short, shorts, shorten en short gaan

Short… Het woord deed hier bij ons zijn intrede rond 1960, toen de Amerikaanse ‘cultuur’ Europa veroverde, in de nasleep van onze ‘bevrijding’. Wij liepen al langer in korte broek, maar nu moest die short heten, om te passen bij de T-shirts die toen ook opdoken.
Eigenlijk is het Engelse woord shorts, meervoud dus, omdat ook pants meervoud is. Shorts is een afkorting (!) van short pants. Pants is dan weer een afkorting van pantaloons en dat was de naam die men gaf aan de spannende lange mannenbroeken die rond 1650 in Frankrijk in de mode kwamen en die je nu nog ziet in ceremoniële kostuums. Ze kregen die naam naar een figuur uit de Italiaanse komedie, Pantaleone, die de typische Venetiaan voorstelde, en die uitgedost was met dergelijke broeken. En Pantaleone droeg de naam van een populaire heilige, San Pantaleone, die rond het jaar 300 de marteldood stierf en met zijn laatste ademtocht God om vergeving vroeg voor zijn beulen, waarop de stem van Christus weerklonk die hem de naam gaf waaronder hij bekend en vereerd zou worden: Panteleèmon. Daarin herkennen we pan, alles en eleèo, vergeven, zoals in Kyrie eleison, Heer vergeef ons. Hij die alles vergeeft, dus. In het Frans zegt men nog altijd pantalon.

In het
Engels is pants meervoud zoals
gebruikelijk voor dingen die uit twee delen bestaan, zoals ook scissors, schaar (zoals het Frans ciseaux), in beide gevallen ook
voorafgegaan door respectievelijk a pair
of en une paire de… Denk ook aan glasses en binoculars. Panties is dan weer een verkleinwoord voor pants en verwijst naar de onderbroekjes
van kinderen en vrouwen. Panty is het
enkelvoud, zoals in pantyhose,
broekkousen of kousenbroek. Hier bij
ons is panty (enkelvoud, zoals broek)
de afkorting voor kousenbroek.
Maar ik wou het eigenlijk over een andere betekenis van short hebben, een die we dezer dagen af en toe in het nieuws horen, wanneer men het over de financiële crisis heeft. We beleven vreemde tijden. De staten, zoals de Verneigde Staten en de Europese Unie, maar ook afzonderlijke landen zoals Ierland, Portugal, Spanje, Italië maar vooral Griekenland worden belaagd door de beleggers en blijken onmachtig om zich daartegen te verzetten. De beleggers, dat zijn burgers zoals jij en ik, belagen dus hun eigen land of dat van anderen en veroorzaken zo een wereldwijde crisis waarbij fortuinen verloren gaan, banken failliet gaan en de wereld in een recessie terechtkomt zoals nooit tevoren. Iedereen wordt armer, zou je denken, maar is dat ook zo?
Om de huidige problemen enigszins te kunnen volgen moeten we een cruciaal begrip uit het financiewezen doorhebben. Als wij denken aan speculeren, dan verstaan wij daaronder dat men iets koopt waarvan men hoopt dat het later meer zal waard zijn, zodat men het kan verkopen met winst. Als je een aandeel koopt in een bedrijf dat goede zaken doet, dan zal de waarde van dat aandeel stijgen. Door aandelen goedkoop te kopen en duur te verkopen kan je rijk worden, heel rijk, want de waarde van aandelen kan spectaculair stijgen, soms met honderden procenten op korte tijd.
Maar aandelen kunnen ook in waarde dalen. Denk aan de bankaandelen van Fortis en Dexia: ooit waren die veertig keer zoveel waard als nu.
Speculeren, dat is erop rekenen dat de waarde van een aandeel of iets anders zal veranderen. En let nu goed op: je kan ook geld verdienen als je speculeert op een waardedaling. Dat klinkt eigenaardig. Als je aandelen had van Fortis of Dexia, dan ben je nu je geld kwijt, toch?
Hier komt ons woord voor de dag: short gaan of shorten. Wat is dat precies? Het is speculeren op een sterke waardedaling. En hoe doet men dat? Stel dat je vermoedt dat de waarde van de dollar sterk zal dalen tegenover de euro. Dan leen je een stapeltje dollars, laat ons zeggen voor 1000 €, aan de huidige prijs van 1,5 dollar per euro, dat is dus 1.500 $, voor een periode van drie maand. Aangezien het om een lening gaat, betaal je niet 1000 €, maar een rente, zoals voor elke lening. Stel dat de rente 4% is op jaarbasis, dan betaal je voor drie maand 1% op je 1000 €, dat is 10 euro. Je verkoopt vervolgens de geleende dollars en je bent zo 1000 euro rijker. Maar je hebt iets verkocht dat je eigenlijk niet hebt, dat is dus een tekort, vandaar short gaan of short selling.
