De vrije wil bestaat niet! Victor Lamme
De vrije wil bestaat niet.
Als je dat leest als titel van een boek, dan is de kans groot dat je het boek ook oppakt, al was het maar om er even in te bladeren. Het was in onze plaatselijke openbare bibliotheek Mena in Rotselaar dat ik het aantrof bij de jongste aanwinsten.
Na mijn frustrerende ervaring met het boek van Peter Derkx over het humanisme en de zin van het leven, bleek dit een verademing. Victor Lamme, De vrije wil bestaat niet. Over wie er echt baas is in het brein, Uitgeverij Bert Bakker, 2011, 333 blz., noten, literatuuropgave. Paperback, €12,50, tweedehands al te koop voor ongeveer €10, als digitaal boek voor dezelfde prijs aangeboden.
De auteur
zegt in zijn ‘Verantwoording’ dat dit geen origineel boek is. Daarmee doet hij
zichzelf tekort. Het is waar, veel van de voorbeelden uit de wereld van de
neurowetenschappen die hij uitvoerig bespreekt, zijn de meesten onder ons wel
bekend. Maar ik heb ze nog maar zelden zo levendig en met kennis van zaken
voorgesteld gezien. Bovendien is de toelichting die professor Lamme, hoogleraar
cognitieve neurowetenschap aan de Universiteit Amsterdam ons hier aanbiedt zo
helder en overtuigend, dat ik dit boek zonder aarzelen kan aanraden aan elke
lezer, wat ook zijn of haar achtergrond en interesse. Wij weten al te weinig
over deze problematiek, die in de komende jaren een ingrijpende invloed zal
hebben op ons leven en onze maatschappij.
De titel is natuurlijk uitdagend. Heel wat mensen zullen steigeren bij zo’n stellingneming en de commentaren liegen er dan ook niet om. Men ervaart het zowat als een belediging dat de mens niet zou beschikken over een vrije wil. Het is daarom belangrijk dat we professor Lamme en elkaar goed begrijpen. Wat hij hier veeleer op overtuigende wijze aantoont, is evident niet dat wij geen redelijke beslissingen zouden kunnen nemen. Al de voorbeelden uit de praktijk die hij zo breedvoerig beschrijft, wijzen erop dat allerlei beslissingen die wij zogezegd bewust, dat is weloverwogen nemen, in feite spontane reacties zijn van delen van ons brein waarover wij niet de minste bewuste controle hebben. Ze gebeuren nog voor wij ons ervan bewust zijn en onze bewustwording is niet veel meer dan een rationalisatie achteraf, een (meestal onjuiste) interpretatie die wij geven aan wat wij doen om heel andere en volkomen onbewuste redenen.
Die redenen moeten we dus niet zoeken in ons bewust rationeel denken, zoals men geredelijk aanneemt. Onderzoek van de hersenactiviteit tijdens de activiteit en de bewustwording toont duidelijk aan dat de hersencentra die te maken hebben met ons bewust denken pas achteraf betrokken worden.
Wat voorafgaat aan het handelen en aan het denken, is een vrijwel automatisch proces op andere plaatsen in ons brein. Daar worden allerlei elementen razendsnel met elkaar in contact gebracht zonder enige tussenkomst van ons bewustzijn. Wat daar gebeurt, wordt bepaald door onze fysiologie, de lichamelijke kenmerken van onze hersenen en de rest van ons lichaam; door genetisch bepaalde factoren; door onze individuele geschiedenis sinds onze conceptie en dus door de omstandigheden van ons leven. Wij zijn het resultaat van onze voorgeschiedenis, generaties ver terug en voor bepaalde aspecten zelfs helemaal tot bij het begin van alle leven…
Dat is wat hier bedoeld is met: de vrije wil bestaat niet. Met die uitspraak gaat professor Lamme, en samen met hem zowat de hele hedendaagse wetenschap, in tegen gevestigde opvattingen over de mens. Maar wij hebben altijd wel geweten dat het niet zo was dat wij louter rationele wezens zijn, die al onze beslissingen weloverwogen nemen. Niets is inderdaad minder waar. Ovidius (in zijn Medea) zegt: ik zie het goede en ik beaam het, maar ik doe het slechte. Paulus herhaalt dat in de Romeinenbrief voor de christenen: Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. Wij zijn niet volmaakt en we volgen soms andere ingevingen dan de beste, of we nu gelovig zijn of niet. Freud zag in dat wij ons meer laten leiden door het (volgens hem vooral seksueel) onder- of onbewuste, maar dat wij dat verdringen en maskeren met allerlei meer welvoeglijke motieven.
