Russisch Orthodoxe muziek


De muziek van Rusland is zoals het land zelf: onmetelijk groot en eindeloos verscheiden. Als je dan iets wil zeggen of schrijven over die muziek, dan kan je niet anders dan je beperken tot een aspect daarvan. Maar waarvoor kies je dan? Is er zoiets als typisch Russische muziek? Allerlei muziekflarden komen uit mijn muzikaal geheugen naar boven gedreven. Is er één bepaald kenmerk dat alle Russische muziek gemeen heeft? Is de roemruchte en zo vaak bezongen mystieke Russische ziel terug te vinden in de muziek?
Laten we het niet te moeilijk maken. Waaraan denken we spontaan als we het over Russische muziek hebben? Voor mij is dat zonder enige twijfel de muziek van de Russisch Orthodoxe kerk. Ik heb die in mijn jeugd voor het eerst gehoord en de herinnering daaraan is steeds levendig gebleven. Dat heeft me ertoe aangezet om in de voorbije vijftig jaar telkens wanneer de gelegenheid zich voordeed of wanneer een rusteloos knagend heimwee naar de sfeer van die eerste contacten zich liet voelen, steeds dankbaar terug te grijpen naar de mysterieuze aantrekkingskracht die voor zoveel mensen uitgaat van deze huiveringwekkende, pakkende muziek.
Ik zal je niet vervelen met een geleerd overzicht van de invloeden die deze muziek heeft ondergaan en hoe ze gegroeid is. Het is voldoende te weten dat ze geënt is op de Byzantijnse ritus: dat is de manier waarop het christendom Rusland heeft bereikt. Maar die vroege Grieks-orthodoxe oorsprong hebben heeft zich vermengd met de volksmuziek van de talrijke volkeren die het Russische rijk uitmaakten. Later hebben Bulgaarse, Poolse en nog veel andere invloeden hun stempel gedrukt op de vorm en de inhoud van wat men nu de Russisch orthodoxe religieuze muziek noemt.
De Russische kerk heeft zich steeds verzet tegen het gebruik van muziekinstrumenten voor de liturgische vieringen en doet dat vandaag nog steeds. De kerkmuziek van Rusland is dus steeds onbegeleid gezongen, a capella. Dat is zo voor de strikt liturgische teksten van de eredienst, maar ook voor alle andere muziek die de bijeenkomsten opluistert. Ze is vaak monodisch, eenstemmig, maar later ook meerstemmig, polyfoon en zelfs polychoraal, met twee of meer koren die samen zingen in tal van partijen.
Lange tijd waren dat steeds mannenkoren, vrouwen moesten op alle manieren zwijgen in de kerk. In de katholieke kerk had men dezelfde strenge regels en daar probeerde men het ontbreken van de hoogste stemregisters te compenseren door het merkwaardige en onmenselijke aberrante verschijnsel van de castraten en het al even perfide systeem van knapenkoralen, waarvoor al te jonge kinderen met een goede stem brutaal bij hun ouders weggehaald werden om opgeleid (en seksueel misbruikt) te worden in scholen verbonden aan abdijen, kerken en paleizen. Wanneer die kinderen de baard in de keel kregen werden ze zonder meer gedumpt en kwamen ze niet zelden in de mannelijke prostitutie terecht.
In de Russische kerkmuziek cultiveerde men het gebruik van de falsetstem, de kopstem, zegt men ook. Russische tenoren slaagden erin om op die manier de hoogst zingbare regionen te verkennen, maar niet met de spectaculaire kracht en de briljante schittering van de westerse knapen en castraten, maar met de zachte gouden glans en de ingehouden luister van de lichtste en meest kwetsbare, tedere mannenstemmen. Ook in de diepte zocht men steeds verder naar de uitersten en ontwikkelde zich een traditie die naast de gebruikelijke bariton- en basstemmen ook nog de basso profundo cultiveerde: de aller-diepste bassen, die aan een koor nog meer klankkleur geven, nog meer orkestrale diepgang als van een machtig ensemble van de donkerst grommende contrabassen.
