Catullus, Lesbia. Verzen over liefde en spot, vertaald door Paul Claes, Amsterdam: Athenaeum–Pollak & Van Gennep, 2017, 270 blz., € 17,50 (pb 20 x 12,6 cm).
Paul Claes en Catullus, een onafscheidelijk duo, a match made in heaven…
Niet voor het eerst waagt Paul Claes zich aan het vertalen van de verzen van Catullus. Deze ruime selectie uit de 116 Carmina beslaat 108 korte gedichten, telkens met de Latijnse tekst tegenover de moderne Nederlandse vertaling. Het boek vangt aan met een inleiding die eerst de verhouding schetst tussen Catullus en zijn geliefde Lesbia, en vervolgens een korte toelichting geeft bij het systeem van de concatenatio, de ordening van de gedichten. Claes schreef daarover een baanbrekende monografie: Concatenatio Catulliana. A New Reading of the Carmina (Amsterdam: J.C. Gieben, 2002). De inleiding vervolgt met een korte toelichting bij de vertaling en bij de overigens uiterst verzorgde en nuttige aantekeningen (blz. 245-268). Het boek sluit af met een bondige bibliografie.
Voor de hedendaagse lezer is Catullus een uitdaging. Wie tijdens de secundaire studies al kon kennismaken met zijn poëzie zal zich allicht het uiterst gebalde bekende Odi et amo herinneren (85), of misschien het treurdicht op de dood van het sijsje of musje van zijn geliefde (2), maar wellicht niet het onstuimige zoengedicht (5), met het klassieke vers over de onvermijdelijke vergetelheid van de dood: nobis, cum semel occidit brevis lux, nox est perpetua una dormienda, noch de meer scabreuze en platte agressieve gedichten. Hier vindt men ze allemaal in hun bonte verscheidenheid, voor onze lering en vermaak.
Catullus beschikte over een meesterlijke beheersing van taal en stijl. Zijn gedichten staan bol van klassieke loci, stijlfiguren, allusies, halve citaten en parafrasen, mythologische motieven en verwijzingen naar historische figuren, politieke tegenstanders, weldoeners, vrienden en vijanden. Hij was een man van de wereld, hij kende iedereen en iedereen kende hem. Maar hij was ook een echte poëet, een uitzonderlijk bekwaam en veelbelezen dichter die als een volleerde poeta faber zijn gedachten en observaties vormelijk polijstte op een manier die wij vandaag wellicht als maniëristisch zouden definiëren. Dat maakt het niet gemakkelijk om ons een idee te vormen van de persoonlijkheid van Catullus. Wanneer zien we achter het masker van de gedichten de echte man, wanneer zoveel louter pose is, gekunstelde pose van het hoogste vormelijk niveau, maar nog altijd uitdagende pose? Wat was zijn doel in het leven? Wou hij een politieke rol spelen? Of althans via politieke vrienden winstgevende mandaten toegewezen krijgen? Was hij een typisch Romeinse macho, een onverbeterlijke Don Juan, een ordinaire hoerenloper? Of een tedere minnaar die het niet om de seks te doen was maar om het trouwe, innige, intieme samenzijn van een gelukkig koppel? Wat weten we trouwens over die tumultueuze wereld waarin Catullus leefde, het ontstellend rijke Romeinse rijk in de laatste eeuw voor de christelijke jaartelling? Hoeveel mensen hebben Catullus gekend, hoeveel iets van hem gelezen?
Deze door Paul Claes magistraal en ongetwijfeld definitief in het Nederlands vertaalde gedichten bieden ons een ruime blik op de dichter en de mens Catullus en op zijn spectaculaire leefwereld. In een bloemrijk gevarieerde baaierd van spitante, bruisende, hilarische en intimistische verzen ontdekken we een gepassioneerde, uitzonderlijk getalenteerde superbe dichter en een diep gevoelig en diepzinnig man. Enkel een dichter met soortgelijke kwaliteiten kon een dergelijke vertaling tot een goed einde brengen. Warm aanbevolen.
