Veilig beleggen

Dat het niet goed gaat in de financiële wereld, dat hoef ik je niet te vertellen. Enkele dagen geleden probeerde ik al een tipje van de sluier op te lichten (het gebruik van dit werkwoord is louter toevallig…) die over de banken en hun activiteiten hangt, toen ik het had over short gaan.
Vandaag vraag ik me af of ons spaargeld wel veilig is. De aanleiding daarvoor is de spectaculaire teloorgang van de financiële afdeling van de christelijke zuil: eerst Dexia en nu ook ARCO. Jarenlang heb ik daar al mijn spaarcenten naartoe gedragen en ook enkele Arcopar-aandelen gekocht om te kunnen genieten van de al bij al beperkte extralegale voordelen. Ter gelegenheid van mijn echtscheiding, meer dan tien jaar geleden, heb ik dat gedeelte van de christelijke zuil verlaten, zoals ik hier beschreef.
Alle instanties haasten zich nu om te zeggen dat ons spaargeld veilig is. Ook bij het debacle van Fortis en Dexia is geen enkele spaarder zijn geld kwijt geraakt. Er is een staatsgarantie per spaarboekje en per (spaar)verzekering van telkens 100.000 euro. Maar hoe realistisch is dat?

Ik ben geen
specialist ter zake, maar een snelle google leert me dat de Belgische
particuliere activa ongeveer 922.000 miljoen euro bedragen. Dat is 922 miljard
euro, bijna een biljoen. Als ik het goed begrijp, zijn dat de spaarcenten,
onder een of andere vorm, van alle Belgen. Ik weet niet of die allemaal onder
de garantieregel van 100.000 euro vallen, maar ik neem aan dat dit voor het
grootste gedeelte zo is.
Stel nu dat enkele grote banken failliet gaan, zoals bijna het geval was in 2008. Dat wil zeggen dat ze het geld niet meer hebben om iedereen zijn spaarcenten terug te betalen en dat de staatsgarantie dus speelt. Het gaat dan om enorme bedragen: zelfs als het maar om een tiende van al het geld gaat, is dat nog bijna honderd miljard euro!
Maar de staat is zelf eigenlijk failliet: wij hebben een constant begrotingstekort en een opgebouwde staatsschuld van 340 miljard euro. De staat heeft dus helemaal de middelen niet om de garanties waar te maken die hij op zich heeft genomen. De staat is blut.
Zelfs als ze niet failliet gaan, zijn de banken op geen enkel ogenblik bij machte om iedereen zijn spaargeld terug te geven. Dat kan ook niet: zij investeren ons spaargeld, zodat het opbrengt voor de bank en voor ons. Ze geven het dus aan iemand anders als een lening en krijgen daarvoor een interest, waarvan ze een deel aan ons geven, als interest op onze spaarcenten. Een bank heeft slechts een fractie van het geld in huis dat wij erin gestoken hebben, niet meer dan tien procent of zo.
Ik wil je niet ongerust maken, maar het is toch wel goed dat we af en toe eens bedenken dat het allemaal draait om vertrouwen. Als wij er gerust in zijn en niet allemaal samen in paniek naar de banken lopen om onze spaarcenten af te halen, zoals in 1930 gebeurde in Amerika, dan is er niets aan de hand. De banken beleggen onze spaarcenten en wij krijgen een rente en we kunnen op onze beide oren slapen.
Net zo voor de staatsgarantie: de staat bevestigt en herhaalt voortdurend: uw geld is veilig, tot 100.000 euro per spaarboekje en je kan verscheidene spaarboekjes hebben, soms zelfs binnen dezelfde bank. Voorwaarde is echter dat de staat die garantie nooit moet waar maken, want dat kan de staat echt niet, helemaal niet, absoluut niet, langs geen kanten. Daarom kan de staat ook geen banken laten failliet gaan, desnoods koopt de staat gewoon de bank of neemt een groot aantal van de aandelen over, zodat de staatsgarantie niet moet uitbetaald worden.
