Het overkomt
me wel eens dat ik aan het twijfelen sla.
Dat kan ook
niet anders. De hele dag bijna ben ik bezig met prakkiseren over van alles en
nog wat. Ik probeer me, door te lezen, na te denken en te schrijven en (bij
gelegenheid) te praten, een gedacht te vormen over de dingen. Dat kan een
simpel probleempje zijn, zoals hoe lang spaghetti moet koken, of welke jas aan
te doen om naar buiten te gaan, waarom de dakgoot lekt of de vijverpomp niet
meer werkt. Moeilijker is het om uit te vissen waarom een van de (vele) klokken
achter loopt, of waarom het e-mail programma de mails niet tegenhoudt van
afzenders die ik als ongewenst heb aangeduid. Zo zijn er in een huishouden tal
van praktische zaken die je aandacht opeisen.
Daarnaast
zijn er vragen die ik me stel over mijn omgang met mijn medemensen. Dat is in
de eerste plaats mijn geliefde, met wie ik sinds 1998 het leven deel. Je leert
rekening houden met elkaar, maar het blijft een subtiel spel van geven en
nemen, van grote verwachtingen en soms kleine teleurstellingen, van intens
genieten en van dagelijkse sleur. Ik betrap me erop dat ik vrijwel voortdurend
naar ons samenleven kijk en het taxeer, bezorgd om er het beste van te maken,
maar in het besef dat ik daarin ook grotendeels machteloos sta, dat zoveel
afhangt van mijn geliefde en van de omstandigheden.
En dan zijn
er de mensen uit mijn omgeving, mijn twee zonen en hun partners, mijn drie
kleinkinderen, de kinderen van Lut, die ook de mijne geworden zijn op een
andere manier, en hun partners. Vrienden en kennissen, oude en nieuwe, ver of
nabij. Telkens blijf je vragen stellen over de band die je met hen hebt, hoe
die te onderhouden, aan te halen of los te laten. En ook daar ben je erg
afhankelijk van wat zij wensen en of niet, of ze jouw aanwezigheid zoeken en op
prijs stellen of net niet.
Er gaat geen
moment voorbij zonder dat ik in mijn verbeelding uittest hoe het zou kunnen
zijn tussen hen en mij, als een mentale oefening en voorbereiding op wat ik doe,
of meestal laat,
…want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan
verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen
gaat.
(Elsschot,
Het huwelijk).
Naast het
eindeloos gepieker over mijn verhouding tot mijn medemensen en wat te doen met
mijn leven, probeer ik ook de zaken ruimer te zien. Wat is de mens, wat is de
wereld waarin we leven, hoe is het begonnen, hoe is het geëvolueerd? De antwoorden
die ik daarop kreeg in mijn opvoeding bevredigden mij helemaal niet. Sinds ik
op pensioen ben en tijd zat heb om daarmee bezig te zijn, is het vooral
daarover dat ik nadenk, lees, schrijf en praat. Ik wil voor ik sterf een beter
inzicht hebben in de dingen dan het al te kramakkige dat ik meekreeg.
Waaraan ik wel
eens twijfel en me onzeker bij voel, dat is het verband tussen het ene en het
andere, tussen wat we kunnen zeggen over de mens, als biologisch verschijnsel,
als een soort enerzijds en hoe we met elkaar omgaan anderzijds, tussen De Mens
en de mensen.
Ik merk inderdaad
vaak dat men dat verband niet legt, dat men spreekt over Darwin en de evolutie
alsof dat geen weerslag heeft op ons mensbeeld en de manier om met elkaar om te
gaan. Veel mensen aanvaarden vaagweg de evolutie van de mens uit
voor-menselijke wezens, maar dat is voor hen een louter biologische kwestie
waar ze verder niet bij stilstaan. Wat ze over de mens zeggen en denken, heeft
daarmee verder niets van doen. Het zegt hen niets over de concrete mensen en
hoe die leven en samenleven. Daarvoor hebben ze andere theorieën en ideeën.
