Dirk Verhofstadt in gesprek met Johan Braeckman, deel 2
Dirk Verhofstadt in gesprek met Johan Braeckman. Een zoektocht naar menselijkheid, deel 2, Antwerpen: Houtekiet, 2026, 400 blz., pb, € 24,99.
Bij het verschijnen van het eerste deel in 2023 schreef ik een enthousiaste recensie: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=2552842 . Na lezing van het tweede deel moet ik bekennen dat mijn hooggespannen verwachtingen niet helemaal ingelost konden worden, dat is althans mijn oprecht aanvoelen. Waaraan ligt dat? Misschien aan de onderwerpen, die mij, dat geef ik graag toe, toch wat minder liggen dan die van het eerste deel. Nochtans is spreken en schrijven over taal, geweld, maakbaarheid, de vrije wil, zingeving — de vijf hoofdstukken van dit werk — evident niet onbelangrijk, maar deze thema’s sluiten veel nauwer aan bij de actualiteit en lenen zich daarom bijna onvermijdelijk gemakkelijker tot vermelding van en wat oppervlakkiger commentaar bij opvallende concrete voorbeelden dan tot meer diepgaande analyse van en reflectie over de grond van de zaak: onze menselijkheid.
Ligt het aan de tekst zelf van dit tweede deel? Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de intrinsieke kwaliteit van de inhoud aanmerkelijk moet onderdoen voor het eerste deel; dat het tweetal niet altijd even gedreven is; dat de onderwerpen minder essentieel en de behandeling en de uitwerking ervan daarom allicht af en toe minder prangend zijn. De gesprekken waarop het boek gebaseerd is, of althans de uitgeschreven dialogen die eruit resulteerden, overstijgen niet altijd het niveau van de betere avondlijke gedachtewisselingen onder vrienden, en blijven ze niet zelden beneden het peil van de betere blogs. Soms kon ik me niet van de al dan niet terechte indruk ontdoen dat het nu meer gaat over badinerende tafel- of werkgesprekken, die gaandeweg opgenomen en later uitgeschreven werden. Bij het redigeren van de definitieve tekst werd dan vermoedelijk achteraf inhoudelijk materiaal uit de relevante wetenschappelijke literatuur toegevoegd is — in het beste geval; een enkele keer is dat echter niet meer dan terloopse namedropping. De uitvoerige bibliografie is eenzelfde uitbreiding, maar dan with a vengeange: veeleer een tergend lange lijst voor verdere (zeer) eventuele lectuur, la mer à boire, dan de bij monografieën gebruikelijke sobere rechtstreekse verantwoordingen van gebruikt materiaal in de tekst zelf.
Het resultaat van deze complexe ontstaansgeschiedenis en werkmethode is voor het grote publiek in ten minste een deel van de gevallen wellicht niet altijd even fascinerend en meeslepend, terwijl de traditionele veeleisende geïnteresseerde leek veel zal herkennen uit de eigen lectuur en uit de media.
Over enkele echt belangrijke onderwerpen zoals atheïsme, het voortbestaan na de dood en de echte vrije wil komt Braeckman pas goed op dreef en schrijft hij gelukkig voorwaar memorabele hoogstaande maar heel toegankelijke passages, zoals we dat van hem mogen verwachten, en lost hij de verwachtingen gewekt door zijn eerdere publicaties ruimschoots in. Daarom alleen al is het zonder enige twijfel de moeite waard om dit boek meteen aan te schaffen en het schouder aan schouder met zijn voorganger te plaatsen in het boekenrek.
Vooral bij die inhoudelijk sterkste passages van Johan Braeckman valt het des te meer op dat zijn sidekick het intellectuele niveau van de meester niet haalt. Dat heeft onvermijdelijk gevolgen voor het ‘format’, de nogal gekunstelde, om niet te zeggen geforceerde ‘dialoog’ tussen Sherlock Braeckman en Watson Verhofstadt, die bij mij ook al in het eerste deel wat wrevel opriep. Bij hun woorden-en gedachtewisselingen zijn ze nu vaak persoonlijker, alsof het om een echt interview ging, en niet een fictieve dialoog naar het klassieke voorbeeld van Plato. Ook dat draagt mijns inziens niet altijd bij tot het literaire en inhoudelijke niveau van de uiteindelijke tekst.
Net zoals in het eerste deel is het aandeel van Braeckman gelukkig niet alleen veruit het meest uitgebreide maar ook het meest waardevolle. Na dit tweede deel kan men de vraag niet meer ontwijken waarom hij over deze en andere onderwerpen niet zelf de gedegen monografie(ën) heeft geschreven waartoe hij uitermate in staat is. Op deze pseudo-socratische formule zit helaas enige sleet; ze leidt mij althans, ondanks mijn nochtans welwillende vooringenomenheid, nu nog meer dan in het eerste deel veeleer af dan dat ze aanzienlijk zou bijdragen tot de leesbaarheid van het boek.
Bis repetita placent, maar niet altijd. Het spijt me werkelijk dat ik ondanks de vele verdiensten van dit werk geen onverdeeld lovende recensie kon schrijven. Een openhartig atheïstisch ernstig boek is in het Nederlandse taalgebied nog altijd een zeldzaamheid, en verdient voorzeker alle hulp en aanmoediging die men kan opbrengen, en dat geldt ook voor het tweede deel van deze zoektocht, dat naar wij hopen bij een ruim publiek goed onthaald zal worden, mede door de ruchtbaarheid die er terecht aan gegeven wordt. Maar een echt volwaardige opvolger schrijven voor het fameuze eerste deel, laat staan dat proberen te overtreffen, is althans in de ogen van deze lezer toch net een ietwat te grote uitdaging gebleken. Daarmee ben ik allicht helaas de enige Vlaamse auteur die in het boek nominatim vermeld wordt maar er geen blitse blurb of ronkende recensie voor gepleegd heeft. Van je vrienden moet je het hebben, zal men denken. Om in de stijl van de dialogen te blijven: amicus Plato, magis amica veritas?

