Naar de inhoud

Kroniek

mijn blik op de wereld /span>
akke.beakke.be
Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug? Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be

Berichten van 1 augustus 2022 tot 31 augustus 2022

Recensie: Wat loopt daar? Midas Dekkers

Wat loopt daar? Een biologische kijk op rassen.

Midas Dekkers 

Atlas Contact 9789045041537

Midas Dekkers’ kijk op rassen is fascinerend. Niet alleen is zijn benadering origineel en uitdagend, ze is tevens bijzonder rijk gestoffeerd, zowel met talloze voorbeelden als met bijzonder goed gekozen en prachtig weergegeven illustraties. Het is geen handboek, maar een lang en goed gestructureerd betoog in de beste traditie van het wetenschappelijk gefundeerd essay, waarmee het de heldere taal en de spitse verwoording gemeen heeft. Na een degelijke uiteenzetting over een of ander min of meer complex probleem volgt meteen een rake kwinkslag of een geestige pun die je pasverworven inzicht moeiteloos confirmeert in een tevreden glimlach, of een opluchtende schaterlach. Zo merkt hij op dat vogelaars zich helemaal niet interesseren in de meest voorkomende vogel: de kip. En hij besluit: ‘Bij vogel hoort kijker, bij kip hoort appelmoes.’ (blz. 164)

Zijn taal en stijl mag dan hier en daar al bevrijdend luchthartig zijn, het onderwerp van zijn studie is dat allerminst. Vertrekkend van de in het oog springende schier eindeloze variëteit van de levende wezens, gaat hij na hoe de mens spontaan probeert om enige structuur te ontdekken in die verscheidenheid, en zoals de Bijbelse eerste mens een naam geeft aan de dieren. In de loop der tijd heeft ook de wetenschap zich daarop toegelegd, en de auteur schetst in rake bewoordingen de manieren waarop men daarbij is tewerk gegaan. Zolang men enkel kon voortgaan op het uiterlijk, en niet wist wat voor de gelijkenissen en verschillen verantwoordelijk was, bleef dat noodgedwongen een vrij arbitraire bedoening, met alle soms pijnlijk verrassende gevolgen van dien.

Dat andere levende wezen, de mens, kwam al heel snel tot de vaststelling dat zelfs de mensen in de meest nabije omgeving sterk verschillend zijn, zowel in hun verschijning als hun gedrag. Wanneer de mens begint te reizen, komt men in aanraking met volkeren die nog sterker verschillend zijn op alle mogelijke manieren, waarvan de huidskleur een van de meest opvallende is.

De neiging, of de nood, om tot een indeling in de verscheidenheid te komen van levende wezens, planten, dieren, mensen, is onweerstaanbaar en heeft geleid tot zeer uiteenlopende resultaten, die niet zelden afhankelijk zijn van vooringenomenheid, en dan vooral wanneer het gaat om de indeling van mensen. Het inzicht dat alle mensen ‘eender’ zijn, ondanks de opmerkelijke verschillen, is allicht altijd enigszins aanwezig geweest, zeker bij direct contact onder de betrokkenen, al was het maar door het feit dat ze met elkaar seksueel verkeer konden hebben en zich met elkaar konden voortplanten. Maar de ongelijkheid heeft altijd evenzeer en zelfs nog veel krachtiger meegespeeld in de verhouding tussen mensen en volkeren, of rassen en soorten. De auteur gaat dieper in op zowel de theoretische benadering, door de eeuwen heen tot op onze dagen, van deze verhoudingen, als op de praktijken, die zoals we weten geen toonbeeld zijn van medemenselijkheid, en dat is een extreem eufemisme.

Zelfs wanneer de wetenschappelijke inzichten, naast de psychosociale en de politieke, tot de slotsom komen dat de verschillen weliswaar reëel, maar daarom nog niet essentieel zijn, blijft het moeilijk om iedereen daarvan te overtuigen, en is het nodig om dat in lokale of universele wetten en verklaringen vast te leggen, die tot op de dag van vandaag in niet geringe mate veeleer idealen (moeten) vooropstellen dan dat ze de werkelijkheid zouden beschrijven. Men mag dan al goedschiks of kwaadschiks aanvaarden dat alle mensen ‘eender’ zijn op wetenschappelijke, genetische gronden, de raciale vooringenomenheid blijft bestaan, en blijft leiden tot de meest verwerpelijke discriminatie.

Een van de meest prangende vragen is ongetwijfeld of de uiterlijke kenmerken van groepen, soorten of rassen gekoppeld zijn aan bepaalde andere eigenschappen, van bijvoorbeeld karakteriële aard, of aan mentale vermogens. Dat dit het geval zou zijn, is altijd al voor heel veel personen een evidentie geweest. Men schrijft aan alle mogelijke ‘soorten’ specifieke eigenschappen toe, men beoordeelt mensen op hun uiterlijk en hun gedrag, en het is moeilijk om niet in stereotiepe benaderingen te vervallen, die zijn al lang vast ingesleten in onze perceptie en ons taalgebruik.

Wat Midas Dekkers ons leert, zowel op grond van zijn scherpe analyses van vroegere wetenschappelijke en populaire opvattingen over variëteit en ras, als van zijn voorbeeldige uitleg over de huidige stand van zaken op wetenschappelijk, maatschappelijk en politiek gebied, is dat veel van wat we denken of menen te weten het best met een stevige korrel zout genomen wordt. Hij relativeert voortdurend zeer overtuigend en vaak tot op het bot, zonder evenwel tot een globale eigen opvatting te komen die als absolute waarheid kan of moet aanvaard worden. De lezer zal zich uiteindelijk zelf een oordeel moeten vormen, al is het voor Midas Dekkers wel duidelijk welke oordelen wel en vooral welke niet met de waarheid overeenstemmen. Voor de eeuwige en nog steeds brandend actuele discussie over racisme is dit boek een verplichte blikverruimende leerschool in onbevooroordeeld en rigoureus denken.

