Je ziet
iemand een nagel in de muur kloppen en plots gebeurt het: hij slaat op zijn
duim! Aaaaai! En nog enkele krachtwoorden. En je eigen reactie? Je maakt
onbewust een geluid alsof je zelf op je vinger had geklopt, je schudt je hand alsof
die getroffen was, je kijkt om je heen en trekt een bedenkelijk gezicht.
Als je nog
niet wist wat empathie was, dan weet je het nu: het vermogen om je in te leven
in de gedachten en gevoelens van iemand anders. Het is een spontane reactie
waarbij we ons onwillekeurig in de plaats stellen van de andere en als het ware
zelf de pijn voelen die hij of zij voelt. We staan er niet bij stil, maar dat
is in feite een vreemde reactie. Wij voelen immers helemaal geen fysieke pijn
als iemand anders op zijn vinger klopt. Maar we kunnen niet anders dan zo
reageren. Zelfs als we zoiets zien op de televisie hebben we die reactie, het
hoeft niet eens in het echt te zijn, zo sterk is ons empathisch gevoel. Wij
beelden ons voortdurend en onweerstaanbaar in hoe het zou zijn als ons zou overkomen
wat wij bij anderen zien gebeuren. We proberen voortdurend te weten wat er omgaat
in de mensen in onze omgeving en we zijn daar bijzonder goed in. Dat maakt het
samenleven doenbaar.
Probeer je
nu even in te beelden dat het niet zo zou zijn.
Je zoontje
klopt met een hamer op zijn vingers en schreeuwt het uit: je staat erbij en je
kijkt ernaar, maar het doet je niets. Je ziet voor je ogen een verkeersongeluk
gebeuren en je rijdt gewoon verder alsof er niets aan de hand is. Je bekijkt de
tv-beelden van de hongersnood in Somalië en je bent niet geschokt door het
beeld van uitgemergelde stervende kinderen.
We kunnen
het ons werkelijk niet voorstellen. Hoe kan iemand zo onmenselijk zijn!
Empathie is
menselijk, het is een vereiste voor het mens-zijn. Het is ons aangeboren, het
is algemeen menselijk. Het zit in onze genen. Dat is letterlijk zo: de mens is
zo geëvolueerd dat in elke nieuwe mens die geboren wordt, dat empathisch
vermogen ingeplant aanwezig is. Dat komt omdat de mens al heel vroeg is gaan
samenleven in kleinere groepen: de familie, de clan, het dorp… Samenleven
veronderstelt dat je rekening houdt met de andere. Mensen die omwille van hun
genetisch profiel toevallig heel gevoelig waren voor het leed en het plezier van
anderen hadden dus een evolutionair voordeel: zij waren meer geschikt om samen
te leven. Bij de voortplanting waren het dus de mensen met dat genetisch
kenmerk die de beste kansen hadden. Na honderdduizend jaar natuurlijke selectie
is empathie een genetisch kenmerk van De Mens.
Wil dat ook
zeggen dat iedereen empathisch is, of even empathisch? Evident niet. Ons
genetisch materiaal is een zaak, maar wat we ermee doen is iets anders. We
hebben allemaal een neus en een reukzin, maar er zijn allerlei neuzen en de
reukzin is bij de ene duidelijk beter ontwikkeld dan bij anderen. Je hebt zelfs
mensen die niets ruiken, wegens een genetisch defect of een fysiek letsel. Je
kan je natuurlijke begaafdheden ontwikkelen door oefening, zoals een muzikant
of een schilder, of je kan ze verwaarlozen of negeren.
Een mens is
ook geen automaat. Wij zijn geen slachtoffers van ons genetisch materiaal. Wij
hebben ook elk onze persoonlijke geschiedenis en die speelt een even
belangrijke rol als onze genen. Wij worden geboren in een gezin, in een dorp of
stad, in een land, op een bepaald ogenblik. Wij maken van alles mee en dat
bepaalt in grote maten wie wij zijn, wat onze natuurlijke aanleg ook is.
Het is dus
een samenspel van vele factoren, genetische zowel als die uit onze persoonlijke
geschiedenis. Zowel in het ene als in het andere geval kan er behoorlijk wat
fout gaan.