Daarvoor zijn er de menswetenschappen, de psychologie in de eerste plaats, maar
ook de sociologie, de economie, de rechtswetenschappen, de seksuologie, de
antropologie, de letteren, de kunsten, de religie en in het slechtste geval misleidende
of misdadige sekten, en die hebben met de positieve wetenschappen geen van
allen iets gemeen, zelfs niet met de menselijke biologie. De positieve
wetenschappers, de wiskundigen, natuurkundigen, biologen, aardrijkskundigen, ingenieurs
en geneeskundigen zijn het daarmee trouwens roerend eens: zij kunnen in hun
domein best verder zonder de menswetenschappen.
Dat zit goed
fout en wel aan beide kanten.
Het volstaat
de heftigheid en het fanatisme te bekijken waarmee het gezag, elk gezag, en de
godsdienst altijd en overal de positieve wetenschappen bestreden hebben en hun
conclusies verworpen, om te zien dat er hier iets belangrijks aan de hand is.
De positieve
wetenschappen hebben wel degelijk een impact op het mensbeeld. Wanneer Darwin
na dertig jaar aarzelen, uit respect voor de gevoelens van zijn vrome
echtgenote en beducht voor reacties van kerk en staat, toch door de nood gedwongen
zijn stelling naar voren bracht over de evolutie van het leven, stond de wereld
in rep en roer. Ook vandaag nog zijn er veel meer mensen die niet kunnen geloven
dat alle leven spontaan ontstaan is uit een nietig beginsel, dan wel. Maar het
is zoals met de kernenergie en al haar goede en kwade kanten: eens men die
ontdekt heeft, kan men ze niet meer ont-ontdekken. Zo ook met de evolutieleer.
Indien die
evolutieleer louter een biologische theorie was, zonder enig gevolg voor de
mens en de menswetenschappen, dan zou er geen haan naar gekraaid hebben. De
godsdienst zou er geen enkel gevaar in gezien hebben en onverstoord verder
gegaan zijn met zijn eigen interpretaties. Darwins ontdekking van het principe
van de evolutie was een beslissende stap in de wetenschappelijke benadering van
de mens. Het was ook een fatale bedreiging voor alle bestaande ideologieën,
inzonderheid de combinatie van het christendom, de adellijke oligarchie en de
juridische wereld. Dat proces was lang voor Darwin begonnen, maar hij verleende
door zijn inzichten in de biologie van de mens de essentiële en definitieve wetenschappelijke
geloofwaardigheid aan al de ‘louter’ filosofische inzichten. Waar de filosofie
van de Verlichting reeds gesteund was op menswetenschappelijke en ideologische
standpunten over de gelijkheid en de vrijheid van alle mensen en de verbondenheid
van alle leven op aarde, leverde hij eindelijk het overtuigend wetenschappelijk
bewijs voor de autonome evolutie van het leven, dus zonder de God die tot dan toe
essentieel was in elk spreken over de mens en de wereld.
De evolutie
was ook een revolutie, nog ingrijpender dan de Copernicaanse. Die plaatste wel
de zon in het centrum van ons zonnestelsel, maar was als dusdanig nog altijd
perfect verenigbaar met godsdienst, theologie, monarchie, adel en de kaste van
de juristen. Of de zon nu om de aarde draaide of de aarde om de zon, God had
nog altijd de hemellichamen geschapen uit het niets en het was zijn kracht en
intelligentie die ze draaiende hield. Zo hield ook Newton voor.
Wat Darwin
beweerde was veel krasser: uit een nietig beginsel, onooglijk klein, kon het
leven zich spontaan ontwikkelen in al zijn diversiteit en complexiteit, tot de
mens toe, ZONDER tussenkomst van een Hoger Wezen. Geen God dus, en derhalve ook
geen vorsten en adel die hun gezag aan God ontleenden, noch paus, bisschoppen
of priesters en religieuzen, die zonder tegenspraak de Goddelijke Openbaring verkondigden
en op hun beurt hun gezag rechtstreeks van God ontvingen, noch juristen die de
goddelijke moraal in wetten omzetten en de overtreders daarvan bestraften, tot
en met de doodstraf voor bijvoorbeeld blasfemie, het beledigen van de naam van
God.