De Russische liturgische muziek ontwikkelde zich samen met haar kerk tot een artistieke praktijk die een voorname plaats innam in de maatschappij. Kloosters en kerken groeiden uit tot belangrijke culturele centra, met professionele koren en eeuwenoude muziektradities. Voor zangers, koorleiders en componisten was er maar een beroepskeuze: de kerk. Daar konden ze hun artistieke gaven ontplooien en er ook hun boterham mee verdienen; in het burgerlijk leven was daartoe geen enkele mogelijkheid. Dat hoeft ons niet te verwonderen, het is hier bij ons lange tijd niet anders geweest, de traditie van wereldse muziek is ook hier pas ontstaan wanneer naast de kerk ook de wereldse heren, de keizers, koningen, prinsen, graven en edelen allerhande en nadien de rijkste burgers zich muziek en muzikanten konden veroorloven. De keuze voor het klooster was voor de koristen in de eerste plaats ingegeven door artistieke motieven, niet door religieuze.
Wij in het Westen hebben de Russisch Orthodoxe liturgische muziek leren kennen na de Revolutie van 1917. De Russische kerk had in dat conflict vanzelfsprekend resoluut de kant gekozen van de tsaar, de edelen en de feodale traditie, tegen de dictatuur van het proletariaat. Voor de communistische machtshebbers was dat voldoende om haar als een politieke vijand te beschouwen en haar dus met alle middelen te bestrijden. De Sovjetstaat was, in de grote Marxistische traditie, ook ideologisch een tegenstander van de godsdienst en dus rabiaat en agressief atheïstisch. Het einddoel van de revolutie was niet alleen het scheppen van een arbeidersparadijs, maar ook de uitroeiing van het godsdienstige uit de maatschappij. Kerken en kloosters werden gesloten en gesloopt, elke godsdienstige praktijk of opvoeding verboden, de priesters en monniken verbannen of vermoord. Enkel tijdens de gruwel van de Tweede Wereldoorlog zocht Stalin bij de kerk steun voor zijn oorlogsplannen en de strijd tegen het Nazisme die miljoenen Russen het leven zou kosten. Onder Nikita Chroestjov kwam er een nieuwe golf van antiklerikalisme en vervolging. Het heeft geduurd tot de ineenstorting van de Sovjet-Unie vooraleer een beperkte herleving van de godsdienst mogelijk werd.
Het waren vooral de edelen en de meest gegoede burgers die massaal Rusland ontvluchtten na de Revolutie. Miljoenen Russen verspreidden zich over de hele wereld en stichtten overal kleine maar soms vrij aanzienlijke Russische enclaves, waar ze hun taal, hun cultuur, hun tradities en dus ook hun godsdienst trouw bleven en zo ook als enigen bewaarden voor het nageslacht. Het is in de Russische kerken in het Westen, in Berlijn, Parijs, Brussel, Londen en in Amerika dat wij kennis hebben gemaakt met de rijke, overdadige Russisch Orthodoxe liturgie en haar imponerende muziek. Ook niet-religieuze koren ontstonden om in te spelen op het succes van deze nieuwe, onbekende muziek, onder meer het alom gekende Don-kozakkenkoor van Serge Jaroff, dat talrijke plaatopnames maakte.
Vandaag vind je die muziek op talloze cd’s, dvd’s en kan je ze ook in concert beluisteren. In de abdij van Chevetogne belijdt men naast de Latijnse ook de Byzantijnse ritus.
Het is aangrijpende muziek voor de zeldzame verstilde momenten in je leven, in het halfduister van gedempt kaarslicht dat flakkerend een icoon belicht, misschien zelfs met een geurig wierookstokje… De weelde van de wijde waaier van ruisende bruisende stemmen, de organische eenheid in diepe verscheidenheid van klankkleur, het samenspel van de vele koorpartijen, de majestueuze ontplooiing van de traag voorschrijdende melodie… Het is een unieke, diepe en beklijvende emotionele ervaring.