Mensen
planten zich voort en geven aan elk nieuw exemplaar al de genetische informatie
mee die nodig is om er een complete moderne mens van te maken. Het specifieke resultaat
van miljoenen jaren menselijke evolutie wordt integraal doorgegeven. Elk kind
heeft van bij de conceptie al de informatie in zijn cellen voor zijn verdere
evolutie, er hoeft niets meer aan toegevoegd te worden. De foetus zal zich zelfstandig
ontwikkelen, zonder enige nieuwe genetische inbreng van de moeder; die zorgt wel
voor de voeding en kan op die manier wel een invloed hebben, door ondervoeding
of door alcoholgebruik, roken, drugs of medicatie, of zelfs stress. Maar bij de
overdracht van het genetisch materiaal kan het ook goed fout gaan. Een
aanzienlijk aantal bevruchte eicellen wordt nooit voldragen precies omdat de
juiste genetische informatie niet aanwezig is. Ook bij voldragen zwangerschappen
zijn er afwijkingen: geen twee kinderen zijn identiek, ze verschillen allemaal
en geen klein beetje. Dat kunnen opvallende maar onschuldige afwijkingen zijn,
zoals blauwe ogen, ros haar of flaporen, het resultaat van erfelijke
eigenschappen. Soms zijn het echte defecten: er ontbreekt een arm of een voet,
een kind wordt blind of doof geboren, met een hazenlip, een open rug of het
syndroom van Down.
Het is ook
mogelijk dat er defecten zijn in het genetisch materiaal die niet meteen lichamelijk
merkbaar zijn. Autistische kinderen zien er niet anders uit dan andere. De
afwijking die wel degelijk genetisch en lichamelijk is, bijvoorbeeld in de
hersenen, blijkt pas wanneer ze opgroeien, uit hun gedragingen. En zo zijn er
talrijke genetisch bepaalde zogenaamd mentale afwijkingen. Vroeger dacht men
dat die op een of andere manier in onze ‘geest’ aanwezig waren. Nu weten wij
dat het gaat om defecten in onze hersenen. Dat maakt het mogelijk om sommige van
die defecten ongedaan te maken of hun invloed te beperken, door chirurgische
ingrepen of door medicatie, therapieën en begeleiding.
Er zijn ook
defecten in de hersenen die nooit tot uiting komen. Ik zei het al, wij zijn
niet het willoze slachtoffer van ons genetisch materiaal, of toch niet altijd.
Het syndroom van Down heb je of je hebt het niet, maar het kan ook zijn dat je
wel een ernstige afwijking hebt in je hersenen, maar dat je daar zelf geen weet
van hebt en dat ook niemand anders dat merkt. Twee personen kunnen dezelfde
afwijking hebben, terwijl ze toch maar manifest wordt in een van de twee
gevallen.

Men heeft
vastgesteld dat psychopaten een heel specifieke hersenstructuur vertonen. Maar
ook anderen hebben dat zelfde genetisch kenmerk, terwijl ze een volmaakt
normaal leven leiden. Hoe komt dat? Uit onderzoek is gebleken dat het de
persoonlijke levensomstandigheden zijn die daarvoor bepalend zijn. Iemand die geboren
is met de typische genetische kenmerken van psychopathie, maar die opgroeit in
een voorspoedig en gelukkig gezin, met liefde omringd, met ruime ontwikkelingskansen,
die geen tegenslagen heeft, geen dramatische ervaringen meemaakt, heeft zeer
weinig kans om ooit te ontdekken dat hij of zij eigenlijk genetische ‘voorbestemd’
is om een psychopaat te zijn. De afwijking in de hersenen zal nooit vastgesteld
worden, tenzij bij een toevallige screening van de hersenen. Iemand met
dezelfde kenmerken, maar die al in de moederschoot de nadelige invloed van zijn
omgeving moest ondergaan, die nadien in een disfunctioneel gezin terechtkomt,
mishandeld wordt en seksueel misbruikt en geen kansen krijgt, die heeft een
grote kans om psychopathisch gedrag te vertonen, dat heeft men vastgesteld door
uitvoerig onderzoek bij misdadigers.
De twee
factoren moeten dus aanwezig zijn, de genetische afwijking en de persoonlijke
levensomstandigheden, om bepaalde gedragingen te veroorzaken.
Het kan zijn
dat er een defect is bij de overdracht van het genetisch materiaal dat de
empathie veroorzaakt. We weten niet precies waar en hoe dat gebeurt, we kunnen
alleen maar achteraf vaststellen uit iemands gedragingen dat hij of zij geen ‘normale’
empathie vertoont. Het is zelfs mogelijk dat de afwijking onmogelijk fysisch
kan vastgesteld worden, zelfs niet door een gedetailleerde hersenscan met de meest
geavanceerde medische apparatuur. Hoe dan ook, er zijn personen die een lager
empathisch vermogen hebben dan anderen. Men kan dat voorstellen als een curve
die gaat van zeer uitgesproken over normaal tot vrijwel volledig afwezig, van
nul tot tien bijvoorbeeld. Psychologen kunnen dat onderzoeken aan de hand van nauwkeurige
experimenten, die echter slechts een statistische nauwkeurigheid en
voorspelbaarheid hebben.
