Het toeval wil...

Laten we het nog eens over het toeval hebben. Het is een kernidee in de hedendaagse wetenschap en filosofie.
We moeten wel goed afspreken wat we ermee bedoelen. Wanneer wij in het dagelijks leven spreken over het toeval, dan bedoelen wij daarmee meestal alleen maar dat een gebeurtenis zich onverwacht voordoet. Je ontmoet bij een uitstap een vriend die je in jaren niet gezien hebt. Je bent in een gezelschap aan het praten over iemand en prompt komt die binnen: als je van de duivel spreekt… Een onbekende die je toevallig ontmoet, blijkt op de zelfde school als jij gezeten te hebben, met slechts enkele jaren verschil, zodat je toch heel wat gezamenlijke herinneringen hebt.
We hebben het allemaal wel al eens meegemaakt. We zijn dan verrast door het onverwachte, maar we staan er verder niet bij stil, het zijn dingen die kunnen gebeuren. Het moet al een heel uitzonderlijke samenloop van omstandigheden zijn eer we ons beginnen afvragen of het wel om een toeval gaat.
Toeval heeft
niets te maken met zogenaamd paranormale verschijnselen. Wij zien achter de
gebeurtenissen geen boze of goede geesten, die ervoor zorgen dat er een specifieke
samenloop van omstandigheden is. Zelfs bij de meest vreemde verschijnselen gaan
we ervan uit dat er een redelijke verklaring is. De goochelaar haalt geen
geldstuk uit je oor, zaagt zijn partner niet middendoor en haalt geen wit
konijn uit zijn hoed. Er is een uitleg, ook al hebben we die niet meteen door. 
Toch zijn er altijd mensen geweest die achter de werkelijkheid zoals ze zich aan ons voordoet, een of andere bedoeling toeschreven. De dingen zijn volgens hen niet zomaar zoals ze zijn, de gebeurtenissen hebben een al dan niet verborgen doel, ze hebben zin en betekenis en die ontlenen ze aan een Zingever.
Daar ligt de grens tussen enerzijds theïsme, pantheïsme, panentheïsme, deïsme &c., die een intelligentie toekennen aan de ‘kracht’ van de natuur, en anderzijds het atheïsme, dat elke intelligentie, elke teleologie, elke bedoeling ontzegt aan de processen en wetmatigheden van de natuur. De atheïst zal, gefascineerd door wat hij/zij om zich heen en in de geschiedenis ziet, wel ACHTERAF vaststellen dat er duidelijke processen en evoluties zijn, maar dat zijn evoluties die niet VOORAF voorspelbaar zijn of door iets of iemand gewild of gepland zijn. Dat is het essentiële verschil, met enorme gevolgen.
De mens als verschijnsel is daarvan het meest opvallende voorbeeld. Wij kunnen niet anders dan vaststellen dat de hele evolutie heeft geleid tot de huidige toestand, waarin de mens (voorlopig) een spectaculaire primordiale rol speelt. De theïst &c. zal dan zeggen dat een zo merkwaardige evolutie niet anders kan dan gericht zijn en dat daarachter dus een oorzaak schuilt. Zij zullen daaraan een naam geven, bijvoorbeeld God. De atheïst zal het verschijnsel zelf niet minder merkwaardig vinden, maar er fijntjes aan toevoegen dat de mens er evengoed niet had kunnen zijn, of er helemaal anders uitzien. In de ene benadering is de mens bedoeld, in de andere is hij er toevallig.
Toevallig wil hier niet zeggen dat de mens zomaar vanzelf uit het niets of uit iets willekeurig anders is ontstaan, in tegendeel. Alles wat gebeurt, heeft een oorzaak en een gevolg, voor alles er zijn wetmatigheden waarvan niet kan afgeweken worden. Niets gebeurt zomaar. De mens is er net echt ‘toevallig’, hij is als soort het resultaat van een zeer lange evolutie, waarbij elke volgende stap niet had kunnen gebeuren zonder de vorige. Daar moeten we steeds aan denken wanneer we zeggen dat er dingen zijn, groot of klein, die toevallig gebeuren.
Maar als alles noodzakelijk het gevolg is van beslissende oorzaken, is er dan geen absoluut determinisme, dat wil zeggen dat alles alleen maar kon uitdraaien zoals het uitgedraaid is, dat alles met andere woorden op voorhand vastlag?
Ja en neen. Dat lijkt onwaarschijnlijk, maar toch is het zo.
