Valse vrienden?

Gisteren had ik het nog over goropisme en spurieuze etymologieën. Wie toen fronste bij ‘spurieus’ (om nog te zwijgen over ‘goropisme’) heeft gelijk: het woord staat niet zo in Van Dale. Ik heb het geleend uit het Engels, waar spurious onecht betekent, naar het Latijn spurius met dezelfde betekenis. Als zelfstandig naamwoord is zowel spurius als spurious een buitenechtelijk kind en Van Dale erkent dit liefdeskind ook in die betekenis. Je mag dus van Van Dale wel zeggen en schrijven: een spurius etymologie, maar niet, zoals ik deed, ‘een spurieuze etymologie’. Nou…
Vandaag gaan we nog een stapje verder, want wat Paul Claes in zijn omineuze Bijbelse namen (zie gisteren) deed is niet zomaar wat verzonnen etymologie. Laten we dat even van naderbij bekijken.
De meeste Europese talen hebben een gemeenschappelijke oorsprong. Het is dan ook niet te verwonderen dat sommige woorden in veel van die talen erg op elkaar lijken. Twee voorbeelden: ster en nacht. In welke Europese taal je dat ook zegt, je kan steeds zonder veel moeite zien dat het cognaten zijn (van co- en natus, letterlijk samen geboren), woorden die dezelfde oorsprong hebben en dezelfde betekenis. Kijk maar (met dank aan Wikipedia):
nacht (Nederlands en Duits), night (Engels), nicht (Schots), natt (Zweeds), noc (Tsjechisch en Pools), notsj (Russisch), nox (Latijn), nuit (Frans), noche (Spaans), noite (Portugees), notte (Italiaans), nit (Catalaans), noapte (Roemeens), nukta (Nieuwgrieks), nakti- (Sanskriet) en naktis (Litouws). Al deze woorden stammen van de (gereconstrueerde) Proto-Indo-Europese (PIE) wortel *nekwt-.
ster (Nederlands), star (Engels), Stern (Duits), starn (Schots), stjärna (Zweeds), stairno (Gotisch), steren (Cornisch), str (Sanskriet), star (Sinhalees), aster (Grieks), stella (Latijn en Italiaans), étoile (Frans), estrella (Spaans), estrela (Portugees), estel (Catalaans), stea (Roemeens en Venetiaans), setare (Perzisch) en estêre (Koerdisch). De vermoedelijke wortel in het PIE is *ster-, "ster".
Maar er zijn ook valse cognaten, dat zijn dan woorden uit verschillende talen die verrassend op elkaar lijken, soms zelfs identiek zijn, en ook (ongeveer) dezelfde betekenis hebben. Ze hebben niet dezelfde oorsprong en zijn dus in feiten geen cognaten, want dat betekent bloedverwant. Ze zijn in elk van de betrokken talen (meestal niet meer dan twee) zelfstandig ontstaan en de overeenkomst is louter toevallig. Een voorbeeld: ons ‘aarde’ is in het Arabisch ard.
Iets helemaal anders zijn de zogenaamde valse vrienden. Dat zijn woorden die naar de vorm wel goed op elkaar lijken en al dan niet dezelfde oorsprong hebben, maar die in de betrokken talen, vaak meer dan twee, een lichtjes afwijkende of totaal andere betekenis (gekregen) hebben. Wij zeggen ‘meer’ en de Duitsers Meer, maar zij bedoelen daarmee ‘zee’. Zelfde oorsprong, zoals blijkt uit het Duitse ‘Zwischenahner Meer’ als naam voor dat bepaald meer, maar andere betekenis. Vreemd dat hun See anderzijds ons ‘meer’ is!
Soms gebeurt het dat we een woord overnemen uit een andere taal, maar de betekenis veranderen. In België zeggen we ‘conducteur’ voor een kaartjesknipper op het openbaar vervoer, maar in het Frans is dat nu een receveur, de conducteur is daar de persoon die de tram of trein bestuurt.
