Spinoza). Of men daarnaast wenst te geloven in een of andere vorm van onsterfelijkheid of verrijzenis, is een persoonlijke geloofsaangelegenheid, waarvoor echter zelfs volgens de godsdiensten redelijke argumenten volkomen ontbreken.

 

Stuur door

Palmzondag

MATTHEÜS ALS COLLAGEKUNSTENAAR

Paul Claes

Op Palmzondag lezen de christenen alom het verhaal van Jezus’ blijde intocht als een historisch relaas. Eigenlijk is het een collage van citaten uit de Joodse Bijbel.

Ik citeer de versie van Mattheüs (21:6-9) in de Nieuwe Bijbelvertaling: De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen. Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’

Lees het vervolg hier: https://vrijdenkers.weebly.com/paul-claes-mattheuumls-als-collagekunstenaar.html 

Stuur door

Gij zult niet doden

Gij zult niet doden.

De Tien geboden, of de Decaloog, gelden sinds mensenheugenis als de grondslag van de moraal. Dat was al zo voor het Joodse volk in de oudheid, en het christendom heeft met de Hebreeuwse Bijbel, als het Oude Testament, ook de tien geboden overgenomen.

In hoofdstuk 20 van Exodus neemt Jahweh zelf het woord, bij monde van Mozes. In vers 13 zegt hij kort en bondig: ‘Gij doodt niet’. Dat gebod maakt deel uit van de regels die Mozes namens God aan zijn volk oplegt. Eerder al, in het verbond dat God met Noah sloot na de zondvloed, zegt God dat de mens weliswaar ‘al wat leeft en beweegt’ mag doden om zich te voeden, zoals met planten, maar het bloed van de geslachte dieren mag men niet tot zich nemen; het bloed wordt aanzien als het levensprincipe, de ‘ziel’. Vervolgens wordt een evidente uitzondering gemaakt op de toelating om alle dierlijke levende wezens te doden: mensen mogen niet gedood worden als voedsel, niet door andere dieren, en niet door andere mensen. God ‘eist het bloed op van elk levend wezen dat het bloed van een mens vergiet. Wie het bloed van een mens vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want de mens is geschapen naar Gods beeld.’ Een mens doden is een bijzonder schepsel Gods doden, namelijk het levend wezen dat God maakte naar zijn eigen beeld. Meteen is de toon gezet. God is de schepper, geboden worden uitgevaardigd door God. In Genesis doet hij dat nog zelf, in Exodus is het Mozes die de geboden aan het volk bekendmaakt, omdat het volk bevangen is door de vreze Gods.

Als we die antieke literaire bronnen in nuchtere taal omzetten, zien we hoe mensen zich in een primitieve samenleving organiseren, en afspraken maken over de manier waarop ze met elkaar en met hun omgeving omgaan. De mens is een sterk geëvolueerde diersoort, en een aanzienlijk aantal van dergelijke dieren zijn carnivoren, hoewel ze een minderheid zijn in de dierenwereld, omdat plantaardig voedsel nu eenmaal uitbundiger en gemakkelijker beschikbaar is. Sommige dieren hebben door ervaring ontdekt dat dierlijk voedsel heel voedzaam is, en dus maken ze er jacht op, en doden andere dieren. Het is normaal dat mensen een uitzondering maken op de algemene regel dat dieren andere dieren doden om zich ermee te voeden: dieren mogen geen mensen doden om zich te voeden, dat is een menselijke maatregel om zichzelf te beschermen; die dieren zal men afmaken. Meteen zegt men om dezelfde reden ook dat mensen geen andere mensen mogen doden. Dat is niet zozeer een verbod op het doden van mensen, maar een verdediging van het eigen menselijke leven. Men wil verhinderen dat men door anderen gedood wordt, en dat wordt uitgedrukt in een uitzondering op de algemene regel dat dieren om zich te voeden andere dieren doden, en die geldt voor dieren en mensen: mensen mag men niet doden. Om die regel af te dwingen geldt als afschrikking tegen overtreding de hoogst mogelijke, de zwaarste straf: de dood, zowel voor mensen als voor dieren. Op die manier verhindert men recidive: mensen of dieren die een mens gedood hebben, zijn een gevaar waartegen men zich definitief moet beschermen.

Lees het vervolg hier: gij zult niet doden - Vrijdenkers

Stuur door

Vrijdenkers

Om een leemte in het Nederlandstalige medialandschap op te vullen, start ik een online tijdschrift en website op onder de titel Vrijdenkers.

Vrijdenkers wil als ongebonden online tijdschrift en website belangeloos aandacht besteden aan vrijdenken, atheïsme, vrijzinnigheid, ongeloof, antiklerikalisme, materialisme en verwante thema’s, onder de vorm van artikels, opiniestukken, recensies, links naar andere websites en een bibliografie.

De website is online: Vrijdenkers, online tijdschrift en website/.

Teksten en suggesties voor alle rubrieken zijn welkom.

Wie het initiatief genegen is, kan vermeld worden in de lijst van sympathisanten. 

Contact: vrijdenkers-online@telenet.be 

Stuur door

Meer van Kroniek

↑ Terug naar de berichten