Antisemitisme?
Na de aanslag in het Joods Museum te Brussel, ging er een storm van verontwaardiging op, die ook in de media ruim weerklank vond. Ik wil vandaag, een maand na de feiten, even terugblikken op de gebeurtenissen en vooral op de vele, vaak verhitte reacties.
Opdat er geen misverstand zou ontstaan, wil ik hier vooreerst mijn afschuw uitspreken over deze vreselijke moordaanslag, waarbij twee bezoekers en een personeelslid van dat museum omkwamen. Dat zoiets gebeurt in de hoofdstad van België, op klaarlichte dag, is ontstellend en beangstigend, en vereist niet alleen een algemene veroordeling, maar ook een krachtdadige reactie van de overheid.
Dergelijke Joodse musea blijken er ook in andere landen te zijn, onder meer Amsterdam, Londen, Parijs en Berlijn. Het zijn Joodse culturele centra, met talrijke tentoonstellingen en andere activiteiten rond de Joodse cultuur en geschiedenis. Het valt moeilijk te ontkennen dat ze op die manier, net zoals de synagogen, een voor de hand liggend doelwit zijn voor aanslagen. We moeten er ons echter voor hoeden om dergelijke aanslagen, die hoe dan ook verwerpelijk zijn, zonder meer te bestempelen als antisemitisch. Ik verklaar mij nader.
Wij weten nog niet wat de drijfveer was van de dader. Het ziet er naar uit, indien de vermoedelijke dader inderdaad de schuldige is, dat hij een achtergrond heeft in het conflict dat zich sinds mensenheugenis in het Midden-Oosten afspeelt, en dat een nieuwe dimensie heeft aangenomen sinds het ontstaan van de staat Israel. Er is vandaag een gewelddadig conflict tussen de staat Israel en zijn buurlanden, inzonderheid de Palestijnse bevolking in en buiten Israel. In dat conflict zijn er al veel doden gevallen, en het huidige status quo bevredigt niemand, in de betrokken gebieden noch daarbuiten. Dat is echter helaas niet het enige conflict, noch het enige conflict met etnische implicaties: de lijst van dergelijke conflicten is uitgebreid en gaat ver terug in de geschiedenis.
Er is ook een geschiedenis van de vervolging van het Joodse volk, die zo oud is als de mensheid, als we er de Bijbel op naslaan. Toen de Joden door de Romeinen uit hun land werden verdreven rond het jaar 70 van onze tijdrekening, is er een diaspora op gang gekomen die de Joden verspreid heeft over de hele (vooral westerse) wereld. Daar hebben ze periodes gekend van grote bloei en ruime integratie, maar ook van radicale vervolging en verbanning. De vernietiging van zes miljoen Joden door het Naziregime in Duitsland was daarvan het verschrikkelijke hoogtepunt. Vandaag gebruiken we de term antisemitisme om de houding te benoemen van personen die blijk geven van haat tegen het Joodse volk, of zich schuldig maken aan misdaden tegen Joodse personen vanuit die haat.
Om het scherper te stellen: wanneer een Jood of een Israëlisch staatsburger het slachtoffer is van een roofmoord, kan men moeilijk spreken van antisemitisme; het motief is immers niet de haat tegenover Joden, maar het beroven van personen die toevallig Jood of Israëlische burgers zijn. Ook in Israel en onder Joden overal ter wereld gebeuren moorden, neem ik aan, en niemand zal eraan denken die antisemitisch te noemen. Er zijn Israëli’s die andere Israëlisch haten, en Joden die Joden haten, bijvoorbeeld hun politieke of religieuze tegenstanders, en dat is altijd al zo geweest. Ook dat kan men bezwaarlijk antisemitisme noemen, vind ik.
In tegenstelling tot wat men hier en daar hoort, meen ik dat men voorzichtig moet zijn met de term antisemitisme, en met de meer algemene term racisme, waarvan het antisemitisme een vorm is. Als soennieten en sjiieten elkaar gewapenderhand bestrijden, is dat racisme? Ik ben geen antropoloog, maar me dunkt dat zij etnisch niet te onderscheiden zijn. Overigens zijn ook Joden en Arabieren dat niet, voor zover ik weet. Met racisme bedoelen we meestal een denigrerende houding tegenover een lid van ene ander ‘ras’, overigens een term die geen diepgaande betekenis heeft, omdat hij enkel slaat op secundaire, oppervlakkige lichamelijke kenmerken. In de praktijk gaat het meestal om de superieure houding van blanken tegenover de andere rassen. Maar er is zeker ook een vorm van racisme aanwezig in die andere rassen, hetzij tegenover leden van hun eigen ras, hetzij tegenover leden van een ander ras, blanken of anderen. Racisme is dus een complex begrip, dat we het best algemeen omschrijven als een vernederende houding tegenover een lid van een fysiek herkenbaar andere bevolkingsgroep dan die waartoe men zelf behoort.