Maar is het niet een beetje vreemd voor ons, moderne en geseculariseerde westerse mensen en zeker voor deze overtuigde atheïst, om zo de lof te zingen van religieuze muziek uit een ver land en een even ver verleden?
Ik heb daar helemaal geen problemen mee. Misschien is
dat omdat ik die muziek nauwelijks associeer met de kerk en de maatschappij waarin
ze is ontstaan. De teksten versta ik evenmin als de Russische gelovigen
destijds: meestal is het kerkelijk Oud-Slavisch, een beetje zoals voor de Rooms-katholieke
christenen het Latijn. De inhoud stoort me dus niet. Ik associeer ze ook niet
met liturgische vieringen, ik heb die notoir langdurige festiviteiten nooit
meegemaakt. Voor mij is het een muzikale kunstvorm zoals een andere.
Dat was
overigens ook zo voor de meeste Russen uit de tsarentijd: ze gingen niet naar
de mis om de preek te horen, overigens het enige onderdeel dat in het Russisch
was, als er al een preek was; de liturgische teksten in het Oud-Slavisch verstonden
ze niet. Ze gingen, zoals gelovigen overal ter wereld en in alle eeuwen, om de
esthetische ervaring, omdat het ‘mooie diensten’ waren. De rijke burgers in de
trotse Duitse steden deden een beroep op Buxtehude en Bach om hun diensten op
te luisteren, ze betaalden solisten, koren en muzikanten en bouwden kerken die
rijker waren dan de prinselijke paleizen om naar hun muziek te gaan luisteren.
Zo ook in Italië, in Spanje, in Frankrijk en de Nederlanden. De dag dat de kerk
geen geld meer had om de mis op te luisteren op een artistieke manier, was de
laatste dag dat de mensen nog naar de kerk gingen. De enige manier om nu nog
een kerk vol te krijgen voor een mis, is een concertuitvoering van een mis van
Palestrina, Vivaldi, Bach, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Fauré, Rutter of
Arvo Pärt.
Is er dan niets religieus aan de muziek van de Russisch Orthodoxe kerk?
Dat is een moeilijke vraag. Wat is religie? Is dat de
leer van de kerk, de theologie, de dogma’s zoals de georganiseerde godsdienst
die heeft opgesteld in geleerde boeken en afgerammelde geloofsbelijdenissen? In
dat geval weet de gewone gelovige minder dan niets over ‘zijn’ godsdienst. Voor
hem en voor haar gaat het veeleer over gewoonten, gebruiken, traditie, liturgie,
met daarnaast enkele restanten van het schoolse godsdienstonderricht uit de
jeugd en enkele algemeen menselijke waarden die men deelt met elke humanist.
Naar liturgische vieringen gaat haast niemand meer, maar de muziek die daaruit
ontstaan is, zowel in Rusland als hier in het Westen, wordt vandaag meer en
beter uitgevoerd dan ooit tevoren en is voor een prikje te koop in elke
platenzaak.
Wij worden nu zoals vroeger aangetrokken door het muzikale, het
artistieke, met het daarbij horende algemeen menselijke natuurlijke ontzag voor
het onzegbare, het immer ontroerend mysterie van ons mens-zijn hier op aarde, een
stip in het universum, een oogwenk in de tijd, in diepe verbondenheid met
elkaar en met de generaties die ons voorafgingen en die ons nog zullen volgen.
Dat zijn de gevoelens die bij mij opborrelen bij het beluisteren van de verstilde
gewijde klanken van de Russisch Orthodoxe liturgie. Het is muziek van alle
tijden, die mensen overal ter wereld blijvend aanspreekt en moeiteloos ontroert
door haar diepmenselijke luister en pracht.