Het is niet
gemakkelijk om ons een persoon voor te stellen met een dergelijk totaal gebrek
aan inlevingsvermogen. Wat doet dat met een baby, met een peuter, een puber,
een volwassene? Wat als daar nog allerlei negatieve omgevingselementen bijkomen?
Enerzijds
hebben we dus een ‘normale’ mens, iemand die niet opvalt, er is voor de rest immers
niets aan de hand, de persoon kan intelligent zijn, charmant, behulpzaam,
artistiek begaafd of goed in wiskunde, noem maar op. Alleen in bepaalde
omstandigheden zal men misschien iets merken, maar dat is zelfs helemaal niet
zeker. We moeten immers bedenken dat de persoon in kwestie er zich niet van
bewust is dat hij of zij iets mist, of toch niet precies wat. Voor hem of haar
is de eigen persoonlijkheid normaal, wij hebben de sterke neiging om te denken
dat het de anderen zijn die ‘anders’ zijn. Iemand zonder empathie kan zich niet
eens voorstellen wat dat is, zoals je aan een blinde niet kan uitleggen wat
zien is en kleur en perspectief en licht…
Zo iemand
zal zich zo goed en zo kwaad als het gaat aanpassen aan zijn omgeving, zal
proberen om zich te conformeren, aan de verwachtingen te beantwoorden, zoals
wij dat allemaal doen. Maar het zal in dat geval niet gemakkelijk zijn. Waar
een normale mens in zijn persoonlijke ontwikkeling geholpen wordt door zijn
emoties, vooral zijn empathie, moet de emotioneel gehandicapte persoon voortdurend
imiteren en alles veinzen. Als iedereen spontaan medelijden vertoont met het
slachtoffer van een ongeval of natuurramp, moet Ronnie, laten we hem even zo
noemen, goed opletten wanneer ze dat doen, hoe dat gebeurt, welke
gelaatsuitdrukking men gebruikt, wat men zegt en dan hetzelfde doen. Hij weet
niet wat afgrijzen is, hij wordt niet misselijk bij het zien van bloed, hij heeft
geen bepaalde gevoelens als hij een mes vast neemt of een bijl of een pistool.
Hij moet voortdurend faken en weet dat hij op elk moment door de mand kan
vallen. Zo iemand wordt heel gauw erg goed in het doen alsof.
Maar diep in
zichzelf weet hij na enige tijd dat er iets aan de hand is. Hij speelt het spel
wel en is er zelfs heel goed in. Wat de anderen onbewust doen, doet hij bewust
en dat geeft hem een voordeel: hij kent al de truken en past ze moeiteloos toe
op zijn nietsvermoedende omgeving, hij is een handige misleider, een eersteklas
manipulator. Hij kan zich uitstekend voordoen voor wat hij niet is. Maar hij kan
daarmee uiteindelijk geen vrede nemen. Hij wil ook zichzelf zijn, zoals hij
echt is, zonder faken. En zonder empathie. Maar dat kan niet, dat is
maatschappelijk onaanvaardbaar, asociaal. En dus moet het in het verborgene.
Ronnie ontwikkelt naast zijn innemende verschijning en zijn normaal professioneel
en sociaal leven een alternatief bestaan, waarin hij echt zichzelf kan zijn,
zonder al de leugens waartoe de maatschappij hem verplicht. Hij wil de grenzen
verkennen van een leven zonder empathie.
Ronnie is
overdag een brave leraar en een goede huisvader, een geliefde figuur in de
plaatselijke verenigingen. Maar ’s nachts als de wereld slaapt is hij rusteloos
en gaat hij op pad. Ongehinderd door de normale menselijke scrupules en
remmingen en tezelfdertijd gedreven door alle andere menselijke driften en
verlangens dwaalt hij rond op zoek naar bevrediging. Er is een eerste incident,
aarzelend nog, onzeker. Als dat ongemerkt en dus onbestraft blijft, wordt hij
stoutmoediger. Zijn jarenlange ervaring als misleider en manipulator komt hem
nu goed van pas. Het wordt een spannend, opwindend en verslavend spel. Hij
slaagt erin om zijn intense tweede leven verborgen te houden voor iedereen. Het
is vooral seksueel geweld dat hem ophitst en bevredigt. Hij gaat daarin steeds
verder en op een keer overschrijdt hij even moeiteloos de laatste grens als
ooit de eerste.
