Herfstmijmeringen

Het vallen van de blaren…
Sinds ik mijn blog schrijf, de Kroniek van mijn leven vanaf mijn zestigste, toen ik op pensioen ging, heb ik hier al enkele keren een min of meer droefgeestig geluid laten weerklinken. Niet zelden gebeurde dat in deze periode, in de herfst, begin november. De blaren van bomen en struiken beginnen te verkleuren en vallen af, de kruiden, de bloemen en planten verwelken. De vissen in de vijver komen nog maar zelden aan de oppervlakte, ze bewegen zich veel langzamer dan in de zomer. Het wordt kouder, vooral ’s nachts. Dit jaar hebben we een heerlijke nazomer, zelfs lang na Sint-Michiel. Overdag is het warm voor de tijd van het jaar, heerlijk open weer met een stralende hemel en een zon die ons nog koestert met haar gulle warmte. Maar we zijn aan de overgang begonnen naar de winter, dat merken we.

Ik merk het
ook aan mezelf. Ik voel me verwant met de tijd van het jaar. Weemoed heet dat
en het is een complex gevoel. Ik kan niet zeggen dat ik eronder lijd of ervan
geniet, het is een vreemde mengeling van beide. Nu ik officieel oud ben, vijfenzestig
geworden, ben ik me intens bewust dat mijn laatste levensfase is aangebroken. Het
grootste deel van mijn leven is voorbij, al wat nog komt is een reden tot tevredenheid,
althans zo lang het goed gaat. Het is alsof ik geen recht meer heb op nog veel
meer. Misschien komt dat omdat we in mijn familie niet oud worden. Ik ben de
enige overblijvende uit ons gezin.
Dat stemt me niet bepaald droefgeestig, ik voel me niet depressief of wanhopig. Ik weet gewoon dat het einde nadert, dat mijn leven bijna voorbij is. Ik hoef me daarover geen illusies te maken, er is ook niets bijzonders aan, sterven hoort net zo vanzelfsprekend bij het leven als geboren worden. Voor mij voelt het heel natuurlijk aan, zoals de herfst onvermijdelijk volgt op de zomer. Mijn dood komt elke dag een dag dichterbij, het zou kinderachtig zijn om dat te negeren of ertegen in opstand te komen. Leven is leren sterven.
Als gepensioneerde kijk je ook anders tegen het leven aan. Ik ben nu rentenier, ik hoef niet te werken voor mijn brood. Elke maand krijg ik mijn pensioen en dat is genoeg om aangenaam te overleven, ik heb niets tekort, misschien ook wel omdat ik geen buitensporige noden of verlangens heb. Grote reizen doen we niet en we geven ook niet veel uit aan restaurantbezoek, dure concerten of modieuze kledij, drank of tabak. We kopen nog altijd heel wat boeken, maar vaak tweedehands of aan gereduceerde prijs.
Maar die veeleer passieve manier van leven heeft een invloed op je gemoed. Ik heb geen grote of langlopende projecten meer voor mijn leven. Ik moet geen gezin meer stichten of onderhouden, geen huis meer bouwen, geen loopbaan uitbouwen, geen netwerk onderhouden, geen aanzien of rijkdom verwerven, geen publieke erkenning, geen belangrijke plaats in de maatschappij. Dat alles is voorbij, het ligt achter me, het hoeft niet meer.
Maar als je ongeveer veertig jaar precies daarmee bezig geweest bent, dan is het niet vanzelfsprekend om van de ene dag op de andere zomaar het geweer van schouder te veranderen. Ik ben nu vijf jaar gepensioneerd en het is nog altijd wennen. Het komt me voor dat het vooral het ontbreken van betekenisvolle maatschappelijke taken is dat me het meest onwennig maakt. Ik heb de indruk, nee, ik weet dat de wereld nu aan mij voorbij gaat. Vroeger had ik een duidelijke en directe invloed op mijn omgeving in ongeveer alles wat ik deed, ik nam actief deel aan het maatschappelijk leven, door mijn arbeid en mijn inzet, door mijn gezin. Nu bevind ik mij aan de rand van die maatschappij. Ik word door die maatschappij betaald om te rusten, om niet meer te werken, om van mijn oude dag te genieten. Ik mag, vaak helemaal gratis, een beroep doen op al wat de maatschappij voor ons doet en dat is enorm veel.
Maar ik voel me een beetje een profiteur: ik krijg alles en ik doe niets in de plaats. Vroeger stak ik het grootste deel van mijn tijd en energie in mijn arbeid en ik vond dat ik elke frank en later elke euro waard was die ik verdiende. Nu krijg ik zomaar geld, elke maand en ik moet er niets voor doen of beter gezegd: ik mag er niets voor doen.
Nu zou je kunnen zeggen: ja maar, Karel, wat vertel je nou voor onzin. Niemand heeft je gedwongen om op je zestigste op pensioen te gaan, je had nog vijf jaar kunnen werken?
Ja en neen. Ik weet niet zeker of het een algemeen verschijnsel is, maar ik denk het wel: het is niet evident om als ouder wordende werknemer mee te draaien in de onze economie. Heel veel mensen stoppen voor hun vijfenzestigste, aan de universiteit kende ik niemand die zo lang werkte. Het klimaat was daarvoor, laat ons het zo maar stellen, niet echt gunstig. Als je het gevoel krijgt dat men min of meer zit te wachten tot je opstapt of, erger nog, als men duidelijke signalen geeft dat men je liever kwijt dan rijk is, dan heb je niet veel nodig om een beslissing te nemen en de eer aan jezelf te houden, zeker als dat geen financieel nadeel biedt. Ik ben heel gelukkig dat ik vijf jaar geleden gestopt ben.