Wanneer ik
dus zoek naar een betere uitleg voor de dingen en terechtkom bij Darwin de
wetenschappelijke ontwikkelingen sindsdien, dan heeft dat wel degelijk te maken
met de concrete mensen. Onze hele mensopvatting, het hele Westerse mensbeeld,
wordt in vraag gesteld en wij moeten op zoek naar nieuwe paradigmata, naar
nieuwe manieren om over de mens te spreken, naar nieuwe afspraken voor het
samenleven. Wij zijn daar nu enkele honderden jaren mee bezig en de vooruitgang
is tergend traag, de oude heersers en de oude wetten en de oude godsdiensten
zijn taaie klanten en de onwetendheid van de mens is nog steeds jammerlijk groot.
Laat ik een
concreet voorbeeld geven. Liefde. Toen ik jong was, draaide alles om Liefde.
Maar ik heb nooit geweten wat men daarmee precies bedoelde… Men sprak over
Liefde alsof het iets was dat echt bestond, dat kon omschreven worden, iets dat
zich onderscheidde van andere begrippen. Als je als jongen gevoelens had voor
een meisje (of andersom, of in een andere combinatie) dan moest je je altijd
afvragen: is het wel liefde?
Er was
Liefde tussen God en mens en liefde tussen de mensen onderling. Wij moesten
elkaar liefhebben, maar vooral in het huwelijk was de liefde op haar
hoogtepunt. Maar wat is Liefde? Hoe weet je zeker dat je iemand lief hebt? Zijn
daar aanwijzingen voor, bewijzen, symptomen? Liefde is eeuwig, zei men, maar
dat klopt niet, want mensen gaan uiteen of sterven en dan komt er een einde aan
die liefdesrelatie. Liefde heeft zoveel vormen, dat je alles liefde kunt
noemen, of niets. Het is een leeg woord, een zinloze term. Maar de godsdienst
staat bol van die woorden, terwijl geen mens kan zeggen wat ermee bedoeld
wordt. Zeker, mensen zien elkaar graag, maar let me count the ways… Liefde heeft vele vormen en wat Volmaakte Liefde
is, daar hebben wij geen idee van, wij stellen ons tevreden met liefde met een
kleine ‘l’. Liefde is een positieve manier om met de mensen en de dingen om te
gaan, dat is ongeveer het enige dat we met enige zekerheid kunnen stellen.
Liefde is
dus geen gebod van God, geen wet die vorsten hebben opgelegd en die juristen
zorgvuldig doen naleven. Wanneer wij beseffen dat wij mensen een onderdeel zijn
van het geheel van het leven op aarde, dat wij hier aangewezen zijn op elkaar
en op de rest van het universum, dat wij het met elkaar en met ons milieu moeten
stellen of met elkaar en het milieu ten onder gaan, dat er geen God is die
alles in stand houdt, die de goeden beloont en de kwaden straft, dat er geen
leven is na de dood, dat wij geen onsterfelijke ziel hebben, dat wij niet
zullen verrijzen en eeuwig leven of branden, dat er geen hemel of hel is, dan staan
wij helemaal anders in de wereld dan de christelijke godsdienst ons voorhoudt.
Pas dan zien wij in dat wijzelf verantwoordelijk zijn voor wat er gebeurt en
niet gebeurt. Er is dan geen almachtige God die alles in goede en kwade banen
leidt volgens zijn geheime inzichten. Die eigen verantwoordelijkheid is enorm,
schrikbarend maar ook bevrijdend: de wereld ligt voor ons open, met al zijn
mogelijkheden en beperkingen. Er is geen enkele hogere macht die ons kan
tegenhouden, in het goede noch het kwade.
Ik weet het,
ik ben weer mijn zelfde verhaal aan het vertellen. Het is dan ook een
belangrijk verhaal en een dat je elders niet zo vaak hoort. Ik besef ook dat ik
veel te abstract spreek, dat ik het voortdurend heb over De Mens en over de
grote principes, en veel minder over concrete mensen. Dat komt omdat ik het
belangrijk vind dat we eerst de principes duidelijk stellen, dat we komaf maken
met de mythen en de leugens van weleer (maar die vandaag nog wijd verbreid
zijn). De volgende stap, het ontdekken van de consequenties van die principes,
die moeten we ook zetten, maar zonder een duidelijk inzicht in de grond van de
zaak komen we er nooit.