Moeiteloos,
zeg ik. Ronnie heeft immers geen gevoelens die hem ervan zouden weerhouden om iemand
seksueel te misbruiken, fysiek of mentaal pijn te doen of zelfs te vermoorden,
noch schuldgevoelens achteraf die hem zouden kunnen bewegen om niet opnieuw te
beginnen. Weet hij dan niet dat het niet mag? Natuurlijk wel. Hij leeft in een
maatschappij met wetten, regels, afspraken, gewoonten en taboes. Hij is
intelligent en weet wat van hem verwacht wordt en overdag volgt hij de regels
feilloos. Maar hij doet het zonder overtuiging, als een spel, theater. Het is
niet zijn echte leven, hij doet maar alsof. Hij heeft een ander leven, waarin
die regels niet gelden, waarin ze zinloos zijn, omdat ze geen indruk maken op
hem. Wij deinzen terug voor geweld omdat we de pijn van onze slachtoffers
voelen. Hij voelt die niet. Het is niet dat hij die gevoelens verdringt of
ontkent, nee: hij heeft ze gewoon niet, zoals een blinde niet kan zien, een
dove niet kan horen. Dat is zijn schuld niet, hij kan er niets aan doen. Hij
kan zich zelfs niet voorstellen hoe het is om die gevoelens te hebben. Voor hem
is weten dat iets verboden is echt geen gegronde reden om het niet te doen. In
zijn abnormaliteit staat hij boven de wetten van het normale.
Bovendien
voelt hij zich fataal gedreven door wat hij heeft meegemaakt sinds zijn prilste
jeugd. Het ontluikende gevoel van totaal anders te zijn. De ontelbare
incidenten, de strijd om aanvaard te worden zoals hij is, de hopeloze pogingen
om zich aan te passen, om te zijn zoals de anderen. De vernederingen, de
lijfstraffen, het misbruikt worden, het harteloze brutale geweld, de
afwezigheid van vriendschap en liefde en tederheid. Dat is niet weg te denken.
Dat is altijd bij je.
Op een dag
is Ronnie dan toch opgepakt. Hij heeft snel bekend, alles. Of toch bijna. Het
stond in alle kranten, de tv-zenders brachten het nieuws in al zijn
gruwelijkheid. En vandaag begint zijn proces.
Ik stel me
vragen. Men bestempelt hem als een lustmoordenaar en op een of andere manier stoort
en kwetst me dat. Men behandelt hem alsof hij inderdaad een doodgewone
vriendelijke leraar is, die daarnaast ook moordt en verkracht. Ik kan niet uit
het oog verliezen dat Ronald Janssen geen ‘normale’ man is, maar iemand met
enerzijds een ongemeen ernstig genetisch emotioneel defect en anderzijds met een
gewelddadig verleden dat in combinatie met dat defect in vrijwel alle gevallen
leidt tot de afschuwelijke misdaden die hij heeft begaan.
Is hij dan
onschuldig? Natuurlijk niet: hij heeft het gedaan, daar is geen twijfel aan,
het is bewezen en er is zijn bekentenis. Verdient hij dan geen straf?
Natuurlijk wel: de maatschappij moet zich beschermen tegen dergelijke misdaden
en de dader definitief uit de samenleving verwijderen. Wist hij niet wat hij
deed? Wist hij niet dat het verkeerd was? Natuurlijk wel. Wel dan?
Ik blijf met
vragen zitten. Zou hij die misdaden ook begaan hebben indien hij een normaal
empathisch vermogen zou gehad hebben? En een gelukkige jeugd? Kan iemand zoals
hij anders handelen dan hij gedaan heeft? Ik weet het niet, maar ik denk van
niet. Het forensisch psychologisch onderzoek van dergelijke misdadigers wijst in
die richting. We moeten vaststellen dat alle criminele psychopaten zowel een typische
genetisch bepaalde hersenstructuur vertonen en daarnaast ook een sterk traumatische
negatieve persoonlijkheidsontwikkeling hebben doorgemaakt. Betekent dat ook dat
alle personen met deze kenmerken noodzakelijk en onvermijdelijk criminele
psychopaten moeten worden? Ik weet het niet, de statistieken zijn wat ze zijn;
het is niet mogelijk om de hele wereld te testen om te zien of er hier of daar toch
geen mensen zijn met al de kenmerken van de psychopaat maar die het in de
praktijk toch niet geworden zijn.
Wij weten
niet hoe het is om op te groeien en te leven zonder empathie en met een
geschiedenis als slachtoffer van pijn en geweld en vernedering. Wij weten niet
of een mens zich ooit kan onttrekken aan die onheilspellende omstandigheden, of
het mogelijk is om vanuit die hel op eigen kracht of met de steun van anderen de
weg te vinden naar normale menselijke emoties en rationaliteit en zo naar normale
menselijke verhoudingen. We weten niet eens wie die mensen zijn, we kunnen
jarenlang naast hen leven zonder enig vermoeden.
Het besef
dat Ronnie, Ronald Janssen geen ‘normale’ mens is, doet me nadenken over wat normaal
zijn betekent, over wat het betekent om mens te zijn, normaal of niet.