Naar de inhoud

Kroniek

mijn blik op de wereld /span>
akke.beakke.be
Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug? Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be

Berichten van 1 maart 2026 tot 31 maart 2026

Gered door het geloof

Godsdienst als panacee?

Het valt me op dat er recentelijk her en der columns en opiniestukken verschijnen, van onder anderen (te)veelschrijver Rik Torfs, waarin een lans gebroken wordt voor de godsdienst als een middel tegen zowat alle kwalen van onze moderne tijd, niet het minst de beruchte burn-out die zovelen treft. De oorzaak, zo beweren althans deze en andere gelovige auteurs, is het nihilisme van onze huidige tijd. Wij hebben de godsdienst verlaten, en er is niets in de plaats gekomen. Die leegte brengt vertwijfeling mee, of ten minste onverschilligheid, banaliteit, verveling, het zwarte gat. Toen we nog met zijn allen godsdienstig waren, kwamen dergelijke beschavingsziektes niet voor. We hadden een doel om naar te streven, en die motivering gaf ons zekerheid, of toch hoop, of zelfs het geloof, dat bergen verzet.

Vreemd genoeg kijken die auteurs met danig misprijzen neer op die gelovigen van vroeger, die ze ervan betichten dat ze nauwelijks iets afwisten van hun geloof, zich wel (ongewild) lieten dopen, hun eerste en plechtige communie deden, gevormd werden, en voor de Kerk trouwden, maar zich voor de rest bitter weinig gelegen lieten aan de vele verplichtingen en verboden van de Kerk, laats staan dat ze zich zouden verdiept hebben in de meer arcane mysteries van de christelijke dogmatiek. Kijk: ofwel was iedereen vroeger diepgelovig, en waren er toen geen burn-outs, ofwel was de overgrote meerderheid slechts nominaal gelovig, en was er dus geen echte motivering, geen zekerheid, amper hoop, en zo goed als geen geloof.

Beweren dat er vroeger geen psychische problemen waren omdat iedereen gelovig was, is de waarheid wel heel erg veel geweld aandoen. Integendeel! Ontelbaar zijn de eenvoudige gelovigen die in vertwijfelde gewetensnood en diepe wanhoop terechtkwamen door de voorschriften en de leer van de Kerk ernstig en vaak letterlijk op te nemen, waardoor de innerlijke tegenspraken en de onhoudbare bovennatuurlijke aanspraken in al hun schrijnende onwaarschijnlijkheid onvermijdelijk naar voren kwamen. Het christelijke geloof is fundamenteel ongeloofwaardig, het vereist dat men afstand doet van het gezond verstand en de logica, en een sprong waagt in het ijle, om te geloven wat onmogelijk en ondenkbaar is. Voor velen werd die sprong helaas een salto mortale.

Moderne apologeten zeggen nu dat het allemaal niet zo bedoeld was, dat het om symbolen en beeldspraak gaat, en dat daarin juist de schoonheid en de kracht van de boodschap gelegen is. Dat geloven in feite een illusie is, maar wel een ‘nuttige’ illusie. Dan komt het christendom op één lijn met alle andere dergelijke illusies, godsdiensten, sekten, heilsmiddelen, verkooppraatjes, politieke programma’s, piramidespellen, wonderolie en designer drugs. God bestaat niet echt, maar als we doen alsof, komt het allemaal wel goed.

Quod non. Het ging vroeger, toen iedereen zogezegd nog geloofde, helemaal niet goed. Het gaat nu veel, ongelooflijk veel beter, en voor zoveel meer mensen, en wel inzonderheid daar waar de godsdienst zo goed als verdwenen is. Het is dan ook niet misplaatst ten minste te veronderstellen dat het ene, namelijk de spectaculaire vooruitgang van de welstand en de beschaving, alles te maken heeft met het andere, namelijk de achteruitgang van het geloof en het klerikalisme. De bewijzen liggen voor de hand, ook voor het tegenovergestelde: waar het geloof onder dwang —is er een geloof dat niet onder dwang tot stand komt en standhoudt? — aanwezig is, is de graad van beschaving altijd aanzienlijk lager, evenals de welstand. Vrijheid, gelijkheid en solidariteit, de idealen van de Verlichting die ongelovigen nastreven,  zijn afwezig in gelovige instellingen en staten. Niemand ontvlucht de vrije wereld om te gaan leven in een achterlijke staat of gemeenschap, wel andersom. Dat belet bepaalde mensen niet om vanuit hun geprivilegieerde positie in een vrij en nog nauwelijks gelovig land te pleiten voor het herstel van een vermeende gouden eeuw, toen de Kerk het voor het zeggen had, en niemand een burn-out kreeg, tenzij letterlijk, op de brandstapels van het geloof.

