Tolerantie, ofte verdraagzaamheid
Tolerantie, ofte verdraagzaamheid.
Een onvermijdelijk gevolg van pacifisme, ofte vreedzaamheid, is tolerantie, ofte verdraagzaamheid. Als we afzien van het gebruik van geweld, kunnen we immers niet anders dan aanvaarden dat anderen anders zijn, omdat we dat niet kunnen verhinderen met geweld. Er zijn allicht andere middelen dan fysiek geweld, of het dreigen daarmee, om iemand tot andere gedachten te brengen, maar niet zelden is er toch sprake van een of andere vorm van geweld, zoals bij propaganda of sterker nog, indoctrinatie. Maar zelfs het loutere weigeren om verdraagzaam te zijn, kan al een vorm van geweld zijn. Het is mijn stellige indruk dat onze huidige tijd gekenmerkt wordt door een toename van de intolerantie, en bijgevolg van geweld in vele vormen. Heden ten dage is zowat alles polemisch. Men neemt geen vrede met het vaststellen dat men van mening verschilt, noch met het objectief, niet-agressief verwoorden en duiden van die meningsverschillen, nee, elke woordenwisseling of monoloog moet polemisch zijn om goed te zijn. Meer nog, men moet consequent de daad bij het woord voegen, wil men geloofwaardig zijn.
Ik neem het voorbeeld van de Israëlische dirigent Lahav Shani (°1989). Ondanks zijn uitstekende staat van dienst, die door niemand in twijfel getrokken wordt, werd hij (samen met de Münchner Philharmoniker) geweerd voor het Festival van Vlaanderen, en ook een gepland optreden in Bozar wordt nu gecontesteerd: drie bestuursleden nemen ontslag, de partij Groen eist dat het concert geschrapt wordt, en de afdeling cultuur van de socialistische vakbond ACOD uit scherpe kritiek. Dat gaat allemaal duidelijk veel verder dan het laten blijken van ongenoegen, of het verwoorden van een mening: het komt neer op een beroepsverbod, niet alleen voor de dirigent zelf, maar ook voor het orkest waarvan hij chef-dirigent is, als opvolger van een indrukwekkende lijst topdirigenten zoals Kempe, Celibidache, Levine, Thielemann, Maazel, en Gergiev (met wie de samenwerking in 2022 verbroken werd wegens zijn nauwe banden met Poetin). Shani, die ook chef-dirigent is van het Israëlisch Filharmonisch Orkest, wordt verweten dat hij zich niet duidelijk genoeg zou distantiëren van het optreden van Israël in Gaza, wat hijzelf betwist, terecht verwijzend naar zijn expliciete uitspraken ter zake.
Het is dus blijkbaar voldoende dat bepaalde personen de indruk hebben dat men hun radicale opvattingen over de politieke situatie in Israël en ‘Palestina’ (nog steeds niet erkend door België) niet deelt, om te eisen dat iemand persona non grata wordt, ook voor zaken die niets met de situatie te maken hebben, zoals een concert van klassieke muziek. Men stelt zich niet tevreden met het uiten van een mening, men eist dat die eenzijdig gecontesteerde zaken niet doorgaan, wat anderen daarover ook mogen denken. Het gaat er dus niet om anderen te overtuigen, maar om de eigen mening door te drukken. Men wil met andere woorden verhinderen dat iets gebeurt, veeleer dan een gesprek daarover op gang te brengen.
Dat is ondemocratisch. In een rechtsstaat mag alles gebeuren wat niet verboden is. De vrijheid van meningsuiting laat toe dat men protesteert, zolang dat protest zelf niet strijdig is met de wet en de openbare orde. Men mag vanzelfsprekend ook ontslag nemen uit protest, maar dat wijst op een intolerante houding, omdat men weigert het gesprek aan te gaan en zich neer te leggen bij de beslissing van de meerderheid. Eisen dat een concert geschrapt wordt gaat te ver, meen ik: een politieke partij is geen betrokken partij in de discussie over het al dan niet plaatsvinden van een concert, haar belangen worden daardoor niet geschaad.
In deze en andere zaken gaat het me om het democratische overleg tussen mensen die over talloze zaken grondig van mening kunnen verschillen, maar toch tot compromissen bereid zijn. Als men het nooit eens raakt, als men zich nooit neerlegt bij wat de meerderheid beslist, kan er vanzelfsprekend niets meer gebeuren: er zal altijd wel iemand zijn die niet akkoord gaat. En dat is wat we zo vaak zien: één persoon, of een groep, of een instantie… verzet zich tegen iets, en daardoor wordt de hele zaak geblokkeerd. Overigens beweer ik niet dat de meerderheid altijd gelijk heeft, een meerderheid kan zich evengoed vergissen als een minderheid, of één persoon. Ik bedoel enkel dat bij betwisting een democratische meerderheid beslist, of ze nu gelijk heeft of niet. Dat is ook wat ik versta onder tolerantie ofte verdraagzaamheid, namelijk dat men onder alle omstandigheden de vrijheid van mening en meningsuiting respecteert, en dat men tevens eenieders vrijheid van handelen aanvaardt, zolang dat niet strijdig is met de wet of het algemeen belang. Wie dat niet doet, maakt zich schuldig aan machtswellust.
Concreet volgt daaruit dat men zijn ongenoegen kan uiten over het optreden van een dirigent, om welke reden dan ook, en op welke manier ook, maar dat wanneer een meerderheid zich daar niet tegen verzet, men niet mag verhinderen dat het optreden plaatsvindt, en dat zelfs niet mag wensen.
Meer algemeen is het meer dan wenselijk dat men afziet van blokkeren, beroepsverboden, ernstige verstoringen van de openbare orde, het banaliseren van uitdrukkingen als ‘onaanvaardbaar’, ‘onverenigbaar’, ‘genocide’, ‘misdaden tegen de mens(elijk)heid’ en dies meer. Aan de andere kant is het nodig dat we onze stem — beschaafd — blijven verheffen telkens wanneer wij ervan overtuigd zijn dat het algemeen belang in het gedrang komt, en zelfs wanneer wij menen dat anderen ongelijk hebben in een kwestie van enig belang. Uit die vreedzame confrontatie van mensen en ideeën komt waarheid en waarde voort, niet uit het opleggen of afdwingen van eenzijdige opvattingen.
Dat betekent ook dat de ideale wereld, waarin iedereen het met iedereen over alles eens is, niet voor morgen is, en waarschijnlijk ook niet voor later. We zullen dus moeten leven met meningsverschillen en met minder dan ideale situaties, zowel in onze eigen directe omgeving als op wereldvlak. Het blijft evenwel mijn heilige overtuiging dat we vooruitgang maken, globaal gezien, en dat steeds meer mensen het steeds beter hebben. Dat maakt de uitzonderingen helaas des te schrijnender.

