Polonaise, mazurka, wals: Chopin

Over Chopin schreef ik hier al eens, onder de titel: kanonnen bedolven onder bloemen.
Chopin schreef de meeste van zijn werken voor piano solo: Albumblad; Allegro de Concert; Andante Spianato et Grande Polonaise; Andantino; 4 ballades; Barcarolle; Berceuse; Bolero; 2 bourrees; Canon; Cantabile; Contradans; 3 écossaises; 27 etudes; Fantasie; Fuga; 4 impromptu's; Largo; 51 mazurka's; 2 marsen; 21 nocturnes; 16 polonaises; 24 preludes; 4 rondo's; 4 scherzi; 3 sonates; Tarantella; 4 variatiewerken; 20 walsen.
Verscheidene werken dragen de naam van dansen die toen populair waren: ballade, bolero, contradans, écossaise of scottish, mazurka, mars, polonaise, tarantella, wals. Het zou echter een vergissing zijn om te denken dat Chopin populaire dansmuziek schreef, waarop men werkelijk danste in de cafés en theaters, zoals de Strauss-familie dat zo succesvol deed. Chopin schreef geen populaire deuntjes. Hij componeerde muziek van een uitzonderlijk hoog artistiek en technisch muzikaal niveau die enkel hijzelf, enkele professionele pianisten en misschien de meest begaafde amateurs konden vertolken. Dat gebeurde tijdens de zeldzame concerten die Chopin gaf, of in de relatieve beslotenheid van de salons van rijke bewonderaars. Zijn faam was legendarisch, maar het aantal mensen dat de muziek van Chopin gehoord heeft tijdens zijn leven moet al bij al erg beperkt geweest zijn.
Zoals talrijke componisten voor en na hem, heeft Chopin voor zijn muziek inspiratie gevonden in de volksmuziek van zijn Poolse vaderland, ook toen hij dat al lang achter zich gelaten had en zich definitief in Parijs gevestigd had.
Een typisch voorbeeld is de polonaise, de nationale dans in Polen, die sterk verwant is met de Zweedse polska en waarschijnlijk dezelfde oorsprong heeft in de volksmuziek van die streken. Het was daar een geliefkoosde dans op carnavalvieringen en traditioneel de eerste dans op de 100-dagenfeesten van studenten. Wellicht danken we daaraan een van de hedendaagse betekenissen van polonaise: een ietwat ruige dans in lange slierten, waarbij men de handen op de schouders van de voorganger legt; een geliefkoosde manier om uiting te geven aan zijn uitgelaten vreugde, of een duidelijk teken van vrolijke dronkenschap. Het is een dans in driekwartsmaat, zoals de wals. Toch klinken de polonaises ritmisch helemaal anders dan wat wij ons bij een wals voorstellen, beïnvloed als wij zijn door de nieuwjaarsconcerten uit Wenen. Bij Chopin is de benaming polonaise nog enkel een aanleiding voor een compositie die misschien wel de geest maar nog nauwelijks de typische vorm of het strakke ritme van het origineel bewaart. Luister eens naar de meest bekende van Chopins zestien polonaises, het opus 53, bijgenaamd de heroïsche, dan merk je meteen het verschil. Een knappe kerel of dame die daarop een walsje kan dansen. In de klassieke muziek geeft de aanwijzing alla polacca aan dat de uitvoering moet gebeuren in de stijl van de polonaise. Sinds Bach hebben ontelbare componisten polonaises geschreven, tot op onze dagen, zowel in de klassieke als in de populaire muziek.
De mazurka is ook een dans van Poolse origine, de mazurek. Waar de originele polonaise nog aan een matig tempo werd gedanst, is de mazurka een meer levendige, soms zelfs heftige dans, eveneens in driekwartsmaat, met het accent meestal op de tweede (een-TWEE-drie) of derde (een-twee-DRIE) tel. Het is eigenlijk een combinatie van elementen uit drie andere Poolse volksdansen, de mazur, kujawiak en oberek. De oberek was een steeds versnellende werveldans en dat merk je in sommige van Chopins mazurka’s. Het was een populaire salondans in heel Europa tot rond 1900.
Wellicht zijn Chopins walsen het meest bekend, zoals zijn Minutenwals. In tegenstelling tot wat men denkt is het niet de bedoeling (en eigenlijk ook onmogelijk, al zijn er altijd pianisten die het proberen) om die binnen de zestig seconden af te haspelen. Valse Minute is de naam die er door de uitgever aan gegeven is, en minute betekent gewoon klein of kort. Een andere naam is Valse du Petit Chien; Chopin zou dit heel levendig walsje geschreven hebben toen hij een schoothondje zijn eigen staart zag achternajagen… Chopin schreef geen Weense walsen, zoals die ontstaan waren rond 1750 en een hoogtepunt kenden in Europa na het congres in Wenen waar men de politieke kaart van Europa vastlegde na de val van Napoleon. Zijn twintig walsen zijn niet bestemd om gedanst maar om beluisterd te worden, zoals trouwens al zijn pianomuziek.

Waar amateurdansers
tekortschieten, kunnen geschoolde dansers uitkomst brengen. De verleiding is
altijd groot geweest voor choreografen om iets te doen met de meeslepende muziek
van Chopin. De componist Alexander Glazoenov had enkele dansen van Chopin
bewerkt als een orkestsuite, onder de naam Chopiniana.
De choreograaf Fokine bracht op die muziek een eerste opvoering van een ballet
onder die naam in 1907 in het Maryinski theater in Sint-Petersburg. Wegens het
succes kwamen er nog verscheidene andere opvoeringen in Rusland en daarbuiten,
steeds op muziek van Chopin, maar niet noodzakelijk de vier dansen die Glazunov
had bewerkt en nog maar zelden in zijn orkestratie. Men gebruikt daarvoor sinds
1909 de titel Les Sylphides, die
verwijst naar een soort van etherische nimfen, die een delicaat ballet dansen
zonder een echt verhaal, met een choreografie die helemaal gebaseerd is op de
muziek van Chopin, maar dan georkestreerd voor de gelegenheid.
Zo vinden de artistieke dansen van Chopin de vertolkers die ze verdienen: geen stuntelende amateurs of dronken studenten en voetbalfans, maar ballerina’s en sterdansers.





