We waren uitgegaan van de veronderstelling dat de dollar zou dalen in waarde. Stel dat dit inderdaad gebeurt binnen die drie maand, bijvoorbeeld met 10%, een niet eens overdreven veronderstelling. Op dat ogenblik kan je met je geleende 1000 € dus 10% meer dollars kopen, dus 1.500 plus 150 maakt 1650$. Daarmee betaal je je lening van 1.500$ terug en je houdt 150$ over. Elke dollar is dan slechts 1,35 euro waard, maar dat is nog altijd 150 x 1,35= 202,5€. Daarmee betaal je je rente van 10€ en je hebt een zuivere winst van 192,5€ op drie maand tijd en dat zonder dat je ook maar één euro van je eigen kapitaal hebt moeten inzetten.
Een belegger die erop rekent dat zijn geleend goed in waarde zal dalen, neemt natuurlijk een serieus risico: als de waarde in tegenstelling tot de verwachtingen plots spectaculair stijgt, moet die belegger de hogere waarde terugbetalen op het einde van de lening.
In tijden van crisis is er voor beleggers niet veel te verdienen. De rente op leningen wordt laag gehouden om de economie weer aan te zwengelen en dus is ook de rente op spaargeld laag. Daarom zoeken zij andere manieren om hun geld te laten renderen en shorten of short gaan is er een van. Zij zoeken dan hun slachtoffers uit en vallen die aan door massaal aandelen te lenen en die te verkopen, erop rekenend dat ze die goedkoop zullen kunnen teruggeven. Wanneer de markten dit door hebben, verdwijnt het vertrouwen in die aandelen en gaan ze nog sneller dalen.
Dat is, in een notendop en zeer sterk vereenvoudigd wat er nu gebeurt. Als er negatieve berichten verschijnen over een land, bijvoorbeeld Griekenland, dat een groot gat in de begroting heeft en dat zijn leningen niet meer kan afbetalen, dan lenen de beleggers massaal Griekse waardepapieren, en verkopen die onmiddellijk, waardoor de waarde ervan nog verder daalt. Ze kopen dan de bijna waardeloos geworden stukken, betalen daarmee hun leningen terug en strijken hun enorme winsten op.
Dit is maar een tipje van de sluier die over de financiële wereld ligt. Er gebeuren daar zaken die onze verbeelding ver te boven gaan. Er zijn machten aan het werk waarvan niemand weet heeft, machten die sterker zijn dan de landen, de staten zelf. Er zijn groepen die meer geld bezitten dan zelfs grote landen, die een omzet hebben die groter is dan de begroting van aanzienlijke landen, die in feite bepaalde landen zouden kunnen kopen en dat in de praktijk ook doen.
Wij denken dat wij in een democratie leven, waarbij de burger stemt voor een bepaalde partij en de aldus verkozen vertegenwoordigers de beslissingen nemen. Nu blijkt dat de politici als het erop aankomt totaal afhankelijk zijn van de financiële belangengroepen, die over veel meer geld en macht beschikken dan welk land ook, de V.S., de E.U. en China inbegrepen. De machtigen der aarde zijn niet de presidenten van die landen, maar anonieme financiële groepen. Zij nemen de beslissingen, die wij allen voelen. Zij laten een bank of zelfs een land failliet gaan als zij hun kans schoon zien, dat wil zeggen als een land of een groep beleggers teveel risico’s heeft genomen. En vervolgens nemen zij het zaakje over en maken nog meer winst.
Naast en achter de ogenschijnlijke democratie zijn er dus wel degelijk andere krachten aan het werk, die aan elke democratische controle ontsnappen. Dit heeft niets te maken met idiote samenzwerings- of complottheorieën, dit gebeurt echt en op grote schaal.
En toch… die verborgen krachten zijn niet helemaal verborgen. Het zijn de banken en de financiële instellingen die wij kennen en waaraan wij zelf mee werken, aan wie we ons spaargeld toevertrouwen en van wie we lenen voor onze noden en ons comfort. Als jij je spaarcenten aan een bank toevertrouwt, vraag jij dan wat ze ermee doen? Ik ook niet. Ik strijk mijn armzalige percentjes op, zelfs niet genoeg om de inflatie bij te houden. Op geen enkel ogenblik vragen wij rekenschap van de banken en verzekeraars, zolang ze hun verplichtingen tegenover ons naleven. Dat zij bijvoorbeeld enorme winsten maken met ons geld, daar hebben wij niets aan: zij hebben beloofd om ons een aalmoes te geven en dat doen ze en voor de rest hebben wij het nakijken. Wij werken dus mee, zij het als dommekrachten. Het is met ons geld dat de duistere financiële machten speculeren en hun macht opbouwen. Het zijn mensen zoals jij en ik die in die instellingen werken, het zijn eenvoudige mensen die aandelen hebben in die instellingen, of die op hen rekenen voor hun bijkomend pensioen.
Er is dus een dubbel systeem aan het werk in onze maatschappij. Enerzijds heb je de politieke democratie en de mensen die werken voor hun boterham. Daarnaast wordt er ook op grote schaal gehandeld, al zullen sommigen zeggen: gesjoemeld. In die andere wereld gelden de regels van de democratie niet, noch die van de ethiek, zelfs niet die van het fatsoen. Daar is maar een wet, die van de sterkste en een principe, dat van de winst.