Soms lijken de woorden op elkaar, maar hebben ze een tegengestelde betekenis en dat kan heel verwarrend zijn. In het Grieks is het woord voor ja uitgerekend nè. In het Albanees is jo ons nee. Het Spaanse woord voor warm is, jawel: caldo.
Ook als het niet het tegengestelde is maar toch iets helemaal anders, kan er verwarring ontstaan. Onze boter is in het Frans beurre en in het Italiaans burro, maar als je in het Spaans naar burro vraagt, krijg je een ezel, boter is daar het prachtige mantequilla. In Nederland zeg je best niet: ga op je poep (Vlaams voor achterste) zitten. In Denemarken is bil een auto en blinde vinkler zijn niet wat je denkt, maar de dode hoek bij vrachtwagens. In Duitsland is een Enkel een kleinkind en een Kleinkind een kleuter. In het Engels is eventually niet eventueel, maar uiteindelijk; een bevel is een schuine kant, een facet; een boot is een laars en chips zijn niet dat maar frieten; diary is geen diaree maar je dagboek of agenda. Lucratief is geen geleerd woord voor iets dat lukraak gebeurt, zoals men wel eens denkt, het betekent ‘winstgevend’. En zo kunnen we nog uren doorgaan. Taal is prachtig, zelfs valse vrienden zijn daarin best leuk.
De elektronische versie van Van Dale krijg je bij elk lemma, dus bij elk woord dat je opzoekt, automatisch de zogenaamde dubbelgangers: meid, mijt (hout-) mijt (insect), mijt (muntstuk), mijd, mijdt. In de papieren versie is dat minder nodig, ze staan normaal in elkaars buurt.
Paul Claes vindt in een aantal Bijbelse namen echo’s naar het Nederlands. Babel en babbel, inhoudelijk verwant, maar geen cognaten en ook geen valse vrienden, maar valse cognaten, want niet etymologisch verwant. Adam en adem: een goropisme. ‘Job vond het leven a hell of a job’, schrijft Paul, maar ik betwijfel het, want a hell of a job heeft in het Engels een positieve betekenis, geen negatieve. Job zal Paul enkel bijgetreden zijn bij het einde van het verhaal, toen God hem (bijna…) alles teruggaf wat hij hem ontnomen had. Judas deed zichzelf de das om, maar, schrijft Paul, dat is nog niets in vergelijking met het lot van Lot. Valse vrienden zijn dat, lot en Lot.
Maar het lot van Lot was nog niets vergeleken met het zilte lot van de vrouw van Lot die in de macho Bijbel naamloos blijft. Lot en zijn vrouw en dochters ontsnapten aan de verwoesting van Sodom en Gomorrah (vereeuwigd in de cognaat sodemieters en de wel heel valse ‘vriend’ gonorroea), maar Lots vrouw, die in een apocrief boek Ado of Edith werd, was zo nieuwsgierig naar wat er met de twee eponieme wellustige steden gebeurde, dat ze ondanks het verbod van God toch omkeek, net als Euridice, en terplekke veranderde in een pilaar van zout, waar ze in die vorm nog steeds te bezichtigen is voor goedgelovige Bijbeltoeristen. Lot, zo verstoken van zijn wettig middel tot voortplanting, inspireerde zijn beide even naamloze dochters, die in den vreemde geen uitzicht hadden op een eigen huwelijk, tot incestueuze gedachten en praktijken om de bloedlijn veilig te stellen: om beurten voerden ze hun oude vader dronken met wijn, een slechte gewoonte die in de familie zat, want ook zijn voorvader Noah had zo’n dronken episode (Gen. 19), maar dan met zijn zoon Ham, in minder duidelijke omstandigheden. Hoe dan ook, ze verleidden hun dronken vader en baarden hem elk een zoon, allebei agnaten als zoon van hun vader maar cognaten als matrilineaire afstammelingen van de dochters van de stamvader, de voorvaders van respectievelijk de Moabieten en de Ammonieten. Altijd goed voor een kleurrijk verhaal, de Bijbel.