Het stond niet in de sterren geschreven dat jij en ik ooit met elkaar zouden communiceren zoals wij nu doen, terwijl de loop van de evolutie en van de geschiedenis (achteraf gezien) wel absoluut noodzakelijk was om tot dit concrete resultaat te komen.
Misschien moeten we het toeval maar beter negatief omschrijven, als een noodzakelijke opeenvolging van oorzaken en gevolgen, die echter niet op voorhand te voorspellen valt, omdat er zoveel oorzaken zijn en zoveel gevolgen, dat nooit met zekerheid vooraf kan gezegd worden wat het gevolg zal zijn van een combinatie van die veelheid van specifieke oorzaken. Toeval is dan de afwezigheid van opzet.

Om het
concreet te maken: denk aan een loterij, waarbij de winnende nummers getrokken
worden via de bekende draaiende trommels, waarin zich ballen bevinden met
telkens één cijfer erop. Het uiteindelijk resultaat hang helemaal en
noodzakelijk af van alle fysische factoren: het formaat van de ballen, hun
gewicht, de gladheid van de oppervlakte, hun temperatuur, soortelijk gewicht
&c.; vervolgens ook van de vorm &c van de trommel, van de snelheid van
het draaien, van de toestand van de ballen bij het startschot, van de duur van
het draaien, van de luchtdruk, de vochtigheid van de lucht en nog een heleboel
andere elementen. En om het helemaal moeilijk te maken werkt men niet met één
trommel en (20?) ballen, maar met (8?) trommels, om toch maar duidelijk te
maken dat er geen manipulatie gebeurt.
Niemand zal eraan twijfelen dat het resultaat wel degelijk helemaal afhangt van al deze elementen, en niemand zal er (hopelijk) ook maar een seconde aan denken om in het resultaat de hand van God te zien. Daar zie je duidelijk dat het enerzijds gaat om een absolute fysische determinatie, die anderzijds (voor ons, in de praktijk) toch het gewenste onvoorspelbaar of toevallig resultaat geeft. En toch is er (meestal) ergens iemand die, bijvoorbeeld door de geboortedatum van zijn groottante te combineren met de lengte van de staart van zijn kat, precies de acht winnende cijfers heeft ‘voorspeld’. Je zal het met mij eens zijn dat het resultaat van de loting wel gelijk is aan die twee lukraak gekozen elementen uit het leven van de winnaar, maar dat het er niet door bepaald wordt.
Wij noemen het resultaat van die kunstmatig, opzettelijk verwekte combinatie van factoren en processen bij de lottrekking uitdrukkelijk ‘toevallig’, onbedoeld, terwijl het toch het onvermijdelijk resultaat is van de natuurwetten. Wij bedoelen eigenlijk alleen maar dat er geen intelligentie of opzet aan te pas komt, tenzij om precies te verhinderen dat iemand het resultaat zou manipuleren of het met succes voorspellen.
Dat is ook precies wat men bedoelt met toeval in bijvoorbeeld het ontstaan van het universum en in het ontstaan en de evolutie van het leven op aarde: het is een strikte opeenvolging van oorzaken en gevolgen, maar zo complex dat het resultaat ervan voor ons totaal onvoorspelbaar is, maar steeds binnen de wetten van de natuur; ik bedoel dus dat er geen ‘intelligentie’ of opzet aan te pas komt. Ook dit is een negatieve formulering.
In een uiterst simpele fysische proefopstelling is het resultaat volledig voorspelbaar. Als je een gewicht laat vallen in een luchtledige ruimte, dan zal het recht naar beneden vallen met een bepaalde snelheid. Elke keer dat je dat experiment herhaalt, zal het resultaat hetzelfde zijn. Als je een muntstuk opgooit, dan is het resultaat niet te voorspellen, maar je hebt wel één kans op twee dat je gok juist is. Met één dobbelsteen heb je één kans op zes, met twee dobbelstenen wordt het al ingewikkelder (klik hier voor meer). Hoe meer factoren er meespelen, hoe minder voorspelbaar het resultaat. Bij uiterst complexe situaties waarin vele miljarden entiteiten betrokken zijn, zal niemand een gok wagen.