Het is echter pas met de doorbraak van de neurowetenschappen en de technische middelen om in de hersenen te kijken, dat we hebben ontdekt hoe dat concreet in zijn werk gaat. Wat Freud vermoedde en afleidde uit de vreemde gedragingen en getuigenissen van zijn patiënten, kan men nu met hersenscans vaststellen. De tijd van het amateurisme is voorbij, gelukkig.
De uitspraak: er is geen vrije wil blijkt aldus minder agressief te zijn dan we aanvankelijk dachten. De bewuste en rationele vrije wil zoals de klassieke filosofie en psychologie en ook het christendom ze dachten (en wat het christendom betreft, nog steeds denken), bestaat inderdaad niet, maar dat wil niet zeggen dat onze daden willekeurig zouden zijn, of ongecontroleerd. Integendeel zelfs: er is een hoge mate van conditionering en van determinisme, van automatisme, van oorzaak en gevolg. Maar dan niet op een simplistische manier. Onze mentale reflexen zijn uiterst complex en houden rekening met een onvoorstelbaar groot aantal factoren, op een verbazingwekkend subtiele manier, waarbij veel meer elementen in rekening gebracht worden dan ons wakend brein zou aankunnen.
Dat we geen vrije wil hebben, betekent ook niet dat we onvrij zouden zijn in de zin van: totaal afhankelijk van onze omgeving. Ook dat illustreert de auteur uitvoerig en met veel zin voor humor. Wij laten ons beïnvloeden door al wat we waarnemen, maar ook hier is dat niet op een primitieve manier, maar ongelooflijk complex. Reclamemensen en politici weten er alles van, of niets, zoals herhaaldelijk blijkt.
![]()
Professor
Lamme voert ons stap voor stap naar een beter begrip van de werking van ons
brein. Hij toont ons onze beperkingen, maar veel meer nog wat onze onvermoede mogelijkheden
zijn. Ons brein is nog fantastischer dan wij tot nog toe dachten, het is tot
veel meer in staat dan het rationeel denken dat wij gemeenzaam als onze hoogste
prestatie beschouwen. Gelukkig maar, want iedereen die ooit heeft moeten revalideren
voor een of andere functie, zoals stappen, of spreken, weet dat ongeveer alles
wat we spontaan en automatisch doen, zowat onmogelijk is als je het bewust moet
doen. Dat is ook zo met denken: het gaat veel beter onbewust, intuïtief, dan
weloverwogen, strikt logisch en rationeel. Ons bewust denken is niet veel meer
dan een laagje vernis, een dunne bovenlaag op een realiteit die oneindig veel
dieper is.
Dit alles zou ons ertoe kunnen verleiden om te denken dat de mens helemaal niet in staat is om zich te onttrekken aan zijn individueel brein, dat wij als het ware de gevangenen zijn van ons onder- of onbewuste. Dat is grotendeels zo, daar kunnen we niet onderuit. Maar, en dit is een aspect dat misschien enigszins onderbelicht is in dit overigens uiterst evenwichtige betoog van professor Lamme, er is wel degelijk een manier waarop de mens de eigenheid en de beperkingen van zijn eigen brein kan overstijgen.
De mens leeft niet alleen. Wij zijn geworden wat we zijn, als individu en als soort, door samen te leven in allerlei verbanden. Wij communiceren met elkaar. Zo kunnen wij ons eigen brein en onze eigen conclusies toetsen aan die van anderen en zo een dimensie toevoegen aan ons bestaan, een dimensie die bovendien alles verandert. Ik weet het, ook in onze contacten met elkaar zijn wij aangewezen op ons brein, heel ons brein en dus weeral grotendeels onbewust. Maar wij hebben middelen ontwikkeld om met elkaar te overleggen die in heel sterke mate gebruik maken van onze voorste hersenkwabben en het is precies daar dat ons bewustzijn zich situeert.