Zal ik me ook even wagen aan enkele omineuze Bijbelwoorden?
Cabul: ‘onaangenaam, smerig’, een stad in Israel; zoals Kaboel?
Carmel: geen karamel, maar een besneden lam
Damascus: uitgerekend de eunuch Paulus viel van zijn paard op weg naar ‘de maskes’ (Vlaams voor meisjes)?
Heli: een voorvader van Jezus, ‘hij die opstijgt, als die nomen geen omen is!
Isaak: ‘de lacher’, al had hij daar op een bepaald moment geen reden toe
Jeruzalem; ‘de stad van de vrede’, maar nog niet onmiddellijk
Levi: ‘spannend, klevend, strak’, maar liefst niet te strak
Martha: ‘zij die bitter wordt’, je zou het voor minder, met zo’n zus
Naphtali: ‘de vechtjas’; ondanks zijn combustibele naam is Israël het enige land in het Midden-Oosten waar geen olie in de grond zit, en dat na veertig jaar rondzwerven in de woestijn, op zoek naar het Beloofde Land
Nissan: de eerste maand van het jaar; een ‘mirakel’ als hij start
Onan: had zijn vader verkeerd begrepen en liet zijn eigen zaad in de aarde vloeien
Oren: ‘pijnboom’, wie niet ‘oren’ wil, moet voelen
Palestina: ‘wat onheil brengt’, nog steeds, volgens Israël
Paulus: ‘klein’, maar o zo dapper
Reu: ‘vriend’, deed hij het op zijn hondjes?
Salmon: had een o te kort om wijs te zijn; lekkerst gerookt
Serafim: bijna mijn vader, Serafien
Seth: de broer van Cheem en Matsj
Sharon: niet de rozenkweker, maar een meer gewichtig man
Shibboleth: het Hebreeuwse ‘scilt ende vriend’
Schokoh: stad bekend om zijn smeerbare chocolade
Sichem: verzusterd met Zichem, waar De Witte woonde
Tartan: een Assyrisch generaal met Schotse roots
Uzzi: ‘mijn kracht’, niet de uitvinder van de UZI, dat was Uziël Gal
Zofar: een van de valse vrienden van Job, kreeg de bijnaam zofar zogood.
Eindigen doe
ik met Vladimir Nabokov (foto). Ik noemde hem gisteren de aartscryptograaf en dat vind
je het best in Ada. Er bestaat een uitvoerig
geannoteerde versie, op de website die ik hiernaast bij mijn ‘interessante
sites’ vermeld. In zijn brief van 18 september 1941 aan Edmund Wilson speelt
Nabokov met woorden die in twee talen een andere betekenis hebben. Hij betwist
dat shval iets zou te maken hebben
met cheval, naar aanleiding van
rottende paardenkarkassen bij Napoleons aftocht uit Moskou. Dan schrijft hij in
het Russisch een zinnetje dat betekent: uw kok Ilya ligt op zijn zijde, maar
dat in het Frans klinkt als pauvres
vaches, il y en a beaucoup. En nog: van het zinnetje dat iedereen kent in
het Russisch, ya lyublyu vas, ik hou
van jou, maakt hij yellow-blue vase.
In 1967 verscheen in New York een boek van Louis d’Antin van Rooten, Mots d’Heures: Gousses, Rames, waarin je
met enige moeite Mother Goose’s Rhymes
herkent; de auteur transcribeert de bekende Engelse kinderrijmpjes in een nonsensikaal
Frans, dus met bestaande Franse woorden die fonetisch het Engels weergeven,
maar natuurlijk geen samenhangende betekenis hebben. Je moet dus het Frans
luidop lezen om zo het onderliggende Engels te verstaan.
Paul Claes zou ervan
genieten…





