Je begrijpt het: het is een kwestie van vertrouwen. Je spaarcenten zitten niet in een kluis bij de bank of bij de Nationale Bank, ze zijn belegd, ze circuleren. Ook zo voor het geld van de staat: de staat heeft geen geld, alleen maar schulden; de begroting dient enkel om de rente op de oude schulden en op het begrotingstekort te betalen.

Geld is geen
goud, het ligt niet ergens opgestapeld, het moet rollen, het moet werken. Geld is
virtueel, het zijn bedragen op rekeningen en in statistieken, het is niet reëel
aanwezig zoals in jouw portemonnee en zelfs die bankbiljetten zijn zelfs niet
zoveel waard als het papier waarop ze gedrukt zijn. De waarde van geld is een
afspraak, een fictie die werkt zolang we erin geloven. Denk aan je eigen
bankrekening: het bedrag dat erop staat, zelfs op je lopende rekening, dat is
er niet echt, het is maar een cijfer op papier of op een computerscherm. Het
bestaat maar zolang je het niet opvraagt, zolang we het niet allemaal tegelijk
opvragen. Onze wereld hangt aaneen met haken en ogen, met geld dat we sparen,
op de bank zetten, die het uitleent, zodat het kan uitgegeven worden en er
interest op betaald wordt enzovoort.
Er zijn mensen die geen enkele lening hebben lopen. Ze hebben geen schulden. Ze komen toe met hun inkomsten om hun uitgaven te betalen en hebben nauwelijks genoeg overschot om een klein spaarpotje aan te leggen, een appeltje voor de dorst. Maar er zijn ook anderen, die een enorme schuldenlast torsen. Ze lenen voor alles: een eigen huis met alles erop en eraan, een auto, vakanties, zelfs voor hun dagelijkse uitgaven. Zo kunnen ze zich van alles permitteren, zonder dat ze daarvoor het kapitaal hebben. Ze betalen immers niet het volledig bedrag, maar enkel de interest op dat bedrag.
Zie je het verschil?
In het ene geval beschikt iemand over het kapitaal van zijn of haar inkomsten, stel 2000 euro per maand, waarmee je dus van alles kan kopen, maar in beperkte mate. Voor grote uitgaven, zoals een nieuwe auto, moet je jaren sparen. Dergelijke mensen hebben zelden iets tekort, maar ze leiden ook geen opvallend bestaan.
In het andere geval heb je 2000 euro om leningen af te betalen. Stel dat je daarvoor 5% interest moet betalen. Voor €100 is dat dus €5. Met elke euro kan je dus 20 euro lenen. Met je 2000 euro kan je dus 40.000 euro lenen! Dat is wat heel wat huishoudens doen: ze lenen zoveel ze kunnen afbetalen en vergroten zo hun concrete rijkdom, hier en nu.
Zie je ook de fout in die redenering?
Als je een lening aangaat, dan moet je niet alleen de interest betalen, maar uiteindelijk ook de lening terugbetalen, zodat anderen dat geld kunnen gebruiken. Je leent bijvoorbeeld 100.000 euro om een flatje te kopen. Je betaalt dan over een periode van zeg maar 25 jaar maandelijks een interest en een gedeelte van het kapitaal terug, zodat na die 25 jaar het flatje helemaal van jou is. En gedurende al die tijd hoef je geen huishuur te betalen. Zo gaat het met alle leningen.
Stel dat je leent om een dure auto te kopen. Je betaalt bijvoorbeeld op tien jaar af, de interest en het kapitaal. In feite kost je auto je dan veel meer dan als je hem cash zou kopen: de interest komt erbij, gedurende tien jaar. Als die interest 10% zou zijn, zou dat betekenen dat je voor je auto twee keer zoveel betaalt als dat je hem cash zou kopen. Zie je ‘t verschil?
Iets anders is een ondernemer. Die koopt bijvoorbeeld een vrachtwagen aan en leent daarvoor geld aan 10%. Maar hij gebruikt die vrachtwagen om stookolie te vervoeren en maakt daarmee winst, zeg maar 15% van de aankoop van de vrachtwagen. Hij houdt dus 5% over als winst.