In de loop van de lectuur wordt de lezer royaal vergast op een ware plethora aan interessante, nuttige en zelfs noodzakelijke informatie over talloze aspecten van het leven en de studie daarvan. Zelden is zoveel belangrijk materiaal over dit onderwerp zo helder, boeiend, onderhoudend en zelfs intrigerend in een Nederlands van zo hoge literaire kwaliteit verzameld als in dit bewonderenswaardige boek. Bovendien is het bijna luxueus uitgegeven, op groot formaat, rijkelijk en in volle kleur geïllustreerd met artistieke afbeeldingen uit de betrokken perioden. De lectuur wordt niet verstoord door pedante voetnoten, maar de geïnteresseerde lezer vindt moeiteloos alle referenties keurig achteraan in een verantwoording van de illustraties, een uitvoerige literatuuropgave, en een exhaustief register.

 

Stuur door

Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 4

De Kapellekensbaan herlezen
Een sensitieve ervaring

Hugo D’hertefelt, mei 2020, Hasselt

Al jaren wou ik De Kapellekensbaan herlezen. Het lukte niet.
Het exemplaar uit 1969, een paperback uitgegeven door de Arbeiderspers als Grote ABC nummer 9, was helemaal stuk, uiteengevallen in drie delen. Het kleine lettertype was voor mijn ondertussen verzwakte ogen ook niet ideaal, zelfs met bril. In mijn boekenkast stond ook een exemplaar uit 2008 toen De Morgen de reeks Parels uit de Nederlandstalige literatuur uitgaf. De Kapellekensbaan was het eerste werk in die reeks. Een boek met een stijve kaft én een lintje. Daar hou ik van, van een lintje in een boek. Jammer dat het al begon te rafelen gewoon van ernaar te kijken. En wat te zeggen van de binnenkant: het papier, nog slechter dan gazettenpapier!
Nee, ik kwam er niet toe om het meesterwerk van Boon te herlezen in zulke schamele uitgaven.

Vorig jaar in de lente, bij onze maandelijkse afspraak, stopte mijn literaire boezemvriend en veelvraat-lezer Guy Horemans, mij een nieuwe uitgave van De Kapellekensbaan in de hand. Ik bladerde erin, voelde aan het papier, betastte het lintje, bekeek het lettertype en zei “Dit moet ik ook hebben. Nee, niet lenen, hèbben.” Dus vlug naar de Groene Waterman en bingo. Op de trein naar huis ben ik erin beginnen lezen en – bij wijze van spreken – niet meer gestopt.

Deze nieuwe uitgave verscheen in 2018 als nummer 75 in de Perpetua-reeks van de Nederlandse uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep. De reeks beoogt het opnieuw uitbrengen van de honderd beste boeken uit de wereldliteratuur, soms in een nieuwe vertaling. Ze is gestart in oktober 2007. Elk seizoen komt een nieuwe titel uit. De selectie is gemaakt door zes literatuurkenners, waaronder Kristien Hemmerechts. Over tachtig titels vonden ze direct overeenstemming, de twintig andere zijn gekozen na een publiekspoll. Behalve Boon zijn ook de Vlamingen Willem Elsschot met Kaas en Paul Van Ostaijen met Bezette stad en Nagelaten gedichten in deze reeks uitgegeven. Andere Nederlandstalige auteurs zijn Herman Gorter, Hadewijch, S. Vestdijk, Multatuli, Huizinga en W.F. Hermans (nog te verschijnen).

Wat maakt het lezen van een boek uit deze reeks zo speciaal?
De inhoud uiteraard, maar er is meer. Het is een visueel en sensitief festijn. 
Laat ik beginnen met de buitenkant. De omslag is in een egale kleur, voor elk boek in de reeks een andere. De omslag van De Kapellekensbaan is grijs. Twee verticale en twee horizontale stippellijnen verdelen het vlak. Zo ontstaat er een rechthoek met daarin “Louis Paul Boon” in witte oplichtende letters en in een kleiner, lichtgrijs lettertype de titel van het boek.  De naam van de auteur is blijkbaar belangrijker. Onder deze rechthoek, het logo van de uitgever. Op de rug van het boek staan bovenaan de naam van de auteur en de titel van het boek in dezelfde kleuren. Het lintje is in dezelfde tint als de omslag. Daar word ik warm van, van zulke finesse. Het rafelt niet, zelfs na zoveel uren lezen. Het papier is wit, glad en koel. “Als de binnenkant van vrouwendijen”, hoor ik Boon zeggen. Ik had inderdaad bijna een erotische ervaring toen ik het voor het eerst aanraakte. Het lettertype is niet al te groot, maar voor mijn ogen groot genoeg. Er is een goed contrast tussen letters en papier.
De boekverzorging is van Anneke Germers en Henk Pel. Proficiat dame en heer.

Behalve de tekst van De Kapellekensbaan krijg je in deze nieuwe uitgave nog een nawoord van meer dan vijftig bladzijden, verzorgd door Kris Humbeeck, de biograaf van Boon en verzorger van zijn verzameld werk.

Het is een waardig eerbetoon aan een meesterwerk en aan de grootste schrijver die Vlaanderen heeft gekend.

Stuur door

Meer van Kroniek

↑ Terug naar de berichten