Begrijp me
ook niet verkeerd: ik geniet elke dag van onze wereld, ik ben wel degelijk
bezig met de praktijk en niet enkel met de theorie. Voor mij is een filosofie
die niet verankerd is in de wereld, geen filosofie maar zinloos gezwets. Ik ben
een melomaan, ik kan zonder muziek waarschijnlijk niet leven, ik gruw als ik
eraan denk dat ik doof zou worden. Ook zo met mijn ogen: als ik niet meer zou
kunnen lezen en schrijven… ik mag er niet aan denken! Of de natuur zien en de
wereld die wij mensen gemaakt hebben! Maar de dingen hebben voor mij maar zin,
als ik ze kan vatten in hun onderlinge verbondenheid, in het kader dat de
wetenschap ons aanreikt.
Als men mij
zegt dat ik mijn medemens, mijn naaste moet liefhebben, dan betekent dat niets
voor mij. Maar ik wel praten over de vraag wat wij moeten doen met asielzoekers,
armen, zieken, geestelijk gestoorden, misdadigers; over de verdeling van de natuurlijke
rijkdom, over menselijke solidariteit, over dierenrechten…
Vanuit mijn
principiële standpunten zal ik anders aankijken tegen bepaalde toestanden. Ik
ben immers niet geremd door wie of wat dan ook, alles is bespreekbaar en alleen
door met elkaar te praten kunnen wij de beste oplossingen vinden. Er is niets
of niemand hier op aarde of daarbuiten die de wijsheid in pacht heeft en ons
die ook nog meedeelt. Als wij dus spreken over euthanasie, abortus,
seksualiteit, huwelijk en echtscheiding, sociale problemen en de economie, dan praat
ik over alle aspecten ervan, maar zonder vooringenomenheid. Ik weet niet waar
we gaan uitkomen, er is wellicht geen één antwoord op alle vragen, we zullen
onze mening ongetwijfeld voortdurend moeten bijstellen. Maar dat moet gebeuren
in open onderling overleg, en niet omdat iemand of Iemand het gezegd heeft. De
wereld is inderdaad zeer complex, veel ingewikkelder dan het christendom het
wil doen voorkomen.
De laatste
jaren zijn wij op een werkelijk ontzettende manier geconfronteerd met de
tekortkomingen, ja de misdaden van de kerken en hun bedienaars, met het falen
van godsdienst als systeem. Godsdienst leidt zelf tot gruwelijke misdaden, niet
alleen vroeger, ten tijde van de Kruistochten en de Inquisitie, maar ook
vandaag nog, wanneer Rome zich verzet tegen het gebruik van condooms in streken
die geteisterd zijn door AIDS-epidemieën, of wanneer in islamitische landen mensen
gefolterd en vermoord worden wegens het overtreden van louter religieuze
voorschriften of omdat ze tot een andere godsdienst behoren.
Bijna elke
dag horen wij over het recent systematisch seksueel geweld en misbruik door
priesters en religieuzen. Wij kunnen niet meer doen alsof de Kerk heilig is.
Zelfs paus Ratzinger bekent, noodgedwongen, dat ook de kerk zondig is. Dat is
nieuw. Maar Ratzinger trekt er geen conclusies uit, hij ziet het als een
voorbijgaand probleem, iets dat kan opgelost worden, geen structureel probleem.
Dat is de zware vergissing van Rome. Zij hebben gemeend dat het seksueel
misbruik door priesters en religieuzen binnen de perken kon gehouden worden
door mensen te verplaatsen en er verder over te zwijgen. Maar zoals die
priesters ook na hun verplaatsing opnieuw kinderen en vrouwen seksueel
misbruikten, zo blijft ook het probleem van het seksueel misbruik structureel
aanwezig in de kerk als men de structuur van de kerk onveranderd laat.