Wanneer we dat doen, wordt het mijns inziens moeilijk om antisemitisme zonder meer altijd en overal als racisme te omschrijven. Ik althans kan sommige Arabieren niet onderscheiden van sommige Joden. Antisemitisme is dan een bijzondere vorm van racisme, waarbij het niet gaat om een ander ras, maar om een ander volk, een bevolkingsgroep die oorspronkelijk in een bepaald land woonde, en die zijn identiteit tijdens de diaspora voldoende heeft bewaard om uiterlijk, zo al niet fysiek, herkenbaar te zijn.
Hoe dan ook gaat het om een haat die geen enkele grond heeft in wat een bepaalde persoon denkt of doet, maar om zijn of haar toebehoren tot een bepaalde volksgroep. Er is dus sprake van een onterechte veralgemening: men haat een volksgroep en iedereen die ertoe behoort, zelfs als een bepaalde persoon niets heeft gedaan of zelfs maar gedacht dat in andere omstandigheden aanleiding zou kunnen geven tot haatgevoelens. Het gaat om een vooringenomen blinde haat. Zeker, er kunnen historische feiten zijn die tot dergelijke primitieve haatgevoelens aanleiding geven, maar die zijn er ook tussen leden van dezelfde bevolkingsgroep, bijvoorbeeld vetes tussen families of zelfs dorpen of landstreken.
Na deze aftastende algemene beschouwingen kom ik terug naar de aanslag op het Joods Museum te Brussel. Is dat een geval van racisme? Ik weet het werkelijk niet. Dat hangt immers af van de motivering van de dader. Als hij alle Joden haat, en vanuit die haat handelde, is het racisme en meer bepaald antisemitisme. Als hij alleen Israëli’s haat, lijkt het me te gaan om een politieke aanslag, zoals die ook gebeuren tegen andere staten, bijvoorbeeld tegen ambassades van de USA of de Russische metro. Dan is het een terroristische aanslag (omdat het geen roofmoord of een passionele moord is, bijvoorbeeld), maar geen racisme. Anders moeten we elke aanslag tegen Israel als antisemitisme en racisme beschouwen, en dus onvermijdelijk ook elke andere politieke aanslag; elke aanslag op de Palestijnse bevolking door Israel is dan eveneens een daad van racisme, maar ook elke aanslag van soennieten op sjiieten, van Han-Chinezen op Oejgoeren, van Turken op Koerden enzovoort.
Het ziet ernaar uit dat we dus een onderscheid moeten maken tussen politieke aanslagen, die we meestal terroristisch noemen, vooral als ze gebeuren door een terroristische organisatie, en racistisch aanslagen, waaronder ook antisemitische thuishoren als een wat bijzonder geval.
Dat betekent dat we alle aanslagen en ook oorlogen tegen Israel niet op dezelfde manier kunnen beoordelen als de Holocaust. De Holocaust beoogde de totale uitroeiing van alle Joden, te beginnen met die in Europa. Het conflict tussen Israel en zijn buurlanden is een complex politiek conflict, waarbij er zeker antisemitische gevoelens meespelen, maar waarbij de inzet niet dezelfde is, namelijk de uitroeiing van alle Joden.
Hoezeer ik de aanslag op het Joods Museum ook veroordeel, ik kan me niet vinden in een interpretatie ervan die dit louter als een zoveelste blijk ziet van racisme en antisemitisme, in de lijn van de uitroeiing van de Joden in Nazi-Duitsland. Naar mijn aanvoelen gaat het veeleer om een terroristische daad vanuit politieke motieven, gericht tegen personen die ongetwijfeld niet toevallig Israëlische staatsburgers waren en tegen een instelling die niet alleen de kennis van de Joodse geschiedenis en cultuur wil bevorderen, maar ook nauwe banden onderhoudt met de staat Israel. De staat Israel is een politieke realiteit, en dat heeft politieke consequenties, waarvan terroristische aanslagen een verschrikkelijk voorbeeld zijn dat we altijd streng moeten veroordelen en zoveel mogelijk moeten trachten te vermijden.
Nogmaals, het feit dat het naar mijn aanvoelen om een politieke aanslag gaat, en niet noodzakelijk om een racistische of antisemitische, maakt dat vanzelfsprekend niet minder afkeurenswaardig en verwerpelijk, maar in mijn ogen ook niet meer verwerpelijk of afkeurenswaardig, omdat die aanslag tegen een Joods-Israëlisch doelwit is gericht, dan elke andere politieke aanslag, bijvoorbeeld gericht tegen de ambassade van de USA, een Goethe-instituut of een moslimheiligdom.
Wij leven in een wereld waarin zelfs op luttele kilometers van mijn voordeur vreselijke aanslagen gebeuren. Het lijkt me een veeleer futiele bezigheid om vandaag nog de doelgerichte en systematische genocide van de Joden in Nazi-Duitsland aan te grijpen om terroristische aanslagen te veroordelen: elke terroristische aanslag, zonder enige uitzondering, is afschuwelijk en verwerpelijk en moet nadrukkelijk door iedereen veroordeeld worden.