Het valt me telkens weer op dat die vermetele apologeten zonder uitzondering (goed tot zeer goed) betaald worden door de Kerk, dat ze hun aanzien en hun invloed te danken hebben aan hun publieke trouw aan de Kerk en haar gezag, en dat ze daarzonder ongetwijfeld stuk voor stuk zonder meer onbenullige randfiguren zouden zijn. In feite zijn zij de valse profeten voor wie in Matteüs 7, 15 gewaarschuwd wordt, ‘mensen die tot u komen in schaapskleren, maar van binnen roofzuchtige wolven zijn’, overigens een beeld dat we al vinden bij Aesopus, die 600 jaar eerder leefde. Ze zijn niet bezorgd om de anderen, maar uitsluitend om hun eigen hachje, hun veilige situatie, hun ruime materiële voordelen en hoge welstand. Zij zijn de echte parasieten van onze maatschappij, die zich voeden en verrijken zonder te werken, en dan bovendien nog het lef hebben om ons de les te lezen, en ons proberen wijsmaken dat wij het helemaal verkeerd voor hebben als we onze wereld proberen uit te bouwen tot een plaats waar het voor iedereen goed is om te leven, en ons enkel bekommeren om het leven na onze dood als het om het leven van onze nakomelingen gaat.

Je moet met andere woorden al behoorlijk betoeterd zijn om je ook nog maar enigszins door dergelijke praatjes te laten misleiden. Laten we liever de passage in Matteüs 7, 15-23 ter harte nemen:

‘Wacht u voor de valse profeten, mensen die tot u komen in schaapskleren, maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zult ge ze kennen. Plukt men soms druiven van dorens of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de zieke boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, noch een zieke boom goede vruchten. Iedere boom die geen goede vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Aan hun vruchten dus zult ge ze kennen.
   Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. Velen zullen op die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan? Maar dan zal Ik hun onomwonden verklaren: Nooit heb Ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet! ‘

Stuur door

Het christendom en de gelijkheid onder de mensen

Het christendom en de gelijkheid onder de mensen

Het is niet ongebruikelijk dat zelfs sommige onbetwijfelbaar niet-christelijke auteurs verwijzen naar het christendom als een bron van onze huidige waarden. Een typisch voorbeeld daarvan is het citeren van een passage uit Paulus’ Brief aan de Galaten: ‘Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij een persoon in Christus Jezus.’ (Gal 3, 28). Dat klinkt inderdaad heel nobel en radicaal, maar er zijn wel enkele caveats.

Vooreerst is het zo dat er geen enkel historisch bewijs is voor het bestaan van de figuur van Paulus. Hij wordt uitsluitend vermeld in christelijke teksten, zoals Frodo enkel in die van Tolkien en zijn adepten. Van wie de brieven zijn, is erg onduidelijk, en ze zijn zeker niet allemaal van dezelfde auteur. De vroegste tekst van de Galatenbrief dateert van rond het jaar 200, dus anderhalve eeuw na de vermeende ‘feiten’. Het is meer dan waarschijnlijk dat die tekst een complexe ontstaansgeschiedenis heeft gehad.

Bekijken we dan de tekst zelf.

Al meteen moet opgemerkt worden dat het citaat in zijn onmiddellijke context moet gelezen worden. Het wordt voorafgegaan door deze zinsneden: ‘Want gij zijt allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. Want gij allen die in Christus zijt gedoopt, zijt met Christus bekleed.’ Pas dan komt de tekst over Joden en heidenen &c. Het gaat dus niet om een universele uitspraak over de gelijkheid van alle mensen, maar om alle gedoopte christenen, die precies door dat doopsel gelijken zijn. Wie niet gelooft in Jezus Christus is zelfs geen kind van God!