Dat zal pas
veranderen indien men de kerk zelf drastisch verandert, meer bepaald wanneer
men godsdienst losmaakt van de opvoeding en opleiding van kinderen en jongeren,
wanneer men eindelijk inziet dat het onderwijs uit de handen van (celibataire)
priesters en religieuzen moet gehaald worden en meer nog, wanneer elke vorm van
godsdienstige beïnvloeding uit het onderwijs geweerd wordt. Zolang een onzalige
ideologie zoals het intrinsiek antidemocratisch en irrationeel christendom ook
maar enige invloed blijft behouden, zeker op jonge en beïnvloedbare geesten, zal
er geen einde komen aan de verschrikkelijke misdaden waarvan wij nu slechts de
toppen van de ijsbergen zien. Godsdienst is misdadig, zo simpel is het. Kijk om
je heen en zeg me dat ik lieg, overdrijf of je iets wijsmaak.
Soms,
wanneer ik me verdiep in theorieën en principiële kwesties, bekruipt me de
vrees dat ik verkeerd bezig ben, dat ik me meer moet bekommeren, metterdaad, om
de concrete mensen. Maar wanneer ik me dan voor een of ander concreet geval wil
inzetten, zijn er altijd weer die principes die me doen twijfelen over wat ik
concreet kan doen. Als ik in het nieuws zie hoe vrijwilligers zich inzetten
voor bepaalde categorieën van mensen in onze maatschappij, dan wil ik
opspringen en gaan helpen. Maar tussen droom en daad… juist.
Ik wil die
asielzoeker desnoods in mijn huis opnemen, in plaats van hem te laten bibberen ergens
in een straat in Brussel. Maar dan denk ik: hoe komt die hier? Waarom is hij
niet in zijn eigen land gebleven? Wat is er daar verkeerd? Wat is er eventueel
met hem verkeerd? Wat kan hij hier doen? Kan hij hier opgenomen worden in onze
maatschappij, die zo totaal verschillend is van zijn leefwereld? Doen wij er
wel goed aan om hem hier te laten wonen, heeft hij enige kans om hier gelukkig
te worden? En wat met de gevolgen voor ons van zijn opvallende, soms zelfs
storende aanwezigheid in onze maatschappij?

Het blijft
een dilemma: moeten we de behoeftigen helpen die er zijn, gewoon omdat ze er
zijn, of moeten we proberen om de armoede te vermijden? Ben ik hardvochtig
omdat ik een bedelend Roma kind of een tandeloze Oost-Europese vrouw met
afgewend hoofd voorbijloop? Ben ik liefdeloos omdat ik liever filosofeer dan
mijn handen uit de mouwen te steken in een asielcentrum of een opvangcentrum
voor daklozen? Ben ik harteloos omdat ik mij geld op mijn spaarboek houd in
plaats van het uit te delen? Volstaat het om elk jaar een bijdrage te storten
voor 11.11.11. om je geweten te sussen en dan rustig verder te genieten van je onverminderde
welstand?
Ik twijfel
nog altijd, lieve lezer, net zoals jij waarschijnlijk. Misschien leggen we onze
accenten anders, maar wij kunnen er niet onderuit: wij zijn op elkaar
aangewezen. Ieder van ons moet uitmaken, elke dag opnieuw, hoe we dat vorm
geven, hoe we concreet met elkaar omgaan, hoe we onze principes in de praktijk
brengen. Het is mijn diepste overtuiging dat de atheïstische opvatting die ik
deel met zoveel verstandige mensen, meer kansen biedt om de wereld leefbaar te
maken voor iedereen dan het christendom of de islam. De godsdiensten hebben hun
kansen gehad, wij kunnen op grond van de geschiedenis en van de huidige
situatie een balans opmaken van hun succes. Ongetwijfeld zal je het met me eens
zijn als ik zeg dat het tijd is voor een grondig andere benadering.
Vergeef me
dat ik zo negatief ben, maar ik meen het. Wat meer is, ik ben ook nog vrij pessimistisch
over een mogelijk alternatief. Enerzijds zit dat er niet direct aan te komen en
bovendien weet ik zelf ook niet hoe dat er zou moeten uitzien. Ik weet dat we
de oplossing niet in de godsdienst moeten zoeken en we kunnen er niet snel
genoeg komaf mee maken, het is meer dan wel geweest. Maar iets nieuws opbouwen
zal veel moeilijker zijn en wellicht nog enkele eeuwen duren. Ik hoop dat de
mensheid het zolang uithoudt zonder zichzelf en de rest van het leven op aarde uit
te roeien.
Gelukkig
Nieuwjaar!