Wij kunnen dus onze grotendeels onbewuste conclusies toetsen aan de conclusies van anderen, door met elkaar te praten of door te lezen wat anderen hebben geschreven en door dan een nieuwe evaluatie te maken, nog steeds aangedreven door de onbewuste mechanismen, maar nu toch rekening houdend met veel meer gegevens dan enkel wat in ons opkomt op een bepaald moment. Het is precies daarin dat de grootsheid van de mens is gelegen: in zijn beschaving. Wij zijn niet gedoemd om het met enkel ons eigen brein te doen, wij kunnen een beroep doen op dat van anderen om ons heen en op wat honderd miljard breinen voor ons hebben vastgelegd in onze cultuur, onze maatschappij, onze technologie, onze literatuur en kunst, onze wetenschap.
Wij hebben zo naast een (onbewust) intern ook een enorm en zeer bewust extern geheugen, een waarop we vandaag op een spectaculaire manier een beroep kunnen doen. Je weet even niet waar de Balearen precies liggen? Geen nood, er is wel een atlas in huis, of een wereldbol, of je kijkt het gewoon even na op internet. Je wil je geld beleggen, maar aarzelt tussen de vele mogelijkheden? Je kan overal terecht voor hulp, je staat er niet alleen voor. Een eigen huis of huren? Laat je adviseren, of zoek het zelf uit aan de hand van voorbeelden en getuigenissen. Wij mensen leren voortdurend van elkaar, de slimste mens is diegene die het meest bijleert van anderen.
Dat we geen vrije wil hebben, vinden we zeker na lezing van dit heerlijke boek helemaal niet erg. De gevolgen van deze vaststelling zijn allesbehalve negatief, maar veeleer verrassend positief op zowat alle gebieden. Zoals ook ik hier al eerder deed, verwijst de auteur in zijn Epiloog naar de consequenties van een goed inzicht in de werking van ons brein voor de behandeling en bestraffing van criminelen. Dat wij geen vrije wil hebben in de klassieke zin van het woord betekent niet dat we niet verantwoordelijk zijn voor onze daden: wij zijn ons brein, wij zijn ons onderbewuste net zo goed of zelfs nog meer dan ons bewuste ik. Wat we ook doen, wij doen het zelf. Maar het maakt wel een groot verschil uit waarom we iets doen, zeker bij misdaden. De hele kwestie van de toerekeningsvatbaarheid en de behandeling van wie dat niet is, krijgt zo een gans nieuwe benadering. Daarover is ook in dit boek het laatste nog niet gezegd, maar het zet ons wel een heel eind op de goede weg.
Slechts één enkele keer heb ik de auteur op een onnauwkeurigheid betrapt. Hij heeft het op een bepaald moment over de lemmingen die zich over de rand van de afgrond storten. Dat is vaste beeldspraak, maar in dit geval ten onrechte: lemmingen doen dat helemaal niet, zoals ik hier vermeldde. Maar dat is een detail.

Ik heb van
dit boek genoten. Het is uitstekend geschreven, zeer vlot en boeiend, in een zeer
begrijpelijke taal, vol gezonde en soms verrassende humor, complexloos,
spontaan, helder, nooit neerbuigend of nodeloos ingewikkeld. De nadruk ligt
heel sterk op de sprekende voorbeelden, veel minder op de theorie dan
bijvoorbeeld bij Damasio het geval is. Dat maakt dit boek zeer toegankelijk
voor iedereen. Laat gewoon de voorbeelden op jou inwerken en je zal zelf de wondere
conclusies trekken over ons brein waartoe de auteur ons zo moeiteloos
uitnodigt. Ik wou dat er meer in het Nederlands verscheen van deze
uitzonderlijke wetenschappelijke en pedagogische kwaliteit. Misschien liet ik
me dan wel verleiden om niet zoveel in het Engels te lezen. Een absolute
aanrader dus, en voor de prijs moet je het ook al niet laten. Ik vermeld ten
slotte dat het boek ook voorbeeldig is uitgegeven, aantrekkelijke en stevige
omslag, goed papier, zeer leesbare letter, duidelijke zwart-wit illustraties.
Ach, waarom is, zoals Cicero en Spinoza zeggen, het voortreffelijke ook zo zeldzaam?

