Ik gebruikte de Willibrordvertaling van 1975, maar meer recente vertalingen wijken daarvan niet betekenisvol af. Als we dat vergelijken met de klassieke Latijnse tekst van de Neo-Vulgaat, dan valt op dat er niet staat: ‘er is geen Jood of heiden meer &c., maar ‘immers eenieder die in Christus gedoopt is… is geen Jood of Griek, is geen slaaf of vrije, is niet mannelijk en vrouwelijk’. Door te vertalen ‘er is geen Jood &c. meer’, of ‘er zijn geen Joden &c. meer’, verruimt men ongegrond de betekenis van het citaat nog verder dan al het geval was door het weglaten van de voorafgaande zinsneden. In de Griekse tekst, waarop zowel de Latijnse als de Nederlandse gebaseerd zijn, zien we dat het gaat om de (mannelijke!) ‘kinderen Gods door het geloof in Christus’. De uitdrukking ‘geen… meer’ staat niet in het Grieks, noch in het Latijn. We moeten dus veeleer lezen: ‘Jullie die in Christus gedoopt zijn, zijn bekleed met Christus. Je bent Jood noch Griek, slaaf noch vrije, noch mannelijk en vrouwelijk, want jullie zijn allen één in Christus Jezus’. Het is dus enkel het geloof dat mensen één maakt, wat ze verder ook zijn. Iedereen kan tot het geloof komen of ertoe gebracht worden, maar dat betekent nog niet dat iedereen gelijk is in alle opzichten.

Het christendom heeft een lange traditie van dat zeer selectieve gebruik van Bijbelcitaten, die vaak volledig uit hun context gerukt worden. Dat is ook hier het geval. Want waarover gaat het in deze tekst? De eerste christenen waren Joden, dat staat vast: ze vormden een van de sekten die onder de Joden bestonden in het Hellenistische syncretisme. Bij de verbreiding van de christelijke ideeën onder niet-Joden ontstond er stilaan een controverse over de Joodse rituelen en gebruiken: moesten die ook nageleefd worden door niet-Joodse bekeerlingen? Dat was wel degelijk het geval voor wie zich tot het Jodendom bekeerde. Terwijl er gedurende lange tijd veel onduidelijkheid was, en de joodse godsdienst door tal van christenen en andere bekeerlingen aangekleefd werd, waren er algauw ook twee radicale stellingen. De ene hield vol dat alle christenen, ook de niet-Joodse, alle voorschriften van de Wet moesten naleven; de andere beweerde met evenveel klem dat niet-Joden daartoe niet konden verplicht worden. Ongetwijfeld ging het dan om de meer zichtbare en drastische Joodse voorschriften, inzonderheid de verplichte (mannelijke) besnijdenis, en in mindere mate de strenge voedselwetten. Vooral de besnijdenis was een probleem, zeker bij volwassenen, bij de volkeren waar dat niet gebruikelijk was, of als barbaars beschouwd werd, zoals bij de Grieken en de Romeinen. ‘Paulus’ verdedigt hier de stelling van de nieuwe sekte, tegen die van de traditionele Joden, ongetwijfeld om zo gemakkelijker volgelingen aan te trekken. Zo kon het christendom aanspraak maken op universaliteit, terwijl het Jodendom beperkt bleef tot de Joden, op een beperkt aantal expliciete bekeringen en een wat groter aantal sympathisanten en twijfelaars na.

Het is in die context dat we ons citaat moeten lezen. Het christendom richtte zich uitdrukkelijk tot alle mensen, en niet alleen tot de Joden. Door een initiatierite, het doopsel, kon iedereen opgenomen worden in een gelovige gemeenschap die Jezus Christus als voorbeeld nam. Voor die gelovigen golden de traditionele specifieke wetten, voorschriften, rituelen en gebruiken van de Joden evident niet. Weliswaar waren er voor de christenen nieuwe gebruiken en nieuwe voorschriften, waarvan sommige verdacht veel op de oude joodse bleken te lijken.

Daaruit besluiten dat er binnen het christendom hoegenaamd geen onderscheid meer gemaakt werd tussen de mensen, is een verregaande vergissing. Het volstaat een blik te werpen op andere teksten van ‘Paulus’ en andere kerkvaders, waarin zowel over de vrouw als over slaven, ‘vreemdelingen’, kinderen, grijsaards, zondaars, homoseksuelen, andersdenkenden &c. de meest denigrerende zaken verkondigd worden. Het is ook meer dan evident dat de christelijke Kerken (in het meervoud, want er is nooit één christelijke Kerk geweest) altijd een ongemeen sterke hiërarchie gekend hebben, die elke vorm van gelijkheid ten enenmale uitsluit.

Stellen dat het christendom aan de basis ligt van de moderne gelijkheidsgedachte getuigt dan ook van een totaal gebrek aan historisch inzicht. Meer nog: in het licht van de fundamentele ongelijkheid en onverdraagzaamheid die het christendom sinds zijn aanvang en tot op de dag van vandaag kenmerkt, moet men al compleet te kwader trouw zijn om zich daaraan te wagen. Als er één instelling en één ideologie is die elke gelijkheid onder mensen principieel uitsluit, en zich altijd verzet heeft en zich nog steeds mordicus blijft verzetten tegen de idealen van de Verlichting: vrijheid, gelijkheid, solidariteit, dan wel het christendom.