Dat is niet moeilijk te begrijpen. Als je een bedrijf wil runnen als een democratie, dan ben je niet goed snik. Je hoeft maar naar de Belgische staat te kijken om dat te beseffen. Geen enkele bedrijfsleider ter wereld zal ons democratisch stelsel als model nemen. Het democratisch beslissingsproces is wel het meest ethisch hoogstaande dat er is voor de samenleving, maar het deugt niet als economisch principe. Wie winst wil maken, zal andere normen en waarden hanteren. Dat is de dubbele bodem in onze democratie. Voor de staat zijn alle burgers gelijk voor de wet, maar niet in onze economische structuur. Daar heerst een verregaande en fundamentele ongelijkheid, het is zelfs de basis van het systeem, want het beantwoordt blijkbaar aan een algemeen menselijke karaktertrek: iedereen wil zijn eigen lot verbeteren.
We moeten ook niet onmiddellijk denken dat die duistere krachten enkel negatieve invloeden hebben. Zij zijn niet rechtstreeks verantwoordelijk voor de crisis in Griekenland: het zijn de politici die vervalste begrotingen hebben ingediend en die de putten gevuld hebben met onbetaalbare leningen. Alle landen hebben begrotingstekorten, alle landen hebben enorme staatsschulden. De staten leven boven hun stand. Wanneer de markten, lees: de duistere financiële wereld, Griekenland op de korrel nemen, dan heeft dat een helend effect. Het is enkel door de speculatie tegen dat land dat eindelijk duidelijk is geworden hoe desastreus de politiek wel was. Politici kunnen om het even wat beslissen, hun rekeningen hoeven niet te kloppen, zij handelen zogezegd in het algemeen belang, maar concentreren zich op het individueel belang van hun kiezers, zonder zich veel zorgen te maken over zelfs de meest elementaire regels van winst en verlies. De ander krachten, de economische en financiële, kunnen daarop een noodzakelijke correctie zijn.
Uit dit alles blijkt dat ons bestel niet alleen politiek en dan democratisch is, maar ook economisch en dan kapitalistisch. De politici geven nu grif toe dat zij niet alles te zeggen hebben. Zij kunnen de markten niet dwingen, zij willen dat ook niet, wij geloven in een vrijemarkteconomie (met minimale correcties). De vrijemarkteconomie is wat de wereld doet draaien. Gelukkig maar dat zij niet werkt zoals onze democratische instellingen, onze parlementen, ons koningshuis, onze internationale instellingen zoals de U.N.O…
Natuurlijk zijn er misbruiken in dat economisch bestel, die komen voortdurend aan het licht en er is nog veel meer dat het daglicht niet verdraagt. Je hebt individuele fouten, zoals plaatselijke kantoorhouders die met het geld van hun klanten gaan lopen en traders die met veel meer geld spelen dan toegelaten en dan plots miljarden verliezen. Je hebt de beruchte piramidesystemen, waarbij men grote winsten uitdeelt, niet op basis van reële opbrengsten, maar met de inleg van nieuwe klanten. Soms gaan individuele banken, of zelfs het hele bankstelsel in de fout, zoals in de Verenigde Staten, waar consumentenkrediet zoal a way of life is, maar waar men huizenhoge hypothecaire leningen toestond aan totaal onkredietwaardige klanten. Dat gebeurt vandaag ook hier bij ons.
Maar hoor ik iemand ons kapitalistisch systeem fundamenteel in vraag stellen, behalve enkele jongeren die binnen enkele jaren zelf een burgerpak zullen aantrekken of anders een leven als halve gare marginalen tegemoet gaan? Zelfs de meest linkse traditionele partijen houden zich verre van al te grote staatsinmenging in het economisch leven. Ik heb nog niemand gehoord die bijvoorbeeld stelde dat short gaan zou moeten verboden worden. En de Tobintaks op financiële verrichtingen blijft een heikel punt, waaraan geen enkele politicus zich wil verbranden. Iedereen heeft schrik om de vrije markten onvrij te maken. Wij herinneren ons nog levendig wat dat heeft opgeleverd onder het communisme.
Er moet dus een wederzijdse controle zijn: de banken moeten erop toezien dat de politici geen dwaze dingen doen, dat de begrotingen kloppen, dat de tering naar de nering gezet wordt. En de politici moeten ervoor zorgen dat de banken geen onverantwoorde risico’s nemen met het geld van de kleine spaarder en de argeloze belegger.
Hoe dat moet gebeuren, is helemaal niet duidelijk. Enkele lucratieve maar louter symbolische postjes voor gesjeesde of bejaarde politici in de bestuurscolleges en beheerraden van de financiële instellingen zijn totaal nutteloos, dat is ten overvloede gebleken. De staat moet volledige maar discrete transparantie eisen van alle financiële verrichtingen en dat kan maar wanneer het staatsapparaat zelf beschikt over gekwalificeerd personeel. En de controle van de staatsfinanciën zal pas dan efficiënt zijn, wanneer ze gebeurt door onafhankelijke experts, die daartoe niet alleen alle informatie krijgen, maar ook het gezag om zelf in te grijpen, veeleer dan het recht om lauwe en vrijblijvende aanbevelingen te doen.
Het zal niet voor morgen zijn.




























