muziek en dans

Muziek en dans
We kunnen ons muziek perfect voorstellen zonder dans en dat is trouwens hoe we er gewoonlijk naar luisteren, thuis op de radio of via internet of cd, maar ook in de concertzaal. Het omgekeerde is veel minder denkbaar: dans zonder muziek… Het kan, natuurlijk maar dan krijg je ongetwijfeld het gevoel dat er iets ontbreekt, dat er iets met opzet is weggelaten, misschien om een bijzonder effect te bereiken, zoals bij mime, wanneer het spreken gewist is bij theater om de volle aandacht op de gebaren te vestigen. Zelfs als dans niet noodzakelijk bij muziek hoort, hoort muziek bij dans. Muziek biedt het ritme en het tempo dat de dans structuur geeft, en een melodische lijn die uitdrukking geeft aan emoties en de choreograaf toelaat een verhaal te vertellen, afzonderlijke houdingen en figuren met elkaar te verbinden in een vloeiende of gebroken beweging in tijd en ruimte. Dat maakt dans tot een gesamtkunstwerk, een samenspel van kunstvormen waarbij het geheel zoveel meer is dan de som van de delen.
Muziek heeft altijd al dansers en choreografen geïnspireerd. Op deze website heb ik al heel veel muziek onder de aandacht gebracht die mensen geïnspireerd heeft om erop te dansen. Het gaat dan niet zozeer om muziek waarop je kan dansen in een of andere stijl, zomaar, voor je amusement, maar veeleer om echte choreo’s, zoals ze in het moderne metier heten. Vaak had de componist helemaal de bedoeling niet een muziekstuk te maken dat zou dienen om erop te dansen in een of andere vorm van ballet.
Zo schreef Mendelssohn zijn bekende Midzomernachtsdroom oorspronkelijk als een concertouverture, geïnspireerd door het gelijknamige toneelstuk van Shakespeare, in 1826; hij was toen amper zeventien. Zestien jaar later kreeg hij de opdracht om muziek te schrijven bij dat toneelstuk, als ouverture, als intermezzo bij de scèneveranderingen en als achtergrondmuziek bij sommige scènes. Hij gebruikte zijn bestaande concertouverture voor de ouverture en de eerste scène en componeerde dan andere muziekstukken in dezelfde stijl voor de andere scènes, waaronder de alom bekende bruidsmars. In 1962 maakte Balanchine er een avondvullend ballet van met dezelfde naam en met dezelfde muziek, aangevuld met andere composities van Mendelssohn, waaronder nog drie ouvertures en een deel uit een symfonie voor strijkers.

Een ander voorbeeld van een volmaakt samengaan van muziek en dans is het korte ballet Le Spectre de la rose. Het is gebaseerd op een gedicht van Théophile Gautier, gecombineerd met de bekende Uitnodiging tot de dans, een werk voor piano van Carl Maria von Weber uit 1819, een stukje programmamuziek, gebaseerd op een verhaaltje over twee jongelui die elkaar ontmoeten op een bal. Het gedicht van Gautier uit 1838 gaat over de roos die een jonge vrouw droeg op een bal en die de volgende dag verwelkt is. Berlioz componeerde in 1838 een heerlijk gedragen, diep ontroerend kunstlied op dat gedicht, in de cyclus Les Nuits d’été. In 1841 kreeg Berlioz de opdracht om het pianowerk van Weber te bewerken voor orkest, als achtergrond voor een ballet dat naar Parijse gewoonte vereist was in elke opera, in dit geval Der Freischütz, eveneens van von Weber. Op die muziek creëerde Fokine in 1911 zijn bekende versie van dat ballet.
Veel bekender is de geschiedenis van muziekwerken die specifiek voor het ballet geschreven zijn: Ravel’s Bolero, Stravinsky’s Sacre du Printemps, Petruchka, Pulcinella en nog een twintigtal andere van zijn werken; Tsjaikovski’s Zwanenmeer, Notenkraker, De schone slaapster, Sjostakovitsj’ Gouden tijdperk, De bout, De klare stroom, enzovoort. Als je naar Tsjaikovski luistert, kan je niet anders dan aan het ballet denken.
Zo gaat het ook met moderne en hedendaagse muziek: componisten schrijven voor het rijk gevarieerde hedendaagse ballet, of choreografen op zoek naar interessant materiaal laten zich inspireren door muziek die oorspronkelijk niet bestemd was om erop te dansen, maar die zich door haar vorm en structuur daartoe heel gemakkelijk leent, waarbij de soms verrassende en innoverende compositietechnieken de choreografen ertoe brengen om ook in het ballet vernieuwende elementen te verwerken.
Muziek en dans zijn onafscheidelijk sinds hun ontstaan, bij het ontwaken van de mens en zullen ongetwijfeld elkaar blijven beïnvloeden en stimuleren, zowel in het ontspanningsleven als in de hoogstaande kunstvorm die het ballet is in al zijn klassieke en moderne vormen.
De schim van de roos
Licht je sluimerend ooglid op
dat een ongerepte droom beroerde
ik ben de schim van de rozenknop
die je gisteren op het bal ontroerde
je plukte me waar je me bepareld vond
met zilveren tranen nog besproeid
en op het feest van sterren doorgloeid
wandelde je met mij de hele avond rond
jou, de oorzaak van mijn dood
en zonder dat je me kan verjagen
komt elke nacht mijn schim rozerood
aan het hoofdeinde van je bed nog plagen
wees maar niet bevreesd, het is
geen mis die ik vraag noch de profundis
mijn ziel is een licht parfum
en het is uit de hemel dat ik kom
een lot als het mijne dat afgunst gaf
en voor een zo prachtig sneven
zou menigeen het leven geven
want op jouw boezem ligt mijn graf
en op het albast waarop ik rust
heeft een dichter met een kus
geschreven: hier rust een roos
die koningen benijden, mateloos.
vertaling © Karel D’huyvetters 2007