De situatie bij (of kort na) het ontstaan van het universum was zo onbeschrijflijk complex en betrof zo onvoorstelbaar veel materie/energie, dat het resultaat bij elke gebeurtenis, zowel op het subatomaire niveau als op de schaal van de sterrenstelsels werkelijk alle kanten uitkon, denk aan al de mogelijke combinaties die zich kunnen voordoen bij een dergelijke massale hoeveelheid van dingen en hun enorme verscheidenheid. Ook zo bij het ontstaan van de aarde: er waren zoveel fysische elementen voorhanden en zoveel verschillende krachten die erop inspeelden, dat het resultaat altijd maar meer verscheiden was. Daarvan bleken sommige resultanten beter geschikt om in een bepaalde omgeving te blijven bestaan dan andere. Dat is de motor achter de diversiteit van wat wij hier vandaag op aarde aantreffen.
Ik heb er geen bezwaar tegen indien iemand de trends die zich in het universum zeer duidelijk aftekenen en die wij allen onderkennen, wil benoemen, of erdoor overweldigd en ontroerd wordt. Dat is ook voor mij zo, zeer uitdrukkelijk en ontstellend diep. Maar ik houd mij ver van alle antropomorfische duiding van de natuur. Er zit niet ‘iemand’ achter, die zoals een mens de dingen creëert, organiseert, in stand houdt, leidt, beloont, straft… Ik herken en erken de processen, maar voor mij zijn ze het merkwaardige (om niet te zeggen toevallige) resultaat van de natuur, niet het door God of een Kracht of Idee bedoelde en geplande resultaat. Er is geen Project, er is enkel wat er is en wat er is, is fascinerend!
Zo zie je dat het absolute determinisme van de natuurwetten niet in tegenspraak is met wat wij gemakshalve het toeval noemen, het concrete resultaat van een veelheid van krachten die inwerken op een veelheid van elementen. Toegepast op de mens betekent dit dat de mens het onvermijdelijk resultaat is van al de talloze stappen in de concrete evolutie van het leven hier op aarde, die elk op zich totaal onvoorspelbaar waren. Men kan dus niet spreken van een heilsplan, een voorzienigheid. Er is dus ook niets of niemand die buiten en boven de natuur staat en het hele spel draaiende houdt, die alles zo geregeld heeft dat de mens er wel moest komen. Nee, de mens is er wel degelijk toevallig, niet gepland, onvoorspelbaar, wij hadden er evengoed niet kunnen zijn, net zoals ik evengoed wel het groot lot had kunnen winnen (althans indien ik een lot had gekocht).
Wat wel in tegenspraak is met de natuurwetten, is dat er een Wezen zou zijn dat zich helemaal niets hoeft aan te trekken van die wetmatigheden, een God die mirakels kan doen en die actief ingrijpt in het verloop van de dingen en ze subtiel stuurt ten gunste van de mensen die hem als hun God herkennen en die hen na hun dood zal opnemen in zijn Hemel, waar de natuurwetten niet meer gelden.
Zelfs wanneer ‘God’ alleen maar een naam zou zijn die men geeft aan degene die de natuurwetten heeft gemaakt, dan nog is men in tegenspraak met zichzelf, want als wij in de natuur wetmatigheden ontdekken, dan betekenen die niets meer dan ons menselijk interpreteren van feiten, zaken en gebeurtenissen. De wetmatigheden zijn eigen aan de natuur, ze zijn gewoon de manier waarop de fysische wereld zich ontplooit in een wondere evolutie van steeds nieuwe en verrassende combinaties. Er is dus niets ‘in gang gestoken’, de wetten zijn niet op voorhand door God gemaakt. Voor er leven was op aarde, was er niets dat liet vermoeden dat er ooit leven zou zijn, geen enkele wetmatigheid die het leven noodzakelijk moest voortbrengen, het had evengoed niet kunnen lukken. In dat geval waren er geen biologische wetten (nodig) geweest.
Als er een God is die bij de schepping de bedoeling had om uiteindelijk de mens te laten ontstaan, dan heeft hij ongelooflijke risico’s genomen. De kans dat er leven zou ontstaan op onze aarde was verwaarloosbaar klein. Dat er bovendien uit dat nietig begin ooit zoiets als een mens zou uit te voorschijn komen, was eveneens vrijwel onmogelijk. Laten we dus ophouden met denken, geloven of zeggen dat God de mens heeft geschapen. Hoe je die uitspraak ook interpreteert, ze houdt geen steek, het is een zinloze uitspraak. Je kan die drie woorden niet in die volgorde zinvol naast elkaar plaatsen, tenzij je iemand in het ootje wil nemen. En zoals we (misschien) weten is dat ootje een o’tje, een kring die boosaardige of onwetende mensen vormen rond iemand die ze willen uitlachen. Dat is iets waaraan wij ons niet schuldig willen maken, is het niet?




