Maar ik denk vaak na over hoe onze maatschappij met ouder wordende werknemers omgaat. Indien men het einde van onze loopbaan anders zou aanpakken, zouden we waarschijnlijk bereid zijn om langer te werken. Nu ligt het hoogtepunt van iemands loopbaan meestal helemaal aan het einde, ook financieel: men werkt zich op, steeds hoger op de ladder. Maar dat systeem staat onder druk. Enerzijds ervaart men zelf dat men vanaf zijn vijftigste niet meer dezelfde is. Anderzijds staan de jongeren te trappelen om de hogere functies over te nemen, zoals wij destijds.
Indien men mij een andere, meer nederige functie had voorgesteld, met minder directe verantwoordelijkheden en impact en dus minder stress, eventueel minder dan voltijds, maar waarin ik mijn ervaring en kennis nog ten dienste had kunnen stellen, dan zou ik dat zeker aanvaard hebben, ook indien dat een loonverlies zou meegebracht hebben.
De looncurve van vrijwel alle werknemers piekt nu op de dag dat ze op pensioen gaan. Maar dat hoeft niet zo te zijn. De financiële last van de werknemers vertoont een andere curve: zij is het hoogst op het moment dat zij een gezin stichten, een huis bouwen, een of meer auto’s kopen, op vakantie gaan; wanneer de kinderen groter worden en op hun beurt allerlei noden hebben. Wanneer de kinderen het huis uit zijn, daalt de behoefte aan geld, terwijl de wedde zelfde blijft of zelfs nog stijgt. Voor werknemers die dat wensen, zou het mogelijk moeten zijn om op dat moment een andere wending te geven aan hun loopbaan, om dan te beginnen aan de afbouw, over een langere periode die uiteindelijk uitmondt in een volledig pensioen. Dat kan voor iedereen verschillend zijn, afhankelijk van een hele boel factoren.
Ik ben nu vijf jaar weg uit het actieve leven en ik hoor elke dag dat men iets zal moeten doen om de vergrijzing op te vangen, dat men onvermijdelijk langer zal moeten werken, dat brugpensioenen moeten afgeschaft worden enzovoort. Maar ik verneem heel weinig over concrete plannen om dat te doen. Als men echt iets wil veranderen, dan zal men moeten praten over de loopbaanopbouw en vooral de afbouw ervan. Men zal de arbeid anders moeten gaan organiseren, rekening houdend met de leeftijd van de werknemers. Men zal met name iets moeten doen met de leeftijdsgroep vanaf ongeveer vijftig jaar en wel iets positiefs, terwijl men nu aan heel veel mensen op die leeftijd een zeer negatieve boodschap stuurt: je bent niet goed genoeg meer, we willen jou weg…
Het gaat daarbij niet alleen over een andere werkindeling: het is vooral een kwestie van respect voor de ouder wordende weknemer, zowel vanwege de directies en de personeelsdiensten als van de jongere werknemers. Vandaag is het zo dat respect wordt uitgedrukt in euro’s, extralegale voordelen, bedrijfswagens, verantwoordelijkheden, beslissingsmacht. Dat hoeft niet zo te zijn. Mensen op leeftijd hebben meer aan waardering voor wie en wat ze zijn op dat moment. Ze hebben meer aan begrip dan aan macht. Ze hebben meer behoefte aan rust dan aan geld.
Maar dat terzijde. Of eigenlijk niet, want indien men er zou in slagen om mensen zoals ik langer zinvol aan het werk te houden, wat hoe dan ook toch nodig zal zijn, dan zou ik vandaag minder weemoedig zijn. Indien men ook de gepensioneerden meer zou betrekken in het maatschappelijk leven, dan zou ik me minder nutteloos voelen en minder schuldig omdat ik alleen maar krijg zonder er iets voor te doen.
Ik heb vanaf de eerste dag van mijn pensioen geprobeerd om me nog maatschappelijk nuttig te maken, zonder daar enige vergoeding voor te vragen. Maar als vrijwilliger ben je een randverschijnsel, je telt niet echt mee, je hebt geen verantwoordelijkheid, geen stem in het kapittel. Je krijgt de minst interessante taken toegewezen, vaak dingen die anders helemaal niet zouden gebeuren, die men voor jou uitvindt en die dan ook geen enkel gevoel van voldaanheid kunnen opleveren. Een na een heb ik mijn vrijwillige taken opgegeven, precies om die reden. Ik heb me aangeboden voor andere taken, maar herhaaldelijk kreeg ik een ‘nee, toch maar niet’ te horen, of zelfs helemaal geen antwoord. Niemand reageert enthousiast op mijn aanbod om gratis voor hem of haar te werken. Is dat niet vreemd? Ik vind het wel. Maar ik weet nu stilaan dat het nu eenmaal zo is en dat ik maar beter daarmee kan leren leven.
En toch… toch besluipt me onwillekeurig het gevoel dat het ook anders kan, dat ik wel degelijk nog iets kan betekenen voor de samenleving. Misschien is het daarom dat ik me zo verbeten op het lezen gestort heb, zeg maar studeren. En op het schrijven, want zo kan ik de kennis die ik opdoe en de inzichten die ik verwerf ten goede laten komen van jou, lieve lezeres, lieve lezer.
Voor mensen in de herfst van het leven is dit seizoen als een donkere een spiegel, waarin we onszelf met weemoedige, ietwat meewarige blik bekijken. Wij herkennen onszelf in de natuur en putten kracht uit die verbondenheid. Maar er is een belangrijk, essentieel onderscheid. In de natuur volgt op de barre winter steeds een verrukkelijke nieuwe lente. Voor ons niet. Wanneer de laatste nacht valt, is het voorgoed voorbij voor ons. De lente is voor anderen.




























