Le prisonnier de la tour
Le Prisonnier De La Tour
S'est tué ce matin,
Grand-mère.
Nous n'irons pas à la messe demain.
Il s'est jeté de la Tour
En me tendant les mains,
Grand-mère.
Il m'a semblé que j'avais du chagrin.
Si le roi savait ça, Isabelle,
Isabelle, si le roi savait ça,
A la robe de dentelle,
Vous n'auriez plus jamais droit,
Isabelle, si le roi savait ça.
Le Prisonnier De La Tour
Était mon seul ami,
Grand-mère.
Nous n'irons pas à la messe aujourd'hui.
Il était mon seul amour,
La raison de ma vie,
Grand-mère
Et ma jeunesse est éteinte avec lui.
Si le roi savait ça, Isabelle,
Isabelle, si le roi savait ça,
A la robe de dentelle,
Vous n'auriez plus jamais droit,
Isabelle, si le roi savait ça.
Le Prisonnier De La Tour,
Chaque jour, m'attendait,
Grand-mère.
Nous n'irons plus à la messe, jamais.
C'est un péché que l'amour
Et le monde est mal fait,
Grand-mère.
On a tué mon amant que j'aimais.
Si le roi savait ça, Isabelle,
Isabelle, si le roi savait ça,
A la robe de dentelle,
Vous n'auriez plus jamais droit,
Isabelle, si le roi savait ça.
Le Prisonnier De La Tour
N'aura pas de linceul
Et rien
Rien qu'un trou noir où s'engouffrent les feuilles,
Mais moi, j'irai chaque jour
Pleurer sous les tilleuls
Et rien,
Pas même le roi, n'empêchera mon deuil.
Si le roi savait ça, Isabelle,
Il ne pourrait que pleurer avec toi
Car il aimait une belle
Qui n'était pas pour un roi
Et la belle, Isabelle, c'était moi...
De gevangene van de toren heeft zichzelf gedood, grootmoeder. We gaan niet naar de mis, morgen. Hij heeft zich van de toren geworpen terwijl hij me de handen reikte, grootmoeder. Ik voelde dat ik verdriet had.
refrein: Als de koning dat wist, Isabel, Isabel als de koning dat wist, dan had je nooit meer recht op het kanten kleed, Isabel, als de koning dat wist.
De gevangene van de toren was mijn enige vriend, grootmoeder. We gaan niet naar de mis vandaag. Hij was mijn enige liefde, de reden van mijn leven, grootmoeder, en mijn jeugd is met hem gedoofd.
(refrein)
De gevangene van de toren wachtte elke dag op mij, grootmoeder. We gaan niet meer naar de mis, nooit meer. De liefde is een zonde en de wereld is slecht gemaakt, grootmoeder. Men heeft mijn geliefde gedood die ik liefhad.
(refrein)
De gevangene van de toren zal geen lijkwade hebben en niets, niets dan een zwart gat waarin de blaren verdwijnen; maar ik, ik zal elke dag gaan wenen onder de linden en niets, zelfs de koning niet, zal mijn rouw verhinderen.
Als de koning dat wist, Isabel, kon hij slechts wenen samen met jou, want hij hield van een schone, die niet voor een koning was, en die schone, Isabel, dat was ik.
Deze tekst van de uiterst veelzijdige en destijds heel populaire Francis Blanche dateert van rond 1948, toen Édith Piaf die voor het eerst zong op muziek van Gérard Calvi. Het is een romantisch chanson, in de stijl van een middeleeuwse ballade. Er zijn twee personages aan het woord in de dialoog: Isabelle en haar grootmoeder; de tekst van de grootmoeder komt in de vorm van een refrein, dat (bijna) letterlijk herhaald wordt. Ook in de tekst van Isabelle zijn er talrijke herhalingen en variaties.
Isabelle was de geliefde van de gevangene in de toren, die zich van de toren gestort heeft om bij haar te zijn. Isabelle klaagt haar nood bij haar grootmoeder. De grootmoeder waarschuwt haar kleindochter dat als de koning zou te weten komen dat zij de geliefde was van de gevangene, zijn vijand, zij geen recht meer zou hebben op het kanten kleed; daarmee is blijkbaar een bruidsjurk bedoeld.
Was de gevangene opgesloten omdat hij de liefdesrivaal was van de koning? Dat wordt niet duidelijk gemaakt, maar het is mogelijk: Isabelle zegt dat men haar geliefde gedood heeft, dat hun liefde verboden was, een zonde. Het is ook mogelijk dat ze als het ware toevallig verliefd werd op de gevangene in de toren, een of andere vijand van de koning.
Was Isabelle de aanstaande bruid van de koning? Het kanten bruidskleed wijst daarop. Indien de koning zou vernemen dat zij de geliefde was van zijn vijand en rouwde om zijn dood, zou hij haar verstoten en zou ze nooit het kanten bruidskleed dragen. In de laatste strofe blijkt dat de koning inderdaad van Isabelle hield, en nog enkel kan wenen om zijn hopeloze liefde en het verlies van zijn geliefde, net zoals Isabelle treurt om de dood van haar geliefde. Isabelle zegt dat ze ‘morgen’ niet naar de mis zal gaan, en later dat ze nooit meer naar de mis zal gaan; was dat de geplande huwelijksmis met de koning? Heeft haar geliefde zich misschien daarom van de toren gestort?
Het laatste zinnetje houdt een verrassing in: de grootmoeder zegt plots dat zijzelf de onmogelijke geliefde van de koning was (une belle qui n’était pas pour un roi… c’était moi). Was de grootmoeder ooit verleid door de koning, en was Isabelle dus zijn kleindochter?
De auteur speelt met verschillende klassieke thema’s: de gevangene in de toren, een verwijzing naar Dumas’ Man met het ijzeren masker, en een omkering van het opgesloten meisje met de lange haren, Repelsteeltje; de bedrogen koning Arthur, Lancelot en Guinevere; de oude vrouw of de grootmoeder uit onder meer Roodkapje, de witte kanten bruidsjurk, de jonge vrouw die haar geliefde trouw blijft na zijn dood, de bruid die niet komt opdagen op haar huwelijksmis… Hij speelt ook met het rijm, en laat het verhaal ontwikkelen aan de hand van rijmwoorden die spontaan opkomen in zijn gemoed: matin, demain, main, chagrin; Isabelle, belle, dentelle; droit, roi, toi, moi; ami, aujourd’hui, vie, lui; attendait, jamais, fait, aimais; linceul, feuilles, tilleuls, deuil.
Al bij al is de kunstmatig ouderwetse tekst veeleer suggestief dan expliciet. Allerlei gebeurtenissen, verhoudingen, verschillen en gelijkenissen worden slechts omfloerst, louter impliciet vermeld, en in de vrij korte alluderende tekst krijgt de lezer, maar zeker ook de luisteraar niet echt de gelegenheid om precies te weten wat er allemaal aan de hand is of ooit was. Wellicht is dat een deel van de subtiele aantrekkingskracht die ervan uitgaat. Het is in feite een pastiche, een nabootsing van een oude ballade, een compilatie van allerlei elementen eigen aan het genre. Dat wordt mooi bevestigd door de muziek van de hoofdmelodie, die ook helemaal in die stijl gecomponeerd is. Daarom leek het de moeite om dit chanson vanonder het stof te halen. Je vindt de uitvoering van Piaf op Spotify, Google Play Music, Deezer, YouTube, Qobuz…

