Wanneer men over de islam spreekt, of over moslims, heeft
men het zo goed als uitsluitend over het fanatisme, het fundamentalisme, het terrorisme,
de broederstrijd tussen sjiieten en soennieten, het gebrek aan rationeel denken,
de afwezigheid van de democratie, de corruptie, het machogedrag en de
onderdrukking van de vrouw, het in stand houden van oude tradities enzovoort. En
men kan het niet ontkennen: we worden voortdurend geconfronteerd met
voorbeelden van al die minder aantrekkelijke kanten van moslims.
Vaak zegt men dan dat zij onze Verlichting gemist hebben: ze
hebben de evolutie niet doorgemaakt die in het Westen geleid heeft tot onze
democratie met al haar voordelen. Daarbij moeten we echter bedenken dat die
Verlichting bij ons ook niet van de ene dag op de andere doorgebroken is.
Spinoza (1632-1677) was een van de wegbereiders, maar zijn werken werden meteen
verboden. De Franse libertijnen van het begin van de 18de eeuw
gingen noodgedwongen met elkaar om in de grootste clandestiniteit. Diderot
bracht enige tijd in de gevangenis door en de Encyclopédie was jarenlang verboden. En toen Robbespierre de macht
greep, was het zo goed als gedaan met de ideeën van Verlichting. Condorcet
stierf in de gevangenis tijdens de Franse Revolutie. Napoleon schroefde heel
wat beslissingen van de revolutie terug, onder meer de afwijzing de macht van
de kerk en van het vorstelijk absolutisme. Met de Restauratie werd het Ancien
Régime grotendeels hersteld. Wat bleef er nog over van de Verlichting? Het
Victoriaans tijdperk duurde tot 1900 en was evenmin een voorbeeld van verlichte
ideeën. De eerste helft van de twintigste eeuw was een opeenvolging van gruwelijke
wereldconflicten. Waar was toen de Verlichting?
Is het dat wat de Islam heeft gemist? Is het een dergelijke
geschiedenis die we hen toewensen?
De V.S. daarentegen hebben de Verlichting niet gemist, en
toch gelooft men daar nog massaal in God en de duivel en wijst men massaal de
evolutietheorie af; het racisme mag dan al officieel verlaten zijn, de situatie
van de niet-blanken is er verre van optimaal. Velen geloven dat daar geen
democratie heerst, maar brutaal kapitalisme en een zeer beperkte oligarchie van
de rijksten, die absoluut geen verlichte ideeën hebben.
Toch stellen we vast dat sinds 1945 in het Westen vrede
heerst. Sinds de val van de Sovjet Unie is er meer vrijheid en autonomie in Midden-
en Oost-Europa. De vrije en democratische kern van West-Europa breidt zich stilaan
uit naar het oosten. Gewapende conflicten, waarbij ook de V.S. en West-Europa actief
betrokken zijn, spelen zich af op andere continenten.
De moslimlanden van het Midden-Oosten verkeren als het ware
in een voortdurende staat van burgeroorlog, af en toe onderbroken door periodes
van wrede dictatuur, al dan niet religieus van aard, en gewapende conflicten
tussen buurlanden. Men slaagt er blijkbaar niet in om allerlei eeuwenoude
conflicten op vreedzame wijze op te lossen. Dat lijkt een opvallend verschil te
zijn met hoe wij in onze streken omgaan met interne tegenstellingen en
burenruzies tussen landen. Europa neemt geleidelijk aan de politieke macht over
van de landen van de Unie, zodat ze meer gemeen hebben en dus minder reden om
tegen elkaar te vechten. Er is een grote economische en sociale solidariteit
onder de Europeanen, al blijven er grote regionale verschillen en worden zelfs
kernlanden zoals Ierland, Portugal, Spanje en Italië geteisterd door crisissen.
Maar wij kennen geen toestanden zoals vandaag in Syrië,
Libië, Egypte…
Ongetwijfeld is de oorzaak van dat verschil heel complex.
Maar het komt mij voor dat de problematiek van de tolerantie of verdraagzaamheid
daarin een belangrijke rol speelt.
Tolerant zijn, dat betekent dat je andere mensen respecteert
zoals ze zijn, hoe ze ook zijn, ook als dat helemaal anders is dan je zelf
bent. Het betekent ook dat je niemand dwingt om te denken en te handelen zoals
je zelf denkt en handelt. Iedereen die tot de gemeenschap behoort, is een vrij
mens. De enige beperking die we allen aanvaarden, is de wet. Wie de wet niet
naleeft, zal de gevolgen dragen die de wet voorziet. Maar binnen de grenzen van
de wet doen en denken we allen wat we zelf goedvinden, en laten dat ook aan de
anderen toe.
Een dergelijke houding draagt vanzelfsprekend bij tot de
interne vrede: men gaat dan niet zo nodig op de vuist met andersdenkenden, nee,
men laat ze denken wat ze willen, ook al wijken hun gedachten ingrijpend af.
Dat is veruit de beste oplossing. Hoe meer men vrij is om te denken en te
handelen, hoe groter de variatie. En hoe groter de variatie, hoe meer kans dat er
interessante ideeën naar voren komen. Niemand kan zeker zijn van het eigen
gelijk. Het is maar door samen te leven dat we ontdekken wat de beste manier
van leven is, welke de beste gedachten zijn, niet alleen op papier, maar ook in
de praktijk.
Met enige schroom citeer ik hier Mao, die in 1956 de
campagne lanceerde die wij ons herinneren als ‘Laat honderd bloemen bloesemen,
laat honderd gedachten botsen.’ Helaas is die campagne snel omgeslagen in de
vervolging van al degenen die op de originele uitnodiging waren ingegaan. Maar
de gedachte zelf is bijzonder waardevol. Het is een uitdrukking van de
grondgedachte van de democratie, namelijk de vrijheid van denken en van
meningsuiting, de vrijheid om te denken wat men wil en te zeggen wat men denkt
(Spinoza).