Stuur door

Muziek beluisteren anno 2026

Music for a while…

Zo lang als ik me kan herinneren heb ik altijd naar muziek geluisterd, zo veel mogelijk, en zo goed mogelijk. Maar nooit had ik zelfs in mijn wildste sfan-dromen (ik was een sciencefiction fan van het eerste uur) kunnen vermoeden wat me vandaag in de schoot geworpen wordt. Alle muziek die ooit opgenomen is, is nu op elk ogenblik te mijner beschikking, waar ik ook ben, en de kwaliteit van de weergave is spectaculair. Onze hoogtechnologische beschaving maakt dat mogelijk. Vooreerst is er de noodzakelijke digitalisering van oude en nieuwe muziekuitvoeringen, die toelaat die te reproduceren op steeds betere hifi afspeelapparatuur, die overigens zeer betaalbaar geworden is. Al wat je nodig hebt is een digitale muziekwinkel en audiostreamingdienst, die toegankelijk is via je PC, tablet of smartphone. Je kan luisteren via die apparaten, of het geluidssignaal doorsturen naar een hifi geluidsinstallatie naar keuze, of naar een hoofdtelefoon, of oortjes, of hoorapparaten.

Tot niet zo lang geleden was je als melomaan aangewezen op radio- en tv-uitzendingen, en op dure vinyl fonoplaten en cd’s, die bovendien veel plaats innamen bij verzamelaars. Nu krijg je voor minder dan € 15 per maand onbegrensde toegang honderd miljoen ‘tracks’ in alle mogelijke domeinen van de muziek. Streaming heeft nu al een marktaandeel van ongeveer 70 % tegenover cd’s en vinyl,  die een nichemarkt geworden zijn voor mensen die toch graag een fysiek voorwerp in handen hebben; om louter emotionele redenen, trouwens, want de muziekkwaliteit van streaming is, althans in de betaalde vorm, zelfs beter dan de beste andere muziekdragers. Streamingdiensten bieden bovendien allerlei extra diensten, zoals het opbouwen van een eigen digitale collectie, playlists, artikels over muziek en muziekapparatuur, encyclopedische gegevens over componisten, composities, artiesten, muziekgenres en -instrumenten, enzovoorts. Elke week verschijnt er een overzicht van een honderdtal nieuwe cd’s die meteen digitaal ter beschikking zijn met een simpele muisklik. Je hoeft overigens niet telkens een nieuwe keuze te maken voor de muziek die je wil horen: het programma kiest zelf muziek die lijkt op je laatste keuze, al dan niet binnen je eigen ‘bibliotheek’. Je kan ook willekeurig laten kiezen binnen een bepaald genre of een onderdeel daarvan. De mogelijkheden zijn waarlijk eindeloos, en moeiteloos, en bijna gratis. Een hemelsbreed verschil tegenover vroeger, toen muziek beluisteren, zeker voor klassieke muziek, weggelegd was voor een kapitaalkrachtige elite.

Voor melomanen zoals ik is dit werkelijk de hemel op aarde, het nec plus ultra: ik kan me niet voorstellen dat het nog beter kan. Maar dat was ook mijn aanvoelen toen de cd’s verschenen, en digitale radio… En onlangs vroeg ik me af of er ook een videostreamingdienst bestaat voor klassieke muziek, jazz en wereldmuziek en kijk: medici.tv !

Al die nieuwe technologische mogelijkheden veranderen ook het commerciële landschap. Onvermijdelijk zullen er contracten afgesloten worden tussen de artiesten, de opnamestudio’s en de streamingdiensten, dus zonder de producenten van cd’s, zowel voor live als voor opgenomen uitvoeringen. Waar vroeger de platenindustrie de markt aanstuurde,  kan heel die sector zonder meer verdwijnen door de digitalisering en automatisering. Dat maken we overigens ook mee op zowat alle gebieden, denk maar aan de banken en verzekeringsinstellingen, en de telefoonmaatschappijen, waar alles sneller, eenvoudiger en minder duur wordt, om nog te zwijgen van de wereld van de onlineverkoop. En straks verdwijnen ook de kabels uit onze straten, en krijgen we draadloos internet vanuit de ruimte.

Er zijn altijd al spectaculaire technologische vernieuwingen geweest, maar nooit zijn ze zo ingrijpend, zo universeel, en vooral zo snel na elkaar geweest. Dat we dat nog mogen meemaken nu we tachtig geworden zijn!

Stuur door

Meer van Kroniek

↑ Terug naar de berichten