Steeds meer gezinnen lenen zonder na te denken. Als ze hun leningen niet meer kunnen afbetalen, dan lenen ze om hun leningen te betalen. Ze laten zich verleiden tot aankopen die ze onmogelijk kunnen afbetalen met hun inkomsten. Ze lenen voor zaken die niets opbrengen, die zelfs geld kosten, zoals een auto, of die meteen op zijn, zoals een vakantie. Leven op krediet is a way of life voor veel mensen, maar het gaat ook vaak fout.
Stel: je koopt voor zoonlief een blits wagentje voor zijn achttiende verjaardag, of omdat hij geslaagd is in zijn eerste jaar aan de unief. Maar de eerste week al rijdt hij dronken tegen een boom. Weg auto, maar niet weg lening: alles moet verder afbetaald worden, ook al is de wagen weg.
Of je leent een fiks bedrag voor een mooi huis met tuin en zwembad, met een langlopende lening. De afbetaling doe je met je royale inkomsten als goedopgeleide en gezonde tweeverdieners, maar o wee: de ene verliest zijn baan wegens de crisis en de andere belandt in een diepe depressie…
Laten we besluiten.
Een gezonde economie draait op sparen en lenen, daar is niets mis mee. De banken nemen noodzakelijk risico’s: er zullen altijd leningen zijn die niet terugbetaald worden, dat kan niet anders, dus dat risico wordt mee verrekend in de interesten, zo gek zijn ze nu ook weer niet (hoop ik). De verbruiker kan inderdaad zijn voordeel doen met leningen aan te gaan: een eigen huis is een uitstekende belegging voor de toekomst en je hebt er het onmiddellijk genot van.
Het gaat maar fout als er overdreven wordt. Als de gebruikers meer ontlenen dan zij kunnen afbetalen, als de bank leningen toestaat die onverantwoord zijn, meer risico neemt dan goed is. Het is dus een kwestie van vertrouwen, namelijk dat de ontlener zijn schulden afbetaalt en dat de spaarder kan rekenen op een interest en op het vrijwaren van zijn of haar kapitaal. Het komt erop aan dat iedereen zijn eigen zaken goed beheert: de verbruiker, de bank, de staat. Iedereen moet handelen en bon père de famille, als een goede huisvader en –moeder.
Als het ergens verkeerd loopt, dan is het omdat iemand dat niet gedaan heeft. Als dat op kleine schaal gebeurt, dan is er nog niets aan de hand, het systeem kan tegen een stootje. Als het echter massaal gebeurt, als het een gewoonte wordt, a way of life, dan is er something rotten in the state of (in te vullen naar believen). Zonder goed beheer kan het hele kaartenhuisje instorten.
Helaas is het dan steeds de werkende mens die de rekening kan en dus moet betalen. Alleen de belastingbetaler kan zonder enige moeite aangesproken worden, alleen wij kunnen ons niet verdedigen, alleen wij zijn de gewillige of machteloze slachtoffers van de grootheidswaan van de anderen.
Zijn er dan geen absoluut veilige beleggingen? Toch: je geld in een bankkluis stoppen, de kans dat het daar gestolen wordt is gering. Maar dat is geen belegging, in tijden van inflatie verliest het jaarlijks aan waarde. Het geld dat oma twintig jaar geleden in een sok onder haar matras stopte, is nu maar half zoveel meer waard.
Dus zelfs als je gewoon maar de waarde van je geld wil veilig stellen, voor jezelf of voor je kinderen, dan moet je ermee naar de bank. Dat wil zeggen dat je aangewezen bent, zoals bij alles wat we doen, op anderen. Zijn die te vertrouwen? Aan je eigen ken je de andere, zeggen ze bij ons. De meeste mensen zijn net zo goed en zo kwaad te vertrouwen als jijzelf.
Ik geef je nog gratis deze gouden regel mee, die niet gesteund is op enige economische kennis of financieel inzicht, maar op vijfenveertig jaar ervaring: als een bankier beter gekleed is dan jij of slechter verzorgd, draai je dan om en zoek er een andere.





