Dat betekent echter dat men werkelijk iedereen moet toelaten
om te denken wat zij willen en te zeggen en te schrijven wat zij denken. Niet alleen
de mensen die het voor het zeggen hebben of die het gezag steunen, maar ook
alle anderen. Enkel wanneer men de wetten van de samenleving overtreedt, kan
men daarvoor gestraft worden, en die wetten moeten de vrijheid van denken en
van meningsuiting precies garanderen, en ze niet inperken, op geen enkele
manier.
In een systeem van volledige vrijheid van mening is absolute
tolerantie noodzakelijk. Wanneer wij met elkaar op de vuist gaan omwille van
wat iemand denkt of zegt, dan is het snel gedaan met die vrijheid van mening.
Wie het meest macht heeft, zal dan andersdenkenden het zwijgen opleggen en zo
de rijkdom aan gedachten verwoesten die zo nodig is als voedingsbodem voor het tot
stand brengen van een optimale samenleving.
Moet er dan een oneindige veelheid van gedachten en
levensopvattingen zijn, met al de concrete uitingen daarvan? Is alles met alles
te verenigen?
Nee, en dat hoeft ook niet. Het is met ideeën en hun
uitwerking zoals met de vele levensvormen die de aarde telt en geteld heeft.
Het grote principe dat geleid heeft tot de onvoorstelbare diversiteit van het
leven en tot de spectaculaire evolutie van onder andere de menselijke soort, is
dat wat bijdraagt tot het overleven op termijn steeds de bovenhand haalt. De
mens is er gekomen omdat die soort het best geschikt was om te overleven en
zich in stand te houden over heel de wereld. Wat niet geschikt is, heeft minder
kans en zal op termijn wegkwijnen en zelfs verdwijnen.
Zo gaat het ook met ideeën en handelingen. We moeten dus
andere ideeën niet bestrijden of uitroeien: de beste zullen steeds overleven,
de minder goede zullen vanzelf verdwijnen.
Het Nazisme leek voor veel mensen de oplossing te bieden
voor de ernstige problemen van de jaren 1930. Maar aan de grondslag van die
ideologie lagen principes die onvermijdelijk tot de eigen destructie moesten
leiden, zoals racisme, imperialisme, dictatuur, militarisme en het verwerpen
van alle democratische principes. Dat hebben een aantal mensen ingezien, ook
toen al, maar veel anderen niet. Het heeft een wereldoorlog met tientallen
miljoenen doden en vernietiging op grote schaal gekost eer men naar de
redelijkheid terugkeerde.
Moest men dan tolerant zijn tegen het Nazisme?
Het is een zeer moeilijke kwestie. Het is duidelijk dat het
prille Nazisme de wetten overtrad. Maar dat deden ook andere politieke groepen,
zoals de communisten. Daartegen had de staat moeten optreden, maar wat was de
staat in het toenmalige Duitsland? Wat is de staat vandaag in Somalië? Uiteindelijk
heeft men het conflict op wereldschaal gewapenderhand ‘opgelost’, waarbij men
de democratie ‘hersteld’ heeft, ook in Duitsland. Maar wij hebben sindsdien
leren inzien dat democratie zich niet gewapenderhand laat opdringen, niet Afghanistan,
niet in Libië, niet in Egypte, nergens. Democratie is een geschenk van de
vrede, maar het is vooral de voorwaarde voor blijvende vrede. Democratische
landen voeren veel minder oorlog dan niet-democratische. En echt democratische
landen voeren geen oorlog. Landen die oorlog voeren zijn dus niet echt
democratisch. Ook landen die meewerken aan oorlogsvoering, zoals België, zijn
op dat punt niet echt democratisch. En met de democratie neem je geen risico’s.
Voor je het weet, zijn het wapens die beslissen, of beter: de personen die de
wapens in hun macht hebben.
De basis van de democratie is de verdraagzaamheid. We kunnen
dat in wetten vastleggen, maar in feite gaat het om een persoonlijke ingesteldheid,
een levenshouding. Het is iets dat men kan aanleren, een manier van denken
waartoe we wel in staat zijn op onze beste momenten, maar die verder kan ontwikkeld
worden tot ze een goede gewoonte wordt. Dat is niet altijd gemakkelijk. Er zijn
namelijk, zoals bij het Nazisme, mensen die niet tolerant zijn en die geweld
niet schuwen, die de wetten aan hun laars lappen en die lak hebben aan
democratie. Met die mensen moeten we voorzichtig zijn, een voorzichtigheid die
zich het best manifesteert in een krachtdadige aanpak van elke wetsovertreding.
Belangrijker dan repressie is echter opvoeding. Het is
mogelijk om de mensen ervan te overtuigen, op redelijke gronden en met
voorbeelden uit de praktijk, dat verdraagzaamheid beter is dan onverdraagzaamheid,
geweld en conflict. We voeden onze kinderen op tot bollebozen op alle gebieden
van de wetenschap, sport, ontspanning en cultuur. Maar hoeveel tijd besteden we
aan hun opvoeding tot verdraagzaamheid en democratie?
De stemmen van hen die oproepen tot verdraagzaamheid en
vrijheid van denken en van meningsuiting lijken soms als die van roepende in de
woestijn. Wereldwijd zijn er talloze gewapende conflicten en gewelddadige misdaad
op grote en kleine schaal. De wereldvrede lijkt veraf. En toch is de oplossing
voor de hand liggend: verdraagzaamheid. Laten we beginnen met in het eigen hart
te kijken.